Stiewelpaden in Twekkelo

Je kunt de koeien bijna aanraken, zo dicht gaat het smalle paadje langs de goedmoedige beesten, die collectief hun nieuwsgierige koppen naar de wandelaar keren. Hier ben je in het hart van Twekkelo, een kleinschalig landschap van akkers, weiden en boerderijen gescheiden door houtwallen. Inwoners van Twekkelo zagen hoe hun buurtschap steeds meer in de verdrukking kwam door het oprukkende Hengelo en Enschede. Ze vonden dat die stedelingen meer de schoonheid van hun fragiele woongebied moesten kunnen ervaren. Want wie weet wat het waard is, wil eerder moeite doen het te beschermen. Dus stelden verschillende grondeigenaren randen van hun weiden en akkers beschikbaar voor voetpaden; en daar wandel je nu al vele jaren over smalle ‘stiewelpaden’ (stiewel is Twents voor laars), die als fijne aderen tot in de kern van Twekkelo doordingen. Inmiddels zijn de paden opgenomen in het wandelnetwerk Twente.

Stiewelpad langs weiderand.

Twekkelo
Hoe dichtbij Enschede ligt, ervaar je bij de start, want via station Enschede Kennispark heb je toegang tot grootschalig stedelijk vermaak met het stadion van FC Twente 1, een ijsbaan, een megabios, een gigaspeeltuin en meer. Maar direct na het Twentekanaal 2 kijk je uit over het kleinschalige landschap van Twekkelo – een mozaïek van weilanden en houtwallen zet de toon, parmantig steekt een oude zoutboortoren boven boomkruinen uit; een roodgedakte boerderij ligt verscholen in het groen. Naar links en hup, je wandelt over de Twekkelose priegelpaadjes langs weilanden, akkers en bosranden.

Harmonie in Twekkelo: kippen, kalkoenen en lammeren op een kluitje.

Het lijkt kleinschalig, haast kneuterig met al dat pluimvee, maar vergis je niet. Hier wandel je ook in een modern landschap, zoals blijkt uit de veeteelt met soms grote stallen, en uit de maisakkers – veevoer voor de koeien; nu de herfst nadert schieten de stengels zo hoog op dat uitzichten beperkt worden. Geen landschapsmuseum dus, maar wel is het verleden goed herkenbaar als je de kaart van nu met die van een eeuw eerder vergelijkt.

De kaart boven: Twekkelo in 1919; onder een eeuw later. Bron: Kadaster.

Een eeuw op de kaart
Op beide kaartfragmenten ligt Twekkelo centraal. Op die van 1919 vind je de boerderijen als rode stipjes. Akkers lagen op de hoger gelegen essen – de schrapjes, kleine streepjes, verbeelden de hogere ligging. Langs beekjes lagen weilanden. Volg de groene weitjes van de School via de Lutje Esch naar Mensinkhoek en je gaat in vogelvlucht langs de bedding van de Schoolbeek. Iets zuidelijker ligt de Elsbeek (1919), honderd jaar later de Strootbeek. Opmerkelijk is het grote aantal groene lijntjes, dat zijn de houtwallen die akkers en weitjes omheinden, zij zijn het raamwerk, waaruit het intieme Twekkelose coulissenlandschap oprijst. Veel van die walletjes zijn door de schaalvergroting in de landbouw gesneuveld, maar genoeg zijn er overgebleven om ook nu nog de beschutting te ervaren van een fijnmazig landschap.
Vroeger waaierde Twekkelo uit over de omringende woeste gronden vol heide en vennetjes (zoals het Twekkelerveld), nu zijn de grenzen scherp getrokken: het Twentekanaal (sinds 1932), bedrijventerreinen van Enschede en Hengelo, de vuilstort en vuilverbranding en de A35, alle zijn het vormen van stedelijk grondgebruik, die Twekkelo insnoeren en de adem dreigen te benemen. Gelukkig zijn er die kleine stiewelpaadjes, nieuwe adertjes, die het hart van dit eeuwenoude landschap verse zuurstof brengen.

Stiewelpad over gras.
Op ’t Oorbeck, al in 1338 beschreven.

Oorbeck en Stroot
Want oud is het, neem Op ’t Oorbeck 3, dat al in 1338 wordt vermeld. Nu is er op zomerse zondagen een aangename theetuin en lopen in de weilanden Lakenvelders van een bioboer uit de omgeving. Dan verandert het karakter, langs de onverharde Zwartevennenweg maakt landbouw plaats voor een gevarieerd bos, met langs de randen ontelbare rododendrons. Dit is landgoed ’t Stroot 4, zicht op het huis blijft beperkt tot een glimp van de achterkant van het huis. Het landgoed, in 1819 gesticht en later door textielfabrikant Gerrit Jan van Heek overgenomen en uitgebreid, is nu eigendom van zijn achterkleinkinderen. In Twente zijn veel landgoederen als ’t Stroot, ontwikkeld door rijke (textiel)fabrikanten uit de Twentse steden.

Landgoed ’t Stroot.
Oude zoutboortoren.

Zout
Voorbij ’t Stroot kun je de stadsrand van Enschede, inclusief enkele grote boerderijen, bijna aanraken, maar al gauw trekt de route zich weer terug in kleinschaligheid, en volgen zandpaden en stiewelpaadjes op de rand van bos en weiland. Bij deze romantische wandelwegen past de oude zwartgeteerde zoutboortoren 5 – vanaf 1918 verschenen ze in het landschap, toen de zoutwinning begon (op zo’n vier- tot vijfhonderd meter diepte liggen dikke zoutlagen, zo’n 260 miljoen jaar oud). De hoge boortorens zijn al lang vervangen door kleine zouthuisjes, steevast voorzien van twee leidingen: door de ene gaat water richting zoutbekken, dat lost het zout op, via de andere komt het opgeloste zoutwater weer naar boven en dan gaat het via pijpleidingen naar de zoutfabriek 6 aan het Twentekanaal (linksboven op de kaart). In het transport van het zout naar afnemers speelt het Twentekanaal een grote rol; de grote zouthal ligt aan het kanaal, te zien vanaf de sluis.

Zouthuisjes verstopt in de bosrand.
De sluis in het Twentekanaal.

Kristalbad
In het laatste stuk kom je langs het Kristalbad 7, waar gezuiverd, maar vrij levenloos Enschedees rioolwater een extra zuurstofshot krijgt; dat gebeurt aan het eind, in de rietvelden, opgepept stroomt het water verder. Tegelijk is het een grote wateropvang om uit Enschede afstromende neerslag tijdelijk op te slaan en zo te voorkomen dat Hengelo bij zware buien onderloopt. Ga zeker de uitkijktoren op voor een fraai zicht over het retentiebekken. Dan zie je ook hoe veel vogels bezit hebben genomen van de plassen, die zijn aangelegd in de bedding van een beek waar in de hoogtijdagen van de Enschedese textielindustrie louter zwart, dood water stroomde, een open riool vol verfrijk afvalwater. Na de teloorgang van de textiel en door de bouw van waterzuiveringen begon een opwaartse lijn eindigend bij de totstandkoming van het Kristalbad. Nu vormen het Kristalbad en Twekkelo – de een nog maar tien jaar jong, de ander eeuwenoud – samen een groene buffer tegen de stedelijke druk van Hengelo en Enschede; mede dankzij de groene adertjes van de stiewelpaden zouden ze die druk nog lange tijd moeten kunnen weerstaan.

