Rechte lijn, Kromme Rijn

De Laan van Leeuwenburgh is een van de lange, rechte, meestal boomomzoomde lijnen in deze wandelroute over landgoederen aan weerszijden van de Langbroekerwetering. Maar het is niet alleen eindeloos rechtuit, daar zorgen de slingerbochten van de Kromme Rijn voor en: op de landgoederen zelf zijn er verassende ommetjes, waar de strakheid van de rechte lijn overgaat in romantische doorkijkjes op weitjes of een stoer kasteel.

Zicht op Cothen, met molen en katholieke kerk.
Cothen, brug over de Kromme Rijn, net voorbij de Brink.

Cothen
En dan het begin van de route in het centrum van het dorp Cothen: bijzonder, want waar ter wereld stuit je middenin de bebouwing op zo’n grote hoogstamboomgaard. Die ligt er al sinds het begin van de 19e eeuw en is hét kenmerk van het dorp, in combinatie met z’n brink en z’n paadje over de Kromme Rijn langs Rhijnestein, het eerste landgoed (van oorsprong 13e eeuw) van deze route.
Cothen is ontstaan op een stroomrug van de Kromme Rijn, dat is een kleine verhoging in het landschap, ontstaan bij rivieroverstromingen waarbij dichtbij de bedding zand bezonk dat langzaam maar zeker voor wat ophoging zorgde. Dat merk je (een beetje) als je naar de Brink loopt. En daar staat de toffe peer, een bronzen peer, omdat er zoveel ‘toffe peren’ in Cothen wonen, maar ook ter ere van de fruitteelt, want dat rivierzand vermengd met klei geeft optimale omstandigheden voor appels, peren en kersen.

Natuurvriendelijke oevers langs de Kromme Rijn.

Kromme Rijn
Vriendelijk meandert de Kromme Rijn langs Cothen, voorzien van natuurvriendelijke oevers. Het is een getemde rivier, al sinds 1122, toen een dam bij Wijk bij Duurstede het water van de Rijn een andere kant opstuurde (de huidige Lek, die zuidelijker ligt).
Die afdamming maakte ontginning van omliggende gronden mogelijk, want nu overstroomde de rivier niet meer het land, sterker, nu kon water worden afgevoerd, het moeras drooggelegd en veranderd in landbouwgronden. Voor die afwatering werd ten noorden van de Kromme Rijn de kaarsrechte Langbroekerwetering gegraven, dwars daarop strekken zich sloten op regelmatige afstand van elkaar, en op de percelen ertussen kwamen boerderijen. En die groeiden vervolgens voor een deel uit tot kleine kastelen voorzien van verdedigingstorens, omgeven door veel eigen land, gekenmerkt door lange, rechte lanen als de hoofdassen. De eerste woontoren die je passeert is Weerdesteyn, van oorsprong waarschijnlijk uit 1300. Rond de toren wandel je over een graspad, een mooi ommetje dat je even van de rechte lijn doet afdwalen.

De toren van Weerdesteyn.
Weiland op Weerdesteyn.

Woontorens en landgoederen
Het landschap langs de Langbroekerwetering met zijn rechte lijnen van wegen, sloten en paden stamt uit de 12e eeuw; ook de laatste honderd jaar is er niet veel veranderd – dat laten de twee kaarten zien.
Met de topografische kaart van een eeuw geleden zou je de route kunnen lopen, al weet je dan niet dat er over de Kromme Rijn (4) een voetgangersbrug ligt (hoewel die op de nieuwe kaart ook nauwelijks is te zien), met een voetpad langs de oever.

Boven 1920, onder 2020; bron: Kadaster

Hier en daar zijn de veranderingen forser, bijvoorbeeld aan weerszijden van Strijp (1) door schaalvergroting in de landbouw: links en rechts van de weg lagen fruitboompercelen (herkenbaar aan de puntjes) gecombineerd met akkers (wit), weiden (vaalgroen) en bos (donkergroen); alles is veranderd in een groot weiland, zonder de sloten (de zwarte lijntjes in 1920) die vroeger de percelen scheidden.
Verderop is er een drukke verkeersweg (3) bijgekomen en Moersbergen kreeg een waterpartij (2). Voor het overige blijft een oud, goed bewaard cultuurlandschap met veel particulier eigendom, slechts mondjesmaat toegankelijk; voor wandelaars staat de deur op een kier, maar van uitbundige gastvrijheid is geen sprake. Nergens in Nederland lijkt de dichtheid van bordjes Verboden Toegang hoger.

Twee gezichten van Leeuwenburgh, boven de rechte laan, onder een romantisch weitje.

Rechte lanen, lome bochten
Na Moersbergen (uit de 15e eeuw), van een afstandje te zien, kom je op Leeuwenburgh (17e eeuw). Prachtige laan, maar ook hier weer een mooie afwijking van de rechte lijn door een oud loofbos langs verscholen weilandjes. Je komt (voor de tweede keer) uit op de kaarsrechte Langbroekerwetering, om vervolgens weer de loodrechte laan van Hardenbroek (13e eeuw) in te slaan, die na enkele honderden meters nog een fraaie slinger in petto heeft.

Hardenbroek.

Open en bloot en voorzien van lome bochten slingert het pad langs de Kromme Rijn terug naar Cothen. Onderweg nog een keer de blik op een licht oplopende stroomrug, een zandige oeverwal ontstaan in de tijd dat de rivier nog niet door de dam bij Wijk bij Duurstede geblokt werd.

ROUTE-INFORMATIE
START EN FINISH Aan de voet van de molen in Cothen op het Molenplein.
LENGTE
 15,5 km
VERHARD/ONVERHARD Grotendeels onverhard of halverhard (85%).
HORECA
 In Cothen.
PICKNICK Zie de bankjes op de kaart; de mooiste is voorbij Moersbergen.
PARKEREN Bij binnenrijden Cothen na brug RA Kerkweg en direct LA Zuster Wiekarthof.
BUS lijn 41 vanuit Utrecht CS; halte Cothen; Dorpsstraat in en vanaf Molenplein de route volgen.
GPS De route staat op Afstandmeten.nl. Klik daar op ‘Export’ voor het GPS-bestand.
PDF Klik op de afbeelding voor een print van routekaart en – beschrijving.

thumbnail of RECHTE LIJN, KROMME RIJN

ROUTEBESCHRIJVING
RA Rechtsaf; LA Linksaf; RD Rechtdoor; K wandelknooppunt
A Start Molenplein
RA Dorpsstraat, direct links Ambachtspad. Eerste weg RA In de Bogerd. Dan LA (Dorpsstraat) en weer LA (De Brink).
RA en direct LA (Rhijnestein); brug over de Kromme Rijn. LA Beukenlaan (volg de wandelpijlen).
Einde pad weg oversteken en LA over voetpad, over brug Kromme Rijn en RA Kerkweg. Na ruim 300 m (bij de scherpe bocht naar links) RA voetpad op (volg de wandelpijlen) en over Kromme Rijn. LA Graaf van Lynden van Sandenburgweg.

B Bij K50 RA richting K49 via oversteek drukke verkeersweg. Kleidijk in. Na bocht naar links RA onverharde laan in (Weerdensteynselaan).
Na ongeveer 800 meter bij weiland LA naar Weerdensteyn. Volg bij het kasteel het graspad dat schuin links gaat. Na bruggetje direct RA over graspad, achterlangs Weerdensteyn.
Volg het pad via twee plankbruggetjes en een drieplanksbruggetje. Ten slotte via eenplanksbrug LA, de laan in.

C Einde laan LA (Langbroekerwetering). Na ruim 150 m bij K48 RA Strijp (onverharde weg).
RA Gooyerdijk (bij K47). LA Pittesteeg (bij K46).

D Voorbij boerderij en bosje LA langs weide en door bos. Op verharde weg LA.
Direct RA (onverharde weg langs rand akker).
Einde pad (bij K35) verharde weg oversteken en de Leeuwenburgerlaan in.
Na weiland LA en via vlonder bospad in.
Einde pad op T-splitsing RA.
Na weiland rechts aanhouden en op de hoofdlaan LA.
Op verharde weg (Langbroekerwetering) RA en na 350 m LA (bij K14), Hardenbroek in over een halfverharde bomenlaan.

E Verderop via gebogen laan met kastanjes. Voor Kasteel Hardenbroek LA en door poortje. Drukke weg oversteken en RA over parallelweg.
LA brug over Kromme Rijn. Direct LA voetpad langs de rivier (Ossenwaardpad).
Na weer een brug LA, richting K17, voetpad langs de rivier.

 F Op verharde weg LA. Na huisnummer 2D LA (Kersenpaadje).
Einde pad rechts aanhouden over verharde weg (Rijnweide, later Mgr Le Blancstraat).
Voor kerk RA Rozenplantsoen. Op rotonde eerste afslag LA, Zuster Wiekarthof. Einde hof LA naar Molenplein.

Langs de Gooyerdijk; verrassende kronkels in het weiland.
De molen van Cothen, begin- en eindpunt.

Wil je op de hoogte blijven van nieuwe wandel- of fietsroutes? Abonneer je dan op mijn Nieuwsbrief.

Deze website is ontwikkeld door Walter ten Brinke.

Stiewelpaden in Twekkelo

Je kunt de koeien bijna aanraken, zo dicht gaat het smalle paadje langs de goedmoedige beesten, die collectief hun nieuwsgierige koppen naar de wandelaar keren. Hier ben je in het hart van Twekkelo, een kleinschalig landschap van akkers, weiden en boerderijen gescheiden door houtwallen. Inwoners van Twekkelo zagen hoe hun buurtschap steeds meer in de verdrukking kwam door het oprukkende Hengelo en Enschede. Ze vonden dat die stedelingen meer de schoonheid van hun fragiele woongebied moesten kunnen ervaren. Want wie weet wat het waard is, wil eerder moeite doen het te beschermen. Dus stelden verschillende grondeigenaren randen van hun weiden en akkers beschikbaar voor voetpaden; en daar wandel je nu al vele jaren over smalle ‘stiewelpaden’ (stiewel is Twents voor laars), die als fijne aderen tot in de kern van Twekkelo doordingen. Inmiddels zijn de paden opgenomen in het wandelnetwerk Twente.

Stiewelpad langs weiderand.

Twekkelo
Hoe dichtbij Enschede ligt, ervaar je bij de start, want via station Enschede Kennispark heb je toegang tot grootschalig stedelijk vermaak met het stadion van FC Twente 1, een ijsbaan, een megabios, een gigaspeeltuin en meer. Maar direct na het Twentekanaal 2 kijk je uit over het kleinschalige landschap van Twekkelo – een mozaïek van weilanden en houtwallen zet de toon, parmantig steekt een oude zoutboortoren boven boomkruinen uit; een roodgedakte boerderij ligt verscholen in het groen. Naar links en hup, je wandelt over de Twekkelose priegelpaadjes langs weilanden, akkers en bosranden.

Harmonie in Twekkelo: kippen, kalkoenen en lammeren op een kluitje.

Het lijkt kleinschalig, haast kneuterig met al dat pluimvee, maar vergis je niet. Hier wandel je ook in een modern landschap, zoals blijkt uit de veeteelt met soms grote stallen, en uit de maisakkers – veevoer voor de koeien; nu de herfst nadert schieten de stengels zo hoog op dat uitzichten beperkt worden. Geen landschapsmuseum dus, maar wel is het verleden goed herkenbaar als je de kaart van nu met die van een eeuw eerder vergelijkt.

De kaart boven: Twekkelo in 1919; onder een eeuw later. Bron: Kadaster.

Een eeuw op de kaart
Op beide kaartfragmenten ligt Twekkelo centraal. Op die van 1919 vind je de boerderijen als rode stipjes. Akkers lagen op de hoger gelegen essen – de schrapjes, kleine streepjes, verbeelden de hogere ligging. Langs beekjes lagen weilanden. Volg de groene weitjes van de School via de Lutje Esch naar Mensinkhoek en je gaat in vogelvlucht langs de bedding van de Schoolbeek. Iets zuidelijker ligt de Elsbeek (1919), honderd jaar later de Strootbeek. Opmerkelijk is het grote aantal groene lijntjes, dat zijn de houtwallen die akkers en weitjes omheinden, zij zijn het raamwerk, waaruit het intieme Twekkelose coulissenlandschap oprijst. Veel van die walletjes zijn door de schaalvergroting in de landbouw gesneuveld, maar genoeg zijn er overgebleven om ook nu nog de beschutting te ervaren van een fijnmazig landschap.
Vroeger waaierde Twekkelo uit over de omringende woeste gronden vol heide en vennetjes (zoals het Twekkelerveld), nu zijn de grenzen scherp getrokken: het Twentekanaal (sinds 1932), bedrijventerreinen van Enschede en Hengelo, de vuilstort en vuilverbranding en de A35, alle zijn het vormen van stedelijk grondgebruik, die Twekkelo insnoeren en de adem dreigen te benemen. Gelukkig zijn er die kleine stiewelpaadjes, nieuwe adertjes, die het hart van dit eeuwenoude landschap verse zuurstof brengen.

Stiewelpad over gras.
Op ’t Oorbeck, al in 1338 beschreven.

Oorbeck en Stroot
Want oud is het, neem Op ’t Oorbeck 3, dat al in 1338 wordt vermeld. Nu is er op zomerse zondagen een aangename theetuin en lopen in de weilanden Lakenvelders van een bioboer uit de omgeving. Dan verandert het karakter, langs de onverharde Zwartevennenweg maakt landbouw plaats voor een gevarieerd bos, met langs de randen ontelbare rododendrons. Dit is landgoed ’t Stroot 4, zicht op het huis blijft beperkt tot een glimp van de achterkant van het huis. Het landgoed, in 1819 gesticht en later door textielfabrikant Gerrit Jan van Heek overgenomen en uitgebreid, is nu eigendom van zijn achterkleinkinderen. In Twente zijn veel landgoederen als ’t Stroot, ontwikkeld door rijke (textiel)fabrikanten uit de Twentse steden.

Landgoed ’t Stroot.
Oude zoutboortoren.

Zout
Voorbij ’t Stroot kun je de stadsrand van Enschede, inclusief enkele grote boerderijen, bijna aanraken, maar al gauw trekt de route zich weer terug in kleinschaligheid, en volgen zandpaden en stiewelpaadjes op de rand van bos en weiland. Bij deze romantische wandelwegen past de oude zwartgeteerde zoutboortoren 5 – vanaf 1918 verschenen ze in het landschap, toen de zoutwinning begon (op zo’n vier- tot vijfhonderd meter diepte liggen dikke zoutlagen, zo’n 260 miljoen jaar oud). De hoge boortorens zijn al lang vervangen door kleine zouthuisjes, steevast voorzien van twee leidingen: door de ene gaat water richting zoutbekken, dat lost het zout op, via de andere komt het opgeloste zoutwater weer naar boven en dan gaat het via pijpleidingen naar de zoutfabriek 6 aan het Twentekanaal (linksboven op de kaart). In het transport van het zout naar afnemers speelt het Twentekanaal een grote rol; de grote zouthal ligt aan het kanaal, te zien vanaf de sluis.

Zouthuisjes verstopt in de bosrand.
De sluis in het Twentekanaal.

Kristalbad
In het laatste stuk kom je langs het Kristalbad 7, waar gezuiverd, maar vrij levenloos Enschedees rioolwater een extra zuurstofshot krijgt; dat gebeurt aan het eind, in de rietvelden, opgepept stroomt het water verder. Tegelijk is het een grote wateropvang om uit Enschede afstromende neerslag tijdelijk op te slaan en zo te voorkomen dat Hengelo bij zware buien onderloopt. Ga zeker de uitkijktoren op voor een fraai zicht over het retentiebekken. Dan zie je ook hoe veel vogels bezit hebben genomen van de plassen, die zijn aangelegd in de bedding van een beek waar in de hoogtijdagen van de Enschedese textielindustrie louter zwart, dood water stroomde, een open riool vol verfrijk afvalwater. Na de teloorgang van de textiel en door de bouw van waterzuiveringen begon een opwaartse lijn eindigend bij de totstandkoming van het Kristalbad. Nu vormen het Kristalbad en Twekkelo – de een nog maar tien jaar jong, de ander eeuwenoud – samen een groene buffer tegen de stedelijke druk van Hengelo en Enschede; mede dankzij de groene adertjes van de stiewelpaden zouden ze die druk nog lange tijd moeten kunnen weerstaan.

De uitkijktoren in het Kristalbad.
Uitzicht over het Kristalbad; aan de horizon het stadion van FC Twente.

ROUTE-INFORMATIE
START- EN EINDPUNT: station Enschede Kennispark
AUTO: parkeerplaats tegenover Johanneskerk, Twekkelerweg 110, Enschede (bij W36).
LENGTE: 15,7 km
HORECA: theetuin Op ’t Oorbeck (op zondagen van april tot oktober; ook Bed&Breakfast; Camping De Zwaaikom (april t/m half sep).
Op de kaart staan bankjes en picknickbanken (zie de B).
VERHARD/ONVERHARD: 75% onverhard.

Wandelknooppunt met richtingpijlen.

DE ROUTE volgt de knooppunten van het wandelnetwerk Twente (op de kaart aangeduid met de letters W en V). Bij elk knooppunt is vermeld welke kleur pijl je in welke richting moet volgen. Waar routepaaltjes wat minder opvallen is voor de zekerheid in de routebeschrijving extra informatie toegevoegd, maar in principe wijzen de routepaaltjes met hun nummer en pijlen de weg.
De route vind je op op de site van het routenetwerk Twente.  Je kunt de route ook zelf maken/aanpassen via de routeplanner.
Voor een print van routekaart en beschrijving:

thumbnail of STIEWELPADEN IN TWEKKELO_ROUTE

ROUTEBESCHRIJVING
RD = rechtdoor; RA = rechtsaf; LA = linksaf.

Ga tegenover het stadion van FC Twente RA over het fietspad langs het spoor. Volg de gele routepijlen. Neem de linkerkant van de fietssnelweg, zodat je fietsers op tijd ziet aankomen.
W01, RD, gele pijl.
W43 LA (geel).
W90 RD (geel) (brug over Twentekanaal).
W24 LA (geel).
W42 RA (over op groene route; via bruggetje door weiland; straat oversteken en paadje langs weide; na ruim 10 minuten kom je bij W31).
W31 LA (groen).
W33 RA (over op geel).
W34 RD (geel) (Hamersweg, LA Gerinkhoekweg, RA Zwartevennenweg).
W38 RD (geel).
W39 LA (geel).
W46 RD (geel).
W63 RD (geel) en dan na 80 meter:
W25 RA (over op blauw).
V47, op verharde weg, LA (groen) (Hellerweg).

Jonge Lakenvelders.

W14 RA (groen) en direct
W36 LA (groen), pad door (maïs)akkers. Na zouthuisje LA bospad in. Na einde pad direct scherp RA, paadje langs weiland.
W37 RD (groen).
W33 RA (groen).
W31 LA (over op geel).
W23 RA (geel) en langs boortoren.
W44 LA (geel) (langs Twentekanaal; op verharde weg RA en langs sluis. RA en dan direct rechts aanhouden voor pad langs watergang.
V42 RA (over op groen).
V56 LA (over op blauw).
V49 RA (blauw).
W43 RD (over op geel) (ga links lopen, zodat je het fietsverkeer ziet aankomen).
W01 RD naar station.

Uitbreiding route met 2,7 km via paarse route: Bij W34 RA en dan via W45, W49 (over de flanken van de heringerichte vuilstort) en W60 naar W38.

Veevoer mais schiet hoog op.

Van Kromme Rijn tot Heuvelrug

Sloom slingert de Kromme Rijn in ruime bochten door het landschap, verleidelijk en vriendelijk – geen wonder dat ridders en jonkvrouwen aan de oevers wilden wonen. Al in de 13e eeuw kwam er een eerste versie van ridderhofstad Rhijnauwen tot stand en vanaf het jaagpad heb je een mooi zicht op het huidige gebouw uit de 18e eeuw. In deze route volg je het oeverpad tot voorbij Bunnik, maar ook waar de rivier zelf niet is te zien, is de invloed op het landschap onmiskenbaar. Soms is het kleiig en zompig, pas op het laatst krijg je droog zand onder je voeten.

Tram in Utrecht Science Park (links Casa Confetti, rechts de bibliotheek).

Het Utrecht Science Park
Voorheen bestond De Uithof (tegenwoordig het Utrecht Science Park 1) uit een verzameling betonnen kolossen, waar ’s avonds en in de weekenden een ijzige stilte heerste. Hoe is dat veranderd. Sinds 1988 kan er gewoond worden, en tegenwoordig hebben zo’n 3000 studenten er een kamer. Sterk wordt de sfeer bepaald door de bijzondere gebouwen die architecten van wereldfaam in opdracht van de Utrechtse universiteit ontwierpen. Kijk bijvoorbeeld op de hoofdader (de Heidelberglaan) waar de oude jaren zestigmammoet – het van Unnik gebouw, verpakt in groene doeken – een contrast vormt met de kleurtjes van de studentenwoningen in Casa Confetti. En dat vrolijke gebouw is weer tegengesteld aan de bibliotheek, die met zijn donkere panelen ernst en wetenschap uitstraalt. Op weg naar buiten blijkt het groene karakter van het wetenschapspark en daar aan de overkant van de weide ligt het tegeltjesfestijn Johanna, studentenhuisvesting vernoemd naar de polder waarin het USP ligt; tegeltjes die samen voorbijvlietende wolken verbeelden – geïnspireerd op het vluchtige verblijf van de bewoners, een paar jaar wonen ze er en dan vertrekken ze weer.

Tegeltjesspektakel Johanna.

Een langere adem heeft boerderij De Uithof 2, achter de kleurige gevel van het kinderdagverblijf is het gebouw met de wit-rode luiken te zien. Hier begon de universiteit aan zijn buitenstadse bestaan, want rond 1960 opende hier de proefboerderij van de faculteit Diergeneeskunde. En verleende de eerste vijftig jaar zijn naam aan het hele universiteitsterrein. Overigens, de naam Uithof ontstond al veel langer geleden – het was een buitenboerderij, gelegen in nieuw ontgonnen gronden, van het klooster Oostbroek.

Amelisweerd op een winterochtend.

Amelisweerd en Rhijnauwen
Met de rug naar de Uithof ben je ineens volledig buiten, aan de rand van de landgoederen Amelisweerd en Rhijnauwen 3, waar parkbossen in verschillende stijlen (romantische kronkelpaadjes in contrast met strakke lanen) afgewisseld worden door weilanden en doorkijkjes op de Kromme Rijn. De drie landhuizen komen alle in beeld, eerst het witte Nieuw-Amelisweerd, net voor je het bos ingaat. Door het slingerende parkbos kom je uit bij Huis Oud-Amelisweerd, nog even is een terugblik mogelijk op De Uithof, maar al gauw komen Kasteel Rhijnauwen en de Kromme Rijn 4 in beeld. In de bossen laat de rivier zich al gelden, want de eiken en beuken groeien er weelderig dankzij de vruchtbare klei die bij overstromingen bezonk. Dat de waterloop buiten zijn oevers trad is iets van voor 1122, toen door een dam bij Wijk bij Duurstede de doorgaande aanvoer vanaf de Rijn werd afgesloten. Daarom vind je geen dijken langs de Kromme Rijn, ze waren niet nodig, want de dam verderop hield hoog water tegen.

Jaagpad langs de Kromme Rijn.

Toch heeft het landschap alle kenmerken van het rivierenlandschap. In vervlogen tijden – denk aan duizenden jaren – ver voor dijken, dammen en gemalen zochten wisselende rivierlopen als veelkoppige slangen steeds nieuwe wegen door dit land en lieten zand, klei en zavel achter en boetseerden een palet van iets hoger gelegen oeverwallen en lagere komgronden. Die afwisseling van grondsoort en hoogte zorgde voor wisselend gebruik, zoals te zien is op de kaartfragmenten. Weilanden (a, groen) waar het laag en kleiig is, fruit (b) op zavel – zeg maar half klei, half zand –, akkers op droge oeverwallen ( c) en bosjes, vaak populieren en wilgen (d) waar het wat moerassig was. Het dorp Bunnik (e) lag op een hoger gelegen oeverwal, pal naast de rivier. En al is er in een eeuw veel veranderd, die afwisseling in grondgebruik is ook op kaart van 2019 nog goed te zien.

Bunnik, boven in 1920 en onder een eeuw later (bron: Kadaster).

Bunnik
De oorsprong van Bunnik, in het begin van de 10e eeuw voor het eerst vermeld, ligt niet ver van de brug over de Kromme Rijn. Daar lag het land wat hoger, opgehoogd bij overstromingen tot een oeverwal, zodat je er droge voeten kon houden. De kerk kwam er al in de 13e eeuw – de romaanse toren stamt uit die tijd, het koor is later vervangen; het wereldlijke bestuur resideerde in het pand ernaast. En wat hoort bij kerk en raadhuis? Precies, een kroeg, ’t Wapen van Bunnik, met in de zomer een ruim terras. Die oude kern heeft de sfeer van een klein, beschut dorp, en je vergeet dat er in de 20e eeuw, vooral na 1960, vele wijken omheen zijn gegroeid – vooral eengezinswoningen gekocht door inwoners van de stad Utrecht.

De oude dorpskern van Bunnik aan de Kromme Rijn.
De oude dorpskern van Bunnik aan de Kromme Rijn.
Blik op Blikkenburg.

