Van Kromme Rijn tot Heuvelrug

Sloom slingert de Kromme Rijn in ruime bochten door het landschap, verleidelijk en vriendelijk – geen wonder dat ridders en jonkvrouwen aan de oevers wilden wonen. Al in de 13e eeuw kwam er een eerste versie van ridderhofstad Rhijnauwen tot stand en vanaf het jaagpad heb je een mooi zicht op het huidige gebouw uit de 18e eeuw. In deze route volg je het oeverpad tot voorbij Bunnik, maar ook waar de rivier zelf niet is te zien, is de invloed op het landschap onmiskenbaar. Soms is het kleiig en zompig, pas op het laatst krijg je droog zand onder je voeten.

Tram in Utrecht Science Park (links Casa Confetti, rechts de bibliotheek).

Het Utrecht Science Park
Voorheen bestond De Uithof (tegenwoordig het Utrecht Science Park 1) uit een verzameling betonnen kolossen, waar ’s avonds en in de weekenden een ijzige stilte heerste. Hoe is dat veranderd. Sinds 1988 kan er gewoond worden, en tegenwoordig hebben zo’n 3000 studenten er een kamer. Sterk wordt de sfeer bepaald door de bijzondere gebouwen die architecten van wereldfaam in opdracht van de Utrechtse universiteit ontwierpen. Kijk bijvoorbeeld op de hoofdader (de Heidelberglaan) waar de oude jaren zestigmammoet – het van Unnik gebouw, verpakt in groene doeken – een contrast vormt met de kleurtjes van de studentenwoningen in Casa Confetti. En dat vrolijke gebouw is weer tegengesteld aan de bibliotheek, die met zijn donkere panelen ernst en wetenschap uitstraalt. Op weg naar buiten blijkt het groene karakter van het wetenschapspark en daar aan de overkant van de weide ligt het tegeltjesfestijn Johanna, studentenhuisvesting vernoemd naar de polder waarin het USP ligt; tegeltjes die samen voorbijvlietende wolken verbeelden – geïnspireerd op het vluchtige verblijf van de bewoners, een paar jaar wonen ze er en dan vertrekken ze weer.

Tegeltjesspektakel Johanna.

Een langere adem heeft boerderij De Uithof 2, achter de kleurige gevel van het kinderdagverblijf is het gebouw met de wit-rode luiken te zien. Hier begon de universiteit aan zijn buitenstadse bestaan, want rond 1960 opende hier de proefboerderij van de faculteit Diergeneeskunde. En verleende de eerste vijftig jaar zijn naam aan het hele universiteitsterrein. Overigens, de naam Uithof ontstond al veel langer geleden – het was een buitenboerderij, gelegen in nieuw ontgonnen gronden, van het klooster Oostbroek.

Amelisweerd op een winterochtend.

Amelisweerd en Rhijnauwen
Met de rug naar de Uithof ben je ineens volledig buiten, aan de rand van de landgoederen Amelisweerd en Rhijnauwen 3, waar parkbossen in verschillende stijlen (romantische kronkelpaadjes in contrast met strakke lanen) afgewisseld worden door weilanden en doorkijkjes op de Kromme Rijn. De drie landhuizen komen alle in beeld, eerst het witte Nieuw-Amelisweerd, net voor je het bos ingaat. Door het slingerende parkbos kom je uit bij Huis Oud-Amelisweerd, nog even is een terugblik mogelijk op De Uithof, maar al gauw komen Kasteel Rhijnauwen en de Kromme Rijn 4 in beeld. In de bossen laat de rivier zich al gelden, want de eiken en beuken groeien er weelderig dankzij de vruchtbare klei die bij overstromingen bezonk. Dat de waterloop buiten zijn oevers trad is iets van voor 1122, toen door een dam bij Wijk bij Duurstede de doorgaande aanvoer vanaf de Rijn werd afgesloten. Daarom vind je geen dijken langs de Kromme Rijn, ze waren niet nodig, want de dam verderop hield hoog water tegen.

Jaagpad langs de Kromme Rijn.

Toch heeft het landschap alle kenmerken van het rivierenlandschap. In vervlogen tijden – denk aan duizenden jaren – ver voor dijken, dammen en gemalen zochten wisselende rivierlopen als veelkoppige slangen steeds nieuwe wegen door dit land en lieten zand, klei en zavel achter en boetseerden een palet van iets hoger gelegen oeverwallen en lagere komgronden. Die afwisseling van grondsoort en hoogte zorgde voor wisselend gebruik, zoals te zien is op de kaartfragmenten. Weilanden (a, groen) waar het laag en kleiig is, fruit (b) op zavel – zeg maar half klei, half zand –, akkers op droge oeverwallen ( c) en bosjes, vaak populieren en wilgen (d) waar het wat moerassig was. Het dorp Bunnik (e) lag op een hoger gelegen oeverwal, pal naast de rivier. En al is er in een eeuw veel veranderd, die afwisseling in grondgebruik is ook op kaart van 2019 nog goed te zien.