De uitkijktoren in het Kristalbad.
Uitzicht over het Kristalbad; aan de horizon het stadion van FC Twente.

ROUTE-INFORMATIE
START- EN EINDPUNT: station Enschede Kennispark
AUTO: parkeerplaats tegenover Johanneskerk, Twekkelerweg 110, Enschede (bij W36).
LENGTE: 15,7 km
HORECA: theetuin Op ’t Oorbeck (op zondagen van april tot oktober; ook Bed&Breakfast; Camping De Zwaaikom (april t/m half sep).
Op de kaart staan bankjes en picknickbanken (zie de B).
VERHARD/ONVERHARD: 75% onverhard.

Wandelknooppunt met richtingpijlen.

DE ROUTE volgt de knooppunten van het wandelnetwerk Twente (op de kaart aangeduid met de letters W en V). Bij elk knooppunt is vermeld welke kleur pijl je in welke richting moet volgen. Waar routepaaltjes wat minder opvallen is voor de zekerheid in de routebeschrijving extra informatie toegevoegd, maar in principe wijzen de routepaaltjes met hun nummer en pijlen de weg.
De route vind je op op de site van het routenetwerk Twente.  Je kunt de route ook zelf maken/aanpassen via de routeplanner.
Voor een print van routekaart en beschrijving:

thumbnail of STIEWELPADEN IN TWEKKELO_ROUTE

ROUTEBESCHRIJVING
RD = rechtdoor; RA = rechtsaf; LA = linksaf.

Ga tegenover het stadion van FC Twente RA over het fietspad langs het spoor. Volg de gele routepijlen. Neem de linkerkant van de fietssnelweg, zodat je fietsers op tijd ziet aankomen.
W01, RD, gele pijl.
W43 LA (geel).
W90 RD (geel) (brug over Twentekanaal).
W24 LA (geel).
W42 RA (over op groene route; via bruggetje door weiland; straat oversteken en paadje langs weide; na ruim 10 minuten kom je bij W31).
W31 LA (groen).
W33 RA (over op geel).
W34 RD (geel) (Hamersweg, LA Gerinkhoekweg, RA Zwartevennenweg).
W38 RD (geel).
W39 LA (geel).
W46 RD (geel).
W63 RD (geel) en dan na 80 meter:
W25 RA (over op blauw).
V47, op verharde weg, LA (groen) (Hellerweg).

Jonge Lakenvelders.

W14 RA (groen) en direct
W36 LA (groen), pad door (maïs)akkers. Na zouthuisje LA bospad in. Na einde pad direct scherp RA, paadje langs weiland.
W37 RD (groen).
W33 RA (groen).
W31 LA (over op geel).
W23 RA (geel) en langs boortoren.
W44 LA (geel) (langs Twentekanaal; op verharde weg RA en langs sluis. RA en dan direct rechts aanhouden voor pad langs watergang.
V42 RA (over op groen).
V56 LA (over op blauw).
V49 RA (blauw).
W43 RD (over op geel) (ga links lopen, zodat je het fietsverkeer ziet aankomen).
W01 RD naar station.

Uitbreiding route met 2,7 km via paarse route: Bij W34 RA en dan via W45, W49 (over de flanken van de heringerichte vuilstort) en W60 naar W38.

Veevoer mais schiet hoog op.

Van Kromme Rijn tot Heuvelrug

Sloom slingert de Kromme Rijn in ruime bochten door het landschap, verleidelijk en vriendelijk – geen wonder dat ridders en jonkvrouwen aan de oevers wilden wonen. Al in de 13e eeuw kwam er een eerste versie van ridderhofstad Rhijnauwen tot stand en vanaf het jaagpad heb je een mooi zicht op het huidige gebouw uit de 18e eeuw. In deze route volg je het oeverpad tot voorbij Bunnik, maar ook waar de rivier zelf niet is te zien, is de invloed op het landschap onmiskenbaar. Soms is het kleiig en zompig, pas op het laatst krijg je droog zand onder je voeten.

Tram in Utrecht Science Park (links Casa Confetti, rechts de bibliotheek).

Het Utrecht Science Park
Voorheen bestond De Uithof (tegenwoordig het Utrecht Science Park 1) uit een verzameling betonnen kolossen, waar ’s avonds en in de weekenden een ijzige stilte heerste. Hoe is dat veranderd. Sinds 1988 kan er gewoond worden, en tegenwoordig hebben zo’n 3000 studenten er een kamer. Sterk wordt de sfeer bepaald door de bijzondere gebouwen die architecten van wereldfaam in opdracht van de Utrechtse universiteit ontwierpen. Kijk bijvoorbeeld op de hoofdader (de Heidelberglaan) waar de oude jaren zestigmammoet – het van Unnik gebouw, verpakt in groene doeken – een contrast vormt met de kleurtjes van de studentenwoningen in Casa Confetti. En dat vrolijke gebouw is weer tegengesteld aan de bibliotheek, die met zijn donkere panelen ernst en wetenschap uitstraalt. Op weg naar buiten blijkt het groene karakter van het wetenschapspark en daar aan de overkant van de weide ligt het tegeltjesfestijn Johanna, studentenhuisvesting vernoemd naar de polder waarin het USP ligt; tegeltjes die samen voorbijvlietende wolken verbeelden – geïnspireerd op het vluchtige verblijf van de bewoners, een paar jaar wonen ze er en dan vertrekken ze weer.

Tegeltjesspektakel Johanna.

Een langere adem heeft boerderij De Uithof 2, achter de kleurige gevel van het kinderdagverblijf is het gebouw met de wit-rode luiken te zien. Hier begon de universiteit aan zijn buitenstadse bestaan, want rond 1960 opende hier de proefboerderij van de faculteit Diergeneeskunde. En verleende de eerste vijftig jaar zijn naam aan het hele universiteitsterrein. Overigens, de naam Uithof ontstond al veel langer geleden – het was een buitenboerderij, gelegen in nieuw ontgonnen gronden, van het klooster Oostbroek.

Amelisweerd op een winterochtend.

Amelisweerd en Rhijnauwen
Met de rug naar de Uithof ben je ineens volledig buiten, aan de rand van de landgoederen Amelisweerd en Rhijnauwen 3, waar parkbossen in verschillende stijlen (romantische kronkelpaadjes in contrast met strakke lanen) afgewisseld worden door weilanden en doorkijkjes op de Kromme Rijn. De drie landhuizen komen alle in beeld, eerst het witte Nieuw-Amelisweerd, net voor je het bos ingaat. Door het slingerende parkbos kom je uit bij Huis Oud-Amelisweerd, nog even is een terugblik mogelijk op De Uithof, maar al gauw komen Kasteel Rhijnauwen en de Kromme Rijn 4 in beeld. In de bossen laat de rivier zich al gelden, want de eiken en beuken groeien er weelderig dankzij de vruchtbare klei die bij overstromingen bezonk. Dat de waterloop buiten zijn oevers trad is iets van voor 1122, toen door een dam bij Wijk bij Duurstede de doorgaande aanvoer vanaf de Rijn werd afgesloten. Daarom vind je geen dijken langs de Kromme Rijn, ze waren niet nodig, want de dam verderop hield hoog water tegen.

Jaagpad langs de Kromme Rijn.