Stichtse Lustwarande
Op landgoed Wulpenhorst 5 is de route in natte tijden ronduit zompig, ook hier drukte de rivier zijn stempel, maar naarmate je dichterbij het landhuis komt (nu in verbouwing tot luxe verzorgingshuis, opening voorzien eind 2020) vermindert de kleiigheid en eenmaal op het terrein van landgoed Blikkenburg 6 wandel je door tarweakkers vol veldbloemen met zicht op het witte landhuis. Het is ronduit verrassend hoe onverhard en groen je hier langs de stedelijke rand van Zeist scheert. Wulpenhorst en Blikkenburg zijn onderdeel van de Stichtse Lustwarande, een keten van buitenplaatsen langs de rand van de Utrechtse Heuvelrug, in het overgangsgebied van de hoge, droge zandgrond en het lage, vochtige rivierlandschap. Ontstaan aan het eind van de 18e eeuw toen rijke Hollandse stedelingen er voor weinig geld grond kochten en er landgoederen ontwikkelden, waar ze vaak ’s zomers verbleven.

Slot Zeist
Hoogtepunt van die Lustwarande is het strakke, classicistische Slot Zeist 7 uit de 17e eeuw, werkelijk een lusthof, omgeven door een Engelse landschapstuin en een gracht, waarin vele kunstwerken dobberen, en erlangs staan (onderdeel van de Zeister beeldenroute). Het karakter van de lusthof veranderde toen het in 1745 in handen kwam van de Amsterdamse koopman Schelinger die het voor een deel schonk aan de Hernhutters, een evangelische broedergemeente. De Hernhutters gingen wonen in de tuinen van het slot, en creëerden daar het Broeder- en Zusterplein 8, nog altijd wonen en werken ze daar. Vanaf de hoofdingang van het slot loop je er zo naar toe.

Tussen rivier en Heuvelrug
Voorbij Zeist ga je nog even terug naar de rand van zand en klei over het mooie pad langs de Blikkenburgervaart 9. Dit is een ‘nat’ landschap, met groene weiden, elzen, wilgen en een brede vaart – duidelijk een deel van het rivierenlandschap. Toch is de andere ‘wereld’ dichtbij – je ziet het al vanaf het pad: links liggen de land- en buitenhuizen, daar groeien de beuken en eiken die horen bij de zandgronden van de Utrechtse Heuvelrug.

Onverwachte wildernis.
De Breul.

Eenmaal de N224 overgestoken verdwijnt eventuele modderigheid in stevig zand met daarop landgoed De Breul 10 – buitenplaats in ‘Engelse’ stijl, te herkennen aan de rondingen van het huis als aan de zwierige paden van het park; een mooi slotakkoord van een rivierwandeling die met deze laatste twist op droge zandgrond eindigt.

ROUTE-INFORMATIE
De route volgt vrijwel geheel de routepaaltjes van het knooppuntennetwerk Utrecht/Kromme Rijn. De route staat op afstandmeten.nl. Via de knop ‘Export’ kun je een GPS-bestand downloaden.
Deze route is het vervolg op een eerdere knooppuntenroute van Hollandsche Rading naar de Uithof/Utrecht Science Park.
LENGTE 16 km (zie de gele kilometervlakjes op de kaart).
START- EN EINDPUNT Utrecht CS. Neem op Utrecht CS tramlijn 22 en stap uit op halte Heidelberglaan in het Utrecht Science Park (De Uithof). Neem in het weekend Bus 28 (want dan rijdt de tram niet).
Eindpunt is station Driebergen-Zeist, met vier keer per uur een trein terug naar Utrecht CS.
ZWAARTE Na langdurige regenval zijn sommige paden glibberig en zuigt de klei zich aan je schoenen vast.
VERHARD/ONVERHARD Je zou het zo vlakbij de stad niet verwachten, maar meer dan 80% is onverhard.
HORECA In Amelisweerd/Rhijnauwen De Veldkeuken bij Oud-Amelisweerd, het café van hostel Stay Okay Utrecht-Bunnik en (net buiten de route) Theehuis Rhijnauwen.
In Bunnik ’t Wapen van Bunnik.

’t Wapen van Bunnik.
Langs de Kromme Rijn.

Routebeschrijving
LA = linksaf; RA = rechtsaf; RD = rechtdoor
Vanaf de bus-tramhalte Heidelberglaan ongeveer 150 meter teruglopen en LA (Coïmbrapad) langs de universiteitsbibliotheek.
RD richting Bunnik over fietspad.
Einde fietspad Toulouselaan oversteken en direct daarna bij wandelknooppunt (K) 77 RA richting K76 over onverhard pad. Volg vanaf hier de knooppuntenpaaltjes (blauwe pijl op oranje ondergrond).
76 – 19 – 21 – 93 – 22 – 23 – 74 – 37 – 45.
Bij K45 (aan de rand van Bunnik) verlaat je even de knooppunten:
bij K45 RA, brug over (Dorpsstraat). RA langs ‘Witte Huisjes’ over Kerkpad.
Op Parkeerplaats LA en weer LA richting De Bilt (Dorpsstraat; op de hoek ’t Wapen van Bunnik) en bij K45 RA.
45 – 47 – 48 – 53 – 54 – richting 65
VERLAAT DE KNOOPPUNTEN op de plek waar de route uitkomt op de verharde weg. Ga LA en dan RA Filosofenlaantje.
Einde weg schuin oversteken en LA over voetpad langs water en langs Slot Zeist. 
Na 350 meter RA via voetbrug en verder langs de slotgracht.
(Ommetje: Op het voorplein van het slot LA – 200 meter – voor bezoek aan Broeder- en Zusterplein. Daarna terug.)
Na voorplein Slot Zeist RD over Zinzendorflaan.
Einde weg RA (terug op de knooppunten: van K64 naar K65).
64 – 65 – 66 – 67 – 68 – 21 – richting 69.
Volg de pijlen en neem het zandpad rond de vijver van De Breul. Het pad komt via een klaphek uit op een verharde weg. Daar RA en via verkeerslichten oversteken. Na 100 meter LA en over voetpad langs fietspad naar station.
In de printbare PDF vind je naast deze korte routebeschrijving ook een beschrijving met meer route-aanwijzingen.

thumbnail of 29 Uithof-NSZeist routebeschrijving

Blijf op de hoogte van nieuwe wandel- en fietsroutes en meld je aan voor mijn NIEUWSBRIEF.

Leilinde in Bunnik.

 

 

Kootwijk – Veluwe: zand, heide en radio

Waar je ook kijkt, nergens op de foto zie je een spoor van bebouwing. Zand, brandend zand, tot aan de horizon. Hier is de bevolkingsdichtheid nul. Dus, wil je een wandelroute die de drukte vermijdt, dan vind je die in het Kootwijkerzand op de Veluwe. Niet de hele route is zo extreem van mensen ontdaan, want de oude heidenederzetting Hoog Buurlo en het imposante Radio Kootwijk zijn plekken waar je anderen ontmoet. Maar er blijft ruimte genoeg en voor je het weet dwaal je weer eenzaam door bossen, over heide en zandverstuivingen. Is het lang droog geweest dan veranderen de zandwegen in mulle ploeterpaden – bij stevige wind stuift het zand op. Deze wandeling koppelt twee bewegwijzerde routes, het eerste deel volg je de wit-rode markeringen van het Marskramerpad, het tweede deel de geel-rode van het Veluwe Zwerfpad.

Poort naar het zand.

Een dunne lijn
In de eerste kilometers wandel je over een bospad dat de dunne lijn markeert tussen cultuur en natuur, tussen beschaving (links liggen de weiden en woningen) en wildernis (een paar stappen naar rechts en je staat midden op de zandverstuiving). De woestenij is dichtbij – zie de overvloedige sporen van wilde zwijnen, wroetend hebben ze de bosbodem omgewoeld. Hoe het zand mensen kon verdrijven lees je op een infobord, dat vertelt over een dorpje dat zich na het jaar 1000 steeds moeilijker kon verweren tegen de stuivende kracht van het zand. Uiteindelijk won de natuur.

Veluwse zandwegen.
De schapen van Hoog Buurlo.

Hoog Buurlo
Veluwse zandwegen langs heidevelden, door eikenbossen, over kleine zandverstuivingen en door grootse beukenlanen leiden naar de romantische enclave Hoog Buurlo waar elke ochtend een blatende kudde de schaapskooi verlaat om de heide te gaan begrazen. Vroeger waren ze een essentiële schakel in het landbouwsysteem, want na hun dagelijks gegraas werden in de schaapskooi hun keutels opgevangen die vermengd met plaggen de akkers vruchtbaar hield. Eindeloos is die heide, en dat is iets verder goed te zien bij het verreikende uitzicht over de Buurlosche Heide. Enkele kilometers verder is er vanaf de Turfberg nog zo’n weergaloos panorama.

Tussen de bomen door schittert de weidse Hoog Buurlosche Heide.
Radio Kootwijk, de kathedraal van de Veluwe.

Radio Kootwijk
En dan ga je linksaf en kom je op een stukje verharde weg. Wat een weg, want aan het eind staat daar de kathedraal van de Veluwe, het communicatieanker met Nederlands-Indië, kortom het zendgebouw van Radio Kootwijk.
De zandverstuiving nabij Kootwijk bleek begin 20e eeuw een geschikte, want relatief storingsvrije plek voor de bouw van een zendstation. Van hieruit werd de draadloze communicatie met Nederlands-Indië en andere werelddelen onderhouden. De glorietijd van Radio Kootwijk is alweer jaren historie. Voortschrijdende techniek – draadloze communicatie via satellieten – maakte het zendstation in 1998 definitief overbodig. Behouden bleef het opvallende zendgebouw uit 1923, opgetrokken uit gewapend beton (uniek voor die tijd) in een stijl die verwant is aan art-deco. Meest opvallend is de enorme hal, die nodig was voor de gigantische dynamo’s die de zendapparatuur van energie voorzagen. Vergeet verderop niet om te kijken en te zien hoe het robuuste gebouw soeverein over de heide heerst.

Radio Kootwijk, soeverein op de heide.
Ruimte genoeg in het Kootwijkerzand.

Kootwijkerzand
In Nederland spreek je over natuurbehoud, of landschapsbehoud. Dat betekent bescherming van de bestaande toestand, voorkomen dat de wals van de vooruitgang eroverheen dendert. In het Kootwijkerzand staat de natuur voorop, maar het aardige is dat daarbij voortdurende verandering noodzaak is voor het behoud.
Een zandverstuiving is een dynamisch geheel. Is er eenmaal een open plek dan weet de wind steeds meer zand los te waaien en te verspreiden. Tonnen zand verwisselen voortdurend van plek. Voetstappen zijn na enkele dagen al uitgewist – een maagdelijk zandtapijt, als onbelopen sneeuw na een winternacht.
In het Kootwijkerzand heerst een ruige natuur van schraal zand en harde wind, maar ook van kou en hitte. Overdag kan op een zuidelijke zandhelling de temperatuur tot 50 graden reiken, om ’s nachts met 40 graden onderuit te gaan. De natuur heeft zich er aangepast: het ruig haarmos is groen en bloeiend in vochtige tijden, maar droogt in hete zomers in om te overleven. In tijden van droogte barst het mos, worden zandpaden mul en bij stevige wind schuren zandkorrels springend en stuivend je benen. Brandend zand en nergens water en geen mens te zien. De plek om drukte te vermijden!

In droge tijden barst het mos.

ROUTE-INFORMATIE
De route koppelt etappes van het Marskramerpad (etappe 10) en van het Veluwe Zwerfpad (delen van de etappes 10 en 9). De route staat op afstandmeten.nl. Via de knop ‘Export’ kun je een GPS-bestand downloaden.
App Wandelnet
Met de app van Wandelnet kun je Marskramerpad etappe 10 en Veluwe Zwerfpad etappes 9 en 10 downloaden; met als achtergrond de topografische kaart zie je via het GPS-signaal precies waar je bent.
START EN FINISH Start- en eindpunt is de parkeerplaats op de hoek Duinweg/Houtzagersweg in Kootwijk.
LENGTE De route is 16,5 kilometer lang. In Hoog Buurlo kun je een stuk inkorten met 2,3 km tot 14,2 kilometer.
ZWAARTE Na langdurige droogte is het een pittige route, want dan zijn de wegen in het Kootwijkerzand zwaar te belopen in het mulle zand.
VERHARD/ONVERHARD Vrijwel geheel onverhard, een paar stukken deel je met fietsers over onverharde paden.
HORECA De Garage Radio Kootwijk is vanaf 1 juni weer open op vrijdag en in het weekend; april, mei en september alleen weekend; de rest van het jaar dicht.
PICKNICK Mooie bankjes: Hoog Buurlo, Hoog Buurlosche Heide, Turfberg, Radio Kootwijk
HOE KOM JE ER? Alleen te bereiken met eigen vervoer. Startpunt is de parkeerplaats op de hoek Duinweg/Houtzagersweg in Kootwijk. Navigatie: Houtzagersweg 13, Kootwijk.
Je kunt de route ook starten op de parkeerplaats van Hoog Buurlo. Navigatie: Hoog Buurlo 5, Radio Kootwijk.

Het Kootwijkerzand, uitzicht vanaf een stuifduin.

ROUTEBESCHRIJVING
Volg vanaf de parkeerplaats de wit-rode markering van het Marskramerpad.
Net voor de schaapskooi van Hoog Buurlo kun je de route inkorten. Ga bij Paddenstoel 20264 rechtsaf richting Radio Kootwijk en volg de geel-rode markering van het Veluwe Zwerfpad. Maar voor je rechtsaf slaat: ga even 100 meter verder voor het verreikende uitzicht vanaf de picknickbanken.
De hoofdroute komt er ook langs en gaat rechtdoor over het fietspad en slaat dan linksaf langs de tweede schaapskooi.
Aan de rand van de Hoog Buurlosche heide ga je linksaf. Na ruim 300 meter komt het Marskramerpad bij een bankje samen met Veluwe Zwerfpad. Ga hier rechtdoor en volg vanaf nu de geel-rode markering van het Veluwe Zwerfpad. Je verlaat dus het Marskramerpad, dat rechtsaf de heide opgaat.
In het mulle zand van het pad door het Kootwijkerzand duurt het lang voordat er een markering komt: bij een vijfsprong van zandwegen moet je rechtsaf (zie de kaart). Hieronder kun je deze routebeschrijving, inclusief kaart, printen.

PRINT VAN DE ROUTE
thumbnail of ROUTEBESCHRIJVING KOOTWIJK

Los zand, zware weg

Het Nieuwe Centrum van Utrecht

Utrecht verandert en het tempo is hoog. Vooral rond het station struikel je over de nieuwe stadsiconen: het stationsplein met het bollendak (foto), het stadskantoor, TivoliVredenburg, de SYP en meer. Maar daar blijft het niet bij, rondom het Merwedekanaal komen nieuwe woonwijken en krijgt de Jaarbeurs een totale ‘make-over’. Hier en daar is er al een en ander in gang gezet, zoals de Veilinghaven en Rotsoord. Deze wandelroute laat het zien en voert je twaalf kilometer lang door het Nieuwe Centrum van Utrecht. Het is een route met toekomst: wie er over pakweg vijf jaar wandelt, zal weer een heel ander stadsbeeld zien.

Stationsplein
Rond het station is al veel klaar, daar is eerst het stationsplein – extra mooi als je in de avond met de roltrap omhooggaat: in het zachte licht zijn het bollendak en de tapse vlakjes boven de ingang van Hoog Catharijne betoverend. Overdag is het een levendige ruimte: Utrecht heeft onder de bollen weer een echt stationsplein. Die dynamiek zet zich beneden voort, als je wandelt langs de ingang van de grootste fietsenstalling ter wereld en langs Het Platform: wonen, werken en recreëren tegen het station aan, terwijl onder je de sneltram naar het Utrecht Science Park vertrekt.

De ziel van middeleeuws Utrecht.
Het Nieuwe Centrum: station met hal, stadskantoor en woontoren De SYP.

Draai je op de Moreelsebrug 2 om en kijk in de ziel van de middeleeuwen met de Domtoren en Buurkerk en dan in het hart van Utrecht spoorstad met de (voormalige) hoofdkantoren van de NS – meest in het oog springend is De Inktpot, het bakstenen, hoekige Hoofdgebouw III, waar tijdens een kunstmanifestatie in 2000 een UFO op de rand landde. Richt je je blik naar de andere kant, dan komen boven de perrons en de nieuwe stationshal de frisse stadsiconen in beeld: woontoren De SYP 4, het witte stadskantoor en (iets verder) het donkere World Trade Center. Hier krijgt het beeld van een nieuw stadscentrum dat met zijn as rond het station draait, bedding in de realiteit.

Sloop en nieuwbouw
Vanaf de brugtrappen kijk je tegen een rijtje huizen aan in de Croeselaan. Hoe lang nog? Hier gaan woningen tegen de vlakte om een stadspark te creëren dat onderdeel zal worden van een nieuwe, duurzame stadswijk, het Beurskwartier, goed voor een paar duizend woningen. Pas na 2023 gaat er gebouwd worden, net iets eerder dan dat de plannen van buurman Jaarbeurs tot uitvoering komen. De hallen krijgen een totale make-over met daarnaast woningen, een theater en een dakpark, waardoor de Jaarbeurs echt deel van het Nieuwe Centrum wordt.

Stadstribune, de trappen op het Jaarbeursplein.

Het vernieuwde Jaarbeursplein 3 heeft een stadstribune (zitten op de stationstrappen en kijken naar een of ander spektakel op het plein) en een skatebaan. Iets verder is het verkeersriool dat het Westplein altijd was, al voor een deel gesaneerd. Uiteindelijk ligt hier een groene stadsweg ingebed in de Kop van Lombok, met nieuwbouw en de doorgetrokken Leidse Rijn, waar aan de oevers een park zal komen. Dan zul je de parkachtige wandeling naar molen De Ster 5 ook de andere kant op kunnen maken tot voorbij de spoortunnel.

Molen De Ster.
De Cereolfabriek.

Langs het kanaal
Bij de Muntbrug verlaat je het Nieuwe Centrum, maar de Cereolfabriek 6, een voormalige veevoederfabriek waarvan de kasteelachtige gevel bleef staan, leunt er nadrukkelijk tegenaan. Mooi is het ronde appartementengebouw, waarvan de uitkragende gebogen balkons een verwijzing lijken naar de opslagtanks die hier stonden. Na het park van Oog in Al kom je weer in de greep van het Nieuwe Centrum langs de boorden van het Merwedekanaal.
Nu zijn het nog lelijke dozen, de hallen van de Jaarbeurs, maar na 2025 zijn ze misschien al verstopt in een stadsparklandschap met appartementen langs de zijden. Mooi vooruitzicht: door het Jaarbeurspark naar het Centraal Station.

Het Jaarbeursplan met dakpark; rechtsvoor de Veilinghaven.
De Veilinghaven met op de achtergrond de Utrechters.

Tussen Veilinghaven en spoor
Bij de Veilinghaven 7 is het Nieuwe Centrum al zichtbaar met de oude scheepjes in het water en ‘Utrechters’ op de wal, tot werkplek omgebouwde silo’s. Prachtplek. De wijk zelf is groen en vrij van auto’s. Nu is het een vooruitgeschoven post van vernieuwing, eromheen wordt de komende jaren veel gebouwd, zoals het Beurskwartier, nieuwe woningen aan het spoor in het project Kruisvaartkade 8 (hopelijk is daar ook plaats voor de stoere hefbrug die lag in het lijntje tussen het hoofdspoor en de Veilinghaven) en aan de oostkant woningen aan de Heycopstraat 9. Aan het Merwedekanaal kijk je uit op de eenzame Villa Jongerius 10, die over enkele jaren de hoeksteen van een wijk (Merwede 4) met zeshonderd woningen zal zijn.

Villa Jongerius.

Die villa was ooit het epicentrum van de carrosseriefabriek van Jan Jongerius, die als selfmade ondernemer in grote hallen honderden arbeiders op de chassis van Ford vrachtwagens en bussen liet bouwen. En en passant zelf zijn droomhuis ontwierp. Na het faillissement in 1955 kwijnde de villa weg, maar is in oude glorie hersteld en laat zijn eclectische opbouw (van art-deco tot neorenaissance) aan de buitenkant zien. De schoorstenen verderop zijn van een hulpcentrale van de stadsverwarming, ze blijven staan en grenzen aan de Wilhelminawerf 11, dat in 2020 wordt opgeleverd.

Merwede (zone 5), de superduurzame woonwijk; linksvoor het pand van Mobach.

Merwede
In Merwede 5 is hier en daar al een terrein bouwrijp gemaakt, op andere plekken zijn kantoren nog volop in bedrijf of hebben tijdelijke bestemmingen (Vechtclub XL en Kanaal 30 12, horeca met een mooi terras) – moeilijk voorstelbaar dat hier binnenkort de duurzaamste woonwijk van de stad zal liggen. Liefst 12.000 mensen komen er te wonen in een groene omgeving van appartementengebouwen met aan de randen hoogbouw tot 90 meter. Zonder auto’s, vrijwel energieneutraal, en een hoofdrol voor de fiets. Op plaatjes ziet er prachtig uit, maar er is ook kritiek: te veel mensen op elkaar, te veel parkeerdruk en te veel nieuwe fietsbruggen over het kanaal.
Onderdeel van die wijk zal keramiekfabriek Mobach 13 worden – mocht de fabriek verhuizen, dan krijgt het karakteristieke pand een nieuwe functie. Verderop is er al een stukje klaar: het complex Lux et Pax en Max 14.

Rotsoord: bovenin de watertoren is een restaurant.

Rotsoord
De Vaartsche Rijn was ‘uitvalskanaal’ van de stad, onderdeel van de route Amsterdam–Keulen tot het Merwedekanaal in 1892 kwam. Langs het kanaal vestigden zich bedrijfjes, met als belangrijkste meubelfabriek Pastoe. Inmiddels is de transformatie naar hip staddeel (met veel horeca, creatieve bedrijfjes en jonge mensen in nieuwe appartementen) een eind op weg. Beeldbepalend is de watertoren 15, met bovenin een restaurant.
Gunstig gelegen ligt Rotsoord, want naast het nieuwe station Vaartsche Rijn 16 – een hub in het net van snelle stoptreinen, halte op de sneltramlijn naar het Utrecht Science Park en toegangspoort tot de middeleeuwse binnenstad in – Ledig Erf en Twijnstraat binnen handbereik.

Langs de Catharijnesingel.

Van die historie proef je langs de Catharijnesingel 17, die in september 2020 weer helemaal open zal zijn. Dan is de kortste snelweg van Nederland definitief opgeruimd en daarmee de bezegeling van het einde van het autoprimaat. En is Utrecht weer een stapje dichterbij een gezonde, duurzame stad.
Een extra rondje brengt je nog door het hart van de centrumvernieuwing met de kleurvakjes van het Poortgebouw 18, dat dwars op het vernieuwde Hoog Catharijne staat. Daarachter ligt TivoliVredenburg 19 met zes concertzalen het kloppende cultuurhart het Nieuwe Centrum van Utrecht.

TivoliVredenburg met beeldje van het gesloopte Jugendstilpand De Utrecht.

ROUTEBESCHRIJVING
De wandelroute is iets meer dan 12 kilometer.
Start en eindpunt zijn de hal/het stationsplein van Utrecht Centraal.
De kaart en de routebeschrijving staan in de PDF.
De kaart is ook te zien op Google Maps.

thumbnail of Nieuw Centrum_routebeschrijving_3

Maasland en Waterweg

In 2019 ging de nieuwe metro tussen Rotterdam en Hoek van Holland open na de ombouw van de Hoekse Lijn, die hier al sinds 1893 lag. Op veel stations zijn er aansluitingen op het wandelnetwerk van Zuid-Holland, en kun je snel vanuit de stad de polders van de Delflandse veenweiden in. Deze routebegin en eindigt in Maassluis Centrum. Onderweg is de variatie groot: historische stadjes, weidse vergezichten en zeeschepen op de Waterweg. Grote delen van de route zijn onverhard: over het jaagpad langs een voormalige trekvaart, over zompige dijkjes en smalle, eeuwenoude kerkpaadjes. En wat prettig is: altijd en overal is de route goed bewegwijzerd.

De Furie van Maassluis.

De Furie van Maassluis
In de haven van Maassluis a zijn negen oude zeesleepboten afgemeerd, een nostalgisch beeld waarboven de Groote Kerk uitsteekt, die op een eiland ligt en bereikbaar is via een imposante ophaalbrug. Opvallend is de Furie, een stoomsleper met een ruig verleden in Zweden – daar sleepte het schip vlotten van samengebonden boomstammen over de Oostzee naar papierfabrieken. Terug in Nederland kreeg het schip een hoofdrol in de tv-serie Hollands Glorie.
Niet alles ademt hier de gouden glorie van het verleden, want verderop in de haven is er bedrijvigheid: een kraan schept grote happen zand uit binnenvaartschip Sperenza. Toch krijgt de toon van toen een vervolg als je de oude veenweidegebieden van Midden-Delfland betreedt langs de lijnen van vroegere trekvaartverbindingen.

Bij Maassluis, met zicht op de trekvaart in de richting van Delft.
Molen bij Maassluis.

Trekvaart
Strak snijdt de vaart door het open land, sinds 1645 maakte dit water deel uit van het systeem van trekvaarten b, waar volgens dienstregeling zes keer per dag een door paarden getrokken schuit tussen Delft en Maassluis voer. De intercity van nu was toen een trekschuit– goede verbindingen waren voor een handelsstad als Delft van veel belang. Verse vis uit Maassluis kwam met de schuiten sneller aan op de markten van Delft en Den Haag.
Het kanaal zelf is al veel ouder, al in de 14e eeuw gegraven voor een verbetering van de afwatering van Delfland, want dat was na de ontginning van het veengebied nodig. Langzaam zakte de bodem in doordat de plantenresten waaruit het veen bestaat, vergingen door de blootstelling aan de lucht. Mooi zijn de gevolgen van de oxidatie te zien langs de trekvaart, want die ligt een stuk hoger dan het omringende, ingeklonken weideland.

Lage veenweiden grenzen aan de hoger gelegen vaart.
Het Doelpad, in een strakke lijn naar Maasland, al sinds 1611 op de kaart.

