Ruhrgebied – Fietsen in de groene Kohlenpott

In zacht avondlicht verwarmen zich de muren van Zollverein XII. Gebouwd in 1932 als steenkolenmijn van de toekomst in een strakke Bauhausstijl waren de ‘wielen’ van de schachtliften decennia het epicentrum van de winning van het zwarte goud. Hier verstrengelde de schoonheid van bouwkunst zich met efficiënte en veilige mijnbouw. In 1986 sloot de mijn, en alleen de schoonheid bleef, en die kreeg steeds meer waardering, leidend tot de status van wereldcultuurerfgoed en dat plaatste de Zollverein XII in het hart van de mijn- en industriecultuur van het Ruhrgebied. Is een beter startpunt van een fietsroute denkbaar?

Zollverein XII.

Van spoorlijn naar fietspad
Sinds kort heeft het Ruhrgebied een knooppuntennetwerk naar Nederlands voorbeeld, en vanaf de Zollverein is een ronde van 35 km mogelijk, die vele soorten industrieel erfgoed aandoet. Toen mijnbouw en industrie bloeiden doorsneden talloze spoorwegen het Ruhrgebied, bijvoorbeeld voor het kolentransport van de mijnen naar cokesfabrieken en hoogovens. De lijnen die vanaf de Zollverein liepen zijn veranderd in fietspaden. Rondom klinkt nu een koor van vogels – merels fluiten zich er bovenuit – die zich verborgen houden in de groene omkaderingen van struiken en bomen; het is fietsen over zwart asfalt met groene wanden.

Voormalige spoorlijn werd fietspad.
De hemeltrap op de Rheinelbe.

Steenpuisten
Bij de steenkoolwinning kwamen massa’s waardeloze stenen mee omhoog. Die werden op een hoop gegooid, overal lagen die afvalbergen – Haldes – als zwarte puisten in een geschonden landschap met dampende schoorstenen en vervuilde rivieren. De Kohlenpott, de trotse bijnaam, leverde de brandstof en was met zijn industrie tegelijk de motor van het naoorlogse Wirtschaftswunder. En waar de welvaart steeds meer glans kreeg, versterkte de vervuiling het gitzwarte uiterlijk van Duitslands grootste industriegebied. Op de Halde van de Rheinelbe (voorbij knooppunt 49) herinnert de kale, zwarte top aan hoe het was, maar kijk je vanaf de Himmelstreppe – op vele Halden staat op de top een monumentaal kunstwerk – in het rond, dan zie je hoe het is: een zee van groen omspoelt de top. Hier zie je hoe het zwarte imago – dat nog altijd rondwaart – door de werkelijkheid is ingehaald. Tot die realiteit hoort dat de steenkoolwinning waaraan het Ruhrgebied zijn bestaan ontleende, met de sluiting van de laatste mijn in december 2018 definitief voltooid verleden tijd is.

Uitzicht vanaf Halde Rheinelbe.
Halde Rheinelbe, alleen bovenop nog een beetje zwart.

Wat verder, voorbij Knooppunt 45, ligt nog zo’n puist, de Pluto, en vanaf daar kijk je uit op de Halde Hoheward, een soort van superafvalstenenberg, afkomstig van meerdere mijnen. Op de top tekenen zich de bogen af van het Horizonobservatorium, waarmee de overgangen van de jaargetijden zijn te ervaren.

Tussendoor is de route van spoorbaan gewisseld, naar de Erzbahn, waarover vanaf het Rhein-Hernekanaal ertsen werden vervoerd naar de hoogovens in Gelsenkirchen en Bochum. Op de spoorsplitsing ligt de Erzbahnbude, een voor het Ruhrgebied kenmerkende kiosk, waar je drank, snoep, kranten en tabak kunt kopen. Vaak lijkt het hier een hangplek voor pensionado’s – bier of koffie drinkend naast hun elektrische fietsen.

De Erzbahnbude.
De Emscher met Der Ball, een gashouder als kunstwerk.

Emscher en Nordstern
Bij knooppunt 44 schakelt de route naar het pad langs een andere transportweg door het Ruhrgebied: het Rhein-Hernekanaal, gegraven in het dal van het riviertje de Emscher, dat er vlak naast stroomt. Als je die passeert ruik en zie je dat de vergroening z’n grenzen kent. Veel is er verbeterd in de zuivering van afvalwater, maar hier is de associatie met een open riool niet ver. In contrast daarmee staat de Graf Bismarckhaven, die van vervallen werkhaven van een steenkolenmijn veranderde in een mooie woonhaven met ruime terrassen en moderne nieuwbouw. En ook voormalige mijn de Nordstern is een voorbeeld van de geslaagde transformatie, want de zwarte velden van weleer werden bloemenakkers dankzij de Bundesgartenschau van 1997. Boven op het mijngebouw staat Hercules; hij heeft zijn ondergrondse werken volbracht en staat op het punt nieuwe uitdagingen tegemoet te gaan. Zal de oppergod hem laten vliegen?

De Nordstern.
Hercules op de Nordstern.

Opnieuw is er een verbouwde spoorlijn, met onderweg nog een blik op arbeiderskolonie Hegemannshof – tienduizenden trokken vanaf eind 19e eeuw naar het Ruhrgebied, er was een enorme behoefte aan woningen. Los van de steden werden overal en nergens, maar dichtbij mijn of fabriek ‘kolonies’ gebouwd; door dat ontbreken van stadsplanning zit er nog steeds een zekere rommeligheid in de ruimtelijke structuur van de Kohlenpott.

De Kokerei
Volg, terug op Zollverein de in Bauhausstijl omhulde transportbanden, die zich vanaf de mijngebouwen als de tentakels van een stramme spin vertakken. Hierover rolden de steenkolen rechtstreeks van de mijn naar de Kokerei, waar ze onder hoge druk en temperatuur ontgast werden tot cokes, brandstof voor de hoogovens. Geen betere plek om de route te beëindigen dan op het terras van Café Die Kokerei met uitzicht op de ovenpanelen, waaruit vroeger de snikhete cokes in een koelwagen tuimelden die ze naar de naar de blustoren reed, want zonder snelle koeling verteerden de cokes tot as. Nu ligt er in (weliswaar zeldzame) wintertijden een schaatsbaan, en in de zomer heb je vanaf het terras een unieke inkijk in een bijzonder stukje herbestemd industrieel erfgoed.

De Kokerei van Zollverien XII.