Bunnik, boven in 1920 en onder een eeuw later (bron: Kadaster).

Bunnik
De oorsprong van Bunnik, in het begin van de 10e eeuw voor het eerst vermeld, ligt niet ver van de brug over de Kromme Rijn. Daar lag het land wat hoger, opgehoogd bij overstromingen tot een oeverwal, zodat je er droge voeten kon houden. De kerk kwam er al in de 13e eeuw – de romaanse toren stamt uit die tijd, het koor is later vervangen; het wereldlijke bestuur resideerde in het pand ernaast. En wat hoort bij kerk en raadhuis? Precies, een kroeg, ’t Wapen van Bunnik, met in de zomer een ruim terras. Die oude kern heeft de sfeer van een klein, beschut dorp, en je vergeet dat er in de 20e eeuw, vooral na 1960, vele wijken omheen zijn gegroeid – vooral eengezinswoningen gekocht door inwoners van de stad Utrecht.

De oude dorpskern van Bunnik aan de Kromme Rijn.
De oude dorpskern van Bunnik aan de Kromme Rijn.
Blik op Blikkenburg.

Stichtse Lustwarande
Op landgoed Wulpenhorst 5 is de route in natte tijden ronduit zompig, ook hier drukte de rivier zijn stempel, maar naarmate je dichterbij het landhuis komt (nu in verbouwing tot luxe verzorgingshuis, opening voorzien eind 2020) vermindert de kleiigheid en eenmaal op het terrein van landgoed Blikkenburg 6 wandel je door tarweakkers vol veldbloemen met zicht op het witte landhuis. Het is ronduit verrassend hoe onverhard en groen je hier langs de stedelijke rand van Zeist scheert. Wulpenhorst en Blikkenburg zijn onderdeel van de Stichtse Lustwarande, een keten van buitenplaatsen langs de rand van de Utrechtse Heuvelrug, in het overgangsgebied van de hoge, droge zandgrond en het lage, vochtige rivierlandschap. Ontstaan aan het eind van de 18e eeuw toen rijke Hollandse stedelingen er voor weinig geld grond kochten en er landgoederen ontwikkelden, waar ze vaak ’s zomers verbleven.

Slot Zeist
Hoogtepunt van die Lustwarande is het strakke, classicistische Slot Zeist 7 uit de 17e eeuw, werkelijk een lusthof, omgeven door een Engelse landschapstuin en een gracht, waarin vele kunstwerken dobberen, en erlangs staan (onderdeel van de Zeister beeldenroute). Het karakter van de lusthof veranderde toen het in 1745 in handen kwam van de Amsterdamse koopman Schelinger die het voor een deel schonk aan de Hernhutters, een evangelische broedergemeente. De Hernhutters gingen wonen in de tuinen van het slot, en creëerden daar het Broeder- en Zusterplein 8, nog altijd wonen en werken ze daar. Vanaf de hoofdingang van het slot loop je er zo naar toe.

Tussen rivier en Heuvelrug
Voorbij Zeist ga je nog even terug naar de rand van zand en klei over het mooie pad langs de Blikkenburgervaart 9. Dit is een ‘nat’ landschap, met groene weiden, elzen, wilgen en een brede vaart – duidelijk een deel van het rivierenlandschap. Toch is de andere ‘wereld’ dichtbij – je ziet het al vanaf het pad: links liggen de land- en buitenhuizen, daar groeien de beuken en eiken die horen bij de zandgronden van de Utrechtse Heuvelrug.

Onverwachte wildernis.
De Breul.

Eenmaal de N224 overgestoken verdwijnt eventuele modderigheid in stevig zand met daarop landgoed De Breul 10 – buitenplaats in ‘Engelse’ stijl, te herkennen aan de rondingen van het huis als aan de zwierige paden van het park; een mooi slotakkoord van een rivierwandeling die met deze laatste twist op droge zandgrond eindigt.