Kerkpaden
Eeuwenoud voelt het hier, alsof elke stap je verder terugbrengt in de tijd. Misschien komt het door het drassige, smalle pad langs de Middenvliet – verkreukelde wilgen langs het lage weideland, in de verte de torens van Maasland. Als volledig verleden tijd voelt het Doelpad c, een kerkpad dat al sinds 1611 op de kaart staat en bedoeld was voor kinderen en kerkgangers die uit de omringende polders naar Maasland moesten. Haaks staat het op de vliet, in een strakke lijn richting Maasland – de kerkpaden vormden de kortste verbindingen tussen de dorpen en de buitengebieden. Voorbij het oude Maasland volgt het Dijkpolderpad d, kronkelend over een smal, modderig pad door de veenweiden.

De Nieuwe Waterweg.

De Waterweg
Een grote tegenstelling is het, die minuscule paadjes in open weideland, terwijl de wereld van snel- en vaarwegen, van buitenwijken, haventerreinen en Westlandse tuinbouwkassen zo dichtbij ligt. Daar is het einde van het kerkpad, een asfaltweg leidt onder de A20 door, je stuit op de steile Maaslandddijk e, wandelt langs woonwijk Steendijkpolder en dan sta je op de Delflandse Dijk f met zicht op de Nieuwe Waterweg – in 1872 dwars door de duinen gegraven voor een betere haventoegang van Rotterdam.

Langs de Nieuwe Waterweg.

De kaarten zijn uit 1924 en 2018; veel is er veranderd. Oorspronkelijk was de Steenendijk A de eerste waterkering, wel lag er in 1924 een lage Buitendijk B in de Steenen Dijk polder. Na de Watersnoodramp in 1953 is de Delflandse Dijk C aangelegd, de Steenendijk is sindsdien een slaperdijk – is pas nodig als de Delflandse dijk breekt. Opmerkelijk zijn de veranderingen, zoals woningbouw D, tuinbouwkassen E en waterplassen F (voor zandwinning), maar rond De Hoeve/Hoefwoning G is het open weideland I , met kerkpad H, bewaard gebleven, doorsneden door snelweg A20 J. Op de kaart staan de knooppunten 31, 38 en 59 ter oriëntatie. Bron kaarten: www.topotijdreis.nl.

Grote kranen in de verte, een zeeschip komt aangevaren, binnenvaartschepen zorgen dat ze op tijd uitwijken. Dit is een andere wereld dan die van jaag- en kerkpad, maar met zicht op scheepvaart, haven en de nieuwe stadsflats langs de waterkant net zo de moeite waard. In Maasluis staan alle bruggen open, en daar komt de Speranza, leeg, van haar zandvracht ontdaan manoeuvreert het schip door de smalle brugdoorgang en gaat met een ruime bocht de Waterweg op, begeleid door het laatste zonlicht van de dag – in de haven schitteren de schepen in het laatste, warme zonlicht.

De Speranza vaart weg uit Maassluis.

ROUTE-INFORMATIE
START en FINISH Station Maassluis Centrum.
LENGTE 17,3 km; inkorting tot 15 km: ga bij knooppunt 84 linksaf richting 75, naar station Maassluis West (aan dezelfde metrolijn B).
ONVERHARD/VERHARD De paden door de veenweiden (globaal van knooppunt 78 tot 59) en het Waterwegpad tussen 38 en 84 zijn onverhard en kunnen behoorlijk modderig zijn.
HORECA In Maassluis, ter hoogte van de Markt (iets voorbij knoppunt 47).
METRO Overdag elke 10 minuten, voor Rotterdam Centraal overstappen in Schiedam Centrum op de NS.
AUTO/PARKEREN Oude Veiling in Maasland. Dit is ruim 100 meter van knooppunt 68, waar je de Zuidvliet oversteekt en dan rechtsaf de Trekkade op (je komt er door in noordelijke richting te lopen, richting Maasland).
ROUTE Volg de knooppunten 22 – 44 – 47 – 68 – 78 – 42 – 67 – 88 – 37 – 66 – 15 – 59 – 31 – 82 – 16 – 38 – 84 – 27 – 44 – 22.
ZELF PLANNEN? Zie de routemaker op wandelnet.
PRINT VAN DE ROUTE

thumbnail of MAASLAND EN WATERWEG_ROUTE

Routeknooppunt.
Wegwijzers naar het volgende routeknooppunt.

 

Zonnepark tussen de coulissen

Nederland moet over op zonne- en windenergie. Daarvoor is steeds meer grond nodig: windparken en akkers vol zonnepanelen. En die hebben geen best imago. Neem die zonneparken: rijen vol stalen frames waarin zwarte zonnepanelen zijn gehangen, niet bepaald moeders mooisten. Het kan anders, zoals in Solarpark De Kwekerij in Hengelo Gelderland 1, want daar wordt niet alleen groene stroom opgewekt, natuurontwikkeling is net zo belangrijk, te zien aan de vele soorten bloemen en planten, een bijenhotel en nestkasten. En er is ruimte voor recreatie: een picknickplek, een uitzichtheuvel en grassige wandelpaden langs bloemen en zonnepanelen. In juni bloeit het zoet geurende duizendblad massaal; de witte bloemen zorgen voor een mooi contrast met de 6978 donkere zonnepalen. Het geheel is verpakt in een meidoornhaag, die het hele terrein omvat en de zwarte panelen van buitenaf minder doet opvallen.

Zonnepanelen, duizendblad en een houtwal in de verte.

Een zonnepark als in Hengelo kost wel wat extra’s, want natuur- en recreatieontwikkeling krijg je niet voor niets. Toch, als de wil er is en je geeft creativiteit de ruimte, dan is zo’n saaie, industriële zonneakker in te richten als een park dat niet alleen groene energie levert, maar ook biodiversiteit en ruimte voor recreatie. Een win-win-win-situatie, zeker als een valk in glijvlucht zijn nestkast verlaat.

De coulissen van de Achterhoek: lanen en houtwallen.
Grote akkers ingebed in houtwallen en lanen.

Coulissen
Solarpark Hengelo laat zien dat het mogelijk is een energielandschap te ontwerpen, dat kan wedijveren met de omgeving. Het park ligt aan de rand van het Achterhoekse coulisselandschap, waar je wandelt langs lanen met weidse doorkijkjes, in de verte het rode pannendak van een boerderij en vooraan een enorme maisakker 2. Wat als er op die akker zonnepanelen zouden staan, omgeven door een meidoornhaag als bij het zonnepark. Zou het uitzicht dan minder zijn? Of juist mooier – niet alleen door de aankleding, maar ook vanwege de inhoud, want de zonnepanelen dragen bij aan een duurzame wereld, terwijl de meeste maisakkers zwaar bemest zijn en voedsel leveren voor de intensieve veehouderij.

Het landschap rond de route (de rode lijn) in 1911 en 2018. Bron: www.topotijdreis.nl.

Einde van het verfijnde?
Want ja, wat is er nog over van dat verfijnde, kleinschalige landschap? Een vergelijking van kaarten geeft een antwoord. Op de kaart van 1911 is de natuurlijke situatie herleidbaar: het landschap bestond uit iets hoger gelegen zandruggen, afgewisseld met laagtes, waar beekjes stroomden; boeren woonden er op de rand van hoog en laag. Op het hoge, droge zand lagen de essen, soms groot e, en in gebruik bij meerdere boeren, vaak ook klein a, en dan was er maar een boerderij. Wei- en hooilanden w lagen wat lager, en op heideveldjes h graasden schapen. Tussendoor lagen bossen b en werden akkers omsloten door houtwallen x. Een ruime eeuw later is de hoofdstructuur nog goed herkenbaar, al is er veel van het kleine, verfijnde verloren gegaan (zie de verdwenen houtwallen – x -, bosjes – b – en heidevelden – op de kaart van 2018).

Schaalvergroting en monocultuur; lelijk of valt het mee?

Schaalvergroting
Voor die veranderingen is de voortschrijdende schaalvergroting in de landbouw verantwoordelijk: grote, rechthoekige akkers zonder een omkadering van bomen en struiken zijn immers zoveel gemakkelijker te bewerken met machines. Gelukkig zijn er zoveel houtwallen, bomenlanen en bosjes overgebleven, dat de hoofdstructuur van het landschap herkenbaar is gebleven; bovendien zijn veel wegen en paden nog onverhard, waardoor het prettig wandelen is. Op de kaart zie je niet het veranderde bodemgebruik, want die ‘witte’ vlekken waren vroeger akkers waar veel verschillende gewassen werden verbouwd; nu zijn het bijna allemaal maisakkers, van variatie naar monocultuur.

Lanen en boerderijen op de Kieftskamp.
Landhuis De Kieftskamp.

De kleinschalige Kieftskamp
Veel grond was in bezit van stedelijke of adellijke grootgrondbezitters; zij verpachtten de akkers aan de boeren. De route komt door landgoed De Kieftskamp 3 en daar is in vergelijking met de kaartfragmenten meer fraais bewaard gebleven: prachtige lanen, besloten akkers. Het landgoed is nu in bezit van het Geldersch Landschap en die heeft als doel natuur en landschap te versterken en voert daarvoor een ecologisch beheer. Hier kun je ineens op een akker met tarwe of rogge stuiten.

De kleinschalige Kieftskamp.

Een opstapje
De Kieftskamp gaat na de Veengoot vloeiend over in de bossen rond Huis Vorden 4, een fraai gerestaureerd landhuis, ooit aangelegd met een complete slotgracht, want was van oorsprong (al in 1315 bewoond) een militair bolwerk, werd in de Tachtigjarige Oorlog verwoest, verloor zijn militaire functie en is in de 19eeeuw omgebouwd tot ‘burgerlijk’ landhuis, en kortgeleden met zorg gerestaureerd. Dat is een mooie overeenkomst: de zorg die spreekt uit de aandacht voor het eeuwenoude Huis Vorden zag je ook bij het Hengelose zonnepark van de toekomst. Toewijding en creativiteit: strooi ermee rond bij de restauratie van het oude en bij de ontwikkeling van het duurzame nieuwe – een opstapje naar een mooie, groene toekomst.

Huis Vorden.

ROUTE-INFORMATIE
START Veemarktstraat, Hengelo (Gelderland)
FINISH Station Vorden
LENGTE 11,5 km; met rondje Solarpark ongeveer 13 km
HORECA Onderweg bij camping Wiemelinkhof (zelfbediening, open van 1 april tot 1 oktober); aan het eind: Dorpsstraat Vorden.
BUS Twee keer per uur van station Vorden naar Hengelo (halte Banninkstraat); op zondag een keer per uur.
Vanaf de bushalte naar het startpunt van de route: Weg oversteken en Banninkstraat in. Einde weg RA Raadhuisstraat (ri Ruurlo). RD Veemarkstraat. Op de parkeerplaats begint de route.

ROUTE
Volg de paaltjes van het wandelnetwerk Achterhoek; ze gaan vaak gecombineerd met een kleuraanduiding van de pijlen en/of kleurmarkering.
RD = rechtdoor, RA = rechtsaf, LA = linksaf, ri = richting.
Vanaf de parkeerplaats aan de Veemarkstraat LA, ri kerk. Bij de kerk RD (volg de zwarte pijl; Kerkstraat), RA Raadhuisstraat, gaat over in Vordenseweg. Bij rotonde met de N316 RD Vordense weg/Hiddinkdijk.

(Voor het zonnepark: ga door het zelfsluitende klaphek; indien gesloten: ga RA Vordens Voetpad naar volgende klaphek. De hoofdingang ligt aan de westkant; volg daarvoor het hek en meidoornhaag, twee keer rechtsom.)

Vervolg route: W59 RD en volg de groene pijl. W60 LA (zwarte pijl). Na 100 m RA Lieferinksweg. Kruising Maalderinksweg RD. S10 RD (groene pijl); S81 LA (groene pijl).

S56 RA groene pijl; na de brug E45 RA langs De Veengoot. Op verharde weg RA en direct LA bij E41 (Het Bilderspad).
E17 LA (Bilderspad); E16 LA (Bilderspad); E40 RD (Bilderspad); E26 RA (wit-rood). Fietsknooppunt 89 LA (wit-rood). E64 RA Stationsweg.

ZELF PLANNEN? De route is gemaakt met de wandelknooppuntenplanner van wandelnet. Dit artikel is in een bewerkte vorm in wandelkrant TE VOET gepubliceerd.

PRINT VAN DE ROUTE

thumbnail of Routeprint

 

De Lochemse Berg

Langs de rand van de Lochemse Berg rollen de akkers naar beneden en stuiten op de villa’s van Lochem. In deze doorkijk ontbreekt het water, want Berkel en Twentekanaal zijn de andere elementen in deze tocht over het Achterhoekse wandelnetwerk. Met dat water begint deze route.

Bij het oversteken van het Twentekanaal 1 passeert een volgeladen containerschip, op de achtergrond rijzen reuzensilo’s, van waar veevoer, zaaigoed en kunstmest over Twente en de Achterhoek worden gedistribueerd; vrachtwagens rollen af en aan over de brug, prettig dat er een apart wandel-fietspad is. Het is een pittig begin van een route die binnen de kilometer naar een idylle omslaat, want dan wandel je over een graspad in een gebogen lijn langs de brede Berkel 2. In de vijver ernaast overstemt een kikkerkoor het verkeersgeluid, meerkoetjes en eenden spartelen in de rivier.

De Berkel
Ooit was de Berkel in gebruik als waterweg, nooit hemelbestormend, want het kostte veel moeite om de rivier die in Duitsland ontspringt, bevaarbaar te krijgen. Dat er voortdurend aan is gesleuteld had meer te maken met het verbeteren van de waterafvoer. Overstromingen moesten worden voorkomen, en de landbouw moest op droge gronden grootschalig kunnen groeien. Bochten werden rechtgetrokken, de bedding verdiept, steeds meer gelijkenis kreeg de rivier met een door mensenhanden gegraven kanaal. Dat klinkt niet aantrekkelijk, maar de werkelijkheid valt erg mee op het smalle pad dat meebuigt met de ruime bocht van de Berkel, en aan de andere kant weitjes en nu en dan een bosje.

De Cloese
Vanonder het bladerdek van het Berkelbegeleidende bos heb je een prachtzicht op de Cloese 3, kasteel met een romantische rijkdom van torens, trapgevel en speklagen volgens de symmetrische wetten van de neo-renaissance. Vele keren wisselde het kasteel van uiterlijk en eigenaar; na 1960 was er decennia een opleidingsschool van de politie gevestigd, nu zijn er appartementen in gebouwd, en in het park zijn vrijstaande villa’s verrezen. Die zijn een mooie aansluiting op de villatraditie van Lochem.

De Berg
Een zandweg leidt van de Berkel naar het bos en daar klimt het pad omhoog en bereikt de top van de Lochemse Berg, verscholen in het bos, verstoken van een uitzicht, tot er toch een doorkijk komt naar het lagergelegen land 4. Een boom staat prominent in de zichtlijn, om te benadrukken dat je hier niets anders ziet dan eindeloos groen, ver weg van de bewoonde wereld, zo lijkt het. Want op de flanken liggen boerderijtjes en villaatjes te midden van weitjes en tuinen, idyllisch land, waar je opnieuw de eindeloosheid vermoedt van niets dan natuur, terwijl de werkelijkheid beperkter is, want de Lochemse Berg is met zijn 49 meter maar een kleine, lage bult. Hij is ontstaan in de voorlaatste ijstijd, toen landijs vanuit noordoostelijke richting het huidige Berkeldal binnendrong en als een bulldozer de gronden voor zich opduwde.

Boerderijtje op de berg.

De klemmende beuk
Al snel daal je weer af, steil zelfs door een holle weg, waar een beuk 5 zich vastklampt aan de steile rand met ontblote wortels, weerloos lijken ze, maar hun klemkracht is groter dan je denkt, want breed uitgewaaierd houden de wortelarmen de boom al decennia op de been.
Niet veel verder wandel je op een zandweg met zicht op de heuvel waarover je zojuist ging. Vanaf de wat ingesleten weg kijk je uit over bollende akkers, met verschuivend beeld door wegbegeleidende eiken die de blik op het land steeds een nieuwe focus geven, coulisselandschap in topvorm. Aan de andere kant ligt Lochemse Berg, akkers liggen licht hellend aan de onderrand, daarboven de bossen tot de top.

Panorama vanaf de Lochemse Berg.

Opnieuw omhoog, maar via een andere weg; op de top 6 zijn sparren, eiken en beuken zo hoog gegroeid dat ze de ranke uitkijktoren als een van hun medebosbewoners hebben opgenomen en als panoramaplek hebben doen verdwijnen.

Villapark Berkeloord.
Villa Borneo in Lochem – de invloed van Nederlands-Indië.

Villastad Lochem
Bos- en akkerwegen leiden naar de rand van Lochem, waar villapark Berkeloord 7 een soepele overgang vormt tussen het buitengebied en de stad. Opvallend hoe de gegoede burgerij Lochem waardeerde, want wat verderop, aan de Nieuweweg 8 barst het ook al van de villa’s. Onder hen veel mensen die in Nederlands-Indië werkten en hun verlof doorbrachten in een pension, later gingen ze er ook wonen.

De kerk in de binnenstad van Lochem.
Wapens van burgemeester en regenten op het stadhuis.

Lochem zelf is al veel ouder, was een vestingstadje met in het centrum nog enkele 17e-eeuwse gebouwen, die zich vanaf de terrassen rond de kerk laten bekijken. Zo eindigt een wandeling waar de natuur minder eindeloos bleek dan op de Lochemse Berg leek, maar niet gewanhoopt, want de villawijken en het hart van Lochem zijn fraaie cultuuruitingen en helemaal mooi wordt het aan het slot als in die strakke Berkel een vispassage 9 blijkt gebouwd. Cultuur helpt natuur.

Vispassage in de Berkel.

ROUTE-INFORMATIE
START en FINISH Station Lochem (ook parkeerplaats)
LENGTE  15 km
HORECA Hotel Woodbrooke in Barchem, Hotel BonAparte Lochem, binnenstad Lochem.
TREIN Kijk op ns.nl voor treintijden
EIGEN VERVOER P bij station Lochem of bij Hotel BonAparte, Lochemseweg 37, 7244 RR Barchem.
ROUTE
Volg de paaltjes van het wandelnetwerk Achterhoek; ze gaan gecombineerd met een kleuraanduiding van de pijlen en/of kleurmarkering.
RD = rechtdoor, RA = rechtsaf, LA = linksaf, ri = richting.
De letters a t/m d vind je terug op de kaart. Het zijn plekken waar de routepalen niet helemaal vanzelf spreken.

Vanuit het station RA ri Centrum. Bij O89, RD, volg de rode pijl; O80 LA, rode pijl.
M87 RD en rode pijlen volgen. Langs de Berkel.

a Na de brug over de Berkel LA (geel-rode route); M57 RD (geel-rood);
M61 RD (volg vanaf hier de paarse route tot d); M51 RD; M19 LA.
b Na het doorkijkje in het bos LA; M23 RD; M44 RA; M74 RA; M70 RD; M37 RD.
c Om hotel Bon’aparte heen en bij bushalte Dollehoedsedijk weg oversteken; M52 RD; M17 RD;
d M35 RA en direct weer LA langs akker, via geel-rode markering. M61 LA (geel-rood); M57 RD (geel-rood); M54 LA en volg even later de rode pijlen. M82 RA; M81 RA.
M45 LA en vanaf nu geel-rode markering; M87 LA (geel-rood); M80 RA (geel-rood en naar station).

ZELF PLANNEN? De route is gemaakt met de wandelknooppuntenplanner van www.wandelnet.nl. Dit artikel verscheen ook in wandelkrant TE VOET.

PRINT VAN DE ROUTE
thumbnail of De Lochemse Berg_route_pdf

Nieuwe NS-wandeling Helderse Duinen

Vanaf de uitzichttoren zie je ‘m voor de eerste keer: ijkpunt in het panorama over bossen, duinen, zee en stad is de Lange Jaap – de vuurtoren, die in 1877 uit loeizwaar gietijzer is opgetrokken. Behalve in het bos komt de vuurtoren – ruim 63 meter hoog, met een licht dat op 54 kilometer is te zien – steeds in je blikveld, tot ie in de stad achter de gevels verdwijnt. De rode toren is beeldbepalend in deze nieuwe, gevarieerde NS-Wandelnet route. Voor TE VOET schreef ik er een artikel over, hier lees je een (lichte) bewerking van die tekst.

In de Nollen, binnenduintjes met stolpboerderij.

Nollen en duinen
Op het smalle pad van de eerste kilometers gaat de route langs de Nollen, kleine, wat weg van zee opgewaaide binnenduintjes, hier opnieuw aangelegd om het oude landschapsbeeld terug te brengen van duintjes die onder Helderse stadsuitbreidingen verdwenen. Verderop, in de Donkere Duinen ruisen de kronen van dennen en eiken, zwaaien mee op het ritme van de wind en worden vergezeld van het geluid van bosvogels – de trillers van een vink, het geroffel van een specht en in het meertje snatert een groepje eenden. Daarna opent het landschap, badend in het licht groeien de gelige, zo karakteristieke helmgrassen. Eerst wandel je erlangs, dan steek je er dwars doorheen – weids is het uitzicht over de duinen, een schelpenpad voert naar de zeereep.

Helderse Duinen.

Zeegeluiden
In het veranderende landschap laat zich een nieuwe ‘soundscape’ horen: vanuit de verte klinkt het schelle gekrijs van vermoedelijke meeuwen. Geluid voegt zich bij beeld als de vogels samenvallen met het zicht op zee en op de lange, smalle zandstreep (de Razende Bol) aan de overkant van het water – dichtbij klinkt het zachte geklots van trage golven tegen de stenen zeewering. De Razende Bol is een zandplaat voor de kust, een hoogwatervluchtplaats voor zeevogels en zeehonden; elk jaar schuift de plaat door zeestromingen zo’n 100 meter op in de richting van Texel. Vraag is of ze ooit zullen vergroeien, want het water tussen bank en eiland is diep en stroomt snel.

Ganzenzee en in de verte de Razende Bol.
De veerboot naar Texel vaart uit.

Zeevesting
Eenmaal aan de kust kom je ogen tekort, want Lange Jaap, de zeedijk, Razende Bol en Texel zijn in beeld, op het water dobberen honderden witbuikrotganzen en de veerboten van en naar Texel varen langzaam maar gestaag uit. Ondertussen is er ook nog Fort Kijkduin, een van de vestingwerken rond Den Helder. Napoleon zag de strategische ligging, en gaf opdracht voor de bouw van de Stelling van Den Helder. Na Fort Kijkduin – dat Huisduinen beschermde – volgt de route de grachten van Fort Erfprins om uit te komen op de onvolprezen grasdijk met schitterend zicht op het water en Texel.

Lange Jaap vanaf Fort Kijkduin.
Oude reddingsboten in het museum.

Willemsoord
Vanaf de dijk duikt ineens een onderzeeër op, niet aan de zeezijde, maar aan de landkant, voor altijd verankerd op het droge, als onderdeel van het Marinemuseum, dat ligt op het terrein van de voormalige marinewerf Willemsoord. Dit was de thuisbasis van de Koninklijke Marine, hier werden de marineschepen voorzien van hun uitrusting, werden ze gerepareerd en onderhouden. Willemsoord werd na de Franse Tijd het belangrijkste steunpunt van de zeevloot tot de sluiting in 1993 (aan de overzijde kwam een nieuwe haven te liggen).
Daarna kregen de historische gebouwen nieuwe bestemmingen, vaak ‘zeegerelateerd’, zoals het Marinemuseum en het Reddingmuseum, ook zijn er veel oude schepen (reddingboten, lichtschip) afgemeerd en in een van de dokken krijgt de statige zeezeiler Bonaire een facelift. Verrassend, er zijn ook stadse voorzieningen, zoals een bioscoop, theater en casino.

Zeezeiler Bonaire in het oude dok.
Ooit een V&D, nu een kleurige gevel.

De ups en downs van Den Helder
In Den Helder wisselen de perspectieven. Na de Tweede Wereldoorlog was er een bloeiperiode; in die hoogtijdagen werkten op Willemsoord 2500 mensen en werden voor nieuwe bemanningen nieuwe woonwijken gebouwd. Later daalde het aantal banen drastisch door inkrimpingen bij de Rijksmarinewerf, de kurk waarop Den Helder dreef. Gevolg was krimp, want na 1985 nam het aantal inwoners af, van 64.000 naar ruim 55.000. Voorzieningen kwamen in zwaar weer, winkels kwijnden – in het slotstuk van de wandeling krijg je daar wat van mee, want de voormalige V&D ziet er van buiten vrolijk uit, maar verhult slechts leegstand.
Den Helder heeft vaker zware tijden meegemaakt, bijvoorbeeld toen in 1872 het Noordzeekanaal gereedkwam, waardoor schepen van of naar Amsterdam niet meer via Den Helder hoefden, of in de Tweede Wereldoorlog toen bijna de hele stad bij bombardementen werd weggevaagd. Telkens lukte het terug te komen, wie weet waar nu de sleutel tot nieuw succes ligt? Wellicht dragen wandelaars op deze gevarieerde route een steentje bij aan een Helderse revival.

DE WANDELING
Startpunt is station Den Helder Zuid, eindpunt station Den Helder. De route telt 15,5 km en volgt de gekleurde pijlen van wandelnetwerk Noord-Holland. Alle informatie (kaartje, routeaanduiding, horeca en beschrijving van bezienswaardigheden) staat op: www.wandelnet.nl .

Stoomsleepboot Noordzee in museumhaven Willemsoord.

Lunteren – Wekeromse Zand

Halverwege deze route struin je door het Wekeromse Zand, een kale vlakte waar het zand vrij kan stuiven. Het is een van de landschappen op een route die bossen, akkers, weilanden en heidevelden met elkaar verbindt, en steeds van decor wisselt.

