In Charleroi zit een poortje, het is in feite een gat in een oude fabrieksmuur en hij vormt de toegang tot de wereld op z’n kop, waar het onderaardse bovenaards werd, gehakt uit de hel van duisternis en hitte op dieptes tot 1000 meter en hier opgetast tot een eilandberg waar een hemeltrap naar een panoramisch uitzicht leidt over dat wat de steenkool voortbracht: de fabrieken die staal, glas, cokes en nog veel meer maakten.
Terril
De Terril des Piges 1 is een van de tientallen eilandbergen die ontstonden bij de delving van steenkool. Uit de onderwereld hakten mijnwerkers als ondergrondse mieren miljoenen tonnen steenkool; daarbij kwamen stenen mee die onbruikbaar waren en die, nadat de steenkool eruit gewassen was, op een hoop werden gegooid die in de loop van jaren tot een berg uitgroeide. De Piges is 189 meter hoog en steekt zo’n 75 meter boven het maaiveld uit.
Valse romantiek?
Een trap leid je naar de top van de wereld op z’n kop. Op elke trede staat een regel uit een gedicht van Jacques Bertrand, die in de 19e eeuw de wilde schoonheid van steenkool en ijzer verwoordde: ‘Ik hou van de hoogovens die in de mist loeien en het geluid van hamers die op het aambeeld klinken. Ik hou van deze arbeiders die hun steden tot leven brengen en van het mijnwerkerslied dat onze dorpen opfleurt na hun zware arbeid.’ Een romantisch beeld, want hard en armoedig was het leven van de mijnwerkers en staalarbeiders, en een vervlogen beeld, want op de top van de Piges kijk je uit over een gehavend industrielandschap, waarin de oude hoogoven werkloos staat en waar drie schoorstenen de enige herinnering zijn aan de cokesfabriek van weleer.
Wilde zwijnen
Op de top van de Piges tellen we de terrils, we komen moeiteloos tot 24 steenbergen, sommige met een kale kruin, andere met een pruik van berken en een compleet bos op de flanken, gegroeid in de vier, vijf decennia sinds de eerste zaadjes op de berg ontkiemden. De natuur herwint z’n invloed, en kijk niet vreemd op als je links en rechts van het pad omgewoelde grond ziet, sporen van wilde zwijnen op zoek naar voedsel.

Het zwarte land
De terrils kom je tegen op de Boucle Noire, een bewegwijzerde route door het Pays Noir, het geblakerde mijn- en industrielandschap rond Charleroi. Zwart land, toch zijn de contrasten rijk: neem de tweede terril, Theodore 2, met uitzicht over een nog werkende staalfabriek, dan de uitgestrekte natuur op de mijnberg, en vervolgens de woonwijk die daar direct aan grenst. Ja, die woonwijken, vanaf de top zie je goed hoe men hier midden tussen mijnbouw en industrie leefde, vanuit de wijk keek je direct tegen de almaar groeiende zwarte eilandberg aan; vaders en zonen werkten diep onder de grond in hitte en stof, en eenmaal boven waren er de vuile dampen van de fabrieken. Geen omgeving om oud te worden, en ook nu is de armoede er groot (al zie je lichtpuntjes, huizen krijgen nieuwe daken, nieuwe kozijnen), en de schrik slaat je steeds weer om het hart als je op de overgang van terril en woonwijk komt, een krans van vuilnis heeft zich gevormd, giftige dampen hebben plaatsgemaakt voor achteloos weggeworpen afval van welke soort dan ook.

De industrie van Charleroi
De steenkool, meer dan 300 miljoen jaar geleden gevormd, joeg de industrie aan, want was in de hoogovens de brandstof om het ijzererts te smelten, en in de glasfabrieken zorgde het zwarte goud voor verhitting van grondstoffen die smolten tot vloeibaar glas. Miljoenen tonnen zijn gebruikt voor verwarming en het opwekken van elektriciteit, kortom zonder steenkool geen Providence, het uitgestrekte industriegebied tussen de rivier de Sambre en het kanaal Charleroi–Brussel.

Maar veel is verleden tijd, de mijnen sloten vanaf de jaren zestig, ze waren verouderd, onrendabel, want de steenkool lag te diep. De staal- andere industrie volgde, niet opgewassen tegen de concurrentie van fabrieken elders in de wereld. Duizenden raakten werkloos en kwamen terecht in uitzichtloze armoede. En die vind je vooral in de wijken die grenzen aan de terrils waarover je wandelt.

Martinet
Van de mijnbouwinstallaties is weinig over, alles is gesloopt, daarom is de ruïne van het ophaalgebouw van de Martinetmijn 7 een kostbare herinnering. De resten zijn geconserveerd en het gebouw is toegankelijk, zodat je er het machtige wiel kunt bekijken waarmee mijnwerkers en steenkool naar beneden en boven werden getakeld. Daarvoor was het meer dan de moeite de twee terrils 6 van de Martinet te beklimmen naar een groots uitzicht over het dal van de Sambre.
Bois du Cazier
Er is nog een plek, buiten deze route, waar het steenkoolverleden wel is geconserveerd. Dat is het Bois du Cazier. Daar kwamen in 1956 bij de grootste mijnramp van België 262 mijnwerkers om het leven. Achterstallig onderhoud en gebrek aan innovatie hadden geleid tot een grote mate van onveiligheid met uiteindelijk desastreuze gevolgen. Op de plek van de mijn is nu een herdenkingsplaats en een museum over de mijnbouw en de industrie van Charleroi.