ROUTE-INFORMATIE
De route volgt vrijwel geheel de routepaaltjes van het knooppuntennetwerk Utrecht/Kromme Rijn. De route staat op afstandmeten.nl. Via de knop ‘Export’ kun je een GPS-bestand downloaden.
Deze route is het vervolg op een eerdere knooppuntenroute van Hollandsche Rading naar de Uithof/Utrecht Science Park.
LENGTE 16 km (zie de gele kilometervlakjes op de kaart).
START- EN EINDPUNT Utrecht CS. Neem op Utrecht CS tramlijn 22 en stap uit op halte Heidelberglaan in het Utrecht Science Park (De Uithof). Neem in het weekend Bus 28 (want dan rijdt de tram niet).
Eindpunt is station Driebergen-Zeist, met vier keer per uur een trein terug naar Utrecht CS.
ZWAARTE Na langdurige regenval zijn sommige paden glibberig en zuigt de klei zich aan je schoenen vast.
VERHARD/ONVERHARD Je zou het zo vlakbij de stad niet verwachten, maar meer dan 80% is onverhard.
HORECA In Amelisweerd/Rhijnauwen De Veldkeuken bij Oud-Amelisweerd, het café van hostel Stay Okay Utrecht-Bunnik en (net buiten de route) Theehuis Rhijnauwen.
In Bunnik ’t Wapen van Bunnik.

’t Wapen van Bunnik.
Langs de Kromme Rijn.

Routebeschrijving
LA = linksaf; RA = rechtsaf; RD = rechtdoor
Vanaf de bus-tramhalte Heidelberglaan ongeveer 150 meter teruglopen en LA (Coïmbrapad) langs de universiteitsbibliotheek.
RD richting Bunnik over fietspad.
Einde fietspad Toulouselaan oversteken en direct daarna bij wandelknooppunt (K) 77 RA richting K76 over onverhard pad. Volg vanaf hier de knooppuntenpaaltjes (blauwe pijl op oranje ondergrond).
76 – 19 – 21 – 93 – 22 – 23 – 74 – 37 – 45.
Bij K45 (aan de rand van Bunnik) verlaat je even de knooppunten:
bij K45 RA, brug over (Dorpsstraat). RA langs ‘Witte Huisjes’ over Kerkpad.
Op Parkeerplaats LA en weer LA richting De Bilt (Dorpsstraat; op de hoek ’t Wapen van Bunnik) en bij K45 RA.
45 – 47 – 48 – 53 – 54 – richting 65
VERLAAT DE KNOOPPUNTEN op de plek waar de route uitkomt op de verharde weg. Ga LA en dan RA Filosofenlaantje.
Einde weg schuin oversteken en LA over voetpad langs water en langs Slot Zeist. 
Na 350 meter RA via voetbrug en verder langs de slotgracht.
(Ommetje: Op het voorplein van het slot LA – 200 meter – voor bezoek aan Broeder- en Zusterplein. Daarna terug.)
Na voorplein Slot Zeist RD over Zinzendorflaan.
Einde weg RA (terug op de knooppunten: van K64 naar K65).
64 – 65 – 66 – 67 – 68 – 21 – richting 69.
Volg de pijlen en neem het zandpad rond de vijver van De Breul. Het pad komt via een klaphek uit op een verharde weg. Daar RA en via verkeerslichten oversteken. Na 100 meter LA en over voetpad langs fietspad naar station.
In de printbare PDF vind je naast deze korte routebeschrijving ook een beschrijving met meer route-aanwijzingen.

thumbnail of 29 Uithof-NSZeist routebeschrijving

Blijf op de hoogte van nieuwe wandel- en fietsroutes en meld je aan voor mijn NIEUWSBRIEF.

Leilinde in Bunnik.

 

 

Het Nieuwe Centrum van Utrecht

Utrecht verandert en het tempo is hoog. Vooral rond het station struikel je over de nieuwe stadsiconen: het stationsplein met het bollendak (foto), het stadskantoor, TivoliVredenburg, de SYP en meer. Maar daar blijft het niet bij, rondom het Merwedekanaal komen nieuwe woonwijken en krijgt de Jaarbeurs een totale ‘make-over’. Hier en daar is er al een en ander in gang gezet, zoals de Veilinghaven en Rotsoord. Deze wandelroute laat het zien en voert je twaalf kilometer lang door het Nieuwe Centrum van Utrecht. Het is een route met toekomst: wie er over pakweg vijf jaar wandelt, zal weer een heel ander stadsbeeld zien.