Buurtbosch
Nauwelijks onderweg of je duikt het Lunterse Buurtbosch 1 in. Daar bouwde eigenaar notaris van den Ham rond 1900 een bescheiden rustplek, een theekoepel, van waar hij kon uitkijken over zijn nieuw aangeplante bos. Door het groeien van de bomen moest de panoramaplek steeds hoger – in de jaren zestig kwam het huidige ontwerp klaar – en op de bovenste verdieping van De Koepel 2 kijk je over de boomtoppen heen.

De Koepel in het Lunterse Buurtbosch, eronder een ven in hetzelfde bos.

In feite is het bos nog niet zo oud; aan Lunteren grensden vroeger uitgestrekte heidevelden; ze waren onderdeel van het esdorpenlandschap, waarin de heidevelden een onmisbare schakel vormden. Hier graasden schapen, hun mest werd verzameld om de akkers op de eng te bemesten. Eind 19e eeuw, na opdeling van de gemeenschappelijke gronden volgens de Markenwet, verkochten veel boeren hun bezit aan rijke notabelen, die de kale heide gingen bebossen. Een van die notabelen, notaris van den Ham, schonk zijn bos in 1912 aan de inwoners van Lunteren, en die bezitten het nog steeds.

Tussen 1920 en nu


Op de kaart van 1920 is de structuur van het oude esdorp goed te zien. Wit zijn de akkers op de eng, de rode hokjes geven huizen van het langgerekte Lunteren weer en waar het bruin is, groeit de heide. Die is al aardig in omvang aan het afnemen, want nieuwe landeigenaren leggen er bossen aan. De bescheiden theekoepel boven op de berg is ook al gebouwd.
Een eeuw later is de bebossing compleet, maar de akkers op de eng zijn nog goed te herkennen. Opmerkelijk zijn de vele recreatiebedrijven, en middenin zijn de Lange Berg en Steenen Berg afgegraven voor zandwinning; daar ligt nu een enorm gat, tussen Lindeboomsberg en Steenenberg.

Klein, krachtig en gedrongen: de heidekoe


Heide
Hier en daar ligt nog een plukje heide, maar meestal is er bos, afgewisseld door een enkel weiland of akker. Dat wordt anders in de buurt van het Wekeromse Zand – de open heide 3 wenkt. Er grazen kleine koetjes om vergrassing en dichtgroeien tegen te gaan. Deze runderen, zo op het oog gewone zwart-wit-koeien, zijn van een speciaal ras dat in Nederland verdwenen was, maar vanuit Denemarken is heringevoerd. Stug, stevig en onverstoorbaar grazen ze het hele jaar door.
Langzaam loopt het onverharde pad omhoog naar een panorama 4 over de heide met goed in zicht de overgang van heide naar zand.

Wekeromse Zand
Door afplaggen en overbegrazing ontstonden op de heide steeds meer open plekken, en daar kreeg de wind vat op het blootliggende zand. Lange tijd nam de oppervlakte van zandverstuiving het Wekeromse Zand 5 toe, tot de boel weer dicht begon te groeien door bebossing en minder intensief gebruik. Stuivend zand – vroeger een gruwel voor de landbouw, nu een zegen voor de natuur – leek te gaan verdwijnen. Omdat natuur tegenwoordig vooropstaat is na 1993 de oppervlakte stuivend zand uitgebreid om zo de bijzondere flora en fauna die hoort bij de extreme omstandigheden van verwaaiend zand meer kansen te geven. Dat het ‘levend’ stuifzand is, merk je als de wind stevig waait, want dan wervelen springende zandkorrels als een waas over de kale vlakte, met hun witte kleur afstekend tegen het gelige zand. Waar zand en grasland aan elkaar grenzen is te zien hoe het losse zand de begroeiing ‘overspoelt’ en gestaag oprukt.

Oprukkend stuifzand.

Celtic Fields
Al ver voor de esdorpboeren waren de heuvels rond Lunteren in trek. Uit de IJzertijd (800 v. Chr. tot het jaar 0) stammen sporen van kleine, regelmatige raatakkers 6, 40 bij 40 meter, die in een systeem van wissellandbouw werden gebruikt. Telkens kreeg een akkertje rust zodat de bodemvruchtbaarheid zich kon herstellen. Wie goed kijkt kan de walletjes rond die akkers herkennen; als hulp zijn de randen met gele paaltjes gemarkeerd.

Helaas, die kom je niet meer tegen, ook niet in de zandgroeve..

De zandgroeve
Als fundering voor wegen en huizen is vooral na 1945 een gigantische hoeveelheid zand 7 weggegraven. Dat zand was hier opgestuwd in de voorlaatste ijstijd, toen ijsmassa’s vanuit Scandinavië de grond als een bulldozer opduwden. Op de bodem van de groeve staat een roestbruine staalsculptuur die laat zien hoe de ijskracht werkte.
Er werd rond Lunteren al eeuwen zand gewonnen; zie ook de topografische kaart hierboven: ten noorden van Lunteren buigt een zijlijntje van het hoofdspoor af, in de richting van de Grind- en Zanddelverij.


Het middelpunt
Drie zwerfkeien markeren het Middelpunt van Nederland 8. In Lunteren hebben ze vier uithoeken van Nederland gepakt en die kruislings verbonden. Ook wordt beweerd dat er in alle richtingen evenveel land ligt (althans voor de aanleg van Flevoland). Er zijn ook andere middelpuntclaims, zoals Amersfoort, waar het nulpunt ligt van het Nederlandse coördinatenstelsel, of Putten, de plek waar Nederland in evenwicht zou zijn als je het zou optillen. Wel of niet het ware middelpunt, het vergezicht richting Gelderse Vallei is groots. Dan daal je af en kijk je uit over de eng 9 van Lunteren, waarlangs het laatste deel van de route loopt.

Onderweg: de afstand tot het Middelpunt van Nederland.

Routebeschrijving
START en FINISH Station Lunteren.

LENGTE 17,4 km, met inkortingen 16,5 of 15,5 km.

HORECA
De Lunterse Boer (als je op de Bosweg komt, gaat de route rechtsaf richting knooppunt 54; ga daar linksaf, na 400 meter ben je bij de Lunterse Boer). Dagelijks open.
De Goudsberg
Open 1 mei – 1 oktober dagelijks vanaf 11.00, op maandag vanaf 16.00. Winter vrijdag, zaterdag en zondag, donderdag vaan 16.00.

TREIN Kijk op ns.nl voor treintijden.

PARKEREN Diverse parkeerplaatsen aan de route (zie de kaart).

ROUTE
Volg de knooppunten vanaf station Lunteren.
Op enkele punten is extra aandacht nodig om te voorkomen dat je een routepaaltje mist.
Knooppunt 8, richting knooppunt 13
Ga niet de onverharde weg in, maar neem het fietspad in de richting van fietsknooppunt 80.
13 → 12 → TP → 54
Na knooppunt 13 ga je richting knooppunt 12. Je komt uit op de brede, onverharde Bosweg (met fietspad); staat als TP in het overzicht van knooppunten. Ga daar rechtsaf, richting knooppunt 54. Voor de Lunterse Boer linksaf (400 meter).

Voorbij knooppunt 40, in het zand
Waar de geel-rood gemarkeerde Veluweroute rechtsaf gaat, moet je zelf ook rechtsaf, al geeft de pijl rechtdoor aan.
Maar loop je toch rechtdoor (mooi, want door het zand), volg dan de zandverstuiving aan de rechterkant. Je komt op een Klompenpad (Valkschepad) en aan het eind van het stuifzand, aan de bosrand, zie je een bankje. Ga daar rechtsaf. Na ongeveer 100 meter linksaf op het brede zandpad. Je bent terug op de route.

INKORTINGEN
Ga bij knooppunt 8 in de richting van 6 en 12 (900 meter korter).
Ga bij knooppunt 32 richting knooppunt 22 (1 km korter).

ZELF PLANNEN? Zie de Wandelnet knooppuntenplanner, met de mogelijkheid de route in de app of als GPX-bestand te downloaden.

PRINT VAN DE ROUTE
Klik op de link voor een afdruk van de routekaart en de bezienswaardigheden onderweg.

thumbnail of 18 Routebeschrijving Lunt-Wek

Heidekoe op de rand van bos en hei.

Bron topografische kaarten: topotijdreis.nl, een site van kadaster.nl.

Sallandse landgoederen, IJssel en Deventer

Op de foto zie je het 17e-eeuwse kasteel de Haere, stralend middelpunt van een parklandschap vol monumentale bomen, slingerende waterpartijen, bos en weilanden. Vanaf het terras kijk je ver weg, in de richting van de IJssel. Daar komt de wandelroute na zo’n 10 km aan, maar voor je door de open uiterwaarden en historisch Deventer wandelt zijn er eerst de besloten Sallandse landgoederen.

Landgoederen
De Haere 3 is al het derde landgoed; eerder kwam de route langs Groot Hoenlo 1 (Harry Mulisch woonde er; het landgoed figureert in ‘De ontdekking van de hemel’) en Hengforden 2, verderop volgt Gaia 2 (ook bekend als Nieuw Rande).

Groot Hoenlo.

Alle landgoederen hebben kenmerken van de Engelse landschapsstijl met veel onverharde, slingerende paden door een mooie mix van weilanden, akkers en bossen, gescheiden door houtwallen. Steeds zijn er verrassende doorkijkjes, en met regelmaat staat er een reuzeneik in een weiland, waaromheen zich roodbonte runderen hebben verzameld. Kleinschaligheid is troef, ook op Hengforden 2, al voelt het daar wat anders, alsof het strakke beheer is vervangen door laissez faire, waarin de natuurlijke ontwikkeling gestuurd door grazende runderen voorop staat – je wandelt over holligbollige weilanden langs struiken en monumentale eiken.

Hotel Gaia op landgoed Rande.
Groepje bomen, kenmerk van de Engelse landschapstijl.

De IJssel in de verte
De landgoederen zijn goed voor de eerste helft van de wandeling. Daarna komt de IJssel in beeld. Een eerste aankondiging doet zich voor als de route stuit op een oude dijk met daarachter cirkelvormige waterplassen. Ze zijn onderdeel van het landgoed Rande 4, en zijn ontstaan bij extreem hoog water waarbij de IJssel door de bandijk brak en een komvormige waterplas – het wiel – achterliet. De IJssel zelf is nog niet in zicht; eerst komen de uitgestrekte uiterwaarden 5. Bossen zijn verdwenen, meidoornhagen blijven; open wordt het land en bij observatorium Keizersrande 6 – een vervallen steenfabriekje getransformeerd tot landart – is er uitzicht over weiden waar het vee groepsgewijs doorheen stiefelt. En kijk, daarginds moet de rivier zelf zijn, want in de verte schuift een stuurhut door het land, even is ook de steven van het schip te zien.

Zicht op de uiterwaarden, en op afstand de IJssel.
Langgerekte hank, op de achtergrond de IJssel.

Dwarse kribben, nieuwe hanken 
Pas kilometers verder krijg je de rivier zelf te zien. Eerst wandel je langs een van de nieuwe geulen die gegraven zijn in de uiterwaard om een watervloed sneller af te voeren. Daarbij is teruggegrepen op de oude situatie, toen de rivier zelf steeds een nieuwe hoofdbedding koos; de oude geulen – de hanken – bleven dan verweesd achter. Vergelijking van de kaarten van 2010 en 2018 laat zien dat op de rechteroever, ten zuiden van De Tobbenweerd, zo’n nieuwe, langgerekte hank ligt. Nog meer is veranderd op de andere oever, waar de Ossenwaard is vergraven. Hier was zelfs een extra onderdoorgang – voorzien van zware betonnen pijlers –  in de spoorbrug nodig.

De machtige Lebuinus torent boven Deventer uit.

Deventer, Bergkwartier
Wie al eerder de route Deventer en de IJssel heeft gelezen of gewandeld, komt nu op bekend terrein, want het laatste stuk overlapt met die route. Maar al kom je er voor de tiende keer, het uitzicht op Deventer blijft schitterend, met de Lebuinuskerk als machtige en trotse aanvoerder. Niet veel verder – na de oversteek met het pontje – loop je er langs en ben je in het historische centrum van de Hanzestad. Het Bergkwartier 10 (ja, het gaat echt omhoog, want naar de top van een rivierduin) was in de middeleeuwen een bloeiend stadsdeel waar veel handelaren woonden, later ging het ‘bergafwaarts’. Nu is het gelukt de verkrotting te stoppen en om te buigen naar herstel en renovatie, waardoor er nu een woonbuurt is ontstaan vol gerestaureerde monumentale panden, met daarnaast nieuwbouw van woningen in een stijl die aansluit op de middeleeuwse architectuur.

In het Bergkwartier.

IJssel–Deventer–landgoederen
In deze route zijn de contrasten tussen het eeuwenoude weefsel van kleinschalige landgoederen, een rivier vol ruimte en de historische Deventer binnenstad groot, maar de historie heeft ze met een onbreekbare draad verbonden. Zonder de IJssel was Hanzestad Deventer nooit tot bloei gekomen. Eenmaal een bloeiende middeleeuwse handelsstad kwamen er gasthuizen voor zieken, bejaarden en armen. In ruil voor een goede oudedagsvoorziening betaalden rijke cliënten soms in natura met bezittingen zoals grond. Gronden die via verpachting genoeg opbrachten om ook de zorg voor zieken en armen te kunnen betalen. Na de opkomst van verzorgingsstaat hadden de gasthuizen (oftewel de Verenigde Gestichten) hun bezittingen niet langer nodig. Ze zijn nu ondergebracht in stichting IJssellandschap, die de landgoederen beheert voor natuur en cultuurhistorie, maar ook als vanouds voor de landbouw. En niet te vergeten: recreatie – deze wandelroute is een illustratie van de mogelijkheden.

Deventer, stad met middeleeuwse steegjes.

Informatie
Start: station Olst; eindpunt: station Deventer; informatie ns.nl
Lengte: 18,5 km; inkorting (2 km): bij knooppunt L37 (bij de brug over de IJssel) RD en bij L36 LA via stadspark naar station.
Horeca: De Haere, open vrijdag en weekend; Hotel Gaia dagelijks open, behalve maandag.
Route: deze route volgt meestal de wandelpalen van wandelnetwerk Salland. Waar de route afwijkt is dat aangegeven op de kaart en in de routebeschrijving. De kleuren in de beschrijving staan op de routepalen; met een pijl geven ze de wandelrichting aan.
Onderaan staat een pdf van de route, met kaart en beschrijving. 



thumbnail of Routebeschrijving Sallandse landgoederen
Route: beschrijving en kaart

King’s Cross, gashouders en pakhuizen in nieuwe jas

Vlak voor Londen duikt de Eurostar de tunnel in en komt er pas vlak voor aankomst weer uit, net op tijd om links de grootse gashouders te zien, hét symbool van de vernieuwingen rond het eindstation van de Eurostar, St. Pancras International. Dat station zelf mag er ook zijn, die hal met al die ranke bogen. Vanaf hier kun je verder Londen in, maar wacht, neem de tijd en verken de omgeving van St. Pancras en King’s Cross, waar de erfenis van sporen, pakhuizen en fabrieken is getransformeerd tot een veelzijdige mix van wonen, werken, winkelen, studeren en uitgaan in gerevitaliseerde Victoriaanse en bijzondere neusje-van-de-zalmgebouwen.

Eurostars in St. Pancras International.

Goederenhub
De stations Sint Pancras en King’s Cross stammen uit het midden van de 19e eeuw. Ze werden dé goederenhub van Londen – een perfecte plek, want gelegen aan de rand van het Londen van 1850 kon je snel de stad in en uit, bovendien was er een directe verbinding met het water via het Regent’s Canal. Het complex ging in de loop van de 20e eeuw ten onder, maar werd herontdekt als ideale plek voor wilde feesten. En toen kwam het grote geld, en volgde een opknapbeurt van jewelste; wandel mee door een van Londens grootste stadsvernieuwingsgebieden.

Het Great Northern Hotel, voor wie arriveerde op King’s Cross..

Facelift en groundscraper
Eerst kregen de beide stations een facelift, zie de binnen- en buitenzijde van het wat barokke St. Pancras 1; King’s Cross 2 kreeg een ovaalvormige uitbouw met prachtig lichtspel onder het plafond. Hier vertrekken de reizigers naar het noorden (Edinburgh, Newcastle, York) en springt Harry Potter op perron 9¾ op de trein. Er zijn nog veel meer bestemmingen – King’s Cross, St. Pancras en het nabijgelegen Euston hebben samen de beste verbindingen van Londen, van locaal tot internationaal.

Boven de lichthal van King’s Cross, onder St. Pancras.

Tussen beide stations staat het German Gymnasium 3; het was in 1865 een bijzonderheid, een hal waar je kon sporten – een fitnesscentrum avant la lettre. Nu kun je er eten. Daar voorbij is de boel flink opgeschud; nieuwe kantoorgebouwen 4 namen de plek in van arbeiderswoningen en van de Pancras Gasworks. Er wordt nog volop gebouwd aan het nieuwe kantoor van Google 5 – dit giga-gebouw zal in z’n uitgestrektheid meer meters tellen dan de Shard, de hoogste Londense wolkenkrabber; de ‘groundscraper’ krijgt op het dak een klein stadspark voor de werknemers – een echte kantoortuin.

St. Pancras Square, waar eerst de gasfabriek was.
Regent’s Canal met erachter (vanaf rechts) Granary, Coal Drops en Gasholders.

Canal, coal and Granary
Toen het Regent’s Canal 6 in 1820 klaar was lag het dichtbij de noordelijke rand van toenmalig Londen. Het verbond de Thames met het Grand Union Canal, de toegang tot de Engelse Midlands, tot voorbij Birmingham. Het kanaal en de ligging aan de stadsrand waren een paar decennia later de ideale voorwaarden voor de bouw van stations en overlaadplekken van goederen. Vanaf de brug kijk je uit op het grootste pakhuis, de Granary, waar nu de University of the Arts, Central St. Martins, huist 7. In de ruime hal – voor iedereen toegankelijk – suizen de tafeltennisballetjes in versterkte akoestiek over de tafels. Altijd zijn ze hier aan het spelen.

Tafeltennis in de Granary, waterballet ervoor.

Aan de zijkant, tegenover supermarkt Waitrose, zie je de oude gietijzeren staanders uit de tijd dat de Granary in 1852 z’n eerste leven begon als pakhuis- en overlaadstation – de oude rails laten zien hoe de treinen voor de deur stopten. Daarnaast liggen de Coal Drops 8, letterlijke naam, want wagonladingen vol steenkool uit de Britse mijnen reden op de eerste verdieping binnen en dropten hun lading in de lager gelegen opslag. Later maakte steenkool hier plaats voor goederenoverslag, en na een lange tijd van leegstand werd het in de jaren ‘80 een toonaangevende feestlocatie. Eind 2018 zijn de Drops heropend met behoud van hun karakteristieke gebogen vorm en dubbele verdiepingen. In de Victoriaanse, bakstenen bogen zitten vooral modewinkels van luxe merken – van smerige steenkool via partydrugs naar high fashion.

De Gasholders met het sluisje in Regent’s Canal, eronder een detail.

Gasholders
Spectaculair zijn de Gasholders 9. Gebouwd tussen 1860 en 1880 stonden ze oorspronkelijk aan de overkant (bij nummer 4); daar kwam de steenkool aan en het daaruit gewonnen gas kon direct de aangrenzende stad in. Werkeloos geworden werden ze weggehaald, en na uitgebreide restauratie kregen er vier een nieuwe plek. In de drie gashouders die als een Siamese drieling met elkaar zijn vervlochten, kwamen luxe, superdure appartementen. Voor iedereen toegankelijk is de vierde gashouder; binnen de staanders ligt een openbaar parkje. Loop je daar langs dan kom je vanzelf langs het sluisje in het Regent’s Canal, en kun je terug over het voetpad langs het kanaal – met zicht op de bootjes – of bovenlangs, met zicht op de Coal Drops. In beide gevallen passeer je het gebogen Coal Office 10, waar de administratie van eerst de steenkool- en later van alle goederenoverslag was gevestigd. Nu is designer Tom Ford erin getrokken met een ‘flagship store’, showroom en restaurant. Het is een laatste illustratie van de transformatie van King’s Cross – te mooi om aan voorbij te gaan, als je met de trein aankomt (of vertrekt) op St. Pancras International.

Boven de Coal Office, eronder Regent’s Canal.

Meer vernieuwing?
Nog een extra rondje? Voorbij het sluisje in het Regent’s Canal kun je het water over en onder het spoor doorsteken naar de Sint Pancras Gardens, naar een kennismaking met de naamgever van het station, de eeuwenoude Saint Pancras kerk 11. Daar voorbij is ook een enorme stadsvernieuwing te zien, het Francis Crickinstituut 12 uit 2016. Dit is het grootste biomedische onderzoeksinstituut in Europa, vernoemd naar een van de ontdekkers  van de structuur van DNA. Daaraan grenzend ligt de uitgestrekte British Library 13 – sinds 1998 ‘woont’ hier het geheugen van het Verenigd Koninkrijk (150 miljoen documenten). De vernieuwing zet zich voort aan de andere kant van Kings’ Cross, via de sluip-door-kruip-door gangetjes en pleintjes van Caledonia Street en Railway Street 14. Hier zaten vervuilende fabriekjes (een naam als Varnishers Yard herinnert aan vernis- en verfproductie). Rond 2000 was de wirwar van steegjes verloederd, met veel drugsproblematiek en prostitutie; na renovatie is het in al z’n kleinschaligheid een stadsoase met horeca, appartementen en kantoren. Via de brug met mooie, gestileerde reliëfs 15 ga je nog een keer over Regent’s Canal en volg je het jaagpad terug naar King’s Cross.

Bar Peplto in een hofje waar ooit een verffabriekje was.
Kanaalbeelden verwerkt in de brugleuning over Regent’s Canal.

Informatie
De korte route (1 t/m 10; ongeveer 2,5 km) kun je in een uur doen, voor de lange route (ongeveer 3 km extra, 11 t/m 15) heb je een uur extra nodig.
Zie ook de King’s Cross Walking Tour met nog meer gebouwen, winkel- en restauranttips.
Dagelijks vertrekken twee rechtstreekse Eurostars naar Rotterdam en Amsterdam; vanuit Nederland moet je voorlopig nog in Brussel-Zuid overstappen. Zie ns-international of treinreiswinkel.nl.
Klik hier voor een print van de kaart en de bezienswaardigheden rond King’s Cross en St. Pancras International.

thumbnail of King’s Cross_kaart_PDF

 

Boekhandel Word on Water (Regent’s Canal).
Regent’s Canal; op de achtergrond de Eurostarlijn en de Gasholders.

Lopikerwaard in de winter

Twee jaar geleden beschreef ik hoe je via wandelnetwerk Het Groene Hart  in de Lopikerwaard rond dorpen als Polsbroek en Benschop weidse dagwandelingen kunt maken over onverharde kades en weilandpaden – terug naar de Middeleeuwen en de weidevogels van nu. Toen was het zomer, nu is het winter en op een mooie, heldere dag zijn er weinig landschappen te bedenken, waar je zo open in de winterse zon kunt wandelen. Daarom deze remake, met hetzelfde landschap als toen, maar met winterse foto’s.
De route start bij natuurgebied Willeskop, maar laat dat ‘rechts’ liggen en gaat linksaf een graskade op, aan twee kanten begeleid door een watergang. Na zo’n 2 km ga je een bruggetje over en blijft er alleen maar eindeloze weidsheid over op het nauwelijks zichtbare paadje door het weiland.

Graskade door water omgeven.
Na het bruggetje de openheid op het weidepad.

Hier, in het hart van het Groene Hart, is het landschap in hoekige en regelmatige vlakken verdeeld, in noord-zuid richting van elkaar gescheiden door de rechte lijnen van sloten en van oost naar west door een lint van boerderijen of bomen in de verte. In zijn ontwikkeling naar de abstractie van vlakken en lijnen kun je je inbeelden dat Mondriaan zich heeft laten inspireren door dit strak vormgegeven, man made landschap, dat al sinds de tweede helft van de 11e eeuw deel uitmaakt van het West-Nederlandse collectieve geheugen. Na de bedijking van de Lek werd het veengebied voorbij de rivier systematisch ontgonnen in kavels van 1250 meter lang en 110 meter breed. Daarbij werd de bochtige loop van de rivier als uitgangspunt genomen, waardoor de landinwaarts gelegen kades niet volledig strak zijn, maar meebuigen met de meanders van de rivier.

Boerderijenlint in Polsbroek, geflankeerd door rood kroos.

Tussen de kavelblokken kwamen in een lang lint de boerderijen te liggen – daar gingen de kolonisten wonen die hun land mochten bewerken tegen het afstaan van 10% van de opbrengst aan de ‘copers’, die van de Bisschop van Utrecht de concessie tot ontginning hadden gekregen. Zij komen terug in de naamgeving: je wandelt hier door het copelandschap. Bijzonder: na bijna 1000 jaar is de structuur van dit landschap nog tot in detail te beleven – hier maak je werkelijk een stap in de richting van de Middeleeuwen.

Eindeloos
Regelmaat is troef: telkens wandel je 1250 meter van de ene naar de andere kade door grasland; kijk je onderweg naar oost of west dan is het uitzicht eindeloos, want nergens ligt er een kade of dorp in de zichtlijn – niets dan grasland. Na Polsbroek is er een schelpenpaadje, het Kerkepad, en ja, je loopt in de richting van een kerktoren, het is de spits van het godshuis in Cabauw. Katholieke Polsbroekenaren hadden na de Reformatie geen eigen kerk meer, maar via dit paadje konden ze toch de zondagse mis bijwonen.
De veenweiden zijn een belangrijk veeteeltgebied, maar daarvan merk je niets in de winter. Alle dieren staan op stal, de rust en ruimte zijn er compleet.