Nelson Mandela
Niet alles hoort tot de onderstebovenwereld van de terrils en de terreinen van de gehavende industrie, want schoonheid van eeuwen ver openbaart zich in de tuinen van park Nelson Mandela 8, aangelegd in de romantische Engelse landschapsstijl (hoge bomen, gebogen paden en slingerende waterpartijen) en krijgt zijn bekroning in het Château de Monceau uit 1607. Ook het aangrenzende Monceau-sur-Sambre is geworteld in een ver verleden, maar drie straten verder wandel je weer in industrieel Charleroi.

Het komt goed, maar de weg is lang
Langs de Sambre rijgt het industrieel verval zich aaneen, en toch is er verandering op til. Er is een masterplan voor de herinrichting van de Providence, en de eerste tekenen zijn al zichtbaar. Zo waren vanaf terril Theodore saneringswerkzaamheden zichtbaar, na de schoonmaak komt er een kazerne 10 die toegankelijk zal zijn voor publiek (op een terrein bijna dubbel zo groot als de ‘taille du centre-ville’), en aan de haven ligt een braakliggend terrein waar de grond wordt schoongemaakt om er daarna een nieuw stadion 9 op te bouwen. Langs de Sambre, met uitzicht op een enorme koeltoren en een oude elektriciteitscentrale, zijn plannen voor een technologiecampus met een cluster ‘clean tech’ 11.

Mastodont
Even dacht ik de toekomst te zien, toen de zon een gouden gloed legde over de roestige Haute Fourneau 4; als een zelfbewust fossiel schitterde de mastodont, en riep ons toe: ‘Ik, de hoge oven, ben uw verleden, heden en toekomst’. Maar helaas, het mooie plaatje van een geconserveerde industriële kathedraal zal waarschijnlijk nooit werkelijkheid worden. Er is geen geld. Zo jammer, al geven de initiatiefnemers tot behoud niet op.
Veerkracht
Het is tekenend voor de situatie waarin Charleroi zich bevindt. Je proeft de veerkracht om de stad met initiatieven en ideeën een nieuwe smoel te geven, maar de erfenis van armoede, werkloosheid en voortdurend geldgebrek begrenzen de mogelijkheden. Struikelend en stotterend vindt Charleroi de weg terug naar welvaart en schoonheid, en eens zal de ‘Boucle Noire’ vergroend en verduurzaamd zijn en ‘Boucle Verte’ heten en wie weet lukt het dan toch nog om daarin de oude hoogoven 12, de HF4, een glansrol te geven.
INFORMATIE

START EN FINISH Station van Charleroi
LENGTE 22 km
BOUCLE NOIRE Deze prima bewegwijzerde route (rood op wit, in twee richtingen) is 22 km lang en gaat linksom, met de klok mee; hij kan ook in tegengestelde richting worden bewandeld. In dat geval beklim je eerst de terrils (en dat had onze voorkeur). Hier is een link naar het origineel.
GPS Een GPS-bestand kun je hier binnenhalen.
OPENBAAR VERVOER Je kunt de route gemakkelijk in twee dagen opsplitsen. Neem bijvoorbeeld in Roux Martinet of Marchienne au Pont-De Cartier de bus (2x per uur) of metro. Voor dienstregeling: zie Le TEC.
TERRIL DES PIGES De Boucle Noire gaat niet over de top van de Piges. Dat is jammer, maar gezien vanuit de stad, buigt een pad voorzien van traptreden af naar links (de rode route op de kaart). Na de top daal je af en pak je de Boucle weer op.
HORECA Snack Reference in Roux-Martinet, Café Supra in Monceau-sur-Sambre, Taverne Aux Vieux Marchiennes (za gesloten) in Marchienne-Au-Pont
TWEELUIK De Boucle Noire is deel van een tweeluik over Charleroi. Het andere deel verkent de historische binnenstad.
BOIS DU CAZIER Zie Bois du Cazier voor een bezoek aan de musea en de herinneringsplek.
REISGIDS Over Charleroi heeft journalist Pascal Verbeken een meeslepende, diepgravende en prachtig geïllustreerde reisgids geschreven: Mijn Charleroi, een gids voor ontdekkingsreizigers uit 2024. Lees de gids en je wilt erheen. In de gids ook twee wandelroutes, door de binnenstad en door het mijn- en staalverleden.
VAN EN NAAR CHARLEROI Vanuit Utrecht in ongeveer 3 uur met de auto; met de trein via Rotterdam en Brussel in 3,5 uur, tickets vanaf ongeveer 35 euro voor een enkele reis (zie NS Internationaal).
REAGEREN? Stuur een berichtje aan Wim ten Brinke.
NIEUWSBRIEF Op de hoogte blijven van nieuwe berichten? Meld je aan voor mijn NIEUWSBRIEF.
