Stationsplein
Rond het station is al veel klaar, daar is eerst het stationsplein – extra mooi als je in de avond met de roltrap omhooggaat: in het zachte licht zijn het bollendak en de tapse vlakjes boven de ingang van Hoog Catharijne betoverend. Overdag is het een levendige ruimte: Utrecht heeft onder de bollen weer een echt stationsplein. Die dynamiek zet zich beneden voort, als je wandelt langs de ingang van de grootste fietsenstalling ter wereld en langs Het Platform: wonen, werken en recreëren tegen het station aan, terwijl onder je de sneltram naar het Utrecht Science Park vertrekt.

De ziel van middeleeuws Utrecht.
Het Nieuwe Centrum: station met hal, stadskantoor en woontoren De SYP.

Draai je op de Moreelsebrug 2 om en kijk in de ziel van de middeleeuwen met de Domtoren en Buurkerk en dan in het hart van Utrecht spoorstad met de (voormalige) hoofdkantoren van de NS – meest in het oog springend is De Inktpot, het bakstenen, hoekige Hoofdgebouw III, waar tijdens een kunstmanifestatie in 2000 een UFO op de rand landde. Richt je je blik naar de andere kant, dan komen boven de perrons en de nieuwe stationshal de frisse stadsiconen in beeld: woontoren De SYP 4, het witte stadskantoor en (iets verder) het donkere World Trade Center. Hier krijgt het beeld van een nieuw stadscentrum dat met zijn as rond het station draait, bedding in de realiteit.

Sloop en nieuwbouw
Vanaf de brugtrappen kijk je tegen een rijtje huizen aan in de Croeselaan. Hoe lang nog? Hier gaan woningen tegen de vlakte om een stadspark te creëren dat onderdeel zal worden van een nieuwe, duurzame stadswijk, het Beurskwartier, goed voor een paar duizend woningen. Pas na 2023 gaat er gebouwd worden, net iets eerder dan dat de plannen van buurman Jaarbeurs tot uitvoering komen. De hallen krijgen een totale make-over met daarnaast woningen, een theater en een dakpark, waardoor de Jaarbeurs echt deel van het Nieuwe Centrum wordt.

Stadstribune, de trappen op het Jaarbeursplein.

Het vernieuwde Jaarbeursplein 3 heeft een stadstribune (zitten op de stationstrappen en kijken naar een of ander spektakel op het plein) en een skatebaan. Iets verder is het verkeersriool dat het Westplein altijd was, al voor een deel gesaneerd. Uiteindelijk ligt hier een groene stadsweg ingebed in de Kop van Lombok, met nieuwbouw en de doorgetrokken Leidse Rijn, waar aan de oevers een park zal komen. Dan zul je de parkachtige wandeling naar molen De Ster 5 ook de andere kant op kunnen maken tot voorbij de spoortunnel.

Molen De Ster.
De Cereolfabriek.

Langs het kanaal
Bij de Muntbrug verlaat je het Nieuwe Centrum, maar de Cereolfabriek 6, een voormalige veevoederfabriek waarvan de kasteelachtige gevel bleef staan, leunt er nadrukkelijk tegenaan. Mooi is het ronde appartementengebouw, waarvan de uitkragende gebogen balkons een verwijzing lijken naar de opslagtanks die hier stonden. Na het park van Oog in Al kom je weer in de greep van het Nieuwe Centrum langs de boorden van het Merwedekanaal.
Nu zijn het nog lelijke dozen, de hallen van de Jaarbeurs, maar na 2025 zijn ze misschien al verstopt in een stadsparklandschap met appartementen langs de zijden. Mooi vooruitzicht: door het Jaarbeurspark naar het Centraal Station.

Het Jaarbeursplan met dakpark; rechtsvoor de Veilinghaven.
De Veilinghaven met op de achtergrond de Utrechters.

Tussen Veilinghaven en spoor
Bij de Veilinghaven 7 is het Nieuwe Centrum al zichtbaar met de oude scheepjes in het water en ‘Utrechters’ op de wal, tot werkplek omgebouwde silo’s. Prachtplek. De wijk zelf is groen en vrij van auto’s. Nu is het een vooruitgeschoven post van vernieuwing, eromheen wordt de komende jaren veel gebouwd, zoals het Beurskwartier, nieuwe woningen aan het spoor in het project Kruisvaartkade 8 (hopelijk is daar ook plaats voor de stoere hefbrug die lag in het lijntje tussen het hoofdspoor en de Veilinghaven) en aan de oostkant woningen aan de Heycopstraat 9. Aan het Merwedekanaal kijk je uit op de eenzame Villa Jongerius 10, die over enkele jaren de hoeksteen van een wijk (Merwede 4) met zeshonderd woningen zal zijn.

Villa Jongerius.