DE ROUTE

START EN FINISH Knooppunt 59 op Zollverein XII.
NAAR HET EERSTE KNOOPPUNT
Ga op Zollverein na de ingang links langs het schachtgebouw; op het plein van het Ruhrmuseum rechts langs het museum. Ga voor de onderdoorgang RA (bij blokken met groene vierkanten) en volg dit spoor naar Knooppunt 59.
Volg de knooppunten 59–60–49–48–46–45–44–63–90–61–60–59.
Zie ook:
thumbnail of 28 DE ROUTE
UITSTAPJES
Maak op een paar plekken een bijzonder uitstapje.
– Na knooppunt 49 kun je omhoog (en weer omlaag) naar de Himmelstreppe op de Halde Rheinelbe met uitzicht over het groene Ruhrgebied.
– Na knooppunt 45 kun je heen en weer naar Halde Pluto met zicht op Halde Hoheward.
– Ga bij knooppunt 90 naar de Nordstern en bekijk daar gebouwen en park. Fiets terug naar knooppunt 90.
– Rijd bij terugkomst door richting knooppunt 57 tot aan de Kokerei (400 meter) met café Die Kokerei.
HORECA
Zollverein XII (bij het Ruhrmuseum en bij de Kokerei), Erzbahnbude, Nordstern.
FIETSHUUR
Op Zollverein is een Revier-Rad-station. Fietshuur (ook elektrisch) vanaf €9 per dag.

MEER ZIEN?
Op het terrein van Zollverein kun je rondleidingen boeken, het Ruhrmuseum (geschiedenis mijnbouw en industrie) en het Designmuseum bezoeken.
Nabij: Landschaftspark Duisburg-Nord, dwalen over het terrein van een stilgelegde hoogoven. Aanrader!
Zie ook de site van het Ruhrgebied.
HOE KOM JE ER?
Met de auto: navigeer naar Fritz-Schupp-Allee, Essen. Vanaf Utrecht is het een kleine twee uur rijden (175 km)
Met openbaar vervoer: in Oberhausen overstappen op RegionalBahn 32 naar station Essen Zollverein Nord.
OVERNACHTEN
Hotel Friends Zeche Zollverein Essen, in strakmoderne mijnbouwstijl, op het terrein van Zollverein.

De liftschacht van Pluto, steeds meer in het groen.
De Bauhaus-architectuur van Zollverein XII

Racen en boemelen, treinen in Spanje

In tijden van vliegschaamte groeit treinreizen in populariteit. Maar hoe pakt dat uit? Bijvoorbeeld als je een rondreis met de hogesnelheidstrein naar en door Spanje wilt maken.

Hoge snelheid
Via de Treinreiswinkel kocht ik een Interrailkaart en maakte de bijbehorende reserveringen – klaar om te gaan, maar toen spoelde bij een hevige regenstorm de spoorlijn voorbij Montpellier weg; geen treinverkeer naar Spanje, reserveringen niets meer waard en op zoek naar een alternatief. Dat vond ik, alleen van het Hogesnelheidsidee bleef minder dan de helft over. Het begin bleef ongewijzigd, eerst met de Thalys naar Paris Nord, vervolgens wandelend door het hart van Parijs en verder vanaf Paris Montparnasse; met vaak 320 km per uur flitste de TGV zonder tussenstop naar Bordeaux (600 km in twee uur), vervolgens over ‘gewoon’ spoor door naar Toulouse en Carcassonne, de eerste stop.

Carcassonne, wijngaarden tot aan de stadsmuren.

Middeleeuwse panorama’s
Carcassonne promoot zich vooral met haar buitenkant, overal zie je de plaatjes met het zicht op de talloze torens en stadsmuren vanuit de wijngaarden. Uniek dat het zicht zo vrij is gebleven, niks geen verdringing door stadsuitbreidingen. Maar de miljoenen bezoekers gaan voor de binnenkant, om hutjemutje te slenteren door de straatjes van de middeleeuwse vestingstad. Zelfs begin november zijn er veel, terwijl ik als eenzame wandelaar de stad vanaf de buitenkant bekijk, vanuit de wijngaarden, steeds vanuit een ander perspectief, steeds met een ander panorama.

Voor de poort van Carcassonne.
De Spaanse R3 naar Barcelona.

Slow train
Na Carcassonne begon de aangepaste route, van fast naar slow train, dwars door de Pyreneeën. Eerst langs graansilo’s en bruine akkers die plaatsmaken voor weiden als de trein omhoogslingert; openheid gaat over in de beslotenheid van loofbossen, hoger en hoger, en ja, daar de eerste sneeuw, vanochtend vers gevallen. Dan, op bijna 1500 meter hoogte, duikt de trein de tunnel in onder de Col de Puymorens, en gaat dwars door de klimaatscheiding, want aan de andere kant is de regen verdwenen, breekt de zon door en ziet de vegetatie er vergeelder en dorrer uit, weg is die weelderige natuur van de Franse kant.
In Latour de Carol eindigt de trein en stap ik over op het Spaanse breedspoor, de R3, die tot in het centrum van Barcelona rijdt. Maar eerst door de bergen – over een richeltje in een nauw dal daalt de trein geplakt tegen de wand, langs bossen spetterend in de zon, langs weitjes met koeien. Eindeloos duurt de fantastische ravijnenafdaling, ja, dit zijn de Spaanse Pyreneeën, met hun grillige uitgestrekte canyons, waar geen wandelpad is te zien, waar niemand lijkt te wonen. In Vic stap ik uit, zo’n 300 km verder na een reis van ruim zeven uur.

Muurschildering in Vic.
‘Wij willen je naar huis’, op het Plaza Mayor van Vic.

Slow city vol onrust
Vic prijst zichzelf aan als slow city, en ja het ligt aan een langzame spoorlijn, maar de stad zelf toont veel onrust, want overal hangen de portretten van veroordeelde Catalaanse politici – ‘wij willen je naar huis’ –, de gele lintjes als symbool voor de onafhankelijkheid, en nergens een tegengeluid. Maar toen was er dat sprankelende café aan het Plaza Mayor, met op de tv Real Madrid-Galatasaray op volle sterkte, de grote vijand zou je zeggen, maar als Madrid scoort klinkt ingetogen gejuich, handgeklap. Ha, dat relativeert.

De kathedraal van Zaragoza.

AVE naar Zaragoza
In Barcelona ga ik verder met de AVE, met 300 km per uur door het kurkdroge land rond de Ebro, schaars begroeide heuvels flitsen voorbij, een irrigatiekanaal verraadt waarom toch akkerbouw mogelijk is. Hoofdstad van dit droge Aragon is Zaragoza, stad aan de Ebro, een naam van Moorse oorsprong, met een kanjer van een kathedraal aan een langgerekt plein en een charmante binnenstad met keus uit honderden tapasbarretjes. Een ontspannen stad, met prachtige pasteleria’s, op en top Spaans.

Een pasteleria in Zaragoza.

In Zaragoza woont de helft van de bevolking van Aragon. Die andere helft vind je niet terug in de uitgestrekte velden, roodkleurige akkers, herfstige wijngaarden, kale bergtopjes en verweerde rode zandsteenhellingen waar de trein de volgende dag doorheen tuft. Zo leeg, zo weerbarstig, in St Eulalia del Campo (ooit van gehoord?), stappen twee jonge vrouwen uit – bijzonder om verbonden te zijn met zo’n plek aan de rand van nergens.
Op zeker moment komen mediterrane invloeden in beeld, eerst de amandelen en olijven dan de citroenen en sinaasappels, Valencia komt steeds dichterbij. Na vijf uur treinen, tegen zo’n 60 km per uur, zijn we er.

