Enigszins gelaten verwelkomt de rustende staalarbeider de bezoeker die over het ruime stationsplein van Charleroi komt aangelopen. Daar zit hij, met z’n hamer in de hand, niets meer te doen, de industrie is jaren geleden al ingestort. En trok de stad mee in z’n neergang, leegstand en verkrotting – zou er na al die jaren van stilstand inmiddels wat veranderd zijn? Wandel mee langs lichtpuntjes die de veerkracht van het geplaagde Charleroi laten zien.

Ville-Basse
Charleroi ontstond in 1666 als een vesting, aan de voet ervan groeide de Ville-Basse, in het dal van de Sambre. Glorieuze tijden beleefde de stad in de twintigste eeuw, toen Charleroi rijker en rijker werd dankzij de kapitalen die de steenkolenmijnbouw, de staal- en glasindustrie opleverden. Luxe warenhuizen, fraaie gebouwen in Jugendstil en art deco schitterden langs de straten. Een van de mooiste getuigen van de glorie van weleer is de Passage de la Bourse 2, een overdekte winkelgalerij, met een sierlijke bocht en een dak van glas, als toonbeeld van de vaardigheden van lokale glasfabrieken.

Rive Gauche
Het kon niet op, maar helaas, toch wel: de sluiting van de mijnen en de fabrieken (men kon niet op tegen goedkopere productielocaties in andere delen van de wereld) stortte Charleroi in een diepe crisis. Het gevolg: enorme werkloosheid en leegstand in de stad. Hoe, oh hoe krijg je er weer de loop in? Rigoureus is het in de Ville-Basse aangepakt, daar is een enorm blok van verouderde gebouwen en winkels tegen de vlakte gegaan om er een nieuw winkelcentrum, Rive Gauche 3, voor terug te bouwen.

Leegstand en verkrotting
Is Rive Gauche de Phoenix waar Charleroi op wachtte? In het nieuwe ‘shopping paradijs’ zijn alle winkelketens goed vertegenwoordigd, het is er lekker druk, hier lijkt de revitaliseringsmissie geslaagd; in de aangrenzende Galerie de la Bourse is het succes ver weg – hoewel prachtig gerestaureerd, houdt slechts een enkel winkeltje stand. Wie via de levendige Place Verte zijn weg zoekt naar de Ville-Haute hapt al gauw naar adem, nee, niet vanwege de klimmende weg 4 – het is de desolate aanblik van rolluiken die het straatbeeld domineren, bijna geen activiteit meer te bekennen en bekijk je de gevels dan wil je je blik zo snel mogelijk afwenden, want zo zonde, de verkrotting die deze rijke gevels heeft getroffen. Kan het hier ooit nog goedkomen? (Idee? Zet niet in op winkels, maak er een chique woonstraat van met mooie appartementen achter fraaie gevels).
Place Vauban
Middelpunt van de Ville-Haute is het zeshoekige Place Vauban 5, hier lag het epicentrum van de vesting, maar die is volledig gesloopt; alleen de veelhoekige plattegrond met al die uitwaaierende straten is overgebleven, aan het plein staan stadhuis en kerk, en natuurlijk ook het café, het Maison de Huit Heures, socialistisch vakbondsbolwerk, vernoemd naar de triomf, in 1921, dat na vele acties een achturige werkdag was bedongen (wel zes dagen lang …).
Het plein is autovrij gemaakt, en dat is een verbetering, maar die herinrichting kon blijkbaar niet anders dan met weinig middelen, want zo saai is de bestrating, zo kaal en ongezellig het plein – wat een verlichtend voorbeeld van vernieuwing kan zijn is voorlopig niet meer dan een zwak zoeklicht. Maar goed, de weg naar nieuwe glorie is ingezet.

Suikerlaagje
Nog zo’n geval van moeizame wederopstanding is de Place du Manège 6 – het was een grote parkeerplaats, met verbeterde bestrating en bakken vol groen is er nieuw elan over het plein gestrooid, maar het suikerlaagje is dun, vooral in het bladloze seizoen blijft er weinig van over en wandel je over een te ruim en te saai bestraat plein. Het Palais des Beaux-Arts (1957) met zijn strakke en dankzij de zuilen en de licht gebogen vorm toch sierlijke façade verdient een levendiger en mooier plein.

Expo 1911
De jaren voor de Eerste Wereldoorlog waren de beste die Charleroi kende, en om dat de rest van de wereld te laten zien, organiseerde de stad in 1911 een Expo, waarin het technisch kunnen van de industrie een groot podium kreeg. Enkele tentoonstellingsgebouwen staan er nog, en je kunt erin, aan de ene zijde het museum voor moderne kunst en aan de overkant de parel van Charleroi, het Gramme gebouw 7, waar de nieuwe universiteit zijn onderkomen vond. Daar loop je zo naar binnen en kom je terecht in de hal met schitterende lampen en een beeld van dé industriearbeider (hier was vroeger de Université du Travail gevestigd, opleidingsinstituut voor de Charlose arbeiders) en vervolgens open je de deur naar de grote hal, waar een wirwar van stalen spanten je stil doet zijn, en dat moet ook, want op de galerij zitten studenten aan hun tafeltjes. Hier zit de echte wederopstanding van Charleroi: met een nieuwe universiteit bind je jonge mensen, die hun verworven kennis in Charleroi kunnen toepassen met nieuwe initiatieven en bedrijven. Het is een kwestie van lange adem, maar de eerste zaadjes ontkiemen.