Op het Kerkepad naar de Cabauwse kerk.
Fuut.
Achterkade tussen knooppunten 35 en 34.

De vogelmagneet
Opnieuw is er een prachtige achterkade, een smal pad met links en rechts doorkijkjes langs de elzen over het open weidegebied, en dan nog twee keer de weiden in met hun vaste maten: eerst 1250 meter tot het boerderijenlint van Polsbroekerdam en dan tot de volgende achterkade. Waar de winterrust in het weidegebied bijna compleet is, is in natuurgebied Willeskop alles  anders, want een kakafonie van vogelgeluiden stijgt op: gesnater, gegak en gekrijs van eenden, ganzen en meerkoeten.

Boven de uitkijktoren, onder het zicht op de de vogelmagneet.

Het natuurgebied bestaat uit ondiepe plassen en bleek sinds de opening in 2002 een eldorado voor vogels; Staatsbosbeheer noemt het dan ook een vogelmagneet, met in het voor- of najaar de weidevogels in de meerderheid.
Bij de vogelmagneet staat een uitkijktoren, een niet te missen hoogtepunt, want je kijkt uit over de plassen vol vogels – levendig en vol lawaai -, met aan de andere kant de rust en ruimte van de veenweiden.

Wandelnetwerk Groene Hart
Deze route is gemaakt met behulp van het wandelnetwerk Groene Hart.  Je kunt er je eigen routes uitzetten, opslaan (ook als GPS-bestand) en printen.
De beschreven route begint bij knooppunt 70 (waar ook een Parkeerplaats is) en gaat verder via 79-59-36-35-34-42-38-45-69-70; een route van 12 km.
Uitbreiding met 3,8 km tot 15,8 km: bij knooppunt 69 rechtsaf en via 68 en 73 terug naar 69.
Lange variant van 18 km via knooppunten 27 en 24: 70-79-59-27-24-35-34-42-38-45-69-70.
Er zijn beperkingen: in het broedseizoen zijn niet alle paden toegankelijk. Zie daarvoor de website.
Honden: Tussen knooppunt 59 en 36 niet toegestaan.
Parkeren: aan de Damweg, Polsbroek bij knooppunt 70, of bij knooppunt 45 (Benedeneinde Noordzijde 408 in Benschop).
Openbaar Vervoer: maandag t/m zaterdag buurtbus lijn 505 vanaf station Woerden, of Streekbus 106 vanaf station Gouda naar bushalte De Kwakel in Polsbroek (daar begin je op knooppunt 36, het Kerkepad naar Cabauw, richting knooppunt 35). Op zondag geen busvervoer. Informatie op ov9292 of ns.nl.
Horeca: geen
Voor een print van kaart en praktische informatie: volg de link.thumbnail of Lopikerwaard in de winter, praktisch

De vogelmagneet.
Strak copeland: 1250 meter tot de volgende kade.

Hollandsche Rading – Uithof – Kromme Rijn

Op het wandelnetwerk van Recreatie Midden-Nederland leiden blauwe pijlen op een oranje ondergrond helder en duidelijk de weg. In deze route van Hollandsche Rading via de Utrechtse Uithof naar de Kromme Rijn zijn de contrasten groot: van de stuwwal van de Heuvelrug via het veen naar de rivierafzettingen van de Kromme Rijn; van een gevarieerd bos – hoge sparren, oude eiken – naar open weidelandschappen en ten slotte naar de landgoederen bij de Kromme Rijn. Het eerste deel van de route is puur landelijk – over onverharde langgerekte paden (zie foto boven), met links en recht het getsjilp van bosvogeltjes – tot je in De Bilt aankomt, en dwars door villawijken gaat om daarna via een graspad (in de oksel van de A28) aan te komen in het Utrecht Science Park – beter bekend als De Uithof. Daar is de stedelijkheid intens. Opvallende gebouwen schreeuwen om je aandacht. Prettig is daarna de rust in landgoed Amelisweerd en aan de oevers van de Kromme Rijn.

In de bossen van landgoed Eyckenstein.

Schampende ijstijd
Nauwelijks op weg of je schampt de ijstijd, want hier lag de grens van het landijs dat als een bulldozer vanaf Scandinavië over Europa heentrok. De dikke laag ijs schoof het zand voor en opzij tot stuwwallen op. Dat was in de voorlaatste ijstijd, ruim 125.000 jaar later zijn er nog steeds de resten van te zien: de Bosberg 1, 10 meter hoog.
Langzaam, niet waarneembaar, verlies je hoogte in het gevarieerde bos 2, dat ook langgerekte weilanden naast zich krijgt. Je wandelt hier op de overgang van de ijstijdse zandgronden naar het veen en de klei van Laag-Nederland. Op die overgang was het mooi wonen: landgoed Eyckenstein 3 is er een voorbeeld van.

Landhuis Eyckenstein.

Het ontstaan van het landgoed hangt samen met de veenontginningen die in de Middeleeuwen vanaf de Vecht in noordoostelijke richting oprukten. Het waren lange, smalle percelen, gescheiden door dwars erop liggende ontginningskades, zoals de Maartensdijk, waaraan Eyckenstein ontstond.

Van veenweiden naar Utrecht Science Park
De superlange laan 4 waar je na Eyckenstein over loopt, ligt strak in de ontginningsrichting. Na de N234 is er nog een laatste bos (landgoed Beukenburg 5), daarna nemen weilanden het landschapsbeeld over. Bij de spoorwegovergang in Groenekan is in de open ruimte voor de eerste keer de Domtoren te zien, en iets verder de rest van de veranderde skyline van de stad Utrecht – met de ronde Rabotorens en het withoekige stadskantoor. Dan komt de verstedelijking, eerst de luxe woonwijken van De Bilt, gevolgd door de Uithof.

Dom, Rabotorens, stadskantoor en de SYP (in aanbouw).
De Uithof op de kaart van 1969 (bron: Kadaster).
Utrecht Science Park (De Uithof) in 2017 (bron: Kadaster).

Op de kaart van 1969 ziet de Uithof er maagdelijk uit, maar in werkelijkheid waren de eerste gebouwen van de Universiteit Utrecht al in gebruik. Vanaf 1960 functioneerde boerderij De Uithof als proefboerdij van de faculteit Diergeneeskunde. Decennialang stonden er alleen wat plompe betonnen gebouwen in de polder, nu is de bebouwing sterk verdicht met opvallende gebouwen, vooral langs de Heidelberglaan (met onder andere het prettig gestoorde Casa Confetti en de massieve Universiteitsbibliotheek). Een van de jongste loten is het blauw-witgekleurde tegeltjesspektakel Johanna (vernoemd naar de oorspronkelijke Johannapolder), waar 655 studenten wonen. Dat is opmerkelijk: in het wetenschapspark wonen steeds meer studenten.
In 1969 was er nog geen snelweg te bekennen; nu scheiden A27 en A28 de Uithof van de stad. Opmerkelijk: in 1969 lagen er geen forten, die waren toen nog militair geheim. Nu worden de forten van de voormalige Nieuwe Hollandse Waterlinie beschermd als cultuurmonumenten van een verdedigingslinie die nooit heeft gefunctioneerd. Het eerste Fort Voordorp staat niet op dit kaartfragment, wel de Botanische Tuinen 8, dat is het voormalige Fort Hoofddijk. Verderop ligt het grootste fort: Rhijnauwen.

Boerderij De Uithof, daarachter de Johanna, links het van Unnikgebouw (vroeger: Trans II)
Casa Confetti weerspiegeld in de universiteitsbibliotheek.
Weilanden aan de rand van het eeuwenoude landgoedbos van Amelisweerd.

Amelisweerd
Aan de rand, voorbij knooppunt 77, kijk je uit op de skyline 9, met op de voorgrond de Uithof, de boerderij die het universiteitsgebied zijn naam gaf. Is de Universiteit vers op de kaart, draai je om en je kijkt in de richting van het eeuwenoude Amelisweerd. De landgoederen liggen in een rivierbos, dat is bijzonder. Via zand en veen ben je aangekomen in het rivierengebied, bij landhuis Oud-Amelisweerd 10 steek je de Kromme Rijn over. Ooit was dat de belangrijkste stroomgeul van de Rijn, de grens van het Romeinse Rijk. Maar na de afdamming in 1122 bij Wijk bij Duurstede is het een vriendelijk meanderende stroom, waar je op gelijke hoogte langs kunt lopen, want dijken zijn hier niet nodig.

De Kromme Rijn en landhuis Oud-Amelisweerd.

DE ROUTE, KAART EN BESCHRIJVING

START
Station Hollandsche Rading.

FINISH/AFSTAND
12,5 km tot Bushalte Alfred Nobellaan aan de Blauwkapelseweg (100 meter voorbij knooppunt 14); lijn 77 gaat ongeveer vier keer per uur naar Utrechts CS.
17 km tot Bus- en tramhalte Heidelberglaan; vele lijnen, waaronder de sneltram naar Utrecht CS.
20,5 km tot Bushalte Oud-Amelisweerd, lijn 41, vier keer per uur naar Utrecht CS.
Een vervolgroute, die start op de Heidelberglaan, gaat door Amelisweerd en Rhijnauwen langs de Kromme Rijn via Bunnik naar Zeist en doet onderweg de Stichtse Lustwarande aan in de landgoederen Wulperhorst en Blikkenburg, komt langs Slot Zeist en gaat dwars door De Breul. Deze route van 16 km eindigt op station Driebergen-Zeist. Dus voor twee dagen wandelplezier eindig je deze route in het Utrecht Science Park en bewaar je Amelisweerd en Rhijnauwen voor de tweede route.

ROUTEBESCHRIJVING

Vanaf station Hollandsche Rading onder de A27 door naar knooppunt 71. Volg de blauwe pijlen op oranje ondergrond. De route gaat via de volgende knooppunten:

Ga bij knooppunt 93 naar knooppunt 73 en dan naar het eindpunt (in de richting van 72).

Op enkele plekken zijn de routepaaltjes verdwenen of slecht zichtbaar.
I In de Bilt ga je na knooppunt 14 rechtsaf Park Arenberg in. Daar moet je voor de vijver linksaf (de pijl staat op het verkeersbord ‘Verboden te parkeren’).
II Vervolgens bij de drukke Utrechtseweg. Je moet er via het voetgangerslicht oversteken naar de Wilhelminalaan.
III Direct na de tunnel onder de A28 ga je (verrassend) rechtsaf over een onverhard pad.
IV Rechts de snelweg, links sportvelden met fitnessparcours. Bij einde sportvelden ga je door een openstaand hek. De routepijl wijst rechtdoor, maar je moet direct na het hek linksaf een bospad in.
V In de Uithof steek je de trambaan over en ga je linksaf (Heidelberglaan) en direct weer rechtsaf (Coïmbrapad).
VI Bij knooppunt 93 (tegenover landhuis Oud-Amelisweerd) ga je naar knooppunt 73 (die mogelijkheid staat niet op de wandelplanner op internet) en vandaar richting 72 naar het eindpunt, de bushalte van Lijn 41.

PRINT VAN KAART EN ROUTEBESCHRIJVING (PDF)

thumbnail of De route als pdf

INTERNET
De route kun je ook zelf invoeren en downloaden/printen op wandelnet.nl of Recreatie Midden-Nederland. Via Recreatie Midden-Nederland is ook een app binnen te halen – handig voor onderweg.

HORECA
Mauritshoeve in Maartensdijk (dinsdag gesloten), Utrecht Science Park (Uithof) (in het weekend is er veel gesloten), De Veldkeuken in Amelisweerd (maandag gesloten). Restaurant Vroeg schuin tegenover bushalte Oud-Amelisweerd (elke dag geopend).

De vijver in Beukenburg (bij knooppunt 62 rechtsaf en 300 meter richting nr 83).

Deventer en de IJssel

Al eeuwen domineert de Grote of Lebuinuskerk de skyline van Deventer. Samen met de huizen ervoor levert dat een van de mooiste rivierfronten van Nederland. Aan die rivier, de IJssel, is de laatste jaren volop gesleuteld: vrachten zand en klei zijn verplaatst, nieuwe geulen gegraven om te voorkomen dat de IJssel bij hoog water de binnenstad instroomt. Dat lijkt in de zomer van 2018 onvoorstelbaar, want zelden stond het water lager langs de IJsselkade, zo laag dat van alles bloot komt te liggen. Een man met een stalen schaaltje is er op zoek naar lang verborgen schatten.

De Hanze
Vanaf het station loop je via de oude omwalling – na de ontmanteling in de 19e eeuw omgevormd tot stadspark 1 – de middeleeuwse stad in door een mengelmoes van bouwstijlen, van de middeleeuwen tot recente stadsvernieuwing; met mooie straatjes en steegjes en een niet te missen hoogtepunt: de kloostertuin 2 tegenover restaurant Bouwkunde. De parkachtige tuin is onderdeel van het voormalige Buiskensklooster (nu de gemeentelijke Archiefdienst) en is omgeven door middeleeuwse panden, met zicht op de toren van de Grote of Lebuinuskerk.

De kloostertuin.

Eind 13e eeuw werd Deventer lid van het verbond van Hanzesteden (onderling sloten zij handelsovereenkomsten) en groeide uit tot een van de belangrijkste steden van Nederland, draaischijf in de internationale handel tussen Oost-, Noord- en West-Europa. De stad was ook een religieus centrum, vele kloosters kende de IJsselstad, geloofshervormer Geert Grote (1340-1384) woonde er. Na 1600 kwamen de Hollandse steden op, won de zeevaart aan belang en verloor Deventer haar positie, maar behield veel van haar door handel en religie gevormde middeleeuwse karakter.

Ruimte voor de rivier
Stenige kribben steken kaal het water in, een ongewoon gezicht want zelden liggen ze zo hoog op het droge; als versteende bultruggen aan de waterkant. Zelden stroomde er zo weinig water door de IJssel. Maar juist voor het andere extreem, het hoge water, zijn in de uiterwaarden nieuwe geulen 3 uitgegraven. Deze hanken zijn langgerekte waterplassen die (meestal) stroomafwaarts verbonden zijn met de rivier. Als het waterpeil sterk stijgt, gaan ze als extra afvoergeul meestromen en helpen de watervloed af te voeren. Er werd hier teruggegrepen op een oude situatie, toen de rivier zelf telkens een nieuwe hoofdbedding koos; de oude geulen, de hanken, bleven dan verweesd achter. Nu zijn ze redders in nood bij hoog water, onderdeel van een dynamisch systeem van rivierarmen die met de waterstand meebewegen. Niet alleen veiliger, ook mooier en toegankelijker: het is er prachtig wandelen.

De trein rijdt over de nieuw gegraven hank met extra spoorbrug; rechts de IJsselbrug.
In de Ossenwaard, tussen hank en vaargeul..

Het Schol
Wat verder gaat de route over het gras van de IJsseldijk 4. Verrassend is landgoed Het Schol 5, met zijn onverharde paden en prachtige tuin – de oorspronkelijke parkaanleg uit de 19e eeuw is bewaard gebleven. Bij de grote dode boom zie je een berceau met peren, een paradijselijke loofgang; erachter is een glimp van het landhuis te vangen. Het is allemaal gegroepeerd rond de Lazaruskolken – ontstaan bij een dijkdoorbraak van de IJssel in het verre verleden.

Een ooievaar aan de rand van landgoed Het Schol.
De skyline van Deventer, met links de Lebuinuskerk, rechts de dubbelspitsige Bergkerk.

In de uiterwaarden voorbij de Wilpsedijk is er alleen een vermoeden van de IJssel, de rivier ligt ver weg; toch, als het water echt hoog komt, kan het land hier ook overstromen. Hoe breed de uiterwaard is laat zich aflezen aan de afstand tussen de Wilpse Dijk en de IJsselbrug aan de horizon (geflankeerd door de Lebuinuskerk links en de dubbelspitsige Bergkerk aan de rechterkant). Pas na anderhalve kilometer bereikt de route de rivier en daar kun je verder over de onverharde winterdijk 7, die hoog genoeg is om de meeste waterstandsverhogingen tegen te houden.

Stadsvernieuwing
Deventer heeft faam als het om stadsvernieuwing in de binnenstad gaat; het is te zien in de Polstraat 8 waar nieuwe, moderne woningen een historische twist hebben meegekregen in de vorm van strakke, grijze luiken; zo vormen ze een mooi geheel met de Lebuinuskerk 9 op de achtergrond.

Polstraat en Lebuinuskerk.
Het Bergkwartier.

Helemaal top is het Bergkwartier 11. Letterlijk vanwege het rivierduin waarop kerk en woningen zijn gebouwd, figuurlijk vanwege de transformatie van een verkrot middeleeuws stadsdeel tot een woonbuurt vol gerestaureerde monumentale panden – in de Hanzetijd was dit het belangrijkste stadsdeel met een hoge concentratie van handelaren –, en nieuwbouw van woningen in een stijl die aansluit op de middeleeuwse architectuur. Aansluitend op het Bergkwartier, en net zo middeleeuws, is de brede Brink 10, het kloppend hart van de oude binnenstad.

Deventer en de IJssel, samen hebben ze tentakels die diep in het verleden reiken, tegelijk zijn beide op hun eigen wijze aan de 21e eeuw gelinkt dankzij mooi uitgevoerde stads- en riviervernieuwing.

WANDELEN
Start- en eindpunt: station Deventer.
De wandelroute is 10,5 kilometer en uit te breiden met een wandeling door de Ossenwaard (de groene lijn, heen weer 2,5 km). Daar is van 15 april tot 15 september alleen het eerste deel (heen en weer 1 km) toegankelijk.
De route zelf is in te korten tot 5 km (zonder de tweede lus door Het Schol en de uiterwaarden van de IJssel).
De kaart is ook te vinden op Google Maps. Zelf een route samenstellen? Kijk op knooppunten Salland.

Zoek de verschillen: hoog water januari 2018, laag water augustus 2018



Zodden en trilvenen

Groots is de natuur aan het moerassige meertje, alleen ben je met de vogels en kikkers, ver weg van welk mensenlawaai dan ook. Dit is de Taartpunt, het lekkerste natuurgebakje ooit, sinds kort toegankelijk over wellicht het mooiste wandelpad van Utrecht en omgeving. Je komt er via het Zoddenpad, een nieuw klompenpad, dat vanaf museumboerderij Vredegoed in Oud-Maarsseveen na een kleine twee kilometer aankomt bij de kortgeleden gegraven plassen, een nieuwe verandering in het open veenweidelandschap dat de afgelopen eeuwen vaak wisselde van gedaante.

De Oostelijke Binnenpolder van Tienhoven.

De Taartpunt
Aan het einde van de laatste ijstijd strekte zich vanaf de Gooise heuvels een zanderige vlakte uit. Daar vormde zich in vochtige omstandigheden (continu kwelde water vanuit de heuvels op) een ontoegankelijk moeras, waar plantenresten niet verrotten, maar zich opstapelden tot een dikke laag veen. Vanaf de Vecht werd na 1100 het moeras ontgonnen en langzaam veranderd in akkers en weiden. Steeds werd na ongeveer 1250 meter een nieuwe dwarskade gelegd, waarop de boerderijen kwamen te staan. De lange rechte kavels, uitgelegd vanaf verschillende kades kwamen in een punt – de Taartpunt* – samen, op de grens van Utrecht en Holland. En daar was niemandsland, geen kolonist kwam er te wonen, leegte heerste er, toen en nu.

De Taartpunt op de topografische kaart; met nieuw moeras en nieuwe plassen.

Veranderend veen
Een groot deel van de oorspronkelijke veengronden is verdwenen. Een heel landschap werd opgestookt in de ovens van brouwerijen, steenbakkerijen en in de kachels in woonhuizen, want tot turf gedroogd veen was de brandstof van de Gouden Eeuw. Steeds forser werd het veen weggebaggerd, waardoor de langgerekte kavels veranderden in watergangen – de petgaten*–, van elkaar gescheiden door smalle strookjes land, de legakkers*, nodig om het veen tot turf te drogen.
Nadat de vraag naar veen en turf begin 20e eeuw was ingezakt, kon het geschonden land zich herpakken. Petgaten begonnen dicht te groeien, de verlanding werd ingezet. Dat gaat in verschillende fasen; eerst is er alleen een dek van drijvende planten; wiebelig kun je er overheen lopen, elk moment kun je er doorheen zakken – trilvenen* doen hun naam eer aan. Tot ze vast groeien aan de bodem en overgaan in rietmoerassen. Dan komen de bomen, de elzen, de berken en die doen de herinnering aan de vervening vervagen, want in deze laatste fase van verlanding groeit alles dicht. Die verlande petgaten worden hier zodden genoemd.

Het Bert Bospad in de Westbroekse Zodden.

Bert Bos en de Zodden
Als moerasbos, zo kreeg Staatsbosbheer rond 1991 de Westbroekse Zoddenin beheer, en gaf de natuur ruim baan. Want al die vormen van verlanding bieden een enorme variatie aan planten en dieren, en wat is er mooier dan die terug te brengen. Dus, bossen gekapt, petgaten hergraven en het hele verhaal van de verlanding mocht opnieuw beginnen. In die tijd nam Bert Bos (bekend als de boswachter zonder bos) mij mee op een wandeling door de Westbroekse Zodden, doodstil was het die winterdag – de eenzaamheid van de natuur maakte een diepe indruk. Die natuur zou voor meer mensen toegankelijk moeten zijn, dat was het ideaal van Bert Bos (1946-1996). Het eerste voetpad* dat de Westbroekse Zodden ontsloot werd dan ook naar hem genoemd, en daar wandel je nu over een graskade langs langzaam verlandende petgaten, langs een mooi stuk trilveen, rietmoerassen en ook nog een stukje vochtig moerasbos – alle stadia van verlanding maak je mee. Dat is wat deze route zo mooi maakt, in combinatie met de enorme weidsheid van de veenweiden; alleen in de verte lijkt bewoning te zijn, met aan de horizon de kerktorens van Westbroek en Loosdrecht.

Petgat en trilveen langs het Bert Bospad.
Molen De Trouwe Waghter.

Alles draait om water
Veel weidegrond kreeg een natuurbestemming, maar toch ging het die natuur niet goed. Een deel van het probleem is de matige waterkwaliteit, veroorzaakt door een omdraaiing van het waterregime. Niet langer was het nat in de winter en droog in de zomer, maar omgedraaid, want voor de landbouw werd water in de winter weggemalen, terwijl in de zomer vanuit de Vecht te voedselrijk water werd aangevoerd. Bij een nieuwe natuurinrichting is dat veranderd door landbouw en natuur elk hun eigen wateraanvoer en -peil te geven. Nu stroomt er in de natuurgebieden winter en zomer voedselarm kwelwater naar binnen en zijn er extra plassen en petgaten gegraven, zodat alle stadia van verlanding betere kansen krijgen. Die natuurboost maak je mee, zowel in de Zodden als bij de Taartpunt, die dankzij het nieuwe wandelpad toegankelijk is geworden. Bert Bos zou het prachtig hebben gevonden, want dichterbij de natuur kun je niet komen; ja, je krijgt zelfs de illusie dat op de graspaden van deze veenweidenwandeling steden als Utrecht en Hilversum – op minder dan 15 km afstand – buiten bereik zijn dankzij een muur van natuur ertussen.

Petgat langs Bert Bospad, met de kerktoren van Westbroek.
Einde Gooi.

Einde Gooi
Een extra ommetje is erg de moeite waard, want de bossen van buitenplaats Einde Gooi* vormen een scherp contrast met de veenweiden. Eerst wandel je langs het Tienhovensch Kanaal, op de scherpe grens van de twee landschappen. Verderop loop je op het zand, op de uitlopers van de heuvels die tijdens de een na laatste ijstijd ontstonden. Zo anders is hier de begroeiing, een afwisseling van weitjes en bossen met eiken, beuken en dennen. Ooit was het een buitenplaats, als in het midden van een ster sta je ineens op een zevensprong van rechte beukenlanen; ook hier werd de natuur in strakke vormen gegoten, in dit geval een sterrebos, een herinnering aan de Franse parkstijl.

* zie kaart

INFORMATIE
Wandelroute
Het Zoddenpad is een klompenpad; het is in twee richtingen aangegeven. Ook is het mogelijk via de knooppunten van Recreatie Midden Nederland te wandelen.
De route is 13 km lang, met verlenging via Einde Gooi 19 km.

Verhard/onverhard
Voor ongeveer 80% onverhard.

Start en finish
Bij Streekmuseum Vredegoed is een ruime parkeerplaats. Die is er ook aan de Kanaaldijk, bij het noordelijke uiteinde van het Bert Bospad*.

Streekmuseum Vredegoed

Openbaar Vervoer
NS Hollandse Rading (ns.nl), langs Tienhovens Kanaal naar Bert Bospad 2,6 km.
Bus: lijn 122 vanaf Utrecht Overvecht; halte Maarsseveeense Vaart, Tienhoven (niet op zondag). Zie 9292.nl.

Horeca
Rustpunt Streekmuseum Vredegoed

Honden
In de veenweiden mogen honden niet mee, ook niet als ze aangelijnd zijn.

Nat
In natte periodes zijn waterdichte schoenen aan te raden.

Het nieuwe weidepad, op weg naar de Taartpunt.

Verlenging Einde Gooi
Bij het uiteinde van het Bert Bospad kun je de route verlengen met een rondje Einde Gooi. Dat kan via het Klompenpad, maar dan loop je een heel stuk dubbel. Bovendien mis je dan het Tienhovensch Kanaal. Daarom hier een (printbare) routebeschrijving voor een alternatief (de rode route op de kaart).

 

 

Limousin fokkerij Einde Gooi.