Valencia, Plaça de l’Ajuntament.
Valencia, octopus en levende paling in de markthal.

Valencia
Sjonge, was Zaragoza vrij van enige toeristische druk, in Valencia zit je midden in de wereld van het globale toerisme, geen betere bevestiging dan de drie Amerikaanse meiden die haast zonder tussenstop de Oh my Gods over tafel tetteren. Maar dat er hier duizenden komen is zo logisch, want neem alleen al die vroeg 20e-eeuwse eclectische bebouwing rond de Plaça de l’Ajuntament, wat een uitbundigheid. En dan is er die geweldige City of Arts en Science, met onder andere een gebouw in de vorm van een witte walvis, inclusief balijnen, gestrand in het Turiapark, dat ooit een rivierbedding was, nu een park, als een groene huid rond de binnenstad van Valencia. Bijkomen aan het strand of in El Carmen, waar je wat meer tussen de Valencianen zit. Of nog beter: de Eixample, gebouwd na 1900 met veel elegantie, vooral die straathoeken waar palmen tot de hoogste verdiepingen meegroeien.

De walvis van Valencia.
In het Turiapark.

Cuenca
Verder, nu met de AVE die in minder dan een uur de 200 kilometer naar Cuenca overbrugt. In versneld tempo schieten de landschappen van twee dagen daarvoor voorbij, maar met een twist, dankzij eindeloze sinaasappelplantages en druivenvelden, en tot slot de overgang naar dennenbossen in het hogere land. De oude binnenstad van Cuenca ligt majestueus boven twee rivierravijnen, huizen hangen erboven. Hier wandel je met steeds wisselend perspectief op de oude stad, naar beneden vanaf de Cerro de San Cristóbal – een hooggelegen  uitzichtpunt – of  vanuit het ravijn omhoog naar de gelige zandsteenrotsen waaruit de historische huizen van Cuenca omhoog lijken te groeien.

De hangende huizen van Cuenca.
Het ravijn van Cuenca.

De reis eindigt met hoge snelheid, eerst met de AVE over de lege hoogvlakte, vlakken bruine aarde wisselen met kleine bossen, en zoef daar schiet de trein alweer door een tunnel, op weg naar Madrid.

Je kunt kiezen voor de trein wegens vliegschaamte, maar het spoorreizen zelf is net zo’n goede reden. Wat is nou prettiger dan reizen als onderdeel van het landschap dat voorbijschiet als een versnelde film, of juist in slow motion. Natuurlijk, meestal is het vliegtuig sneller, maar zijn die extra uren vervelend, als je comfortabel zit, wandelt naar de bar, het landschap observeert, een boekje leest?  En zie de snelheidsmeter: hij tikt de 320 km aan.

De AVE, Alta Velocidad Española, Spaanse hoge snelheid.
In de Eixample van Valencia.

Informatie
De Treinreiswinkel biedt alle informatie, van georganiseerde treinreizen tot losse treinkaartjes. Ook biedt de site een internationale treinreisplanner.
Mijn reis duurde negen dagen, met overnachtingen in Carcassonne, Vic, Zaragoza, Valencia en Cuenca. Vanuit Madrid nam ik het vliegtuig terug vanwege de verstoringen in Zuid-Frankrijk.

King’s Cross, gashouders en pakhuizen in nieuwe jas

Vlak voor Londen duikt de Eurostar de tunnel in en komt er pas vlak voor aankomst weer uit, net op tijd om links de grootse gashouders te zien, hét symbool van de vernieuwingen rond het eindstation van de Eurostar, St. Pancras International. Dat station zelf mag er ook zijn, die hal met al die ranke bogen. Vanaf hier kun je verder Londen in, maar wacht, neem de tijd en verken de omgeving van St. Pancras en King’s Cross, waar de erfenis van sporen, pakhuizen en fabrieken is getransformeerd tot een veelzijdige mix van wonen, werken, winkelen, studeren en uitgaan in gerevitaliseerde Victoriaanse en bijzondere neusje-van-de-zalmgebouwen.

Eurostars in St. Pancras International.

Goederenhub
De stations Sint Pancras en King’s Cross stammen uit het midden van de 19e eeuw. Ze werden dé goederenhub van Londen – een perfecte plek, want gelegen aan de rand van het Londen van 1850 kon je snel de stad in en uit, bovendien was er een directe verbinding met het water via het Regent’s Canal. Het complex ging in de loop van de 20e eeuw ten onder, maar werd herontdekt als ideale plek voor wilde feesten. En toen kwam het grote geld, en volgde een opknapbeurt van jewelste; wandel mee door een van Londens grootste stadsvernieuwingsgebieden.

Het Great Northern Hotel, voor wie arriveerde op King’s Cross..

Facelift en groundscraper
Eerst kregen de beide stations een facelift, zie de binnen- en buitenzijde van het wat barokke St. Pancras 1; King’s Cross 2 kreeg een ovaalvormige uitbouw met prachtig lichtspel onder het plafond. Hier vertrekken de reizigers naar het noorden (Edinburgh, Newcastle, York) en springt Harry Potter op perron 9¾ op de trein. Er zijn nog veel meer bestemmingen – King’s Cross, St. Pancras en het nabijgelegen Euston hebben samen de beste verbindingen van Londen, van locaal tot internationaal.

Boven de lichthal van King’s Cross, onder St. Pancras.

Tussen beide stations staat het German Gymnasium 3; het was in 1865 een bijzonderheid, een hal waar je kon sporten – een fitnesscentrum avant la lettre. Nu kun je er eten. Daar voorbij is de boel flink opgeschud; nieuwe kantoorgebouwen 4 namen de plek in van arbeiderswoningen en van de Pancras Gasworks. Er wordt nog volop gebouwd aan het nieuwe kantoor van Google 5 – dit giga-gebouw zal in z’n uitgestrektheid meer meters tellen dan de Shard, de hoogste Londense wolkenkrabber; de ‘groundscraper’ krijgt op het dak een klein stadspark voor de werknemers – een echte kantoortuin.

St. Pancras Square, waar eerst de gasfabriek was.
Regent’s Canal met erachter (vanaf rechts) Granary, Coal Drops en Gasholders.

Canal, coal and Granary
Toen het Regent’s Canal 6 in 1820 klaar was lag het dichtbij de noordelijke rand van toenmalig Londen. Het verbond de Thames met het Grand Union Canal, de toegang tot de Engelse Midlands, tot voorbij Birmingham. Het kanaal en de ligging aan de stadsrand waren een paar decennia later de ideale voorwaarden voor de bouw van stations en overlaadplekken van goederen. Vanaf de brug kijk je uit op het grootste pakhuis, de Granary, waar nu de University of the Arts, Central St. Martins, huist 7. In de ruime hal – voor iedereen toegankelijk – suizen de tafeltennisballetjes in versterkte akoestiek over de tafels. Altijd zijn ze hier aan het spelen.

Tafeltennis in de Granary, waterballet ervoor.