Toch heeft het landschap alle kenmerken van het rivierenlandschap. In vervlogen tijden – denk aan duizenden jaren – ver voor dijken, dammen en gemalen zochten wisselende rivierlopen als veelkoppige slangen steeds nieuwe wegen door dit land en lieten zand, klei en zavel achter en boetseerden een palet van iets hoger gelegen oeverwallen en lagere komgronden. Die afwisseling van grondsoort en hoogte zorgde voor wisselend gebruik, zoals te zien is op de kaartfragmenten. Weilanden (a, groen) waar het laag en kleiig is, fruit (b) op zavel – zeg maar half klei, half zand –, akkers op droge oeverwallen ( c) en bosjes, vaak populieren en wilgen (d) waar het wat moerassig was. Het dorp Bunnik (e) lag op een hoger gelegen oeverwal, pal naast de rivier. En al is er in een eeuw veel veranderd, die afwisseling in grondgebruik is ook op kaart van 2019 nog goed te zien.

Bunnik, boven in 1920 en onder een eeuw later (bron: Kadaster).

Bunnik
De oorsprong van Bunnik, in het begin van de 10e eeuw voor het eerst vermeld, ligt niet ver van de brug over de Kromme Rijn. Daar lag het land wat hoger, opgehoogd bij overstromingen tot een oeverwal, zodat je er droge voeten kon houden. De kerk kwam er al in de 13e eeuw – de romaanse toren stamt uit die tijd, het koor is later vervangen; het wereldlijke bestuur resideerde in het pand ernaast. En wat hoort bij kerk en raadhuis? Precies, een kroeg, ’t Wapen van Bunnik, met in de zomer een ruim terras. Die oude kern heeft de sfeer van een klein, beschut dorp, en je vergeet dat er in de 20e eeuw, vooral na 1960, vele wijken omheen zijn gegroeid – vooral eengezinswoningen gekocht door inwoners van de stad Utrecht.

De oude dorpskern van Bunnik aan de Kromme Rijn.
De oude dorpskern van Bunnik aan de Kromme Rijn.
Blik op Blikkenburg.

Stichtse Lustwarande
Op landgoed Wulpenhorst 5 is de route in natte tijden ronduit zompig, ook hier drukte de rivier zijn stempel, maar naarmate je dichterbij het landhuis komt (nu in verbouwing tot luxe verzorgingshuis, opening voorzien eind 2020) vermindert de kleiigheid en eenmaal op het terrein van landgoed Blikkenburg 6 wandel je door tarweakkers vol veldbloemen met zicht op het witte landhuis. Het is ronduit verrassend hoe onverhard en groen je hier langs de stedelijke rand van Zeist scheert. Wulpenhorst en Blikkenburg zijn onderdeel van de Stichtse Lustwarande, een keten van buitenplaatsen langs de rand van de Utrechtse Heuvelrug, in het overgangsgebied van de hoge, droge zandgrond en het lage, vochtige rivierlandschap. Ontstaan aan het eind van de 18e eeuw toen rijke Hollandse stedelingen er voor weinig geld grond kochten en er landgoederen ontwikkelden, waar ze vaak ’s zomers verbleven.

Slot Zeist
Hoogtepunt van die Lustwarande is het strakke, classicistische Slot Zeist 7 uit de 17e eeuw, werkelijk een lusthof, omgeven door een Engelse landschapstuin en een gracht, waarin vele kunstwerken dobberen, en erlangs staan (onderdeel van de Zeister beeldenroute). Het karakter van de lusthof veranderde toen het in 1745 in handen kwam van de Amsterdamse koopman Schelinger die het voor een deel schonk aan de Hernhutters, een evangelische broedergemeente. De Hernhutters gingen wonen in de tuinen van het slot, en creëerden daar het Broeder- en Zusterplein 8, nog altijd wonen en werken ze daar. Vanaf de hoofdingang van het slot loop je er zo naar toe.

Tussen rivier en Heuvelrug
Voorbij Zeist ga je nog even terug naar de rand van zand en klei over het mooie pad langs de Blikkenburgervaart 9. Dit is een ‘nat’ landschap, met groene weiden, elzen, wilgen en een brede vaart – duidelijk een deel van het rivierenlandschap. Toch is de andere ‘wereld’ dichtbij – je ziet het al vanaf het pad: links liggen de land- en buitenhuizen, daar groeien de beuken en eiken die horen bij de zandgronden van de Utrechtse Heuvelrug.

Onverwachte wildernis.
De Breul.

Eenmaal de N224 overgestoken verdwijnt eventuele modderigheid in stevig zand met daarop landgoed De Breul 10 – buitenplaats in ‘Engelse’ stijl, te herkennen aan de rondingen van het huis als aan de zwierige paden van het park; een mooi slotakkoord van een rivierwandeling die met deze laatste twist op droge zandgrond eindigt.

ROUTE-INFORMATIE
De route volgt vrijwel geheel de routepaaltjes van het knooppuntennetwerk Utrecht/Kromme Rijn. De route staat op afstandmeten.nl. Via de knop ‘Export’ kun je een GPS-bestand downloaden.
Deze route is het vervolg op een eerdere knooppuntenroute van Hollandsche Rading naar de Uithof/Utrecht Science Park.
LENGTE 16 km (zie de gele kilometervlakjes op de kaart).
START- EN EINDPUNT Utrecht CS. Neem op Utrecht CS tramlijn 22 en stap uit op halte Heidelberglaan in het Utrecht Science Park (De Uithof). Neem in het weekend Bus 28 (want dan rijdt de tram niet).
Eindpunt is station Driebergen-Zeist, met vier keer per uur een trein terug naar Utrecht CS.
ZWAARTE Na langdurige regenval zijn sommige paden glibberig en zuigt de klei zich aan je schoenen vast.
VERHARD/ONVERHARD Je zou het zo vlakbij de stad niet verwachten, maar meer dan 80% is onverhard.
HORECA In Amelisweerd/Rhijnauwen De Veldkeuken bij Oud-Amelisweerd, het café van hostel Stay Okay Utrecht-Bunnik en (net buiten de route) Theehuis Rhijnauwen.
In Bunnik ’t Wapen van Bunnik.

’t Wapen van Bunnik.
Langs de Kromme Rijn.

Routebeschrijving
LA = linksaf; RA = rechtsaf; RD = rechtdoor
Vanaf de bus-tramhalte Heidelberglaan ongeveer 150 meter teruglopen en LA (Coïmbrapad) langs de universiteitsbibliotheek.
RD richting Bunnik over fietspad.
Einde fietspad Toulouselaan oversteken en direct daarna bij wandelknooppunt (K) 77 RA richting K76 over onverhard pad. Volg vanaf hier de knooppuntenpaaltjes (blauwe pijl op oranje ondergrond).
76 – 19 – 21 – 93 – 22 – 23 – 74 – 37 – 45.
Bij K45 (aan de rand van Bunnik) verlaat je even de knooppunten:
bij K45 RA, brug over (Dorpsstraat). RA langs ‘Witte Huisjes’ over Kerkpad.
Op Parkeerplaats LA en weer LA richting De Bilt (Dorpsstraat; op de hoek ’t Wapen van Bunnik) en bij K45 RA.
45 – 47 – 48 – 53 – 54 – richting 65
VERLAAT DE KNOOPPUNTEN op de plek waar de route uitkomt op de verharde weg. Ga LA en dan RA Filosofenlaantje.
Einde weg schuin oversteken en LA over voetpad langs water en langs Slot Zeist. 
Na 350 meter RA via voetbrug en verder langs de slotgracht.
(Ommetje: Op het voorplein van het slot LA – 200 meter – voor bezoek aan Broeder- en Zusterplein. Daarna terug.)
Na voorplein Slot Zeist RD over Zinzendorflaan.
Einde weg RA (terug op de knooppunten: van K64 naar K65).
64 – 65 – 66 – 67 – 68 – 21 – richting 69.
Volg de pijlen en neem het zandpad rond de vijver van De Breul. Het pad komt via een klaphek uit op een verharde weg. Daar RA en via verkeerslichten oversteken. Na 100 meter LA en over voetpad langs fietspad naar station.
In de printbare PDF vind je naast deze korte routebeschrijving ook een beschrijving met meer route-aanwijzingen.

thumbnail of 29 Uithof-NSZeist routebeschrijving

Blijf op de hoogte van nieuwe wandel- en fietsroutes en meld je aan voor mijn NIEUWSBRIEF.