Nieuwe NS-route Schiedam Jeneverstad

Indrukwekkend zijn de torenhoge molens van Schiedam, eeuwen staan ze er al om het mout te malen voor de stokerijen van de jeneverstad. En al die tijd bepalen ze de skyline; ze hebben dan ook een centrale plek in de nieuwe NS-Wandelnetroute Schiedam Jeneverstad. Toch zijn de molens maar een van de vele decors waarin je tussen Delft-Zuid en Rotterdam wandelt. Voor wandelkrant TE VOET beschreef ik de ongekende variatie in tien snel wisselende decors: van gansgevulde weilanden via historische windmolens naar verlaten havens.

Werken aan de Delftse Schie.
Decorwisseling: van Abtswoudse Bos naar open veenweiden.

Oude veenweiden, nieuw bos
Het eerste decor ligt langs de Delftse Schie, een eeuwenoude waterweg die Delft vanouds verbond met de Maas. Het kanaal is een van de vele noord-zuidlijnen tussen Delft en Schiedam; samen met de A13, de spoorlijn, een hoogspanningsleiding en secundaire wegen is een strak noord-zuid-gelijnd land ontstaan, waar alle kavels van oorsprong loodrecht op staan – een Mondriaans patroon.
Toneelwisseling: we gaan het bos in, het Abtswoudse Bos. Rond de eeuwwisseling is het aangelegd als een park voor de bewoners van Delft. De route volgt onverharde paden en in een doorkijkje raast een trein voorbij. Er is meer lawaai: stadsgeluiden, auto’s, bonkende machines in de verte, maar in een oogwenk blaast de wind, ruisend door de toppen van het jonge bos, al die omgevingsgeluiden weg. Voor even heerst de natuur.
Dan volgt decor drie: vanaf een graspad aan de rand van het bos strekken weilanden zich uit en daar rennen vijf hazen naar elkaar toe en verzamelen in een kring: vergadering. Verderop een blauwe en een witte reiger, beide loerend op een visje, en weilanden vol ganzen. Hier is het landschap authentiek met eeuwenoude veenweiden die in een strak regiem zijn ontgonnen: alle percelen even lang en breed, afwaterend op een centrale ontginningssloot.

Wilgen knotten.
Paadje in het Beatrixpark.

Dat oorspronkelijke weideland raakt in de Kerkbuurt aan modern randstedelijk wonen; in het oude veenland knot een man wilgen, aan de overzijde van de sloot staan moderne stadswoningen, met speeltuintjes en wandelaars die hun hond uitlaten.
Opmerkelijk: de route gaat door een druk gebied, maar toch zijn er veel onverharde paden en verkeersarme weggetjes; wel deel je soms de weg met fietsers, oppassen geblazen (soms is er een klein wandelpaadje naast zo’n fietspad; daarvan zouden er meer moeten zijn).

De stad nadert
Was het Abtswoudse Bos een nieuwerwets recreatiebos, het Beatrixpark ademt jaren vijftig; weliswaar gemoderniseerd, maar die bruggetjes – ze ademen een vormgeving van lang geleden. Dit is het laatste groen van de route, vanaf nu is er de stad, maar als hiervoor gaat de route door rustige straten of biedt ruimte op trottoirs.

Poolse winkel aan de rand van de Schiedamse binnenstad.
Stadsmolens bij de entree van de Schiedamse binnenstad.

Decor 6 en 7: eerst een multiculturele winkelstraat – Poolse sklep, Turkse Ankara market – die leidt naar de buitensingel van Schiedam, met drie historische molens. De Noordmolen is met zijn 33 meter de hoogste ter wereld; hoogte die nodig is om boven de bebouwing te geraken, want daar pas valt wind te vangen. Wel twintig stonden er, leveranciers van mout, de grondstof voor de stokerijen van Schiedam Jeneverstad. Nu draaien er nog zeven, en waar je ook bent steeds steken boven de stad de molenwieken, een uniek beeldmerk. Langs de Lange Haven is het beeld ronduit nostalgisch: fraaie pakhuizen, een voormalige jeneverfabriek met museum, oude scheepjes, hangbruggen en daarboven de malende wieken.

Nostalgie aan de Lange Haven; links de kap en wieken van een stadsmolen

Globalisering, ‘lokalisering’
Het toneel gaat weer veranderen, scene 8, de rafelrand van de stad. Nauw verbonden met Schiedam was de glasindustrie, want wat is jenever zonder fles? Toch viel in 2017 het doek, want de fabriek die na vele fusies was opgenomen in het globale netwerk van multinational O-I werd als een pion van het bord geveegd. Liever investeerde de firma in andere landen, en levert van daaruit de flessen aan de jeneverstokerijen die Schiedam nog altijd kent.
In de Merwehavens is door voortschrijdende innovaties en concurrentie bijna het doek gevallen voor de fruitoverslag. Desolaat komt het over, maar zaadjes van een nieuwe tijd ontkiemen. En die is weer lokaal, want neem nou Uit Je Eigen Stad, een duurzame stadsboerderij waar op een voormalig spoorwegemplacement groenten worden verbouwd voor het eigen restaurant: dag globalisering, welkom ‘lokalisering’.

De kassen van stadsboerderij Uit Je Eigen Stad, met de Merwehaven erachter.
Hoofdgebouw van het Justus van Effencomplex.

Het Justus van Effen complex
Een toegifttoneel: aan de rand van Spangen kun je even van de route af om een van de mooiste voorbeelden van volkshuisvesting uit de 20e eeuw, het Justus van Effencomplex, te bewonderen. Het complex zorgde dankzij binnenhoven met tuinen, gemeenschappelijke wasplaatsen, speelplekken voor kinderen voor een beschutte woonomgeving voor de havenarbeiders die iets verderop naar hun werk gingen. Kortgeleden werd het in oude luister hersteld.
Nu nadert de slotscène als de wandelroute over het tracé van een voormalige havenspoorbaan zich in een wijde bocht om de Rotterdamse wijk Spangen kromt. Over een lemig pad, rotzooi langs de randen, verdwijn je langs vervallen seinpalen uit beeld, langs de rafelrand van de stad als een poor lonesome cowboy, maar dat is schijn, want mooi dat je tien stads- en landschapsdecors rijker bent geworden na deze bijzondere randstedelijke wandeling.

Ooit havenspoorbaan, nu wandelweg.

DE WANDELING
Startpunt is station Delft-Zuid, eindpunt is station Schiedam Centrum (13 km) of Rotterdam Centraal (19 km). Tussen het historische centrum van Schiedam en Rotterdam zijn er meerdere plekken, waar je de route kunt beëindigen en verder kunt met tram, bus of metro. Tip: loop in ieder geval door tot aan het eind van de Lange Haven en ga op de Koemarkt met tram 21 naar Rotterdam Centraal. Zelf liep ik via de Merwehaven en het Justus van Effencomplex over het voormalige havenspoor door tot de Horvathweg en nam bij halte Beukelsbrug de bus naar Rotterdam Centraal. Afstand: 17 km.
Alle informatie (kaartje, routeaanduiding, horeca en beschrijving van bezienswaardigheden) staat op: www.wandelnet.nl en kijk daar bij NS-routes.

Aan de Lange Haven in Schiedam.

Arnhem en water: getemde beek, ruige rivier

Arnhem aan de Rijn. Vanaf de Mandelabrug kijk je uit over de rivier – boven het water en de Rijnkade torent de Sint-Eusebiuskerk. Arnhem aan de Rijn, zo klaar als een klontje, maar toch: toen de stad ontstond was dat niet zo. Kijk over de rivier en zie de lichte kleur in de kade aan de overkant. Daar mondt de Sint Jansbeek uit in de Rijn, daar eindigt een klein stroompje in de grote rivier, al meer dan 1100 kilometer onderweg vanuit de Zwitserse Alpen.
Aan de Sint Jansbeek is Arnhem ooit ontstaan, op een plek waar een watermolen werd gebouwd. In die tijd stroomde de Rijn verder weg, pas in 1530, na de verlegging van een bocht, kwam de Rijn dichter naar Arnhem toe. Zo werd Arnhem het verhaal van twee totaal verschillende waterlopen. De een klein, maar fijn en vol van cultuurhistorie; de ander ruim en ruig, in staat om duizenden kuubs per minuut door bedding en uiterwaard te verplaatsen.

De spreng van de Sint Jansbeek.

De Sint Jansbeek
Het begin van de beek is een spreng 2, een kleine ronde bron, hemelsbreed op minder dan vier kilometer van de monding in de Rijn en niet meer dan een gat in de helling van de Veluwse stuwwal, gegraven om het grondwater aan te tappen en zo een continue waterstroom op gang te houden. Een ielig stroompje vindt z’n weg door het bos naar beneden, maar blijkt al gauw in staat tot grootse prestaties, want bij Huis Zypendaal 3 ligt de eerste grote waterpartij.

Huis Zypendaal.

Vijvers met ronde vormen en gebogen lijnen, eerst die van Zypendaal en dan die van Park Sonsbeek. Het is een fraai parklandschap, slingerende paden, zwaanversierde bruggen, het doorzichtige gordijn van vallend water, hellingbossen, ja, de uitnodiging tot flaneren is in verzorgde parknatuur gebeiteld. Overigens was het landgoed een stuk groter, want in de 20e eeuw zijn delen bebouwd met een villawijk 1, de toenmalige eigenaar deed wat hectaren in de verkoop om het onderhoud te bekostigen.

Zwaanbrug in Park Sonsbeek.
De Witte Molen, de enige die langs de Sint Jansbeek overbleef.

Molens
Ver voordat in de 19e eeuw het parklandschap tot bloei kwam, waren de vijvers al gemaakt, puur functioneel om water te verzamelen – al vanaf 1300 werd de beek getemd en in een keurslijf gegoten. Het was de belangrijkste molenbeek van de Veluwe, zo’n 10 stuks stonden er. In grote wijers was het water verzameld achter een dam (nu nog te zien bij de Parkweg 4), dat daarna vallend en snelstromend het waterrad op gang bracht. Papiermolens stonden er – het zuivere, superschone Veluwewater was er uitermate geschikt voor, maar ook koren- en eekmolens. Al die molenbekkens zijn parkvijvers geworden, maar één opgeleide beek 5 is nog te zien, hij leidt naar het watermuseum, waar een rad draait op het vallende water, gevolgd door de Witte Molen 6, die nog echt in gebruik is. De rest legde het loodje, overbodig geworden door de stoomkracht van de Industriële Revolutie.

Fontein aan de Jansbuitensingel, gevoed door water uit de Sint Jansbeek.

Beek in de stad
Langs de rand van de stad, daar waar tot ver in de 19e eeuw de stadswallen lagen, voedt het sprengwater de fonteinen 7 langs de Jansbuitensingel. Dwars door de binnenstad lopen de Bovenbeekstraat en de Beekstraat 8. Op de overgang van deze twee stond vroeger een molen. In de Bovenbeekstaat lag een wijer om het water te verzamelen, via de Beekstraat stroomde het naar de Rijn. Lang is de beek verborgen geweest, want in de 19e eeuw overkluisd toen het water in een open riool was veranderd. In 2017 is een deel weer bovengronds 9 gebracht, en nu kun je de nieuwe smalle beek volgen naar de monding – via een watervalletje 10 – in Big Brother de Rijn.

Daar is ie weer: de beek bovengronds, sinds 2017.
De ‘groene rivier’ vult zich bij hoog water.

Meinerswijk
Het gezicht van water, hoe verschillend kan het zijn? Breed stroomt de Rijn langs de stad. Vanaf de John Frostbrug kijk je uit over de hoofdstroom en een aftakking, dat is een ‘groene rivier’ 11, een geul die meestal grotendeels droog staat, maar in actie komt als de watervloed toeneemt door smeltende sneeuw of langdurige neerslag. In het kader van Ruimte voor de Rivier is de groene rivier verdiept, zijn kades verlaagd en een nieuwe geul gegraven. Daarnaast kwamen er fiets- en wandelpaden, zodat uiterwaardenpark Meinerswijk 12 beter bereikbaar werd. Het is er waterrijk, en er zijn moerassen en bossen, veel vogels, waaronder baardmannetje en ijsvogel.

Meinerswijk, begraasd door Konikpaarden.

Ruige natuur en toch is de stad dichtbij, want boven die riviernatuur is er voortdurend zicht op de nieuwe skyline van Arnhem met de opvallende hoogbouw van het nieuwe station. Binnenkort komt de stad wat meer naar Meinerswijk, want nabij het oude gehucht Praets 13 krijgen oude bedrijfsterreinen een nieuwe op de riviernatuur aansluitende inrichting met woningen. Een mooie aanvulling op het ruige uiterwaardenpark, dat samen met de kleinschalige schoonheid langs de Sint Jansbeek Arnhem twee watergezichten geeft.

De skyline van Arnhem, met rechts de Eusebiuskerk, links de hoogbouw van Arnhem CS.

 

WANDELEN

De kaart is ook te vinden op Google Maps .
De wandelroute is totaal 16 kilometer en splitsbaar in twee stukken van 6 km (de Sint Jansbeek) en 10 km (de binnenstad en Meinerswijk).
Start en eindpunt zijn op Arnhem Centraal Station.

AUTO/PARKEREN
Kom je met de auto, dan kun je parkeren tegenover Huis Zypendaal (nummer 3 op de kaart), Zypendaalseweg 44, Arnhem.

ROUTEBESCHRIJVING
thumbnail of 131 Arnhem-routebeschrijving

Arnhem Centraal.

 

 

Ruimte voor de Rivier

Deze winter is het regelmatig hoogwater in de grote rivieren. In Deventer had de IJssel alle ruimte tussen de dijken nodig. Een machtige rivier, hier bij de Ossenwaard – hoe eenzaam dat hekje in de uiterwaard, overrompeld door het water. Rijkswaterstaat jubelde over de soepele waterafvoer, want nog maar recent waren de projecten van Ruimte voor de Rivier afgerond. Het werkte: de bescherming bij hoog water is verbeterd door verlaging van waterstanden en een snellere waterafvoer.

Deventer, stadsplantsoen Worp per kano.

Water en ruimte
Ruimte voor de Rivier, uitgevoerd in het stroomgebied van Rijn, Waal en IJssel (de Maas heeft een eigen programma), gaat van het afgraven en verdiepen van uiterwaarden tot het verleggen van dijken om de rivier meer ruimte te bieden. Soms zijn het reusachtige projecten, zoals de ‘ontpoldering’ van de Noordwaard bij de Biesbosch – de dijken zijn grotendeels verdwenen zodat de rivier bij hoge waterstanden alle ruimte krijgt om het water dwars door de polder snel af te voeren. Soms zijn het kleine ingrepen, zoals bij de kribben in de Waal. Deze strekdammetjes, haaks op de rivier, helpen om de rivierbedding in het gareel te houden. Door ze te verlagen verminder je bij hoge rivierstanden de weerstand en kan het water er ongehinderd langs stromen.

Trein over de IJsselbrug bij Deventer.

Ruimte voor de Rivier vanuit de trein
Wil je Ruimte voor de Rivier in werking zien: pak de trein en maak het rondje Utrecht–Deventer–Nijmegen–Den Bosch–Utrecht: liefst acht keer passeer je een van de grote vier (en nog wat kleine rivieren).
Net na Utrecht CS kijk je uit over de Vecht (ooit een van de hoofdstromen van de Rijn) met op de achtergrond de Dom, in Amersfoort gevolgd door de mooie Waterpoort over de Eem met daarachter de Sint Jan. Vlak voor Deventer is er het ruime zicht over de IJssel met de uiterwaarden waarin nieuwe geulen zijn gegraven – naast hun functie voor de waterafvoer zijn het rijke natuurgebiedjes en dienen ze de recreatie: aan de noordkant kreeg Deventer er een stadsstrand bij.

De IJssel en Deventer.

Na de IJsseloversteek bij Zutphen volgt het spoor de Veluwerand en nu en dan komt aan de linkerkant de IJssel in beeld. Voorbij station Arnhem volgt de Rijnpassage; links ligt de Meinerswijk – ook Ruimte voor de Rivier met nieuwe geulen en verlaagde zomerkaden. Hier ligt een zogenaamde groene rivier: in tijden van laagwater grotendeels droogstaand, maar bij hoogwater is het een vrije stroombaan, niet gehinderd door enig obstakel.
Dan komt het pièce de resistance: de Spiegelwaal bij Lent. Hier heeft een tweede rivierbedding de waterveiligheid vergroot en Nijmegen een hoog gewaardeerd rivierpark geleverd.

Waal en Spiegelwaal
De kaart uit 2000 laat de scherpe, nauwe bocht in de Waal zien. Het is een flessenhals waar de afvoer bij hoge waterstand stokt. Aan de Lentse kant is weinig ruimte; de dijk 1 ligt pal aan de rivier.

De Waal in 2000.
Waal en Spiegelwaal in 2018.

Op de kaart van 2018 heeft de Waal een tweede bedding gekregen; bij de drempel 2 stroomt het water de Spiegelwaal 3 in. De oude dijk 1 is grotendeels afgegraven en 350 meter landinwaarts 4 verplaatst. De nieuwe geul maakte van het dijkdorpje 1 een langgerekt riviereiland. De Waalbrug 5 kreeg een verlenging en nieuwe bruggen 6, 7 zorgen er samen met de Snelbinder 8 (een fiets- en voetgangersbrug die aan de spoorbrug werd vastgeklonken) voor dat het eiland gemakkelijk te voet of te fiets te bereiken is. Er is een prachtig rivierpark ontstaan; op warme dagen is het een groot strandfeest op de oevers van de Spiegelwaal en bij hoog water kijk je vanaf de bruggen uit over een machtige rivier.

Het uitgraven van de Spiegelwaal was een enorm karwei (foto uit 2015).

Ondertussen bouwt Nijmegen op de noordoever nieuwe woonwijken. Door deze Waalsprong zal rond 2025 meer dan een vijfde van de Nijmegenaren aan de noordkant wonen. Een nieuwe brug, De Oversteek 9, verbetert de verbindingen. Het perspectief van Nijmegen verschuift, want de rivier stroomt niet meer langs, maar steeds meer dwars door de stad. Nijmegen omarmt de Waal, niet alleen de rivier zelf – ook het mooie, nieuwe rivierpark.

Het werkt: water stroomt over de drempel in de Spiegelwaal; rechts de Waal.

Maas–Waal–Rijn
Verder rijdt de trein, passeert de Maas bij Ravenstein en opnieuw voorbij Den Bosch; staat het water hoog dan is er vanaf de Waalbrug bij Zaltbommel een eindeloze watervlakte te zien. Dan volgt in een flits de Linge en tot slot de Rijn, oftewel de Lek, met opnieuw een prachtig panorama. Nog eens bewijzend dat Ruimte voor de Rivier naast verbetering van de veiligheid leidde tot verfraaiing van de rivierlandschappen, zodat brede rivieren als altijd traag door oneindig laagland blijven gaan.

De Waal, watersnelweg van Nederland, vanaf de spoorbrug in Nijmegen.

TREIN
Drie treinen zijn er nodig om de rondreis te maken. Eerst Utrecht CS – Deventer (ga rechts zitten voor het mooiste zicht); dan Deventer – Den Bosch (links het mooiste zicht) en ten slotte Den Bosch – Utrecht (rechts). Non-stop een rit van drie uur en 10 minuten, maar goed voor een dagtrip als je uitstapt voor een wandeling langs de Deventer IJssel en/of de Nijmeegse Spiegelwaal.

WANDELEN
De wandelroute in Deventer heeft een lengte van vier kilometer en gaat vanaf het station via knooppunten van het Sallandse wandelnetwerk over de IJsselbrug (daar kun je afdalen naar de uiterwaarden), door park Worp en dan met de veerboot naar de overkant. Vervolgens via de historische binnenstad naar het station. Je kunt ook zelf een route uitzetten.

In Nijmegen wandel je vanaf het station in ruim een kwartier naar de brug (de Snelbinder) over de Waal (zie de routebeschrijving). Van daar kun je verder door het rivierpark rond de Spiegelwaal. Het rondje op de kaart is bijna acht kilometer.

Hoog water in de Waal, met de toren van Zaltbommel en de bruggen over A2 en spoor.

HOOG WATER
Als je wilt weten welk waterpeil je kunt verwachten, kijk dan op de waterpeilenkaart van Rijkswaterstaat.

 

Frankfurt am Main, meer dan ‘Mainhattan’

Niets is kenmerkender voor de financiële hoofdstad van het Europese vasteland dan een foto met de wolkenkrabbers vanaf een van de bruggen over de Main. Dat skylinepanorama wordt steeds mooier naarmate je verder weg gaat, want dan trekken de afzonderlijke gebouwen samen, vormen een eenheid aan de horizon, oftewel: het beeldmerk ‘Mainhattan’. In Frankfurt am Main staan de meeste ‘Hochhäuser’ van Duitsland; banken en andere financiële instellingen zijn verzameld aan de westkant van de binnenstad, rond de randen van de verdwenen middeleeuwse omwalling. De hoogbouw  overtreft de oude kerktorens – al zijn ze met hun vijven, magertjes steken ze af tegen de kathedralen van het geld: duidelijk wie hier de oppergod is.

Economie en cultuur raken elkaar: bank UBS en de Alte Oper.

Frankfurt is vanouds een stad waar economie en cultuur met elkaar verstrengeld zijn. Al sinds de middeleeuwen groeien markten en beurzen, waarbij cultuur vaak aanjager is voor handel. Hier werd de boekdrukkunst uitgevonden, nog altijd heeft de Mainstad de grootste boekenbeurs ter wereld. Hier groeide de grote Goethe op – zinnebeeld van verfijnde Duitse cultuur, achter zijn standbeeld (nr 5 op de kaart) rijzen de kantoorkrabbers van de Deutsche Bank en de Commerzbank op.

Stadsdelen in het centrum van Frankfurt.

Meer dan een bankenstad
In de structuur van de binnenstad toont zich de veelzijdigheid, je wandelt er zo van de ene naar de andere sfeer. Daal af uit de Maintower (2) – voor spectaculair uitzicht – en wandel binnen vijf minuten van kantoor naar cultuur op de Opernplatz (3). Door naar restaurantstraat Fressgass (4), die bij de Hauptwache (7) overgaat in de brede winkelstraat Zeil (9) en loop vervolgens via een jaren-vijftig-wederopbouw-stadsdeel naar de Altstadt met de Römerberg (10) (vakwerkhuizen rondom een ruim, licht hellend plein) en de middeleeuwse Dom (11). Steek via de Eiserner Steg (12) de Main over naar de Museumsufer en verdwaal in de wereld van kunst en cultuur.

Zicht vanaf de Maintower. Op de voorgrond de Paulskirche en dan de Dom; tussen Paulskirche en Main vakwerkhuizen op de Römerberg; op de achtergrond de Europese Centrale Bank.
Alles dicht bij elkaar: de oude Hauptwache en moderne hoogbouw, daartussen al dan niet gerenoveerde wederopbouw.

Altstadt en wederopbouw
Na de oorlog lag de binnenstad in puin; op de Römerberg is de Alstadt in oude glorie gerestaureerd, en men gaat verder, want tussen Dom en Berg wordt een stadswijk in historische stijl gebouwd, soms zijn het moderne varianten van oude koopmanshuizen, andere blijven dichtbij hun oorspronkelijke aanzien.

Het wapen van Frankfurt voor de gevel van het stadhuis op de Römerberg.
Gezellige terrassen in wederopbouwwijk.

Van de oude Altstadt is een klein deel herbouwd, vaker viel door geld- en tijdgebrek de keus op simpele en snelle wederopbouw, die weinig ruimte liet voor creativiteit: functioneel, maar doodsaai en oerlelijk. Maar toch, maar toch, hier en daar verwerft die wederopbouw na al die jaren een zekere schoonheid, alsof de tand des tijds de scherpe kantjes eraf heeft geslepen, terwijl tegelijk wat ‘sterrenstof’ is toegevoegd, bijvoorbeeld rond café Karin, waar smaakvolle terrassen – met vintage jaren vijftig stoeltjes – de trottoirs vullen en zonnestralen blijven haken aan de blaadjes van bomen die de kale architectuur een krans van gezelligheid geven. Ook de Kleinmarkthalle (16) en omgeving hebben zo’n weerbarstige schoonheid. Sinds een aantal jaren is de markthal zelfs een stedelijk monument – het besef dringt door dat sommige wederopbouwclusters het waard zijn te bewaren en zo te voorkomen dat alles in de hoogte schiet of volgens het vooroorlogse stadsbeeld ‘authentiek’ wordt herbouwd.

Functionele wederopbouw met opsmuk.
Het herbouwde stadspaleis Thurn und Taxis vormt samen met Nextower een geheel.

De hoogte in
Jarenlang concentreerde de hoogbouw zich in het westen van de stad. Niet zo verwonderlijk, want dichtbij zijn de Beurs (6) en de Frankfurter Messe (19). Inmiddels marcheren de Wolkenkratzer de binnenstad in. Opvallend is de combi van het herbouwde stadspaleis Thurn und Taxis (8) en de omringende hoogbouw van de Nextower – hier komen de twee wegen die stadsplanners bewandelen samen: enerzijds reconstructies van het vooroorlogse Frankfurt en anderzijds spraakmakende Hochhäuser. Tegelijk omsingelt nieuwe hoogbouw de Alstadt van de oostkant; als een reus verheft zich het nieuwe hoofdkantoor van de Europese Centrale Bank (14).

De Europese Centrale Bank.

Cultuur
Frankfurt heeft als financiële hoofdstad van de euro zo’n gewicht dat de ruimte voor cultuur groot is. Toporkesten en gerenommeerde muzikanten treden op in de schaduw van de financiële ‘Hochhauser’: de strakke torens van de Opern Turm kijken neer op de zuilen van de oude opera. Prachtige musea kent de stad, in de binnenstad staat bijvoorbeeld het nieuwe Museum Moderne Kunst (17); het merendeel (Städel, Liebighaus) is verzameld op de Museumsufer, door de rivier gescheiden van de financiële wereld.