Aan de zijkant, tegenover supermarkt Waitrose, zie je de oude gietijzeren staanders uit de tijd dat de Granary in 1852 z’n eerste leven begon als pakhuis- en overlaadstation – de oude rails laten zien hoe de treinen voor de deur stopten. Daarnaast liggen de Coal Drops 8, letterlijke naam, want wagonladingen vol steenkool uit de Britse mijnen reden op de eerste verdieping binnen en dropten hun lading in de lager gelegen opslag. Later maakte steenkool hier plaats voor goederenoverslag, en na een lange tijd van leegstand werd het in de jaren ‘80 een toonaangevende feestlocatie. Eind 2018 zijn de Drops heropend met behoud van hun karakteristieke gebogen vorm en dubbele verdiepingen. In de Victoriaanse, bakstenen bogen zitten vooral modewinkels van luxe merken – van smerige steenkool via partydrugs naar high fashion.

De Gasholders met het sluisje in Regent’s Canal, eronder een detail.

Gasholders
Spectaculair zijn de Gasholders 9. Gebouwd tussen 1860 en 1880 stonden ze oorspronkelijk aan de overkant (bij nummer 4); daar kwam de steenkool aan en het daaruit gewonnen gas kon direct de aangrenzende stad in. Werkeloos geworden werden ze weggehaald, en na uitgebreide restauratie kregen er vier een nieuwe plek. In de drie gashouders die als een Siamese drieling met elkaar zijn vervlochten, kwamen luxe, superdure appartementen. Voor iedereen toegankelijk is de vierde gashouder; binnen de staanders ligt een openbaar parkje. Loop je daar langs dan kom je vanzelf langs het sluisje in het Regent’s Canal, en kun je terug over het voetpad langs het kanaal – met zicht op de bootjes – of bovenlangs, met zicht op de Coal Drops. In beide gevallen passeer je het gebogen Coal Office 10, waar de administratie van eerst de steenkool- en later van alle goederenoverslag was gevestigd. Nu is designer Tom Ford erin getrokken met een ‘flagship store’, showroom en restaurant. Het is een laatste illustratie van de transformatie van King’s Cross – te mooi om aan voorbij te gaan, als je met de trein aankomt (of vertrekt) op St. Pancras International.

Boven de Coal Office, eronder Regent’s Canal.

Meer vernieuwing?
Nog een extra rondje? Voorbij het sluisje in het Regent’s Canal kun je het water over en onder het spoor doorsteken naar de Sint Pancras Gardens, naar een kennismaking met de naamgever van het station, de eeuwenoude Saint Pancras kerk 11. Daar voorbij is ook een enorme stadsvernieuwing te zien, het Francis Crickinstituut 12 uit 2016. Dit is het grootste biomedische onderzoeksinstituut in Europa, vernoemd naar een van de ontdekkers  van de structuur van DNA. Daaraan grenzend ligt de uitgestrekte British Library 13 – sinds 1998 ‘woont’ hier het geheugen van het Verenigd Koninkrijk (150 miljoen documenten). De vernieuwing zet zich voort aan de andere kant van Kings’ Cross, via de sluip-door-kruip-door gangetjes en pleintjes van Caledonia Street en Railway Street 14. Hier zaten vervuilende fabriekjes (een naam als Varnishers Yard herinnert aan vernis- en verfproductie). Rond 2000 was de wirwar van steegjes verloederd, met veel drugsproblematiek en prostitutie; na renovatie is het in al z’n kleinschaligheid een stadsoase met horeca, appartementen en kantoren. Via de brug met mooie, gestileerde reliëfs 15 ga je nog een keer over Regent’s Canal en volg je het jaagpad terug naar King’s Cross.

Bar Peplto in een hofje waar ooit een verffabriekje was.
Kanaalbeelden verwerkt in de brugleuning over Regent’s Canal.

Informatie
De korte route (1 t/m 10; ongeveer 2,5 km) kun je in een uur doen, voor de lange route (ongeveer 3 km extra, 11 t/m 15) heb je een uur extra nodig.
Zie ook de King’s Cross Walking Tour met nog meer gebouwen, winkel- en restauranttips.
Dagelijks vertrekken twee rechtstreekse Eurostars naar Rotterdam en Amsterdam; vanuit Nederland moet je voorlopig nog in Brussel-Zuid overstappen. Zie ns-international of treinreiswinkel.nl.
Klik hier voor een print van de kaart en de bezienswaardigheden rond King’s Cross en St. Pancras International.

thumbnail of King’s Cross_kaart_PDF

 

Boekhandel Word on Water (Regent’s Canal).
Regent’s Canal; op de achtergrond de Eurostarlijn en de Gasholders.

Ruimte voor de Rivier

Deze winter is het regelmatig hoogwater in de grote rivieren. In Deventer had de IJssel alle ruimte tussen de dijken nodig. Een machtige rivier, hier bij de Ossenwaard – hoe eenzaam dat hekje in de uiterwaard, overrompeld door het water. Rijkswaterstaat jubelde over de soepele waterafvoer, want nog maar recent waren de projecten van Ruimte voor de Rivier afgerond. Het werkte: de bescherming bij hoog water is verbeterd door verlaging van waterstanden en een snellere waterafvoer.

Deventer, stadsplantsoen Worp per kano.

Water en ruimte
Ruimte voor de Rivier, uitgevoerd in het stroomgebied van Rijn, Waal en IJssel (de Maas heeft een eigen programma), gaat van het afgraven en verdiepen van uiterwaarden tot het verleggen van dijken om de rivier meer ruimte te bieden. Soms zijn het reusachtige projecten, zoals de ‘ontpoldering’ van de Noordwaard bij de Biesbosch – de dijken zijn grotendeels verdwenen zodat de rivier bij hoge waterstanden alle ruimte krijgt om het water dwars door de polder snel af te voeren. Soms zijn het kleine ingrepen, zoals bij de kribben in de Waal. Deze strekdammetjes, haaks op de rivier, helpen om de rivierbedding in het gareel te houden. Door ze te verlagen verminder je bij hoge rivierstanden de weerstand en kan het water er ongehinderd langs stromen.

Trein over de IJsselbrug bij Deventer.

Ruimte voor de Rivier vanuit de trein
Wil je Ruimte voor de Rivier in werking zien: pak de trein en maak het rondje Utrecht–Deventer–Nijmegen–Den Bosch–Utrecht: liefst acht keer passeer je een van de grote vier (en nog wat kleine rivieren).
Net na Utrecht CS kijk je uit over de Vecht (ooit een van de hoofdstromen van de Rijn) met op de achtergrond de Dom, in Amersfoort gevolgd door de mooie Waterpoort over de Eem met daarachter de Sint Jan. Vlak voor Deventer is er het ruime zicht over de IJssel met de uiterwaarden waarin nieuwe geulen zijn gegraven – naast hun functie voor de waterafvoer zijn het rijke natuurgebiedjes en dienen ze de recreatie: aan de noordkant kreeg Deventer er een stadsstrand bij.

De IJssel en Deventer.