Die villa was ooit het epicentrum van de carrosseriefabriek van Jan Jongerius, die als selfmade ondernemer in grote hallen honderden arbeiders op de chassis van Ford vrachtwagens en bussen liet bouwen. En en passant zelf zijn droomhuis ontwierp. Na het faillissement in 1955 kwijnde de villa weg, maar is in oude glorie hersteld en laat zijn eclectische opbouw (van art-deco tot neorenaissance) aan de buitenkant zien. De schoorstenen verderop zijn van een hulpcentrale van de stadsverwarming, ze blijven staan en grenzen aan de Wilhelminawerf 11, dat in 2020 wordt opgeleverd.

Merwede (zone 5), de superduurzame woonwijk; linksvoor het pand van Mobach.

Merwede
In Merwede 5 is hier en daar al een terrein bouwrijp gemaakt, op andere plekken zijn kantoren nog volop in bedrijf of hebben tijdelijke bestemmingen (Vechtclub XL en Kanaal 30 12, horeca met een mooi terras) – moeilijk voorstelbaar dat hier binnenkort de duurzaamste woonwijk van de stad zal liggen. Liefst 12.000 mensen komen er te wonen in een groene omgeving van appartementengebouwen met aan de randen hoogbouw tot 90 meter. Zonder auto’s, vrijwel energieneutraal, en een hoofdrol voor de fiets. Op plaatjes ziet er prachtig uit, maar er is ook kritiek: te veel mensen op elkaar, te veel parkeerdruk en te veel nieuwe fietsbruggen over het kanaal.
Onderdeel van die wijk zal keramiekfabriek Mobach 13 worden – mocht de fabriek verhuizen, dan krijgt het karakteristieke pand een nieuwe functie. Verderop is er al een stukje klaar: het complex Lux et Pax en Max 14.

Rotsoord: bovenin de watertoren is een restaurant.

Rotsoord
De Vaartsche Rijn was ‘uitvalskanaal’ van de stad, onderdeel van de route Amsterdam–Keulen tot het Merwedekanaal in 1892 kwam. Langs het kanaal vestigden zich bedrijfjes, met als belangrijkste meubelfabriek Pastoe. Inmiddels is de transformatie naar hip staddeel (met veel horeca, creatieve bedrijfjes en jonge mensen in nieuwe appartementen) een eind op weg. Beeldbepalend is de watertoren 15, met bovenin een restaurant.
Gunstig gelegen ligt Rotsoord, want naast het nieuwe station Vaartsche Rijn 16 – een hub in het net van snelle stoptreinen, halte op de sneltramlijn naar het Utrecht Science Park en toegangspoort tot de middeleeuwse binnenstad in – Ledig Erf en Twijnstraat binnen handbereik.

Langs de Catharijnesingel.

Van die historie proef je langs de Catharijnesingel 17, die in september 2020 weer helemaal open zal zijn. Dan is de kortste snelweg van Nederland definitief opgeruimd en daarmee de bezegeling van het einde van het autoprimaat. En is Utrecht weer een stapje dichterbij een gezonde, duurzame stad.
Een extra rondje brengt je nog door het hart van de centrumvernieuwing met de kleurvakjes van het Poortgebouw 18, dat dwars op het vernieuwde Hoog Catharijne staat. Daarachter ligt TivoliVredenburg 19 met zes concertzalen het kloppende cultuurhart het Nieuwe Centrum van Utrecht.

TivoliVredenburg met beeldje van het gesloopte Jugendstilpand De Utrecht.

ROUTEBESCHRIJVING
De wandelroute is iets meer dan 12 kilometer.
Start en eindpunt zijn de hal/het stationsplein van Utrecht Centraal.
De kaart en de routebeschrijving staan in de PDF.
De kaart is ook te zien op Google Maps.

thumbnail of Nieuw Centrum_routebeschrijving_3

OV-fietsrondje – Utrecht: tussen Dom en groene stadsrand

Met z’n 112 meter torent die hoog boven de stad uit, de Domtoren 2, gereedgekomen in 1321. Toen was Utrecht als religieus centrum de belangrijkste stad van Nederland. Binnen de singels, al in 1122 aangelegd, lagen talloze kloosters. Na de Reformatie zijn die voor een groot deel ontmanteld en daarna voor een groot deel bebouwd. Mede dankzij die extra ruimte hield Utrecht het tot ver in de 19e eeuw Utrecht uit binnen de singels. Bovendien raakte Utrecht zijn centrale positie kwijt aan de Hollandse handelssteden. De stad stagneerde en dat heeft eraan bijgedragen dat Utrecht nu de best bewaarde middeleeuwse binnenstad van Nederland heeft, gedragen door de dubbele lijn van Oude- en Nieuwegracht.