Leilinde in Bunnik.

 

 

Maasland en Waterweg

In 2019 ging de nieuwe metro tussen Rotterdam en Hoek van Holland open na de ombouw van de Hoekse Lijn, die hier al sinds 1893 lag. Op veel stations zijn er aansluitingen op het wandelnetwerk van Zuid-Holland, en kun je snel vanuit de stad de polders van de Delflandse veenweiden in. Deze routebegin en eindigt in Maassluis Centrum. Onderweg is de variatie groot: historische stadjes, weidse vergezichten en zeeschepen op de Waterweg. Grote delen van de route zijn onverhard: over het jaagpad langs een voormalige trekvaart, over zompige dijkjes en smalle, eeuwenoude kerkpaadjes. En wat prettig is: altijd en overal is de route goed bewegwijzerd.

De Furie van Maassluis.

De Furie van Maassluis
In de haven van Maassluis a zijn negen oude zeesleepboten afgemeerd, een nostalgisch beeld waarboven de Groote Kerk uitsteekt, die op een eiland ligt en bereikbaar is via een imposante ophaalbrug. Opvallend is de Furie, een stoomsleper met een ruig verleden in Zweden – daar sleepte het schip vlotten van samengebonden boomstammen over de Oostzee naar papierfabrieken. Terug in Nederland kreeg het schip een hoofdrol in de tv-serie Hollands Glorie.
Niet alles ademt hier de gouden glorie van het verleden, want verderop in de haven is er bedrijvigheid: een kraan schept grote happen zand uit binnenvaartschip Sperenza. Toch krijgt de toon van toen een vervolg als je de oude veenweidegebieden van Midden-Delfland betreedt langs de lijnen van vroegere trekvaartverbindingen.

Bij Maassluis, met zicht op de trekvaart in de richting van Delft.
Molen bij Maassluis.

Trekvaart
Strak snijdt de vaart door het open land, sinds 1645 maakte dit water deel uit van het systeem van trekvaarten b, waar volgens dienstregeling zes keer per dag een door paarden getrokken schuit tussen Delft en Maassluis voer. De intercity van nu was toen een trekschuit– goede verbindingen waren voor een handelsstad als Delft van veel belang. Verse vis uit Maassluis kwam met de schuiten sneller aan op de markten van Delft en Den Haag.
Het kanaal zelf is al veel ouder, al in de 14e eeuw gegraven voor een verbetering van de afwatering van Delfland, want dat was na de ontginning van het veengebied nodig. Langzaam zakte de bodem in doordat de plantenresten waaruit het veen bestaat, vergingen door de blootstelling aan de lucht. Mooi zijn de gevolgen van de oxidatie te zien langs de trekvaart, want die ligt een stuk hoger dan het omringende, ingeklonken weideland.

Lage veenweiden grenzen aan de hoger gelegen vaart.
Het Doelpad, in een strakke lijn naar Maasland, al sinds 1611 op de kaart.

Kerkpaden
Eeuwenoud voelt het hier, alsof elke stap je verder terugbrengt in de tijd. Misschien komt het door het drassige, smalle pad langs de Middenvliet – verkreukelde wilgen langs het lage weideland, in de verte de torens van Maasland. Als volledig verleden tijd voelt het Doelpad c, een kerkpad dat al sinds 1611 op de kaart staat en bedoeld was voor kinderen en kerkgangers die uit de omringende polders naar Maasland moesten. Haaks staat het op de vliet, in een strakke lijn richting Maasland – de kerkpaden vormden de kortste verbindingen tussen de dorpen en de buitengebieden. Voorbij het oude Maasland volgt het Dijkpolderpad d, kronkelend over een smal, modderig pad door de veenweiden.

De Nieuwe Waterweg.

De Waterweg
Een grote tegenstelling is het, die minuscule paadjes in open weideland, terwijl de wereld van snel- en vaarwegen, van buitenwijken, haventerreinen en Westlandse tuinbouwkassen zo dichtbij ligt. Daar is het einde van het kerkpad, een asfaltweg leidt onder de A20 door, je stuit op de steile Maaslandddijk e, wandelt langs woonwijk Steendijkpolder en dan sta je op de Delflandse Dijk f met zicht op de Nieuwe Waterweg – in 1872 dwars door de duinen gegraven voor een betere haventoegang van Rotterdam.

Langs de Nieuwe Waterweg.

De kaarten zijn uit 1924 en 2018; veel is er veranderd. Oorspronkelijk was de Steenendijk A de eerste waterkering, wel lag er in 1924 een lage Buitendijk B in de Steenen Dijk polder. Na de Watersnoodramp in 1953 is de Delflandse Dijk C aangelegd, de Steenendijk is sindsdien een slaperdijk – is pas nodig als de Delflandse dijk breekt. Opmerkelijk zijn de veranderingen, zoals woningbouw D, tuinbouwkassen E en waterplassen F (voor zandwinning), maar rond De Hoeve/Hoefwoning G is het open weideland I , met kerkpad H, bewaard gebleven, doorsneden door snelweg A20 J. Op de kaart staan de knooppunten 31, 38 en 59 ter oriëntatie. Bron kaarten: www.topotijdreis.nl.

Grote kranen in de verte, een zeeschip komt aangevaren, binnenvaartschepen zorgen dat ze op tijd uitwijken. Dit is een andere wereld dan die van jaag- en kerkpad, maar met zicht op scheepvaart, haven en de nieuwe stadsflats langs de waterkant net zo de moeite waard. In Maasluis staan alle bruggen open, en daar komt de Speranza, leeg, van haar zandvracht ontdaan manoeuvreert het schip door de smalle brugdoorgang en gaat met een ruime bocht de Waterweg op, begeleid door het laatste zonlicht van de dag – in de haven schitteren de schepen in het laatste, warme zonlicht.

De Speranza vaart weg uit Maassluis.

ROUTE-INFORMATIE
START en FINISH Station Maassluis Centrum.
LENGTE 17,3 km; inkorting tot 15 km: ga bij knooppunt 84 linksaf richting 75, naar station Maassluis West (aan dezelfde metrolijn B).
ONVERHARD/VERHARD De paden door de veenweiden (globaal van knooppunt 78 tot 59) en het Waterwegpad tussen 38 en 84 zijn onverhard en kunnen behoorlijk modderig zijn.
HORECA In Maassluis, ter hoogte van de Markt (iets voorbij knoppunt 47).
METRO Overdag elke 10 minuten, voor Rotterdam Centraal overstappen in Schiedam Centrum op de NS.
AUTO/PARKEREN Oude Veiling in Maasland. Dit is ruim 100 meter van knooppunt 68, waar je de Zuidvliet oversteekt en dan rechtsaf de Trekkade op (je komt er door in noordelijke richting te lopen, richting Maasland).
ROUTE Volg de knooppunten 22 – 44 – 47 – 68 – 78 – 42 – 67 – 88 – 37 – 66 – 15 – 59 – 31 – 82 – 16 – 38 – 84 – 27 – 44 – 22.
ZELF PLANNEN? Zie de routemaker op wandelnet.
PRINT VAN DE ROUTE

thumbnail of MAASLAND EN WATERWEG_ROUTE

Routeknooppunt.
Wegwijzers naar het volgende routeknooppunt.