Na de IJsseloversteek bij Zutphen volgt het spoor de Veluwerand en nu en dan komt aan de linkerkant de IJssel in beeld. Voorbij station Arnhem volgt de Rijnpassage; links ligt de Meinerswijk – ook Ruimte voor de Rivier met nieuwe geulen en verlaagde zomerkaden. Hier ligt een zogenaamde groene rivier: in tijden van laagwater grotendeels droogstaand, maar bij hoogwater is het een vrije stroombaan, niet gehinderd door enig obstakel.
Dan komt het pièce de resistance: de Spiegelwaal bij Lent. Hier heeft een tweede rivierbedding de waterveiligheid vergroot en Nijmegen een hoog gewaardeerd rivierpark geleverd.

Waal en Spiegelwaal
De kaart uit 2000 laat de scherpe, nauwe bocht in de Waal zien. Het is een flessenhals waar de afvoer bij hoge waterstand stokt. Aan de Lentse kant is weinig ruimte; de dijk 1 ligt pal aan de rivier.

De Waal in 2000.
Waal en Spiegelwaal in 2018.

Op de kaart van 2018 heeft de Waal een tweede bedding gekregen; bij de drempel 2 stroomt het water de Spiegelwaal 3 in. De oude dijk 1 is grotendeels afgegraven en 350 meter landinwaarts 4 verplaatst. De nieuwe geul maakte van het dijkdorpje 1 een langgerekt riviereiland. De Waalbrug 5 kreeg een verlenging en nieuwe bruggen 6, 7 zorgen er samen met de Snelbinder 8 (een fiets- en voetgangersbrug die aan de spoorbrug werd vastgeklonken) voor dat het eiland gemakkelijk te voet of te fiets te bereiken is. Er is een prachtig rivierpark ontstaan; op warme dagen is het een groot strandfeest op de oevers van de Spiegelwaal en bij hoog water kijk je vanaf de bruggen uit over een machtige rivier.

Het uitgraven van de Spiegelwaal was een enorm karwei (foto uit 2015).

Ondertussen bouwt Nijmegen op de noordoever nieuwe woonwijken. Door deze Waalsprong zal rond 2025 meer dan een vijfde van de Nijmegenaren aan de noordkant wonen. Een nieuwe brug, De Oversteek 9, verbetert de verbindingen. Het perspectief van Nijmegen verschuift, want de rivier stroomt niet meer langs, maar steeds meer dwars door de stad. Nijmegen omarmt de Waal, niet alleen de rivier zelf – ook het mooie, nieuwe rivierpark.

Het werkt: water stroomt over de drempel in de Spiegelwaal; rechts de Waal.

Maas–Waal–Rijn
Verder rijdt de trein, passeert de Maas bij Ravenstein en opnieuw voorbij Den Bosch; staat het water hoog dan is er vanaf de Waalbrug bij Zaltbommel een eindeloze watervlakte te zien. Dan volgt in een flits de Linge en tot slot de Rijn, oftewel de Lek, met opnieuw een prachtig panorama. Nog eens bewijzend dat Ruimte voor de Rivier naast verbetering van de veiligheid leidde tot verfraaiing van de rivierlandschappen, zodat brede rivieren als altijd traag door oneindig laagland blijven gaan.

De Waal, watersnelweg van Nederland, vanaf de spoorbrug in Nijmegen.

TREIN
Drie treinen zijn er nodig om de rondreis te maken. Eerst Utrecht CS – Deventer (ga rechts zitten voor het mooiste zicht); dan Deventer – Den Bosch (links het mooiste zicht) en ten slotte Den Bosch – Utrecht (rechts). Non-stop een rit van drie uur en 10 minuten, maar goed voor een dagtrip als je uitstapt voor een wandeling langs de Deventer IJssel en/of de Nijmeegse Spiegelwaal.

WANDELEN
De wandelroute in Deventer heeft een lengte van vier kilometer en gaat vanaf het station via knooppunten van het Sallandse wandelnetwerk over de IJsselbrug (daar kun je afdalen naar de uiterwaarden), door park Worp en dan met de veerboot naar de overkant. Vervolgens via de historische binnenstad naar het station. Je kunt ook zelf een route uitzetten.

In Nijmegen wandel je vanaf het station in ruim een kwartier naar de brug (de Snelbinder) over de Waal (zie de routebeschrijving). Van daar kun je verder door het rivierpark rond de Spiegelwaal. Het rondje op de kaart is bijna acht kilometer.

Hoog water in de Waal, met de toren van Zaltbommel en de bruggen over A2 en spoor.

HOOG WATER
Als je wilt weten welk waterpeil je kunt verwachten, kijk dan op de waterpeilenkaart van Rijkswaterstaat.

 

Frankfurt am Main, meer dan ‘Mainhattan’

Niets is kenmerkender voor de financiële hoofdstad van het Europese vasteland dan een foto met de wolkenkrabbers vanaf een van de bruggen over de Main. Dat skylinepanorama wordt steeds mooier naarmate je verder weg gaat, want dan trekken de afzonderlijke gebouwen samen, vormen een eenheid aan de horizon, oftewel: het beeldmerk ‘Mainhattan’. In Frankfurt am Main staan de meeste ‘Hochhäuser’ van Duitsland; banken en andere financiële instellingen zijn verzameld aan de westkant van de binnenstad, rond de randen van de verdwenen middeleeuwse omwalling. De hoogbouw  overtreft de oude kerktorens – al zijn ze met hun vijven, magertjes steken ze af tegen de kathedralen van het geld: duidelijk wie hier de oppergod is.

Economie en cultuur raken elkaar: bank UBS en de Alte Oper.

Frankfurt is vanouds een stad waar economie en cultuur met elkaar verstrengeld zijn. Al sinds de middeleeuwen groeien markten en beurzen, waarbij cultuur vaak aanjager is voor handel. Hier werd de boekdrukkunst uitgevonden, nog altijd heeft de Mainstad de grootste boekenbeurs ter wereld. Hier groeide de grote Goethe op – zinnebeeld van verfijnde Duitse cultuur, achter zijn standbeeld (nr 5 op de kaart) rijzen de kantoorkrabbers van de Deutsche Bank en de Commerzbank op.

Stadsdelen in het centrum van Frankfurt.

Meer dan een bankenstad
In de structuur van de binnenstad toont zich de veelzijdigheid, je wandelt er zo van de ene naar de andere sfeer. Daal af uit de Maintower (2) – voor spectaculair uitzicht – en wandel binnen vijf minuten van kantoor naar cultuur op de Opernplatz (3). Door naar restaurantstraat Fressgass (4), die bij de Hauptwache (7) overgaat in de brede winkelstraat Zeil (9) en loop vervolgens via een jaren-vijftig-wederopbouw-stadsdeel naar de Altstadt met de Römerberg (10) (vakwerkhuizen rondom een ruim, licht hellend plein) en de middeleeuwse Dom (11). Steek via de Eiserner Steg (12) de Main over naar de Museumsufer en verdwaal in de wereld van kunst en cultuur.