In de pandhof bij de Domkerk (bereikbaar vanaf het Domplein).
De Nieuwegracht en de Domtoren.

Spoor
Na de komst van de spoorwegen (1843) kwam Utrecht weer tot leven. Voor fabrieken was de centrale ligging in het nationale spoornet ideaal. In snel tempo kwamen er woonwijken bij om tienduizenden arbeidsmigranten een dak boven het hoofd te bieden.
In ruimtelijk opzicht vond in de loop van de 20e eeuw de grote omkering plaats: eeuwen domineerde de middeleeuwse stad het kaartbeeld, nu is zij niet meer dan een servetje op een tafellaken van steen. Vooral na 1950 is de stad enorm uitgebouwd met uitgestrekte wijken als Kanaleneiland, Overvecht en Lunetten.
Sinds de laatste uitbreiding, Leidsche Rijn, is het inwonertal van Utrecht explosief gegroeid; 343.000 inwoners telt de stad nu, en dat aantal zal rond 2028 gestegen zijn tot 400.000.
De stad is deel van een aaneengesloten stedelijke zee, een agglomeratie, waarbij Nieuwegein en Houten na 1970 duizenden inwoners van Utrecht een betere en betaalbare woning boden.

Amsterdam-Rijnkanaal en daarachter Kanaleneiland.

Nieuw stadscentrum
Toen Utrecht in 1843 zijn eerste station kreeg lag dat aan de stadsrand, buiten de omwalling; al snel kwam de verbinding met de binnenstad door de bouw van de Stationswijk, die rond 1970 plaatsmaakte voor Hoog Catharijne, gebouwd over de gedempte Catharijnesingel – water werd weg, en wat voor een: de kortste autosnelweg van Nederland. Winkelcentrum Hoog Catharijne raakte verouderd, het station was te klein en de verbinding de tussen historische binnenstad en stationsgebied verbroken. Redenen genoeg voor ingrijpende vernieuwingen 1; na jaren van bouwen laten de resultaten zich steeds meer zien: de immense stationshal, het bollendak dat het nieuwe stationsplein overkapt, een vernieuwd winkelcentrum, stadskantoor, muziekcentrum, en water in de singel: de Stadskamer (het gebouw met de rechthoekjes in pastelkleuren) overbrugt nu de Catharijnesingel en is een van de nieuwe verbindingen tussen binnenstad en station.

Op TivoliVredenburg staat de verzekeringsengel die ooit De Utrecht sierde, het gracieuze Jugendstilpand dat voor Hoog Catharijne moest wijken.

Door alle centrumvernieuwingen draait de stad straks rond het station, als de naaf van een fietswiel. Het stadskantoor is het bewijs van deze centrumverschuiving, want wat tot ver in de 20e eeuw thuishoorde in de middeleeuwse binnenstad in de bocht van de Oudegracht, is over het station heen getild. Als alle gebouwen klaar zijn (rond 2023) wordt de westwaartse verschuiving van het zwaartepunt nog nadrukkelijker. En dat sluit aan op het eveneens westelijk gelegen Leidsche Rijn, de laatste grote stadsuitbreiding. Ook de eerstvolgende, de toekomstige woningbouw langs het Merwedekanaal, grenst aan het nieuwe stadscentrum.

De stad rukt op, maar niet helemaal

De oude kaart is uit 1920, de nieuwe uit 2018. Bron: http://www.topotijdreis.nl

Niet alles werd volgebouwd, en deze fietsroute is daar het bewijs van, want doorkruist het rivierenlandschap van de Kromme Rijn met Amelisweerd en Rhijnauwen 4, gaat langs Fort Vechten en de groene oase rond Laagraven 6.
Op de kaartfragmenten uit 1920 en 2018 is Laagraven te zien. Opmerkelijk hoe dit gebiedje bewaard bleef – enkele fruitteeltbedrijven houden het agrarische karakter vast, maar de stedelijke recreatie rukt op: rechtsboven is na zandwinning een grote recreatieplas ontstaan en rechtsonder ligt een golfterrein. Die nieuwe functies zijn een garantie voor het behoud van het open karakter.
Het frame van het landschap is vastgelegd in een eeuwenoude verkaveling en wegenstructuur. Rechtsonder loopt de Heemsteedseweg, een verbindingsweg uit het eind van de 11e eeuw, aangelegd als de oostelijke grens van de veenontginningen van Jutphaas. Naar het noorden werd de weg verlengd met de Koppeldijk, die leidde tot een verbinding met het Utrechtse Tolsteeg. Die oostgrens van de veenontginning zie je terug in de verkaveling, want aan de Jutphase kant zijn de percelen langgerekt en smal, zuid-noord gericht; aan de Houtense kant zijn ze wat blokkeriger en oost-west gericht.
Het kaartbeeld veranderde door de aanleg van het Amsterdam-Rijnkanaal 7, maar nog meer door de nieuwe stad Nieuwegein, ‘opgericht’ in 1971 om de woningbehoefte van Utrecht op te vangen. Toch mooi hoe in die nieuwe stad oude elementen als het fort bij Jutphaas en het Merwedekanaal goed herkenbaar zijn gebleven.