 

Zonnepark tussen de coulissen

Nederland moet over op zonne- en windenergie. Daarvoor is steeds meer grond nodig: windparken en akkers vol zonnepanelen. En die hebben geen best imago. Neem die zonneparken: rijen vol stalen frames waarin zwarte zonnepanelen zijn gehangen, niet bepaald moeders mooisten. Het kan anders, zoals in Solarpark De Kwekerij in Hengelo Gelderland 1, want daar wordt niet alleen groene stroom opgewekt, natuurontwikkeling is net zo belangrijk, te zien aan de vele soorten bloemen en planten, een bijenhotel en nestkasten. En er is ruimte voor recreatie: een picknickplek, een uitzichtheuvel en grassige wandelpaden langs bloemen en zonnepanelen. In juni bloeit het zoet geurende duizendblad massaal; de witte bloemen zorgen voor een mooi contrast met de 6978 donkere zonnepalen. Het geheel is verpakt in een meidoornhaag, die het hele terrein omvat en de zwarte panelen van buitenaf minder doet opvallen.

Zonnepanelen, duizendblad en een houtwal in de verte.

Een zonnepark als in Hengelo kost wel wat extra’s, want natuur- en recreatieontwikkeling krijg je niet voor niets. Toch, als de wil er is en je geeft creativiteit de ruimte, dan is zo’n saaie, industriële zonneakker in te richten als een park dat niet alleen groene energie levert, maar ook biodiversiteit en ruimte voor recreatie. Een win-win-win-situatie, zeker als een valk in glijvlucht zijn nestkast verlaat.

De coulissen van de Achterhoek: lanen en houtwallen.
Grote akkers ingebed in houtwallen en lanen.

Coulissen
Solarpark Hengelo laat zien dat het mogelijk is een energielandschap te ontwerpen, dat kan wedijveren met de omgeving. Het park ligt aan de rand van het Achterhoekse coulisselandschap, waar je wandelt langs lanen met weidse doorkijkjes, in de verte het rode pannendak van een boerderij en vooraan een enorme maisakker 2. Wat als er op die akker zonnepanelen zouden staan, omgeven door een meidoornhaag als bij het zonnepark. Zou het uitzicht dan minder zijn? Of juist mooier – niet alleen door de aankleding, maar ook vanwege de inhoud, want de zonnepanelen dragen bij aan een duurzame wereld, terwijl de meeste maisakkers zwaar bemest zijn en voedsel leveren voor de intensieve veehouderij.

Het landschap rond de route (de rode lijn) in 1911 en 2018. Bron: www.topotijdreis.nl.

Einde van het verfijnde?
Want ja, wat is er nog over van dat verfijnde, kleinschalige landschap? Een vergelijking van kaarten geeft een antwoord. Op de kaart van 1911 is de natuurlijke situatie herleidbaar: het landschap bestond uit iets hoger gelegen zandruggen, afgewisseld met laagtes, waar beekjes stroomden; boeren woonden er op de rand van hoog en laag. Op het hoge, droge zand lagen de essen, soms groot e, en in gebruik bij meerdere boeren, vaak ook klein a, en dan was er maar een boerderij. Wei- en hooilanden w lagen wat lager, en op heideveldjes h graasden schapen. Tussendoor lagen bossen b en werden akkers omsloten door houtwallen x. Een ruime eeuw later is de hoofdstructuur nog goed herkenbaar, al is er veel van het kleine, verfijnde verloren gegaan (zie de verdwenen houtwallen – x -, bosjes – b – en heidevelden – op de kaart van 2018).

Schaalvergroting en monocultuur; lelijk of valt het mee?

Schaalvergroting
Voor die veranderingen is de voortschrijdende schaalvergroting in de landbouw verantwoordelijk: grote, rechthoekige akkers zonder een omkadering van bomen en struiken zijn immers zoveel gemakkelijker te bewerken met machines. Gelukkig zijn er zoveel houtwallen, bomenlanen en bosjes overgebleven, dat de hoofdstructuur van het landschap herkenbaar is gebleven; bovendien zijn veel wegen en paden nog onverhard, waardoor het prettig wandelen is. Op de kaart zie je niet het veranderde bodemgebruik, want die ‘witte’ vlekken waren vroeger akkers waar veel verschillende gewassen werden verbouwd; nu zijn het bijna allemaal maisakkers, van variatie naar monocultuur.

Lanen en boerderijen op de Kieftskamp.
Landhuis De Kieftskamp.

De kleinschalige Kieftskamp
Veel grond was in bezit van stedelijke of adellijke grootgrondbezitters; zij verpachtten de akkers aan de boeren. De route komt door landgoed De Kieftskamp 3 en daar is in vergelijking met de kaartfragmenten meer fraais bewaard gebleven: prachtige lanen, besloten akkers. Het landgoed is nu in bezit van het Geldersch Landschap en die heeft als doel natuur en landschap te versterken en voert daarvoor een ecologisch beheer. Hier kun je ineens op een akker met tarwe of rogge stuiten.

De kleinschalige Kieftskamp.

Een opstapje
De Kieftskamp gaat na de Veengoot vloeiend over in de bossen rond Huis Vorden 4, een fraai gerestaureerd landhuis, ooit aangelegd met een complete slotgracht, want was van oorsprong (al in 1315 bewoond) een militair bolwerk, werd in de Tachtigjarige Oorlog verwoest, verloor zijn militaire functie en is in de 19eeeuw omgebouwd tot ‘burgerlijk’ landhuis, en kortgeleden met zorg gerestaureerd. Dat is een mooie overeenkomst: de zorg die spreekt uit de aandacht voor het eeuwenoude Huis Vorden zag je ook bij het Hengelose zonnepark van de toekomst. Toewijding en creativiteit: strooi ermee rond bij de restauratie van het oude en bij de ontwikkeling van het duurzame nieuwe – een opstapje naar een mooie, groene toekomst.

Huis Vorden.

ROUTE-INFORMATIE
START Veemarktstraat, Hengelo (Gelderland)
FINISH Station Vorden
LENGTE 11,5 km; met rondje Solarpark ongeveer 13 km
HORECA Onderweg bij camping Wiemelinkhof (zelfbediening, open van 1 april tot 1 oktober); aan het eind: Dorpsstraat Vorden.
BUS Twee keer per uur van station Vorden naar Hengelo (halte Banninkstraat); op zondag een keer per uur.
Vanaf de bushalte naar het startpunt van de route: Weg oversteken en Banninkstraat in. Einde weg RA Raadhuisstraat (ri Ruurlo). RD Veemarkstraat. Op de parkeerplaats begint de route.

ROUTE
Volg de paaltjes van het wandelnetwerk Achterhoek; ze gaan vaak gecombineerd met een kleuraanduiding van de pijlen en/of kleurmarkering.
RD = rechtdoor, RA = rechtsaf, LA = linksaf, ri = richting.
Vanaf de parkeerplaats aan de Veemarkstraat LA, ri kerk. Bij de kerk RD (volg de zwarte pijl; Kerkstraat), RA Raadhuisstraat, gaat over in Vordenseweg. Bij rotonde met de N316 RD Vordense weg/Hiddinkdijk.