Zicht vanaf de Maintower. Op de voorgrond de Paulskirche en dan de Dom; tussen Paulskirche en Main vakwerkhuizen op de Römerberg; op de achtergrond de Europese Centrale Bank.
Alles dicht bij elkaar: de oude Hauptwache en moderne hoogbouw, daartussen al dan niet gerenoveerde wederopbouw.

Altstadt en wederopbouw
Na de oorlog lag de binnenstad in puin; op de Römerberg is de Alstadt in oude glorie gerestaureerd, en men gaat verder, want tussen Dom en Berg wordt een stadswijk in historische stijl gebouwd, soms zijn het moderne varianten van oude koopmanshuizen, andere blijven dichtbij hun oorspronkelijke aanzien.

Het wapen van Frankfurt voor de gevel van het stadhuis op de Römerberg.
Gezellige terrassen in wederopbouwwijk.

Van de oude Altstadt is een klein deel herbouwd, vaker viel door geld- en tijdgebrek de keus op simpele en snelle wederopbouw, die weinig ruimte liet voor creativiteit: functioneel, maar doodsaai en oerlelijk. Maar toch, maar toch, hier en daar verwerft die wederopbouw na al die jaren een zekere schoonheid, alsof de tand des tijds de scherpe kantjes eraf heeft geslepen, terwijl tegelijk wat ‘sterrenstof’ is toegevoegd, bijvoorbeeld rond café Karin, waar smaakvolle terrassen – met vintage jaren vijftig stoeltjes – de trottoirs vullen en zonnestralen blijven haken aan de blaadjes van bomen die de kale architectuur een krans van gezelligheid geven. Ook de Kleinmarkthalle (16) en omgeving hebben zo’n weerbarstige schoonheid. Sinds een aantal jaren is de markthal zelfs een stedelijk monument – het besef dringt door dat sommige wederopbouwclusters het waard zijn te bewaren en zo te voorkomen dat alles in de hoogte schiet of volgens het vooroorlogse stadsbeeld ‘authentiek’ wordt herbouwd.

Functionele wederopbouw met opsmuk.
Het herbouwde stadspaleis Thurn und Taxis vormt samen met Nextower een geheel.

De hoogte in
Jarenlang concentreerde de hoogbouw zich in het westen van de stad. Niet zo verwonderlijk, want dichtbij zijn de Beurs (6) en de Frankfurter Messe (19). Inmiddels marcheren de Wolkenkratzer de binnenstad in. Opvallend is de combi van het herbouwde stadspaleis Thurn und Taxis (8) en de omringende hoogbouw van de Nextower – hier komen de twee wegen die stadsplanners bewandelen samen: enerzijds reconstructies van het vooroorlogse Frankfurt en anderzijds spraakmakende Hochhäuser. Tegelijk omsingelt nieuwe hoogbouw de Alstadt van de oostkant; als een reus verheft zich het nieuwe hoofdkantoor van de Europese Centrale Bank (14).

De Europese Centrale Bank.

Cultuur
Frankfurt heeft als financiële hoofdstad van de euro zo’n gewicht dat de ruimte voor cultuur groot is. Toporkesten en gerenommeerde muzikanten treden op in de schaduw van de financiële ‘Hochhauser’: de strakke torens van de Opern Turm kijken neer op de zuilen van de oude opera. Prachtige musea kent de stad, in de binnenstad staat bijvoorbeeld het nieuwe Museum Moderne Kunst (17); het merendeel (Städel, Liebighaus) is verzameld op de Museumsufer, door de rivier gescheiden van de financiële wereld.

Meer dan ‘Mainhattan’
In Frankfurt is de hoogbouw beeldbepalend, want waar je ook bent – in het Westend tussen de stadsvilla’s, in het stadspark dat als een snoer rond de binnenstad ligt, in de Altstadt, in de wederopbouw of op de Museumsufer – steeds piepen tussen villa’s, kerken, bomen en musea de Wolkenkratzer op. Toch is die hoogbouw niet allesbepalend, daarvoor hebben al die dichtbij elkaar gelegen stadsdelen te veel een eigen karakter. Frankfurt is meer dan zijn beeldmerk ‘Mainhattan’.

Straatcultuur.

WANDELEN
Op de kaart staan drie routes; het eerste stukje (1 km) is een aanlooproute vanaf het station, en laat de rafelkant van de binnenstad zien. Hier opereert het ‘Rotlichtgebiet’ (1) in de schaduw van de wolkenkrabbers.

De hoofdroute (6 km) is overgenomen uit een folder van de Frankfurter VVV, te verkrijgen in het stationskantoor of in het kantoor op de Römerberg.
De derde route (5 km) heeft de Europese Centrale Bank (14) als doel, maar geeft ook prachtige panorama’s over Main en hoogbouw, komt langs een stadsvernieuwingsgebied aan de oevers van de Main en gaat via dierentuin (15), groene omwalling en Kleinmarkthalle (16) terug naar de Altstadt.

De Messeturm vanuit Westend.

Nog een tip: ga vanaf de Opernplatz (of met de metro naar halte Westend) naar de Palmengarten (18, botanische tuin) en wandel door de wijk Westend in de richting van het centrum – het is een groene villawijk, met doorkijkjes op wolkenkrabbers die steeds dichterbij komen. Zie de kaart op Google Maps.

En hier kun je niet omheen: het euromonument (nr 13 op de kaart).

En verder ..
Op de kaart staan – uit eigen ervaring – een paar sfeervolle ontbijt- en lunchgelegenheden. Daar moet er nog een aan worden toegevoegd, en wel het restaurant aan de voet van de ECB (bijzondere noot: het beste betaal je er, zoals, overal in Frankfurt, met ‘Bargeld’, want zelfs onder de eurobank wekt een bankpas fronzende wenkbrauwen).

Restaurant Oosten aan de voet van de ECB, met in de verte ‘Manhattan’.

Londen, de vernieuwde Docklands

Op de foto staan de torens van Canary Wharf, gezien vanaf het Greenland Dock; het is een van de fraaie plekken op een fascinerende fietstocht door de voormalige en grotendeels heringerichte Docklands in het oosten van Londen. De route langs de oevers van Thames laat zien hoe de draaischijf van een wereldrijk – de havenbekkens waren stapelplaats van goederen uit elke uithoek van de Britse koloniën – in de loop van de 20e eeuw vastliep en opnieuw werd ingericht voor een volgende ronde globalisering met wolkenkrabbers van waaruit multinationals als banken en verzekeringsmaatschappijen wereldwijd hun hoogwaardige diensten verlenen.

Fietsen in de Docklands (de cijfers zie je terug in de tekst).