Meer dan ‘Mainhattan’
In Frankfurt is de hoogbouw beeldbepalend, want waar je ook bent – in het Westend tussen de stadsvilla’s, in het stadspark dat als een snoer rond de binnenstad ligt, in de Altstadt, in de wederopbouw of op de Museumsufer – steeds piepen tussen villa’s, kerken, bomen en musea de Wolkenkratzer op. Toch is die hoogbouw niet allesbepalend, daarvoor hebben al die dichtbij elkaar gelegen stadsdelen te veel een eigen karakter. Frankfurt is meer dan zijn beeldmerk ‘Mainhattan’.

Straatcultuur.

WANDELEN
Op de kaart staan drie routes; het eerste stukje (1 km) is een aanlooproute vanaf het station, en laat de rafelkant van de binnenstad zien. Hier opereert het ‘Rotlichtgebiet’ (1) in de schaduw van de wolkenkrabbers.

De hoofdroute (6 km) is overgenomen uit een folder van de Frankfurter VVV, te verkrijgen in het stationskantoor of in het kantoor op de Römerberg.
De derde route (5 km) heeft de Europese Centrale Bank (14) als doel, maar geeft ook prachtige panorama’s over Main en hoogbouw, komt langs een stadsvernieuwingsgebied aan de oevers van de Main en gaat via dierentuin (15), groene omwalling en Kleinmarkthalle (16) terug naar de Altstadt.

De Messeturm vanuit Westend.

Nog een tip: ga vanaf de Opernplatz (of met de metro naar halte Westend) naar de Palmengarten (18, botanische tuin) en wandel door de wijk Westend in de richting van het centrum – het is een groene villawijk, met doorkijkjes op wolkenkrabbers die steeds dichterbij komen. Zie de kaart op Google Maps.

En hier kun je niet omheen: het euromonument (nr 13 op de kaart).

En verder ..
Op de kaart staan – uit eigen ervaring – een paar sfeervolle ontbijt- en lunchgelegenheden. Daar moet er nog een aan worden toegevoegd, en wel het restaurant aan de voet van de ECB (bijzondere noot: het beste betaal je er, zoals, overal in Frankfurt, met ‘Bargeld’, want zelfs onder de eurobank wekt een bankpas fronzende wenkbrauwen).

Restaurant Oosten aan de voet van de ECB, met in de verte ‘Manhattan’.

Oud-Kraggenburg, van leidam tot landart

‘Hee schipper, we zijn er bijna. Ik zie het licht van Kraggenburg’, opgetogen klinkt de stem van de stuurman. De wind neemt toe in kracht, maar de haven van Oud-Kraggenburg is nabij. ‘Ja, mooi zo. Zijn we weer veilig over’, is het opgeluchte antwoord.
Het zou zomaar een dialoog kunnen zijn uit de tijd dat het licht op het puntje van de dam nog in volle zee lag, en de haven naast het lichtwachtershuis beschutting bood. Maar het water verdween en maakte plaats voor het wijde land van de Noordoostpolder. Tot de droogmaking (eind 1940 werd de ringdijk gesloten) was dit het einde van de dam, die vanaf de monding van het Zwarte Water zes kilometer de Zuiderzee instak.

Het lichtwachtershuis met vuurtoren.

Er waren twee leidammen, waartussen de schepen voeren; ze waren bedoeld om de verlanding van de monding van het Zwarte Water tegen te gaan. En daarmee moest de haven van Zwolle beter bereikbaar worden voor schepen met grotere diepgang – passend bij de ambitie van Zwolle om uit te groeien tot de derde haven van Nederland. Op de kaart uit 1900 zie je de ligging van de dammen – de linker liep onder bij vloed, de rechter alleen bij extra hoog water.

Topografische kaart uit 1900.
Dezelfde uitsnede, maar dan uit 2016 (Bron: J.W. van Aalst, www.opentopo.nl).

Lijn in het landschap
Bij de inrichting van de nieuwe polder is rekening gehouden met de historische betekenis van de dammen; vanaf hier lopen de kavels van de nieuwe akkers het land in, loodrecht aan de ene, schuin aan de andere kant. Op de kaart uit 2016 is het tracé goed te volgen als een kaarsrechte streep tot aan de dijk van de Noordoostpolder. Daarna houdt het op, begint het open water; daar is de leidam verdwenen, want was niet meer nodig. Toch is een piepklein stukje bewaard gebleven.

Pier+Horizon
Maar, sinds 2016 klopt het kaartfragment niet meer, want toen werd hier het zevende landartproject van Flevoland geopend. De spil van dit kunstwerk van Paul de Kort is de pier die precies in het verlengde van de leidam ligt; het brengt het verleden opnieuw tot leven. Pier + Horizon heet het, een verwijzing naar het geometrische schilderij Pier + Oceaan van Mondriaan.
Rondom dobberen rechthoekige plantenbakken, die met een lijn zijn vastgemaakt aan een paal. Binnen de beperking van de lijnlengte kunnen ze zich bewegen en zie: waar de wind waait, daarheen dobberen ze; min of meer in formatie – zo de wind waait, waait zijn kragje. Want kraggen, zo heten deze bakken. In feite zijn het drijvende veeneilandjes, die bestaan uit een mat van riet, waterplanten en plantenresten; je vindt ze in de aangrenzende veengebieden op het vasteland (de Wieden). Daar werden ze rond 1840 losgestoken en verzwaard met keien in matten van 15 bij 2 meter afgezonken als fundament voor de leidammen.

Kraggen in tegenlicht.

Niet alleen de kraggen zijn een mooie verwijzing naar de historie, dat geldt ook voor de palen. Hun opstelling in een strak zeshoekig raster verwijst naar de inrichtingsplannen van de polder. Hier zou de theorie van de Duitse geograaf Christaller tot werkelijkheid worden gemaakt. Met zijn Centrale Plaatsen Theorie had hij een hiërarchie van plaatsen bedacht op basis van een zeshoekig systeem. Rond een centrale plaats – Emmeloord – was ruimte voor een aantal kleine kernen op gelijke afstand van elkaar. In de dorpen zouden alleen voorzieningen voor dagelijkse behoeften zijn, zoals een bakker, slager en supermarkt. In de centrale plaats – op maximaal een uurtje fietsen – konden bewoners terecht voor ‘hogere’ voorzieningen als kleding, meubels, ziekenhuis of bioscoop. Al is het idee door onder andere de opkomst van de auto nooit echt gaan leven, kijk op de plattegrond en je herkent de Centrale Plaats Emmeloord met daaromheen de dorpen.

Een lijn van kunst en historie
Op het einde van de pier ben je alleen met de natuurelementen; de wind waait door de kraggen, een aalscholver droogt zijn verenkleed, het water schittert in tegenlicht. Kunst en natuur verstrengelen zich met elkaar. Aan het andere uiteinde, bij het lichtwachtershuis en het lichtbaken kijk je naar cultureel erfgoed, herinnering aan de Zuiderzeetijd. Het zou mooi als die lijn van kunst en cultuurhistorie een doorgaande zou worden. Dat die lijn, zo zichtbaar op de kaart, wandelbaar wordt en een betere markering in het veld krijgt. En dat op die manier het kunstwerk een verlenging krijgt, een landartwork van horizon aan het water tot lichtbaken in het weidse polderland.

Zicht op het einde van de leidam.

WANDELEN
De Kraggenburgroute is 10 km lang, ook te zien via Google Maps. Goed te combineren met een route door het Waterloopbos, die globaal staat aangegeven.

Routebeschrijving
LA = linksaf; RA = rechtsaf; RD = rechtdoor; ri = richting
Ga vanaf de parkeerplaats aan de Kadoelerweg RA het fietspad op en volg iets verder de paarse pijl naar rechts, dwars door het bos. Aan de rand van het bos, op het fietspad: RA.
Steek de weg over en vervolgens de brug en ga RD over het fietspad (ri knooppunt 14).
Eind fietspad LA (loop links van de weg en pas op: het is er rustig, maar sommige auto’s rijden hard).
In bocht van de weg RA (ri knooppunt 34). Op de dijk LA. Einde fietspad verkeersweg oversteken (ri knooppunt 23). Volg na 50 m de paarse pijl en via overstap weiland in. Na ongeveer een half uur (ruim 2, 5 km) voor een hek LA. Door een klaphek en loop RD een bomenlaan. Na 30 m RA (bij paaltje met bruine pijl en blauw-geel schildje). Het pad slingert door het bos en komt uit op fietspad. Daar RA. Na ongeveer 300 m ligt links de Parkeerplaats.

Het Waterloopbos
Rijd voor het bijzondere Waterloopbos (het vroegere Waterloopkundig laboratorium, waar vele toekomstige waterstaatkundige werken, zoals de Oosterscheldedam, op schaal werden onderzocht; nu in beheer bij Natuurmonumenten) vanaf de parkeerplaats over de N352 richting Vollenhove en volg de borden naar het Waterloopbos. Vanaf het restaurant/infocentrum zijn er twee bewegwijzerde routes, de witte van 3 km, de gele van 1,1 km. Beide zeer de moeite waard.
Vanaf de bushalte: buslijn 71 vanaf Zwolle; halte: Voorstersluis, Marknesse; de bushalte ligt tussen de twee routes in. Na de brug begint de Kraggenburgroute. Vanaf de bushalte ga je links het Waterloopbos in.

Als in een golf zijn elementen van de Deltagoot (waarin het effect van golfslag werd onderzocht) in verschillende hoeken schuin gezet en getransformeerd tot kunstwerk Deltawerk.
Verroeste golfmachines worden langzaam maar zeker een met de natuur.

FIETSEN
Deze fietsroute is bijna 30 km lang. Je ziet niet alleen Oud-Kraggenburg en Pier+Horizon, maar ervaart ook de weidsheid van de polder, waar langs de rechte wegen nog veel oorspronkelijke boerderijen staan. De route begint en eindigt in het bijzondere Waterloopbos. De route is ook te vinden en als GPS te downloaden op de Fietsplanner van de Fietsersbond.

Domzicht

Van verre verheft zich de ruim 112 meter hoge Domtoren – een beeld dat al sinds 1382, het opleveringsjaar, is te zien. De Utrechtse Dom is een constante in een skyline die door de eeuwen veel wisselingen heeft ondergaan.
Eeuwenlang was Utrecht de religieuze hoofdstad van Nederland; hier zetelde de bisschop, hier woonden geestelijken in kloosters bij elkaar. Het panorama van Joost Cornelisz. Droochsloot, geschilderd rond 1660, benadrukt dat religieuze karakter, want aan de horizon verdringen zich de spitsen van vele kerktorens, gedomineerd door de Dom, als een pater familias, soeverein wakend over zijn kleintjes.

Gezicht op de stad Utrecht van Joost Cornelisz. Droochsloot (Centraal Museum, Utrecht).

Het Centraal Museum, waar het schilderij van Droochsloot hangt, vertelt er het volgende over: “Hier is Utrecht vanaf het westen te zien. … Op de voorgrond kronkelt de Oude Rijn, kort voor de kanalisatie tot Leidsche Rijn. … Achter de stadsmuur van noord naar zuid (van links naar rechts) de Jacobikerk, de Janskerk, de stadhuistoren, de Pieterskerk, de Dom, de Buurkerk, de Bisschopshof, de Hiëronymuskapel, de Paulusabdij, de Mariakerk, de Catharinakerk, de kapel van het Ursulaklooster, de Weeskerk (voormalig Regulierenklooster), de Geertekerk, de Nicolaïkerk en het Nicolaïklooster.” Bijzonder is dat Domtoren en –kerk een geheel vormen. Slechts enkele jaren vielen schilderij en werkelijkheid samen, want een tornado verwoestte in 1674 het schip van de Domkerk; sindsdien staan kerk en toren ver uit elkaar.

Nieuwe skyline
Voor een vrije blik op de skyline van 1660 hoefde je maar iets voorbij de middeleeuwse singels te gaan. Na 1870 breidde Utrecht zich snel uit en vanuit de nieuwe woonwijken stuit je blik steeds op de wanden van woningen en andere gebouwen. Er blijven genoeg plekken, waar de hoogste kerktoren van Nederland in een zichtlijn verschijnt, maar voor een volledig panorama moet je verder naar buiten.
Ten noorden van de stad is er vanuit de weilanden vrij zicht, want na de laatste flats van woonwijk Overvecht eindigt de stedelijke bebouwing abrupt. En dat blijft zo; het Noorderpark, gelegen tussen Utrecht en Hilversum, is een mooi voorbeeld van een goede ruimtelijke planning. Het inzicht dat een stad groene ruimten nodig heeft, is hier vertaald in een ban op woningbouw en voorrang voor landbouw, natuur en recreatie. Met behulp van een landinrichting is de positie van landbouw en natuur versterkt, en is er ruimte gemaakt voor recreatie. Resultaat: de garantie van openheid en daarmee vrij zicht op de skyline van de stad.
Dicht tegen de stad liggen intensief te gebruiken voorzieningen (bmx-baan, voetbalveld, klimtoestellen), verderop zijn fiets-, ruiter- en wandelpaden aangelegd. Vanaf die nieuwe paden komt de 21e-eeuwse skyline van Utrecht helder in het vizier, en die ziet er heel anders uit dan op het schilderij. Van de religie is bijna niets over. Al hebben bijna alle torens uit de schilderijen nog steeds vaste voet in de stad, ze zijn – verborgen achter woonwijken – niet hoog genoeg om in de huidige stadshorizon een rol te spelen.

Vanaf het Groenedijkse Pad, van links naar rechts: de Domtoren, hoogbouw aan Park Nieuwenoord, de Neudeflat, Hoofdgebouw 4 van de NS, de ronde torens van de Rabobank en het witte stadskantoor. Voor het nieuwe stadskantoor zie je de flats van woonwijk Overvecht.

Tot 1961 was de Domtoren aan de horizon een alleenheerser. In dat jaar kwam de Neudeflat erbij; daarna volgde woonwijk Overvecht. Steeds sneller verandert de skyline. Passend in de wereld van nu hebben torens van het grote geld en een sterke overheid een plek naast de Dom verworven: de ronde hoofdgebouwen van de Rabobank (de ‘Verrekijker’, 2011) en het witte, hoekige stadskantoor (2014). De horizon blijft veranderen – rond Utrecht CS zijn bouwkranen voorbodes van nieuwe hoogbouw, aansluitend op de sterke groei van de stad.
Toch blijft de eeuwenoude constante onaangetast: wie de stad Utrecht nadert, ziet ‘m van verre – richtpunt voor de laatste kilometers; al is ie z’n alleenheerschappij kwijt, nooit zal nieuwbouw uitsteken boven de Domtoren.

De Domtoren vanaf het wandelpad, tussen de knooppunten 49 en 54.

WANDELEN
De route hieronder is gemaakt met de wandelplanner  van Recreatie Midden Nederland. De lengte is 9,2 km en gaat voor een deel over onverharde paden (de rode stippellijn onder de blauwe lijn). Vertrekpunt is de parkeerplaats bij routepunt 21 (ook te bereiken met bus 55 vanaf Utrecht CS, halte zwembad Blauwkapel). De route volgt de wijzers van de klok (dus 21–41–43 etc.). Na routepunt 51, net voorbij de hoogspanningsleiding, is er een breed panorama op de skyline van Utrecht (zie de foto vanaf het Groenedijkse Pad). Daarna loop je recht op de Dom af.

FIETSEN
Deze route van 32 km gaat via de Oude Gracht, Vecht, Oud-Zuilen, Maarsseveense Plassen naar de Tienhovense Plassen. Daar komt de Domtoren in beeld. En hoe! Boven dit serene natuurlandschap van uitgebaggerde petgaten (waar vroeger veen werd gewonnen, dat na droging tot turf als brandstof diende) steekt in de verte de Dom. Je ziet de toren links in beeld; rechts prijkt de schoorsteen van de elektriciteitscentrale bij Lage Weide. Nu is die niet meer gebruik, maar als industrieel monument bewaard. Die schoorsteen is nog een stuk hoger: 148 om 112 meter. Eigenlijk mag dat niet, maar hij staat ver genoeg van de Dom vandaan om een concurrent te zijn.

Goed kijken: links van het midden steekt de Domtoren boven de horizon; rechts van het midden de schoorsteen van de centrale. Uitzicht vanaf de Tienhovense Plassen.

Verderop wordt het panorama steeds mooier, vooral als je na knooppunt 20 in een rechte lijn de Dom nadert. Steeds zichtbaarder tekenen de gebouwen van de skyline zich af, helemaal als je over het Groenedijkse Pad recht op de Dom affietst. Daarna is het met de pret gedaan en duikt de Domtoren alleen nog in enkele doorkijkjes op.

Routebeschrijving
Vanaf fietsenstalling Stationsplein (oostzijde) richting Smakkelaarsveld. Daar rechtsaf en langs TivoliVredenburg naar de kruising met de Oude Gracht. Hier linksaf en langs de gracht richting knooppunt 28. Volg daarna 53–45–47–48–49–29–20–93. Na 93 in de richting van 92, maar bij eerste fietspad rechtsaf (Groenedijkse Pad). Einde pad bij verkeerslichten drukke weg (Koningin Wilhelminaweg) oversteken en richting knooppunt 91. Spoor over, onder A27 door en bij knooppunt 91 rechtsaf. Daarna 90–28–31. Bij 31 rechtsaf, bij fietsverkeerslicht (kruising met Sint Jacobsstraat) schuin oversteken en naar fietsenstalling Stationsplein.
Deze route staat ook op de routeplanner van de Fietsersbond en is als GPX-bestand binnen te halen.

Geplaatst op 7 september 2017

 

 

 

 

Emmen, het lelijkste eendje van Nederland?

Daar zitten ze, lekker in de zon, moeder en dochter, op de natuurstenen vloer van het nieuwe Raadhuisplein. Vol spanning wacht het meisje op het moment dat de fonteintjes omhoog schieten. Ja, daar zijn ze weer! Van blijdschap klapt ze in haar handjes. Van een afstandje kijken mensen geamuseerd toe. Zij zitten op bankjes die planten- en boombakken omringen – groene rustpunten op een ruim plein, bestraat met rustig ogend natuursteen.

Het Raadhuisplein

Onaantrekkelijk?
Welkom in Emmen, welkom in de onaantrekkelijkste gemeente van Nederland, althans volgens de Atlas van Nederlandse Gemeenten. Kijk je naar gegevens over de werkgelegenheid en de aanwezigheid van culturele voorzieningen, dan bungelt Emmen onderaan. De cijfers liegen niet, maar vertellen ze dé waarheid? Kijk eens rond op dat Raadhuisplein, waar stad en land elkaar ontmoeten. De natuurstenen bestrating, de gebogen zitbanken en aan de rand het moderne Atlastheater zijn mooie stedelijke elementen. Natuur is aanwezig in de vorm van cirkelvormige plant- en boombakken en waterpartijen; samen zijn ze gecombineerd tot wat ontwerper Peter Latz een ‘parkscape’ noemt. Onaantrekkelijk?

Het Raadhuisplein, stad en land ineen
De Grote Kerk op het Marktplein

Parkscape
Het plein heeft een drukke verkeersweg en een groot parkeerterrein naar de ondergrond verbannen. Bovendien heeft het samenhang in de stedelijke ruimte gebracht en het beeld zichtbaar gemaakt van Emmen als een open, groene stad, verbonden door pleinen en parken. Zo vormt deze nieuwe ruimte de schakel tussen Wildlands (het nieuwe concept van het verplaatste dierenpark) en het Marktplein. Mooi hoe de boomcirkels van het nieuwe plein zich verbinden met de grote eiken van het oude – langs hun stammen kijk je uit op de Grote Kerk; dit zijn de wortels van de nieuwe ‘parkscape’.
Het historische centrum is klein, niet veel meer dan de omvang van het esdorp dat Emmen was tot ver in de 20e eeuw. Ten oosten en ten zuiden lagen de veengronden, waar duizenden arbeiders werkten in de turfwinning. Grote armoede was er, vooral toen aan de turfwinning een einde kwam. Industrialisatie bracht soelaas en had de groei van Emmen tot een stad met 109.00 inwoners tot gevolg (al woont maar iets meer dan de helft in de kern zelf).

Van dierenpark naar mensenpark

Mensenpark
Aan het Marktplein ligt de toegang tot het voormalige Dierenpark Emmen (begin 2016 zijn de dieren verhuisd naar Wildlands). De oude dierentuin krijgt een andere invulling: van dierenpark naar ‘creatief mensenpark’. De spettergroene, naakte paspop, met op haar hoofd een lampenkap (te zien bij een galerie naast de ingang) lijkt daarvoor model te staan. Een verbinding van natuur met kunst, cultuur en innovatie in de vorm van optredens, een stadsbarbecue, alternatieve woonvormen, galeries en meer gaat hier de komende jaren vorm krijgen.
Een oude dierentuinplattegrond blijkt nog bruikbaar. Bij de olifantenoase is vaag een beestengeur te bespeuren – of is hier de verbeelding te sterk? Waar de flamingo’s leefden zit nu een reiger, volkomen stil, wachtend op zijn prooi; blijft het toch nog een beetje een dierenpark. Er wordt volop gewerkt: een sloopmachine hakt het beton van het nijlpaardenbassin weg; de savanne is tijdelijk niet te bereiken. Het park is nog pril, maar versterkt nu al de groene structuur van Emmen.

Bijna beet

Twee gezichten
Het groen krijgt een vervolg op de voormalige begraafplaats, waar rondom oude bomen en zerken een park is ingericht. Wat een ruimte, wat een natuur, wat een lekkere pleinen en parken, zo midden in de stad. Je vraagt je af, waar de lelijke kant van de medaille is. Winkelcentrum De Weiert laat er iets van zien, want opmerkelijk is de leegstand; winkels van failliete ketens – hun namen prijken nog op de deur – kregen geen nieuwe huurders. Verder moet je de keerzijde uit de cijfers lezen: er zijn relatief veel werklozen, jongeren trekken weg, de gemeente vergrijst.

In de woonwijk Angelslo

Licht, lucht en ruimte
In 2017 is Emmen opnieuw de onaantrekkelijkste gemeente van Nederland, maar op de gelukschaal doet de stad het een stuk beter. Een lekker huis, prettige buren, een groene woonomgeving. Fiets door de buitenwijken van Emmen en je ervaart bijvoorbeeld in Angelslo hoe het vooruitstrevende 20e-eeuwse bouwconcept van licht, lucht en ruimte vorm heeft gekregen in een woonwijk waar alle huizen ruim gelegen zijn; nooit is een oude, stevige eik, vaak meer dan eeuw oud, ver uit de buurt. Dit is de geboorteplek van het woonerf – auto’s alleen in wandeltempo en alle speelruimte voor kinderen. En dat is anno 2017 nog steeds zo. ‘Meneer, meneer’, een groepje jongens stuift op me af, zojuist heb ik ze op de foto gezet en ze willen weten waarom. Ik zeg dat ik het zo’n mooi gezicht vond. ‘Jullie daar onder die grote boom’. Ah, oké, dan is het goed. ‘Dan bent u dus een toerist’, alsof ik een bijzondere dierensoort ben. Er zouden er meer moeten komen, om te ervaren hoe aantrekkelijk de onaantrekkelijkste stad van Nederland is.

WANDELEN
Dit rondje van 4 km (zie ook Google Maps) laat zien hoe pleinen en parken met elkaar een mooi ruimtelijk ensemble vormen. Wandel vanaf het station via het Marktplein naar het nieuwe Raadhuisplein, het park van de oude begraafplaats en het oude dierenpark/creatief mensenpark.

FIETSEN
Dit fietsrondje (ook op de routeplanner van de Fietsersbond; OV-fietsen op het station) van 15 km gaat langs Angelslo (de woonwijk van licht, lucht en ruimte; neem een afslag om er een kijkje te nemen), komt langs het veengebied (rond Emmen is veel turf gewonnen, maar een klein stukje bleef onaangetast; vanaf het fietspad zie je hoe dik die veenlaag was), steekt via de wijk Emmerschans dwars door het bos (met hunebed) en komt uit naast het station. Zo vanuit het bos midden in het centrum: beter bewijs is er niet van Emmen als een open, groene stad.

Jong, zomers en opgewekt over het Raadhuisplein
Hunebed aan de fietsroute

Gepubliceerd op 16 juni 2017

De Hondsbossche Duinen

De Hondsbossche Zeewering in 2014

Veranderingen in het landschap, soms kunnen ze razendsnel gaan. Op de bovenste foto zie je een strandopgang, waarvan er langs de Nederlandse kust dertien in een dozijn gaan. Mooi, maar niets bijzonders, tot je de volgende foto bekijkt, genomen op dezelfde plek in maart 2014: niks geen duin, maar een stevige dijk en een schip dat als een vrolijke olifant zand en modder de zee inspuit. Het is de Hondsbossche en Pettemer Zeewering, een van de dikste dijken van Nederland, klassieker op het topografische repertoire van de aardrijkskundeles, die in korte tijd een metamorfose onderging van ‘harde’ zeewering naar ‘zacht’ duinlandschap van stuivend zand en wiegende helmgrassen. Bijzonder: de nieuwe duinen beschermen het achterliggende land beter dan de dijk van asfalt en beton.

Zwakke schakel
De op het oog zo stevige dijk was een van de zwakke schakels in de Nederlandse kust, niet opgewassen tegen klimaatverandering en daarmee samenhangende zeespiegelstijging en zwaardere golven, die krachtiger tegen de kust stoten.
Het is hier altijd een kwetsbare plek geweest. Neem het jaar 1421, toen de Sint Elisabethvloed de smalle zanddijk wegsloeg, die kort daarvoor was aangelegd. Heel West-Friesland overstroomde. Ook bij de Allerheiligenvloed van 1670 was de zanddijk niet opgewassen tegen het kolkende water.
Steeds is geprobeerd de zeewolf buiten te houden, met zanddijken en versterkte duinen, maar steeds was het nodig de kustverdediging verder landinwaarts te leggen. Er is berekend dat de duinreep rond 1400 een kilometer westelijker lag. Twee dorpen, Petten aan het Hondsbos en Petten aan de Zijpe, legden het loodje, konden niet worden gered van de oprukkende zee. Dat moest, dacht men, wel mogelijk zijn door de flexibele zandddijk te fixeren met basaltblokken, beton en asfalt, met strandhoofden als extra golfbrekers. De eerste stenen dijk kreeg rond 1875 vorm, op het kaartje is te zien hoe aan de zuidzijde strand en duin in een rechte lijn aansluiten.