START en FINISH
OV-fiets te huur bij Utrecht Centraal Stationsplein of Utrecht Centraal Jaarbeursplein; ook mogelijk: de rijwielstalling 50 meter voorbij TivoliVredenburg. Op ovfietsbeschikbaar.nl kun je live zien hoeveel fietsen beschikbaar zijn.

AFSTAND
29 km, verkorte route 21 km.

ROUTE EN KNOOPPUNTEN
Vanaf het Stationsplein: uitgang Smakkelaarsveld, rechtsaf richting centrum/TivoliVredenburg en dan: 31–Ledig Erf: na de brug schuin oversteken en Gansstraat in–38–41–40–39–98–35–36–33–32–27–68–6–bij bushalte Noordenveld scherp rechts–70–71–72–74–73–51–23–52– richting 26, op Westplein oversteken (richting LF4a en LF7b volgen; knooppunt 26 ontbreekt) en via Van Sijpesteijnkade onder spoor door (fietstunnel) en rechtsaf naar stalling Utrecht Centraal Stationsplein.

Vanaf het Jaarbeursplein: fietspad naar rechts volgen en dan rechtsaf onder spoor door richting centrum/TivoliVredenburg en dan 31 en verder.
Vanaf rijwielstalling Vredenburg: rechtsaf naar 31 en verder.
De route is ook te vinden op de routeplanner van de Fietsersbond.

Inkorting tot 21 km: ga bij 32 rechtsaf richting 30–19–52 (terug op hoofdroute).

TREIN
Kijk op ns.nl voor treintijden.

AUTO
Parkeerplaats bij Laagraven (gratis; tussen knooppunt 32 en 33) of Waterliniemuseum/Fort Vechten (betaald; zie Onderweg nr 5).

HORECA
Ledig Erf (voor knooppunt 38), Theehuis Rhijnauwen (41), Stayokay café (ook 41), Restaurant Vroeg (39), Down Under (na 33), Landhuis in de stad (52).

PRINT VAN DE ROUTE
Klik op de link voor een afdruk van de routekaart en de bezienswaardigheden onderweg. thumbnail of Utrecht Zuidoost Onderweg

ONDERWEG
1 Het nieuwe stationsgebied
Nergens is Utrecht zo veranderd als in het stationsgebied: je komt vanuit de nieuwe stationshal langs het bollendak, de Stadskamer, de hergraven Catharijnesingel, Tivoli-Vredenburg en de appartementen bij het Vredenburg.

TivoliVredenburg, muziekpaleis met zes concertzalen.

2 Domtoren en kerk
Toren en kerk zijn in 1674 door een tornado van elkaar gescheiden. Op het Domplein zijn de contouren van eerdere kerken zichtbaar in de bestrating. De gele stenen verwijzen naar het Castellum, een Romeins legerkamp. Ga in de Lange Nieuwstraat op de kruising met de Hamburgerstraat even naar rechts voor een blik op de Oudegracht en daarna even naar links voor de Nieuwegracht, in beide gevallen met de karakteristieke werfkelders.

3 Wilhelminapark
De villa’s rond het Wilhelminpark waren bedoeld om de gegoede burgerij die rond 1900 steeds meer ‘buiten’ ging wonen, in de stad te houden. Net voor het viaduct onder de Waterlinieweg  passeer je werelderfgoed Rietveld-Schröderhuis.

In het Wilhelminapark.

4 Amelisweerd, Rhijnauwen en Uithof
Op de landgoederen Nieuw- en Oud-Amelisweerd en Rhijnauwen zijn de bossen bijzonder, want zeldzaam is een loofbos met beuken en eiken dat groeit op rivierklei. Bij Huis Rhijnauwen steek je de ‘leverancier’ van de klei, de Kromme Rijn, over.