De City
Tot ver in de 20e eeuw voeren zeeschepen ver de Thames op om hun goederen te lossen bij een van de werven of insteekhavens langs de rivier. Gabriel’s Wharf [1] was er zo een, nu kijk je er uit op de skyline van de City. Hier pik je de bewegwijzerde fietsroute 4 op, die je naar de Tower Bridge [2] brengt, aan de rand van de Docklands.
Direct voorbij die iconische brug kun je naar links, even van de route af voor een blik op Butler’s Wharf [3], een serie pakhuizen gebouwd rond 1870, die uitgroeide tot de grootste theestapelplaats in de wereld. Nu, na herontwikkeling, flaneren er toeristen, doen restaurants en winkels er goede zaken en zijn er luxe appartementen. Ook in de omgeving kregen verlaten pakhuizen nieuwe bestemmingen. Zo heb je vanaf de brug op Jamaica Road zicht op de monding van het riviertje Neckinger in de Thames. Bij eb ligt het er vrijwel droog – de Thames is duidelijk een getijdenrivier. De appartementen van St. Saviour’s Docks kijken dan uit over een modderige vlakte – apart, eb en vloed, middenin de stad.

Op King’s Stairs zie je vanaf links: de Shard, Tower Bridge, Walkietalkie, Kaasrasp en Augurk.

King’s Stairs
Vanaf de King’s Stairs [4] zijn er panorama’s over de City. Aan de overkant van de rivier liggen tot woningen verbouwde pakhuizen; een oude, rode hijskraan, vastgeplakt aan de gevel houdt er de herinnering levend aan de verdwenen goederenoverslag. Dan hobbel je ineens over de cobble stones van een oud dorp, langs een begraafplaatsje dat hoort bij de kerk van Saint Mary. Verrassing, ook dit is wereldstad Londen: Rotherhithe, een oud dorpje aan de oever van de Thames, waaromheen de docks, de werven en pakhuizen groeiden.

Surrey Commercial Docks
Verder gaat het door wijken met nieuwe woningen, afgewisseld door ruime parken – wat een rust in wereldstad Londen. Met hun hoekigheid verwijzen de groene ruimtes naar het verleden, toen ze havenbekkens waren met kranen, werven en pakhuizen rondom. Hier opereerden tot 1970 de Surrey Commercial Docks [5], waar goederen uit Noord-Europa en Canada werden verhandeld. Na de sluiting zijn vele bekkens gedempt en heringericht tot woonwijk of park. In het Russia Dock Woodland is het havenbekken nog te herkennen aan de oude kade met afmeerboeien en de rails waarover de havenkranen reden. Dan, een restant: het Greenland Dock [6], nu een jachthaven. Aan de kade is het uitzicht op de andere oever weergaloos, want daar rijst Canary Wharf [9] op met als kroonstuk de kolos van One Canada Square met zijn piramidevormige dak (zie de foto boven).

Een klein kanaal herinnert aan een van de havenbekkens van de Surrey Commercial Docks.
Nederlandse scheepjes in de docks; op de achtergrond Canary Wharf.

Canary Wharf
Naar de noordoever leidt de Greenwich Foot Tunnel [7], in 1902 onder de Thames aangelegd om havenarbeiders een snellere toegang te geven tot  het Isle of Dogs [8]. Daar begon begin 19e eeuw de revolutie in het havenbedrijf. Tot dan losten schepen hun waar bij de talloze werven en aanlegsteigers langs de Thames; het was een warboel van schepen, veel te vol en veel te druk. Nieuwe, van zee afgesloten havenbekkens, met daaraan gekoppeld opslag- en verwerkingsmogelijkheden boden oplossing. In 1802 openden de West Indian Docks, ingericht voor de handel op de West-Indies: suiker en rum kwamen hier aan. De docks maakten deel uit van de vermaledijde driehoekshandel: vanuit Afrika gingen slaventransporten naar de Caraïben en Latijns Amerika, suiker en rum werden vervolgens geladen voor Engeland en vanuit Londen vonden textielproducten en rum hun weg naar Afrika – het was globalisering avant la lettre.

In 1980 sloten de laatste docks – door grotere zeeschepen en de opkomst van de container waren ze te klein en te inefficiënt geworden. Verval sloeg toe en pas na jaren kwam herontwikkeling van de grond. Inmiddels is Canary Wharf [9] met zijn kantoorkolossen uitgegroeid tot een tweede City van Londen, en net als vroeger is het opnieuw een brandpunt van globalisering, alleen zijn de goederen vervangen door diensten, die wereldwijd worden verleend.

Uitzicht op de Thames en Canary Wharf.
Kanaalboten in Limehouse Basin; rondom zijn dure appartementen gebouwd.

De noordoever
Op de terugweg zijn er weer veel panorama’s – Canary Wharf blijft een lust voor het oog – en kom je langs oude havenbekkens, zoals het Limehouse Basin [10] met dure appartementen. In het water liggen van die typisch Engels kanaalboten; hier is de toegang tot Regent’s Canal en daarmee tot de kanalen van het achterland, waarover de goederen tot in Birmingham en Manchester werden vervoerd. Verderop ligt het kale door sociale woningbouw omgeven Shadwell Basin [11], dan fiets je kruip-door-sluip-door via Tobacco Dock [12] (hier, vlakbij de City kwamen dure producten aan als tabak en port) naar St. Katherine Docks [13]. Einde van een ontdekkingstocht door een stadsdeel waar diep van binnen nog de geest van de oude havens rondwaart, maar dat in uiterlijk aansluit bij de moderne tijd.

Informatie
De route is 25 km lang en gaat vooral over rustige wegen en fietspaden; de markering is goed, al moet je oppassen geen bordjes te missen. Volg eerst route 4; na de Thamestunnel route 1; route 1 kruist op de Three Colt Street met route 13; ga linksaf om route 13 richting Tower Bridge te vervolgen.
Verbinding route 13 naar route 4: ga voor de Tower Bridge rechtsaf en draai naar links om over de brug te gaan. Na de brug bij de eerste verkeerslichten rechtsaf. Hier ben je weer op route 4, die naar Gabriel’s Wharf gaat.
De route is precies te bekijken op Sustrans, de site van de Engelse langsafstand fietsroutes. Ook staat ie op Google Maps.
Fietshuur is mogelijk bij On Your Bike, nabij London Bridge, en gelegen aan route 4; op de kaart tussen de routepunten 1 en 2; kosten £ 20 per dag. Dit is ook een goede, alternatieve startplek (het eerste stuk vanaf Gabriel’s Wharf sla je dan over). Ook kun je een fiets huren via Santander Cycles.

Uitbreiding: City Airport en Trinity Buoy Wharf
Bij de kruising van route 1 en 13 is via route 13 een heen-en-weer van totaal 12 km mogelijk naar andere Docklandsontwikkelingen: London City Island [14], Royal Victoria Dock [16] met congrescentrum ExCel, en Royal Albert Dock [17] met City Airport – waar eens de schepen aanmeerden landen nu de vliegtuigen uit alle Europese windstreken. Wie een laatste stukje rafelrand wil meemaken slaat af naar de Trinity Buoy Wharf [15], een verzameling oude bedrijfsgebouwen, waar kunstenaars en alternatieve designers werken, met fantastisch zicht op Canary Wharf [9] en concertzaal O2 en de kabelbaan over de Thames [18].

De kabelbaan over de Thames, gezien vanaf Trinity Buoy Wharf.

Meer lezen?
In een eerdere blog lees je meer over de transformatie van de Surrey Docks, inclusief een wandelroute.