Licht en donker
Zo heeft Charleroi twee gezichten, het ene dat nog steeds verder in de ellende lijkt weg te zinken, en je hebt de lichtpuntjes, die toekomstbeloftes – in de rue Bernus 8 liggen ze tegenover elkaar: het van oorsprong schitterende (zie al die fraaie details van vensters, erkers, balkons en beelden), maar in erbarmelijke staat verkerende Maison des Medicins en ertegenover een liefdevol onderhouden Jugendstilpareltje – zo zou de hele straat eruit kunnen zien, en dit kan een voorbeeld zijn voor de rue de la Montagne (4).
De mijnlamp
Nieuw aan de skyline van Charleroi is de Blauwe Toren 9, de politie is erin gevestigd, ook weer zo’n lichtpunt van nieuw elan – die blauwe toren en daaromheen de rode baksteen van plein en bebouwing (met het nieuwe Musée des Beaux-Arts) zijn goed gelukt (en hier geen half werk!). Mooi hoe de vorm van de toren verwijst naar het verleden, want geïnspireerd op een mijnwerkerslamp. Ja, hier kun je echt van een Phoenix spreken: de metamorfose van die in de ondergrondse schachten onmisbare lamp naar een bovengronds uitroepteken aan de skyline: we leven nog, we gaan door en nemen ons verleden mee. Veerkracht!
Parc Reine Astrid
Weinig groen kent de historische binnenstad, het Parc Reine Astrid 10 is een uitzondering, een groene long, en daar wordt gebruik van gemaakt: islamitische moeders kletsen er met elkaar terwijl hun kleine kinderen zich in de speeltuin vermaken. Hier krijg je een beeld van immigratiestad Charleroi: eerst kwamen de Vlamingen, al in de 19e eeuw op zoek naar een betere toekomst (toen was Vlaanderen straatarm en lonkte Wallonië met werk en welvaart), daarna de Italianen totdat de mijnramp van 1956, die 262 slachtoffers maakte onder wie veel Italianen, een einde maakte aan hun komst. Daarna kwamen de Turkse en Marokkaanse gastarbeiders.

De oude Sambre
Tussen ville basse en ville haute stroomde een langgerekte arm van de Sambre, maar die was na de afsnijding (het rechte kanaal dat je overstak voorbij het stationsplein) niet meer nodig. Het water maakte plaats voor de boulevard 11, die in 1948 klaar was. Langs de voormalige oever staan woonhuizen en kantoren, sommige keken ooit uit over het water, andere zijn later gebouwd, zoals het gebouw van de christelijke arbeidersbeweging met een levensgroot reliëf van een madonna met kind. De wijde, bijna oneindige bocht in de boulevard is alles wat nog herinnert aan de gedempte rivierloop.
Quai 10
Tegenover ons kletsen en lachen drie jonge Italiaanse vrouwen in de overdrive, we vermoeden een connectie met Italiaanse immigranten uit de steenkooltijd, achter hun tsjoekt een boot voorbij over wat eens de levensader van mijnbouw en industrie was. In de verte schuiven auto’s – hun silhouetten zijn zwart in het tegenlicht – over de op palen gebouwde Ring uit de jaren zeventig. Het verleden is nooit ver weg in Charleroi, ook niet op dit terras van de toekomst, want Quai 10 (12) is een moderne prachtplek die samen met de autovrij gemaakte Sambrekade weer zo’n lichtpunt in de stad is.
Zo ligt er een netwerk(je) van lichtpuntjes over de stad, nu komt het erop aan die losse eilandjes van vernieuwing met elkaar te verbinden tot een raamwerk dat z’n licht laat schijnen en Charleroi uit z’n donkere verleden tilt naar een nieuwe stralende toekomst – er is nog een lange weg te gaan, maar met de bewezen veerkracht is veel mogelijk.

INFORMATIE
START EN FINISH Station Charleroi-Central
LENGTE 5,6 km
HORECA o.a. La Maison de Huit Heures (oud vakbondscafé op Place Vauban) en Quai 10 (modern, met terras aan de kade van de Sambre)
GPS Om te downloaden: het GPS-bestand routeyou-charleroi-centre. Er is ook een route van het Toerismebureau.
TWEELUIK Deze stadswandeling is deel van een tweeluik. Het andere deel verkent de terrils en de industrie via de Boucle Noire.
REISGIDS Over Charleroi heeft journalist Pascal Verbeken een meeslepende, diepgravende en prachtig geïllustreerde reisgids geschreven: Mijn Charleroi, een gids voor ontdekkingsreizigers uit 2024. Lees de gids en je wilt erheen. In de gids ook twee wandelroutes, door de binnenstad en door het mijn- en staalverleden.
VAN EN NAAR CHARLEROI Vanuit Utrecht in ongeveer 3 uur met de auto; met de trein via Rotterdam en Brussel in 3,5 uur, tickets vanaf ongeveer 35 euro voor een enkele reis (zie NS Internationaal).
REAGEREN? Stuur een berichtje aan Wim ten Brinke.
NIEUWSBRIEF Op de hoogte blijven van nieuwe berichten? Meld je aan voor mijn NIEUWSBRIEF.