(Voor het zonnepark: ga door het zelfsluitende klaphek; indien gesloten: ga RA Vordens Voetpad naar volgende klaphek. De hoofdingang ligt aan de westkant; volg daarvoor het hek en meidoornhaag, twee keer rechtsom.)

Vervolg route: W59 RD en volg de groene pijl. W60 LA (zwarte pijl). Na 100 m RA Lieferinksweg. Kruising Maalderinksweg RD. S10 RD (groene pijl); S81 LA (groene pijl).

S56 RA groene pijl; na de brug E45 RA langs De Veengoot. Op verharde weg RA en direct LA bij E41 (Het Bilderspad).
E17 LA (Bilderspad); E16 LA (Bilderspad); E40 RD (Bilderspad); E26 RA (wit-rood). Fietsknooppunt 89 LA (wit-rood). E64 RA Stationsweg.

ZELF PLANNEN? De route is gemaakt met de wandelknooppuntenplanner van wandelnet. Dit artikel is in een bewerkte vorm in wandelkrant TE VOET gepubliceerd.

PRINT VAN DE ROUTE

thumbnail of Routeprint

 

Nieuwe NS-wandeling Helderse Duinen

Vanaf de uitzichttoren zie je ‘m voor de eerste keer: ijkpunt in het panorama over bossen, duinen, zee en stad is de Lange Jaap – de vuurtoren, die in 1877 uit loeizwaar gietijzer is opgetrokken. Behalve in het bos komt de vuurtoren – ruim 63 meter hoog, met een licht dat op 54 kilometer is te zien – steeds in je blikveld, tot ie in de stad achter de gevels verdwijnt. De rode toren is beeldbepalend in deze nieuwe, gevarieerde NS-Wandelnet route. Voor TE VOET schreef ik er een artikel over, hier lees je een (lichte) bewerking van die tekst.

In de Nollen, binnenduintjes met stolpboerderij.

Nollen en duinen
Op het smalle pad van de eerste kilometers gaat de route langs de Nollen, kleine, wat weg van zee opgewaaide binnenduintjes, hier opnieuw aangelegd om het oude landschapsbeeld terug te brengen van duintjes die onder Helderse stadsuitbreidingen verdwenen. Verderop, in de Donkere Duinen ruisen de kronen van dennen en eiken, zwaaien mee op het ritme van de wind en worden vergezeld van het geluid van bosvogels – de trillers van een vink, het geroffel van een specht en in het meertje snatert een groepje eenden. Daarna opent het landschap, badend in het licht groeien de gelige, zo karakteristieke helmgrassen. Eerst wandel je erlangs, dan steek je er dwars doorheen – weids is het uitzicht over de duinen, een schelpenpad voert naar de zeereep.

Helderse Duinen.

Zeegeluiden
In het veranderende landschap laat zich een nieuwe ‘soundscape’ horen: vanuit de verte klinkt het schelle gekrijs van vermoedelijke meeuwen. Geluid voegt zich bij beeld als de vogels samenvallen met het zicht op zee en op de lange, smalle zandstreep (de Razende Bol) aan de overkant van het water – dichtbij klinkt het zachte geklots van trage golven tegen de stenen zeewering. De Razende Bol is een zandplaat voor de kust, een hoogwatervluchtplaats voor zeevogels en zeehonden; elk jaar schuift de plaat door zeestromingen zo’n 100 meter op in de richting van Texel. Vraag is of ze ooit zullen vergroeien, want het water tussen bank en eiland is diep en stroomt snel.

Ganzenzee en in de verte de Razende Bol.
De veerboot naar Texel vaart uit.

Zeevesting
Eenmaal aan de kust kom je ogen tekort, want Lange Jaap, de zeedijk, Razende Bol en Texel zijn in beeld, op het water dobberen honderden witbuikrotganzen en de veerboten van en naar Texel varen langzaam maar gestaag uit. Ondertussen is er ook nog Fort Kijkduin, een van de vestingwerken rond Den Helder. Napoleon zag de strategische ligging, en gaf opdracht voor de bouw van de Stelling van Den Helder. Na Fort Kijkduin – dat Huisduinen beschermde – volgt de route de grachten van Fort Erfprins om uit te komen op de onvolprezen grasdijk met schitterend zicht op het water en Texel.

Lange Jaap vanaf Fort Kijkduin.
Oude reddingsboten in het museum.

Willemsoord
Vanaf de dijk duikt ineens een onderzeeër op, niet aan de zeezijde, maar aan de landkant, voor altijd verankerd op het droge, als onderdeel van het Marinemuseum, dat ligt op het terrein van de voormalige marinewerf Willemsoord. Dit was de thuisbasis van de Koninklijke Marine, hier werden de marineschepen voorzien van hun uitrusting, werden ze gerepareerd en onderhouden. Willemsoord werd na de Franse Tijd het belangrijkste steunpunt van de zeevloot tot de sluiting in 1993 (aan de overzijde kwam een nieuwe haven te liggen).
Daarna kregen de historische gebouwen nieuwe bestemmingen, vaak ‘zeegerelateerd’, zoals het Marinemuseum en het Reddingmuseum, ook zijn er veel oude schepen (reddingboten, lichtschip) afgemeerd en in een van de dokken krijgt de statige zeezeiler Bonaire een facelift. Verrassend, er zijn ook stadse voorzieningen, zoals een bioscoop, theater en casino.

Zeezeiler Bonaire in het oude dok.
Ooit een V&D, nu een kleurige gevel.

De ups en downs van Den Helder
In Den Helder wisselen de perspectieven. Na de Tweede Wereldoorlog was er een bloeiperiode; in die hoogtijdagen werkten op Willemsoord 2500 mensen en werden voor nieuwe bemanningen nieuwe woonwijken gebouwd. Later daalde het aantal banen drastisch door inkrimpingen bij de Rijksmarinewerf, de kurk waarop Den Helder dreef. Gevolg was krimp, want na 1985 nam het aantal inwoners af, van 64.000 naar ruim 55.000. Voorzieningen kwamen in zwaar weer, winkels kwijnden – in het slotstuk van de wandeling krijg je daar wat van mee, want de voormalige V&D ziet er van buiten vrolijk uit, maar verhult slechts leegstand.
Den Helder heeft vaker zware tijden meegemaakt, bijvoorbeeld toen in 1872 het Noordzeekanaal gereedkwam, waardoor schepen van of naar Amsterdam niet meer via Den Helder hoefden, of in de Tweede Wereldoorlog toen bijna de hele stad bij bombardementen werd weggevaagd. Telkens lukte het terug te komen, wie weet waar nu de sleutel tot nieuw succes ligt? Wellicht dragen wandelaars op deze gevarieerde route een steentje bij aan een Helderse revival.

DE WANDELING
Startpunt is station Den Helder Zuid, eindpunt station Den Helder. De route telt 15,5 km en volgt de gekleurde pijlen van wandelnetwerk Noord-Holland. Alle informatie (kaartje, routeaanduiding, horeca en beschrijving van bezienswaardigheden) staat op: www.wandelnet.nl .

Stoomsleepboot Noordzee in museumhaven Willemsoord.

Lunteren – Wekeromse Zand

Halverwege deze route struin je door het Wekeromse Zand, een kale vlakte waar het zand vrij kan stuiven. Het is een van de landschappen op een route die bossen, akkers, weilanden en heidevelden met elkaar verbindt, en steeds van decor wisselt.