Surrey Docks, Londen

Op de foto staat de Lavender Pond, een lieflijke vijver, een mooi natuurgebiedje in de Surrey Docks. Tot ver in de 20e eeuw lag hier het Lavender Dock, een opslaghaven voor dikke boomstammen, uit noordelijke landen aangevoerd. Het was een onderdeel van de Surrey Docks, een uitgestrekt havengebied met ontelbaar veel docks – door sluizen afgesloten insteekhavens.
Je vindt de Surrey Docks ten oosten van de City op de zuidoever van de Thames, grofweg tussen Tower Bridge en Greenwich. Samen met de insteekhavens op de noordoever waren de Docklands een belangrijke draaischijf in de wereldhandel tot ongeveer 1980. Van die rol is niets meer van over; na hun sluiting kregen ze een totale make-over.

Uitzicht vanaf Stave Hill; in het blikveld de City

Stave Hill
‘Amazing, wow, what a view, great’, aan superlatieven heeft het groepje joggers geen gebrek op de top van de negen meter hoge Stave Hill. En ja, het uitzicht is fantastisch, met aan de westkant de City en aan de noordkant de torens van Canary Wharf. Daar is alle aandacht voor, en je verliest haast het kunstwerk uit het oog, waarop in brons de plattegrond is te zien uit 1896: minstens zo amazing, want een en al havenbekkens, lange, vaak smalle docks maar ook grote bassins; heel veel water en nauwelijks land, en van dat beeld is niets meer over, want je kijkt uit over parken en woonwijken. De heuvel van nu is een puistje in het kunstwerk (iets boven het midden van de foto), geplaatst in het gedempte Russia Dock. Fascinerend hoe onder invloed van economische ontwikkelingen de Surrey Docks een haast onherkenbaar nieuw gezicht hebben gekregen.

Kunstwerk op Stave Hill; na een regenbui vullen zich de bekkens
Rotherhite voor the Docks

Pilgrim Fathers
Een kaart uit de 18e eeuw laat zien dat de zuidoever van de Thames bestond uit moerassen (het Redriff Marsh); slangvormig kromt de bebouwing van het oude Rotherhithe zich langs de oever, tussen rivier en moeras. Dat oude Rotherhithe bestaat nog steeds: kom je vanaf de Londense City dan is de verrassing groot, want ineens sta je voor een oude begraafplaats en een historische kerk, alsof er in de City een onzichtbaar draaideurtje zit dat je zomaar een Brits plattelandsdorpje laat binnentreden. Maar vergis je niet, al eeuwen geleden kreeg dit dorp haar plaats in de wereldgeschiedenis: tegenover de kerk ligt de Mayflower, een pub genoemd naar het zeilschip dat in juli 1620 van hier vertrok met aan boord een deel van de Pilgrim Fathers, de religieuze kolonisten die op zoek naar godsdienstvrijheid emigreerden en die als een van de eersten aan de oostkust van de kolonie New England een succesvolle nederzetting stichtten, en daarmee van grote invloed waren op wat later de VS zou worden.

Rotherhite, oud dorp aan de Thames

Docks in het moeras
Op de Thames krioelde het van de schepen die een plek zochten om hun goederen te lossen, het was er eind 18e eeuw zo vol dat je bij wijs van spreken springend van scheepsdek naar scheepsdek de Thames met droge voeten kon oversteken. Meer ruimte kwam er na de aanleg van de docks, gegraven havenbekkens die met een sluis van de Thames (en daarmee van het getij) konden worden afgesloten. Op de zuidoever gingen twee elkaar fel beconcurrerende ondernemingen ermee aan de slag. Het leidde tot een wat chaotisch geheel van negen min of meer evenwijdig lopende havenbekkens, die werden aangevuld met zes grote bassins, waar ‘timber’ kon worden opgeslagen (hout mag niet uitdrogen, moet in water worden bewaard). Timber was de specialisatie, veel hout kwam uit Noord-Europa landen, je ziet het terug in namen als Russia Dock en Norway Dock. Er was ook handel in voedingsmiddelen – vooral uit Canada, dat zijn naam gaf aan het Canada en Quebec Dock. Greenland Dock verwijst naar de walvisvaart die hier zijn basis had.

Metamorfose
Grote bloei kenden de Surrey Docks tot de Tweede Wereldoorlog. In de decennia daarna kwam de klad er in doordat schepen te groot werden voor de havenbekkens; het was de overgang naar containervervoer die de nekslag gaf. In 1971 sloten de docks, een triest havenlandschap van lege havenbekkens, grote bassins en verwaarloosde pakhuizen bleef achter. Vanaf 1980 is er volop gesloopt, gedempt en herbouwd. De Surrey Docks kregen een nieuw gezicht. De oude havens zijn hier en daar nog te herkennen bijvoorbeeld aan de rand van het Russia Woodland Dock, waar de granieten kade, de stalen boeien en de rails van de havenkranen nu de begrenzing van een park vormen. Kijk je van boven dan zie je de hoekige vorm van het park, de lijn van de gedempte havenbekkens volgend. Aan de voormalige kade zitten twee oude mannen, uitkijkend over het grasveld dat ooit deel was van het Russia Dock; zou zomaar kunnen dat ze hier ooit als gespecialiseerde houthavenarbeider tussen de drijvende boomstammen risicovolle capriolen uithaalden. Alleen het Greenland Dock – ooit in 1696 als eerste uitgegraven – bleef samen met aangrenzende South Dock over.

De Surrey Docks in 1964: een wirwar van havenbekkens
De metamorfose in 2017: de meeste docks gedempt, bebouwing en parken ervoor in de plaats

Het industriële havengebied veranderde in een woonwijk – tussen 1981 en 1996 werden er meer dan 5500 gebouwd. Centrum is Canada Water, dat dankzij de in 1999 geopende Jubilee Line snelle verbindingen heeft met de rest van Londen. Hier is een grote shopping mall, maar ook vestigde zich lichte industrie, waaronder de Printworks – een grote krantendrukkerij, die onder andere The Daily Mail van de persen liet rollen. Dat is alweer verleden tijd; op de gevel van de verlaten fabriek zijn – december 2016 – de silhouetten van de krantennamen nog net te zien. Het terrein wordt herontwikkeld, een nieuwe metamorfose komt er aan, want King’s College gaat hier een campus bouwen. En zo gaat het weer door, de komst van King’s betekent een nieuw laagje op de voormalige moerassen langs de zuidoever van de Thames.

Het Greenland Dock bleef over; Canary Wharf kijkt toe

Wandelen of fietsen
Huur een fiets op Gabriel’s Wharf en neem route 4 die je naar het hart van de Surrey Docks brengt. Zie de website met de Engelse lange afstand fietsroutes.
Een rondje dat ik zelf maakte is hier vinden: Surrey Docks-route.
Ook mooi: een wandeling langs de Thames over – ja, hoe kan het anders – het Thames Path.

Links het gedempte dock, rechts de rand van de kade met afmeerboei
De City, vanaf Stave Hill