Op deze kaart uit 1877 is de Hondsbossche Zeewering voorzien van basaltblokken en strandhoofden.
In 2014 ligt de dijk op dezelfde plek, maar zijn de duinen enigszins geweken.

Zo’n 135 jaar later stak de dijk weer als een kaap naar voren – de zeewering lag standvastig op dezelfde plek, maar het Camperduin was landinwaarts geweken. Nieuwe maatregelen waren nodig, en die zijn uitgevoerd op de kaart uit 2016.

2016: voor de dijk ligt een nieuw duingebied, en ten zuiden ervan is een lagune aangelegd.

Sterke duinen
In korte tijd hebben zandzuigers een kraag van strand en duin, in totaal ongeveer 300 meter breed, voor en tegen de dijk gelegd. De kruin van de zeewering zelf is zichtbaar gebleven, zo ook de betonnen bekleding die nu voor een deel met zand is bedekt. Een duinenrij met zand is robuuster dan een betonnen dijk, want biedt een natuurlijke en veilige oplossing, omdat het met de zeespiegelstijging meebeweegt. Wat in winterstormen wordt weggeslagen, vormt voor de kust zandbanken waarop golven breken en hun kracht verliezen. In voorjaar en zomer is de beweging andersom; dan brengen de golven het zand weer naar het strand, dat breder en breder wordt. Een volgende winter herhaalt zich dit dynamische proces van af- en aanvoer. Zand verplaatst zich wel, niet alleen van en naar de kust, ook van zuid naar noord. Mocht daardoor een tekort ontstaan, dan kan er opnieuw worden bijgespoten. De verwachting is dat met deze maatregelen de veiligheid voor de komende 50 jaar gegarandeerd is, bestand tegen superstormen die statistisch gezien eens in de 10.000 jaar voorkomen.

De dijk in 2014.
Dijk en duin in 2017, vanaf dezelfde plek als in 2014.

Nieuwe impulsen
Voor het toerisme is er winst, want er zijn kilometers strand bijgekomen, die je via nieuwe overgangen gemakkelijk kunt bereiken. Aan de zuidkant is een beschutte lagune gemaakt die een open verbinding heeft met de zee. Aan de andere kant is een spectaculair uitzichtduin opgeworpen. Daar kijk je uit op de duinverbreding en op een kunstwerk met palen; een herinnering aan de dorpen die de zee in vroeger tijden heeft verzwolgen. Halverwege de duinen is een langgerekte duinvallei gemaakt, een natuurgebied in wording.
Is aan de zeezijde het landschap helemaal nieuw, aan de landzijde lijkt alles bij het oude. Als je vanuit de polder nadert kijk je tegen een massieve groene dijk aan – een dikke streep in het land. Niets wijst erop dat daarachter een duinlandschap is gemaakt: de Hondsbosche en Pettemer Zeedijk heeft een dubbelgezicht gekregen.

Zicht vanuit de polder op de dijk

Nu duinen de hoofdrol in de kustbescherming hebben overgenomen, was een nieuwe naam nodig, en dat betekent een aanpassing van de topografiecanon: voortaan heet de zeewering hier ‘De Hondsbossche Duinen’.

Fietsen
Een knooppuntenrondje van 41,5 km maakt duidelijk hoe ver de zee na een dijkdoorbraak kan komen. Al het land tussen Hondsbossche Duinen en de Westfriese Omringdijk zou overstromen. Overigens ook die dijk is niet veilig, want de fraaie kronkels in de dijk zijn de restanten van oude dijkdoorbraken, waarschijnlijk bij de Allerheiligenvloed van 1670 ontstaan; na de storm werd de dijk om de doorbraak heengelegd.

Wandelen
Langs de Hondsbossche Zeewering loopt het Kustpad (www.wandelnet.nl). Eigen routes zijn uit te zetten via wandelroutenetwerk www.wandelnetwerknoordholland.nl.

De topografische kaartfragmenten komen van de site topografische tijdreis.

Utrecht, april 2017

Het strand in maart 2014; op de achtergrond strandpaviljoen Struin.
En zo ziet het er in 2017 uit: een verbreed strand met lagune, en op de achtergrond nog steeds het strandpaviljoen.

Surrey Docks, Londen

Op de foto staat de Lavender Pond, een lieflijke vijver, een mooi natuurgebiedje in de Surrey Docks. Tot ver in de 20e eeuw lag hier het Lavender Dock, een opslaghaven voor dikke boomstammen, uit noordelijke landen aangevoerd. Het was een onderdeel van de Surrey Docks, een uitgestrekt havengebied met ontelbaar veel docks – door sluizen afgesloten insteekhavens.
Je vindt de Surrey Docks ten oosten van de City op de zuidoever van de Thames, grofweg tussen Tower Bridge en Greenwich. Samen met de insteekhavens op de noordoever waren de Docklands een belangrijke draaischijf in de wereldhandel tot ongeveer 1980. Van die rol is niets meer van over; na hun sluiting kregen ze een totale make-over.

Uitzicht vanaf Stave Hill; in het blikveld de City

Stave Hill
‘Amazing, wow, what a view, great’, aan superlatieven heeft het groepje joggers geen gebrek op de top van de negen meter hoge Stave Hill. En ja, het uitzicht is fantastisch, met aan de westkant de City en aan de noordkant de torens van Canary Wharf. Daar is alle aandacht voor, en je verliest haast het kunstwerk uit het oog, waarop in brons de plattegrond is te zien uit 1896: minstens zo amazing, want een en al havenbekkens, lange, vaak smalle docks maar ook grote bassins; heel veel water en nauwelijks land, en van dat beeld is niets meer over, want je kijkt uit over parken en woonwijken. De heuvel van nu is een puistje in het kunstwerk (iets boven het midden van de foto), geplaatst in het gedempte Russia Dock. Fascinerend hoe onder invloed van economische ontwikkelingen de Surrey Docks een haast onherkenbaar nieuw gezicht hebben gekregen.

Kunstwerk op Stave Hill; na een regenbui vullen zich de bekkens
Rotherhite voor the Docks

Pilgrim Fathers
Een kaart uit de 18e eeuw laat zien dat de zuidoever van de Thames bestond uit moerassen (het Redriff Marsh); slangvormig kromt de bebouwing van het oude Rotherhithe zich langs de oever, tussen rivier en moeras. Dat oude Rotherhithe bestaat nog steeds: kom je vanaf de Londense City dan is de verrassing groot, want ineens sta je voor een oude begraafplaats en een historische kerk, alsof er in de City een onzichtbaar draaideurtje zit dat je zomaar een Brits plattelandsdorpje laat binnentreden. Maar vergis je niet, al eeuwen geleden kreeg dit dorp haar plaats in de wereldgeschiedenis: tegenover de kerk ligt de Mayflower, een pub genoemd naar het zeilschip dat in juli 1620 van hier vertrok met aan boord een deel van de Pilgrim Fathers, de religieuze kolonisten die op zoek naar godsdienstvrijheid emigreerden en die als een van de eersten aan de oostkust van de kolonie New England een succesvolle nederzetting stichtten, en daarmee van grote invloed waren op wat later de VS zou worden.

Rotherhite, oud dorp aan de Thames

Docks in het moeras
Op de Thames krioelde het van de schepen die een plek zochten om hun goederen te lossen, het was er eind 18e eeuw zo vol dat je bij wijs van spreken springend van scheepsdek naar scheepsdek de Thames met droge voeten kon oversteken. Meer ruimte kwam er na de aanleg van de docks, gegraven havenbekkens die met een sluis van de Thames (en daarmee van het getij) konden worden afgesloten. Op de zuidoever gingen twee elkaar fel beconcurrerende ondernemingen ermee aan de slag. Het leidde tot een wat chaotisch geheel van negen min of meer evenwijdig lopende havenbekkens, die werden aangevuld met zes grote bassins, waar ‘timber’ kon worden opgeslagen (hout mag niet uitdrogen, moet in water worden bewaard). Timber was de specialisatie, veel hout kwam uit Noord-Europa landen, je ziet het terug in namen als Russia Dock en Norway Dock. Er was ook handel in voedingsmiddelen – vooral uit Canada, dat zijn naam gaf aan het Canada en Quebec Dock. Greenland Dock verwijst naar de walvisvaart die hier zijn basis had.

Metamorfose
Grote bloei kenden de Surrey Docks tot de Tweede Wereldoorlog. In de decennia daarna kwam de klad er in doordat schepen te groot werden voor de havenbekkens; het was de overgang naar containervervoer die de nekslag gaf. In 1971 sloten de docks, een triest havenlandschap van lege havenbekkens, grote bassins en verwaarloosde pakhuizen bleef achter. Vanaf 1980 is er volop gesloopt, gedempt en herbouwd. De Surrey Docks kregen een nieuw gezicht. De oude havens zijn hier en daar nog te herkennen bijvoorbeeld aan de rand van het Russia Woodland Dock, waar de granieten kade, de stalen boeien en de rails van de havenkranen nu de begrenzing van een park vormen. Kijk je van boven dan zie je de hoekige vorm van het park, de lijn van de gedempte havenbekkens volgend. Aan de voormalige kade zitten twee oude mannen, uitkijkend over het grasveld dat ooit deel was van het Russia Dock; zou zomaar kunnen dat ze hier ooit als gespecialiseerde houthavenarbeider tussen de drijvende boomstammen risicovolle capriolen uithaalden. Alleen het Greenland Dock – ooit in 1696 als eerste uitgegraven – bleef samen met aangrenzende South Dock over.

De Surrey Docks in 1964: een wirwar van havenbekkens
De metamorfose in 2017: de meeste docks gedempt, bebouwing en parken ervoor in de plaats

Het industriële havengebied veranderde in een woonwijk – tussen 1981 en 1996 werden er meer dan 5500 gebouwd. Centrum is Canada Water, dat dankzij de in 1999 geopende Jubilee Line snelle verbindingen heeft met de rest van Londen. Hier is een grote shopping mall, maar ook vestigde zich lichte industrie, waaronder de Printworks – een grote krantendrukkerij, die onder andere The Daily Mail van de persen liet rollen. Dat is alweer verleden tijd; op de gevel van de verlaten fabriek zijn – december 2016 – de silhouetten van de krantennamen nog net te zien. Het terrein wordt herontwikkeld, een nieuwe metamorfose komt er aan, want King’s College gaat hier een campus bouwen. En zo gaat het weer door, de komst van King’s betekent een nieuw laagje op de voormalige moerassen langs de zuidoever van de Thames.

Het Greenland Dock bleef over; Canary Wharf kijkt toe

Wandelen of fietsen
Huur een fiets op Gabriel’s Wharf en neem route 4 die je naar het hart van de Surrey Docks brengt. Zie de website met de Engelse lange afstand fietsroutes.
Een rondje dat ik zelf maakte is hier vinden: Surrey Docks-route.
Ook mooi: een wandeling langs de Thames over – ja, hoe kan het anders – het Thames Path.

Links het gedempte dock, rechts de rand van de kade met afmeerboei
De City, vanaf Stave Hill

 

 

Van Heuvelrug tot Waterlint

Wie mooie landschapsovergangen zoekt, vindt er veel op de overgang van de heuvels in Midden-Nederland naar het rivierengebied; in dit geval het contrast tussen de Utrechtse Heuvelrug en het stroomgebied van Kromme Rijn en Lek. Het begint net ten noorden van Doorn met de beboste heuvels van de Utrechtse Heuvelrug, gevolgd door de openheid van de vlakke polder Langbroek en in het zuiden de lome bochten van Kromme Rijn en Lek. Overgangen als deze zijn te danken aan de ‘ontmoeting’ van ijstijdkrachten en breed uitwaaierende rivieren.

Heuvelrug
Lang leve de ijstijd, want deze heuvels – stuwwallen – zijn in de voorlaatste ijstijd omhoog geduwd door het landijs dat zich vanuit Scandinavië tot deze streken had uitgebreid; krachtige ijsstromen, meer dan honderd meter dik schoven de grond opzij. Die ijstijd is alweer 125.000 jaar geëindigd, daarna knabbelden grote rivieren aan de uiteinden van de stuwwallen en raakten de randen van de Heuvelrug met klei bedekt. In dijkloze tijden reikte de invloed van de (Kromme) Rijn tot de voet van de Heuvelrug en bij vele winteroverstromingen werd een laag van fijne rivierklei achtergelaten.

Tussen Heuvelrug en Langbroekerwetering
Tussen Heuvelrug en Langbroekerwetering

Langbroekerwetering
De overgang naar de klei laat zich vatten in vele facetten: besloten bossen worden open weiden, beuken verdwijnen, wilgen en populieren verschijnen, gebogen lijnen krijgen een strak karakter van rechte paden met loodrechte hoeken, en het reliëf is niet meer, het is plat als een pannenkoek met als enige hoogtevariatie het peil in poldersloten dat een fractie lager staat dan de aangrenzende weiden.
Na de afdamming van de Kromme Rijn in 1122 bij Wijk bij Duurstede kwam er een einde aan de jaarlijkse overstromingen en was ontginning mogelijk. Dwars door het zompige kleigebied werd de Langbroekerwetering gegraven, haaks daarop sloten om de overvloed van water af te voeren en dat alles in een geweldige regelmaat: alle kavels even lang (1250 m) als breed (55 m). Bijzonder dat na al die eeuwen deze strakke verkaveling met één hoofdwetering, twee achterweteringen en talloze dwarssloten nog zo herkenbaar is.

Ridderhofstad Walenburg
Ridderhofstad Walenburg

Al gauw zochten ridders zich er een plekje en bouwden versterkte huizen, met grachten en verdedigingstorens, zogenaamde ridderhofsteden. Sandenburg was er eentje, maar werd later herbouwd en kreeg een park in Engelse landschapsstijl dat ingekaderd was in de langgerekte kavels. Dat bood de kans voor verre doorzichten op het landhuis en lange slingerpaden in de lengterichting van het smalle perceel. Tegenover het neogotische Sandenburg staat Walenburg; groot is het contrast: een woontoren, dubbele gracht; de vijand (die nooit kwam) zou er een zware dobber aan hebben gehad.
Waar landschapsparken de strakke lijnen verzachtten versterken agrarische ontwikkelingen juist het strenge karakter, want ‘überstrak’ zijn weilanden vol hoogproductief, maar soortenarm gras. Gelukkig zijn er griendbossen om de eenvormigheid te doorbreken. Al is de afwatering van hoog niveau, ‘natte’ bossen blijven het hier goed doen.

Kromme Rijn

Kromme Rijn
Voorbij de zuidgrens van de Langbroeker ontginning – de Landscheidingsweg – staan er vlakken met vele puntjes op de kaart: boomgaarden, een grondgebruik dat niet los is te zien van het rivierenland. De ooit zo wispelturige rivier liet in de buurt van haar bedding een mengsel van zand en klei achter, een grondsoort waarop appels en peren tot grote bloei komen. Ze grenzen aan de slingerbochten van de Kromme Rijn, die in 1122 werd afgedamd ten oosten van Wijk bij Duurstede. Vanaf toen was de Lek de hoofdstroom.
Heel anders oogt het hier, want weg zijn de rechte lijnen – in het reliëfloze land buigt het land mee met de bochten van de rivier.

Kaart en wandeling
Op de kaart hieronder zie je de landschappen terug. Bij Doorn de beboste stuwwalheuvels, Nederlangbroek ligt te midden van de strakke kleiontginningen en bij Wijk bij Duurstede (aan de Lek) ben je in het rivierenland, onder andere herkenbaar aan de percelen met stipjes: boomgaarden. De kaart is zo’n 100 jaar oud, maar in 2017 is het landschap van toen nog goed herkenbaar. Wie er doorheen wil wandelen kijkt op google maps voor een kaart. Kaart en routebeschrijving staan ook hieronder.


De Lopikerwaard

Via het wandelnetwerk Het Groene Hart kun je in de Lopikerwaard rond dorpen als Polsbroek en Benschop weidse dagwandelingen maken over onverharde kades en weilandpaden – terug naar de Middeleeuwen en de weidevogels van nu.

Na de beboste kade – een smalle vergraste zandweg die aan twee kanten begeleid werd door een watergang – blijft er alleen maar eindeloze weidsheid over op het nauwelijks zichtbare paadje door het weiland.

Kade langs de Benschoppermolenvliet
Hazenpad door de polder

Hier, in het hart van het Groene Hart, is het landschap in hoekige en regelmatige vlakken verdeeld, in noord-zuid richting van elkaar gescheiden door de rechte lijnen van sloten en van oost naar west door een lint van boerderijen of bomen in de verte. In zijn ontwikkeling naar de abstractie van vlakken en lijnen kun je je inbeelden dat Mondriaan zich heeft laten inspireren door dit strak vormgegeven, man made landschap, dat al sinds de tweede helft van de 11e eeuw deel uitmaakt van het West-Nederlandse collectieve geheugen. Na de bedijking van de Lek werd het veengebied voorbij de rivier systematisch ontgonnen in kavels van 1250 meter lang en 110 meter breed. Daarbij werd de bochtige loop van de rivier als uitgangspunt genomen, waardoor de landinwaarts gelegen kades niet volledig strak zijn, maar meebuigen met de meanders van de rivier.

Polsbroekerdam, van oorsprong ontginningskade

Tussen de kavelblokken kwamen in een lang lint de boerderijen te liggen – daar gingen de kolonisten wonen die hun land mochten bewerken tegen het afstaan van 10% van de opbrengst aan de ‘copers’, die van de Bisschop van Utrecht de concessie tot ontginning hadden gekregen. Zij komen terug in de naamgeving: je wandelt hier door het copelandschap. Bijzonder: na bijna 1000 jaar is de structuur van dit landschap nog tot in detail te beleven – hier maak je werkelijk een stap in de richting van de Middeleeuwen.

Hazen en koeien
Regelmaat is troef: telkens wandel je 1250 meter van de ene naar de andere kade door grasland; kijk je onderweg naar oost of west dan is het uitzicht eindeloos, want nergens ligt er een kade of dorp in de zichtlijn. Niets dan grasland en toch heeft elke weide zijn eigen specificaties. De eerste doorsteek heeft alles van een hazenpad, want links en rechts rennen de langoren weg. Eentje staat er op z’n achterpoten, de omgeving scannend, neemt mij waar en kiest het (juist, ja). Na Polsbroek is er een schelpenpaadje, het Kerkepad, en ja, je loopt in de richting van een kerktoren, het is de spits van het godshuis in Cabauw. Katholieke Polsbroekenaren hadden na de Reformatie geen eigen kerk meer, maar via dit paadje konden ze toch de zondagse mis bijwonen.

De Zuidzijdse Kade

De veenweiden zijn een belangrijk veeteeltgebied. En dat blijkt meteen aan het begin van de route, als ik word verwelkomd door een stoet koeien die vers gemolken weer naar de weide mogen. De een slingert dromerig, onvast op de poten, een tweede komt enthousiast aangerend: ‘Ha fijn, weer weidedag.’ Dat geldt zeker niet voor alle koeien, want veel weilanden zijn leeg en langs de boerderijlinten zie je de oorzaken – nieuwe, grote, open stallen, waar de koeien dag en nacht verblijven. En die draaien die stap naar de Middeleeuwen weer terug naar nu – oh ja, dit is wel landbouw in de 21e eeuw.

De vogelmagneet
Opnieuw is er een prachtige achterkade, een smal pad met links en rechts doorkijkjes langs de elzen over het open weidegebied, en dan nog twee keer de weiden in met hun vaste maten: eerst 1250 meter tot het boerderijenlint van Polsbroekerdam en dan tot de volgende achterkade. En daar is alles ineens anders, want een kakafonie van vogelgeluiden stijgt op (gesnater, gegak en de hoge pieeuuw van weidevogels) en ik zie lepelaars, kieviten, meeuwen, eenden, meerkoeten, futen, maar vooral veel ganzen. ‘Ja, nu, in de zomer, zijn er zo veel ganzen, dat ze agrariërs te veel overlast bezorgen’, vertelt Luuk Oevermans van Staatsbosbeheer, ‘Om de aantallen te beheersen prikken we eieren door en ook zijn er nu opvangacties mogelijk, waarbij ganzen worden gevangen en vergast.’

De vogelmagneet

Dit natuurontwikkelingsgebied, Willeskop, bestaat uit ondiepe plassen en bleek sinds de opening in 2002 een eldorado voor vogels; Staatsbosbeheer noemt het dan ook een vogelmagneet. ‘Kom je hier in voor- of najaar, dan zijn de weidevogels in de meerderheid. Vooral voor steltlopers als de grutto is dit een belangrijk rustgebied, een tussenstop tussen hun broed- en overwinteringsgebieden. De Lopikerwaard is door zijn openheid heel geschikt als broedgebied, maar intensieve agrarische bedrijfsvoering staat dat vaak in de weg. Vele weidevogels trekken daarom door naar de Friese weiden.’
Bij de vogelmagneet staat een uitkijktoren, een niet te missen hoogtepunt, want je kijkt uit over de plassen vol vogels – levendig en vol lawaai -, met aan de andere kant de rust en ruimte van de veenweiden. Zie hoe in de verte een sliert koeien zich door zonbeschenen weiland graast. Holland op z’n mooist. Een laatste kade, links het land, rechts de plas, brengt je terug – uren gewandeld over onverharde paden in onmetelijk laagland.

Wandelnetwerk Groene Hart
Het wandelnetwerk Groene Hart ligt in het westen van de provincie Utrecht en heeft een lengte van 600 km.  Je kunt er je eigen routes uitzetten, opslaan (ook als GPS-bestand) en printen. Je ziet of de routes toegankelijk zijn voor honden, of de paden verhard of onverhard zijn. Voor dit artikel richtte ik mij op de Lopikerwaard, waar je vrijwel 100% onverharde routes kunt uitzetten. De beschreven route begint bij knooppunt 70 (waar ook een Parkeerplaats is) en gaat verder via 79-59-36-35-34-42-38-45-69; een route van 12 km. Deze route is naar alle kanten uit te breiden, een van de langste varianten biedt een rondwandeling van 24 km, geheel onverhard! Er is een beperking: in het broedseizoen zijn niet alle paden toegankelijk.

Dit verhaal verscheen in 2016 in wandelkrant Te Voet.

groene-hart-wandeling

Biesbosch en Noordwaard

Het ene moment ruik je drogend gras, iets verder brengt de wind een bouquet van ui en aardappelloof en na een volgende dijk hangt er een zachtzilte geur verwant aan modderige bodem. Dit palet van aroma’s weerspiegelt de nieuwe veelvormigheid van de Noordwaardpolder: naast de akkers van weleer zie je er nu weiden, watervlaktes, en door graskaden omzoomde kreken. Wat veilig lag achter een stevige bandijk, is nu buitendijks doorstroomgebied van de Nieuwe Merwede. Reden voor deze transformatie is de rivier bij hoog water meer ruimte te geven, zodat water snel naar zee kan worden afgevoerd, waardoor waterstanden landinwaarts lager worden, in Werkendam tot 60 cm, in het 8 km verder gelegen Gorinchem 30 cm.

Nieuwe dijk, nieuw getij in de Noordwaard
Nieuwe dijk, nieuw getij in de Noordwaard

Imposant waren de ingrepen in deze 6000 voetbalvelden grote polder. Langs de Nieuwe Merwede werd de kade verlaagd, in de oude bandijk kwamen bruggen waaronder de rivier bij hoogwater zijn weg kan vinden, een nieuw krekensysteem – gebaseerd op de toestand van 1925 – werd gegraven en de vrijkomende grond gebruikt om nieuwe kaden en terpen aan te leggen. Boerderijen en woningen werden afgebroken en herbouwd op 29 terpen, die 50 cm hoger zijn dan de hoogst denkbare waterstand.

Dankzij het stelsel van kreken staat een kwart van de polder onder invloed van zoetwatergetijde: vanuit de Amer stroomt het water in en uit. Zo is een natuurgebied ontstaan, waar het wemelt van vogelleven. Natuurversterking was een belangrijk nevendoel, maar hoofdzaak is de ruimte die het water kan nemen. In de getijdegebieden stroomt water dagelijks heen en weer; de graslanden overstromen zo’n 25 tot 100 dagen per jaar en de oude akkers gaan eens in de 1.000 jaar kopje onder (met de terpboerderijen als eenzame eilanden in de watermassa).

Wandelen
De weidse, gevarieerde Noordwaard kent geen uitgezette routes, maar je kunt er prima dwalen over graskaden en langs fietspaden (met vaak brede grasstroken). Op visitbrabant.nl kun je vanuit het Biesboschmuseum een route uitzetten langs de westrand van de Noordwaard (9,5 km; routepunten: 82-84-11-10-20-85-82; zicht op o.a. nieuwe terpen, kreken en graslanden). Daarnaast zijn er vanuit het museum routes, die de Biesbosch zelf verkennen (zoek op ‘np-de biesbosch wandelen’).

Fietsen
Je kunt door de Noordwaard een mooi rondje uitstippelen langs knooppunten, zie daarvoor de fietsknooppuntenkaart.
 Fiets daarbij zeker door het midden van de Noordwaard (tussen de knooppunten 14 en 22). Dit is een volledig rondje van ruim 32 km: Start Natuurpoort Museumeiland-26-19-17-18-15-14-10-27-6-9-15-18-16-21-22-4-2-8-Museumeiland.

Nieuwe kreek

Deze blog verscheen eerder in Wandelkrant Te Voet.