Buurtbosch
Nauwelijks onderweg of je duikt het Lunterse Buurtbosch 1 in. Daar bouwde eigenaar notaris van den Ham rond 1900 een bescheiden rustplek, een theekoepel, van waar hij kon uitkijken over zijn nieuw aangeplante bos. Door het groeien van de bomen moest de panoramaplek steeds hoger – in de jaren zestig kwam het huidige ontwerp klaar – en op de bovenste verdieping van De Koepel 2 kijk je over de boomtoppen heen.

De Koepel in het Lunterse Buurtbosch, eronder een ven in hetzelfde bos.

In feite is het bos nog niet zo oud; aan Lunteren grensden vroeger uitgestrekte heidevelden; ze waren onderdeel van het esdorpenlandschap, waarin de heidevelden een onmisbare schakel vormden. Hier graasden schapen, hun mest werd verzameld om de akkers op de eng te bemesten. Eind 19e eeuw, na opdeling van de gemeenschappelijke gronden volgens de Markenwet, verkochten veel boeren hun bezit aan rijke notabelen, die de kale heide gingen bebossen. Een van die notabelen, notaris van den Ham, schonk zijn bos in 1912 aan de inwoners van Lunteren, en die bezitten het nog steeds.

Tussen 1920 en nu


Op de kaart van 1920 is de structuur van het oude esdorp goed te zien. Wit zijn de akkers op de eng, de rode hokjes geven huizen van het langgerekte Lunteren weer en waar het bruin is, groeit de heide. Die is al aardig in omvang aan het afnemen, want nieuwe landeigenaren leggen er bossen aan. De bescheiden theekoepel boven op de berg is ook al gebouwd.
Een eeuw later is de bebossing compleet, maar de akkers op de eng zijn nog goed te herkennen. Opmerkelijk zijn de vele recreatiebedrijven, en middenin zijn de Lange Berg en Steenen Berg afgegraven voor zandwinning; daar ligt nu een enorm gat, tussen Lindeboomsberg en Steenenberg.

Klein, krachtig en gedrongen: de heidekoe


Heide
Hier en daar ligt nog een plukje heide, maar meestal is er bos, afgewisseld door een enkel weiland of akker. Dat wordt anders in de buurt van het Wekeromse Zand – de open heide 3 wenkt. Er grazen kleine koetjes om vergrassing en dichtgroeien tegen te gaan. Deze runderen, zo op het oog gewone zwart-wit-koeien, zijn van een speciaal ras dat in Nederland verdwenen was, maar vanuit Denemarken is heringevoerd. Stug, stevig en onverstoorbaar grazen ze het hele jaar door.
Langzaam loopt het onverharde pad omhoog naar een panorama 4 over de heide met goed in zicht de overgang van heide naar zand.

Wekeromse Zand
Door afplaggen en overbegrazing ontstonden op de heide steeds meer open plekken, en daar kreeg de wind vat op het blootliggende zand. Lange tijd nam de oppervlakte van zandverstuiving het Wekeromse Zand 5 toe, tot de boel weer dicht begon te groeien door bebossing en minder intensief gebruik. Stuivend zand – vroeger een gruwel voor de landbouw, nu een zegen voor de natuur – leek te gaan verdwijnen. Omdat natuur tegenwoordig vooropstaat is na 1993 de oppervlakte stuivend zand uitgebreid om zo de bijzondere flora en fauna die hoort bij de extreme omstandigheden van verwaaiend zand meer kansen te geven. Dat het ‘levend’ stuifzand is, merk je als de wind stevig waait, want dan wervelen springende zandkorrels als een waas over de kale vlakte, met hun witte kleur afstekend tegen het gelige zand. Waar zand en grasland aan elkaar grenzen is te zien hoe het losse zand de begroeiing ‘overspoelt’ en gestaag oprukt.

Oprukkend stuifzand.

Celtic Fields
Al ver voor de esdorpboeren waren de heuvels rond Lunteren in trek. Uit de IJzertijd (800 v. Chr. tot het jaar 0) stammen sporen van kleine, regelmatige raatakkers 6, 40 bij 40 meter, die in een systeem van wissellandbouw werden gebruikt. Telkens kreeg een akkertje rust zodat de bodemvruchtbaarheid zich kon herstellen. Wie goed kijkt kan de walletjes rond die akkers herkennen; als hulp zijn de randen met gele paaltjes gemarkeerd.

Helaas, die kom je niet meer tegen, ook niet in de zandgroeve..

De zandgroeve
Als fundering voor wegen en huizen is vooral na 1945 een gigantische hoeveelheid zand 7 weggegraven. Dat zand was hier opgestuwd in de voorlaatste ijstijd, toen ijsmassa’s vanuit Scandinavië de grond als een bulldozer opduwden. Op de bodem van de groeve staat een roestbruine staalsculptuur die laat zien hoe de ijskracht werkte.
Er werd rond Lunteren al eeuwen zand gewonnen; zie ook de topografische kaart hierboven: ten noorden van Lunteren buigt een zijlijntje van het hoofdspoor af, in de richting van de Grind- en Zanddelverij.


Het middelpunt
Drie zwerfkeien markeren het Middelpunt van Nederland 8. In Lunteren hebben ze vier uithoeken van Nederland gepakt en die kruislings verbonden. Ook wordt beweerd dat er in alle richtingen evenveel land ligt (althans voor de aanleg van Flevoland). Er zijn ook andere middelpuntclaims, zoals Amersfoort, waar het nulpunt ligt van het Nederlandse coördinatenstelsel, of Putten, de plek waar Nederland in evenwicht zou zijn als je het zou optillen. Wel of niet het ware middelpunt, het vergezicht richting Gelderse Vallei is groots. Dan daal je af en kijk je uit over de eng 9 van Lunteren, waarlangs het laatste deel van de route loopt.

Onderweg: de afstand tot het Middelpunt van Nederland.

Routebeschrijving
START en FINISH Station Lunteren.

LENGTE 17,4 km, met inkortingen 16,5 of 15,5 km.

HORECA
De Lunterse Boer (als je op de Bosweg komt, gaat de route rechtsaf richting knooppunt 54; ga daar linksaf, na 400 meter ben je bij de Lunterse Boer). Dagelijks open.
De Goudsberg
Open 1 mei – 1 oktober dagelijks vanaf 11.00, op maandag vanaf 16.00. Winter vrijdag, zaterdag en zondag, donderdag vaan 16.00.

TREIN Kijk op ns.nl voor treintijden.

PARKEREN Diverse parkeerplaatsen aan de route (zie de kaart).

ROUTE
Volg de knooppunten vanaf station Lunteren.
Op enkele punten is extra aandacht nodig om te voorkomen dat je een routepaaltje mist.
Knooppunt 8, richting knooppunt 13
Ga niet de onverharde weg in, maar neem het fietspad in de richting van fietsknooppunt 80.
13 → 12 → TP → 54
Na knooppunt 13 ga je richting knooppunt 12. Je komt uit op de brede, onverharde Bosweg (met fietspad); staat als TP in het overzicht van knooppunten. Ga daar rechtsaf, richting knooppunt 54. Voor de Lunterse Boer linksaf (400 meter).

Voorbij knooppunt 40, in het zand
Waar de geel-rood gemarkeerde Veluweroute rechtsaf gaat, moet je zelf ook rechtsaf, al geeft de pijl rechtdoor aan.
Maar loop je toch rechtdoor (mooi, want door het zand), volg dan de zandverstuiving aan de rechterkant. Je komt op een Klompenpad (Valkschepad) en aan het eind van het stuifzand, aan de bosrand, zie je een bankje. Ga daar rechtsaf. Na ongeveer 100 meter linksaf op het brede zandpad. Je bent terug op de route.

INKORTINGEN
Ga bij knooppunt 8 in de richting van 6 en 12 (900 meter korter).
Ga bij knooppunt 32 richting knooppunt 22 (1 km korter).

ZELF PLANNEN? Zie de Wandelnet knooppuntenplanner, met de mogelijkheid de route in de app of als GPX-bestand te downloaden.

PRINT VAN DE ROUTE
Klik op de link voor een afdruk van de routekaart en de bezienswaardigheden onderweg.

thumbnail of 18 Routebeschrijving Lunt-Wek

Heidekoe op de rand van bos en hei.

Bron topografische kaarten: topotijdreis.nl, een site van kadaster.nl.

Sallandse landgoederen, IJssel en Deventer

Op de foto zie je het 17e-eeuwse kasteel de Haere, stralend middelpunt van een parklandschap vol monumentale bomen, slingerende waterpartijen, bos en weilanden. Vanaf het terras kijk je ver weg, in de richting van de IJssel. Daar komt de wandelroute na zo’n 10 km aan, maar voor je door de open uiterwaarden en historisch Deventer wandelt zijn er eerst de besloten Sallandse landgoederen.

Landgoederen
De Haere 3 is al het derde landgoed; eerder kwam de route langs Groot Hoenlo 1 (Harry Mulisch woonde er; het landgoed figureert in ‘De ontdekking van de hemel’) en Hengforden 2, verderop volgt Gaia 2 (ook bekend als Nieuw Rande).

Groot Hoenlo.

Alle landgoederen hebben kenmerken van de Engelse landschapsstijl met veel onverharde, slingerende paden door een mooie mix van weilanden, akkers en bossen, gescheiden door houtwallen. Steeds zijn er verrassende doorkijkjes, en met regelmaat staat er een reuzeneik in een weiland, waaromheen zich roodbonte runderen hebben verzameld. Kleinschaligheid is troef, ook op Hengforden 2, al voelt het daar wat anders, alsof het strakke beheer is vervangen door laissez faire, waarin de natuurlijke ontwikkeling gestuurd door grazende runderen voorop staat – je wandelt over holligbollige weilanden langs struiken en monumentale eiken.

Hotel Gaia op landgoed Rande.
Groepje bomen, kenmerk van de Engelse landschapstijl.

De IJssel in de verte
De landgoederen zijn goed voor de eerste helft van de wandeling. Daarna komt de IJssel in beeld. Een eerste aankondiging doet zich voor als de route stuit op een oude dijk met daarachter cirkelvormige waterplassen. Ze zijn onderdeel van het landgoed Rande 4, en zijn ontstaan bij extreem hoog water waarbij de IJssel door de bandijk brak en een komvormige waterplas – het wiel – achterliet. De IJssel zelf is nog niet in zicht; eerst komen de uitgestrekte uiterwaarden 5. Bossen zijn verdwenen, meidoornhagen blijven; open wordt het land en bij observatorium Keizersrande 6 – een vervallen steenfabriekje getransformeerd tot landart – is er uitzicht over weiden waar het vee groepsgewijs doorheen stiefelt. En kijk, daarginds moet de rivier zelf zijn, want in de verte schuift een stuurhut door het land, even is ook de steven van het schip te zien.

Zicht op de uiterwaarden, en op afstand de IJssel.
Langgerekte hank, op de achtergrond de IJssel.

Dwarse kribben, nieuwe hanken 
Pas kilometers verder krijg je de rivier zelf te zien. Eerst wandel je langs een van de nieuwe geulen die gegraven zijn in de uiterwaard om een watervloed sneller af te voeren. Daarbij is teruggegrepen op de oude situatie, toen de rivier zelf steeds een nieuwe hoofdbedding koos; de oude geulen – de hanken – bleven dan verweesd achter. Vergelijking van de kaarten van 2010 en 2018 laat zien dat op de rechteroever, ten zuiden van De Tobbenweerd, zo’n nieuwe, langgerekte hank ligt. Nog meer is veranderd op de andere oever, waar de Ossenwaard is vergraven. Hier was zelfs een extra onderdoorgang – voorzien van zware betonnen pijlers –  in de spoorbrug nodig.

De machtige Lebuinus torent boven Deventer uit.

Deventer, Bergkwartier
Wie al eerder de route Deventer en de IJssel heeft gelezen of gewandeld, komt nu op bekend terrein, want het laatste stuk overlapt met die route. Maar al kom je er voor de tiende keer, het uitzicht op Deventer blijft schitterend, met de Lebuinuskerk als machtige en trotse aanvoerder. Niet veel verder – na de oversteek met het pontje – loop je er langs en ben je in het historische centrum van de Hanzestad. Het Bergkwartier 10 (ja, het gaat echt omhoog, want naar de top van een rivierduin) was in de middeleeuwen een bloeiend stadsdeel waar veel handelaren woonden, later ging het ‘bergafwaarts’. Nu is het gelukt de verkrotting te stoppen en om te buigen naar herstel en renovatie, waardoor er nu een woonbuurt is ontstaan vol gerestaureerde monumentale panden, met daarnaast nieuwbouw van woningen in een stijl die aansluit op de middeleeuwse architectuur.

In het Bergkwartier.

IJssel–Deventer–landgoederen
In deze route zijn de contrasten tussen het eeuwenoude weefsel van kleinschalige landgoederen, een rivier vol ruimte en de historische Deventer binnenstad groot, maar de historie heeft ze met een onbreekbare draad verbonden. Zonder de IJssel was Hanzestad Deventer nooit tot bloei gekomen. Eenmaal een bloeiende middeleeuwse handelsstad kwamen er gasthuizen voor zieken, bejaarden en armen. In ruil voor een goede oudedagsvoorziening betaalden rijke cliënten soms in natura met bezittingen zoals grond. Gronden die via verpachting genoeg opbrachten om ook de zorg voor zieken en armen te kunnen betalen. Na de opkomst van verzorgingsstaat hadden de gasthuizen (oftewel de Verenigde Gestichten) hun bezittingen niet langer nodig. Ze zijn nu ondergebracht in stichting IJssellandschap, die de landgoederen beheert voor natuur en cultuurhistorie, maar ook als vanouds voor de landbouw. En niet te vergeten: recreatie – deze wandelroute is een illustratie van de mogelijkheden.

Deventer, stad met middeleeuwse steegjes.

Informatie
Start: station Olst; eindpunt: station Deventer; informatie ns.nl
Lengte: 18,5 km; inkorting (2 km): bij knooppunt L37 (bij de brug over de IJssel) RD en bij L36 LA via stadspark naar station.
Horeca: De Haere, open vrijdag en weekend; Hotel Gaia dagelijks open, behalve maandag.
Route: deze route volgt meestal de wandelpalen van wandelnetwerk Salland. Waar de route afwijkt is dat aangegeven op de kaart en in de routebeschrijving. De kleuren in de beschrijving staan op de routepalen; met een pijl geven ze de wandelrichting aan.
Onderaan staat een pdf van de route, met kaart en beschrijving. 



thumbnail of Routebeschrijving Sallandse landgoederen
Route: beschrijving en kaart