Landhuis Rhijnauwen (Stay Okay-hostel) aan de Kromme Rijn.

5 Fort Vechten
Rond Utrecht vind je veel forten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het terrein was er te hoog om goed onder water te zetten; daarom waren verdedigingsforten nodig. De route kwam al voorbij het Fort bij Rhijnauwen, verderop volgt Fort Jutphaas en hier ligt Fort Vechten, met het Waterliniemuseum.

6 Oase aan de stadsrand
Bijzonder hoe deze enclave vol fruitteelt en weilanden – ingesloten tussen bebouwing, kanaal en snelwegen – stand weet te houden. Zie de kaarten voor een toelichting.

Nijlgans in de stadsoase tussen steden en snelwegen.

7 Plofsluis
Een grote bak beton gevuld met zand, die – door de bodem op te blazen – met een reuzenplof het toen nog smalle Amsterdam-Rijnkanaal in een klap kon afdammen, zodat overstromingswater aangevoerd vanaf de Rijn en bedoeld voor de Nieuwe Hollandse Waterlinie, niet weg zou lekken. Later is het verbrede kanaal om de Plofsluis gegraven.

Tussen de bomen door zicht op het grijze beton van de Plofsluis.

8 Amsterdam-Rijnkanaal en Kanaleneiland
Na 1955 werd flatwijk Kanaleneiland gebouwd (eiland, want omsloten door het Merwedekanaal aan de noordkant en het Amsterdam-Rijnkanaal in het zuiden). Er is grootscheepse renovatie bezig, onder andere de bouw van nieuwe woningen aan de overkant van de Prins Clausbrug.

9 Cereolfabriek
Deze voormalige veevoederfabriek kreeg een nieuwe bestemming; er kwamen woningen, horeca en wijkvoorzieningen. (Ga net voor de brug over het Merwedekanaal even linksaf).

Amelisweerd.

Hollandsche Rading – Uithof – Kromme Rijn

Op het wandelnetwerk van Recreatie Midden-Nederland leiden blauwe pijlen op een oranje ondergrond helder en duidelijk de weg. In deze route van Hollandsche Rading via de Utrechtse Uithof naar de Kromme Rijn zijn de contrasten groot: van de stuwwal van de Heuvelrug via het veen naar de rivierafzettingen van de Kromme Rijn; van een gevarieerd bos – hoge sparren, oude eiken – naar open weidelandschappen en ten slotte naar de landgoederen bij de Kromme Rijn. Het eerste deel van de route is puur landelijk – over onverharde langgerekte paden (zie foto boven), met links en recht het getsjilp van bosvogeltjes – tot je in De Bilt aankomt, en dwars door villawijken gaat om daarna via een graspad (in de oksel van de A28) aan te komen in het Utrecht Science Park – beter bekend als De Uithof. Daar is de stedelijkheid intens. Opvallende gebouwen schreeuwen om je aandacht. Prettig is daarna de rust in landgoed Amelisweerd en aan de oevers van de Kromme Rijn.

In de bossen van landgoed Eyckenstein.

Schampende ijstijd
Nauwelijks op weg of je schampt de ijstijd, want hier lag de grens van het landijs dat als een bulldozer vanaf Scandinavië over Europa heentrok. De dikke laag ijs schoof het zand voor en opzij tot stuwwallen op. Dat was in de voorlaatste ijstijd, ruim 125.000 jaar later zijn er nog steeds de resten van te zien: de Bosberg 1, 10 meter hoog.
Langzaam, niet waarneembaar, verlies je hoogte in het gevarieerde bos 2, dat ook langgerekte weilanden naast zich krijgt. Je wandelt hier op de overgang van de ijstijdse zandgronden naar het veen en de klei van Laag-Nederland. Op die overgang was het mooi wonen: landgoed Eyckenstein 3 is er een voorbeeld van.

Landhuis Eyckenstein.

Het ontstaan van het landgoed hangt samen met de veenontginningen die in de Middeleeuwen vanaf de Vecht in noordoostelijke richting oprukten. Het waren lange, smalle percelen, gescheiden door dwars erop liggende ontginningskades, zoals de Maartensdijk, waaraan Eyckenstein ontstond.

Van veenweiden naar Utrecht Science Park
De superlange laan 4 waar je na Eyckenstein over loopt, ligt strak in de ontginningsrichting. Na de N234 is er nog een laatste bos (landgoed Beukenburg 5), daarna nemen weilanden het landschapsbeeld over. Bij de spoorwegovergang in Groenekan is in de open ruimte voor de eerste keer de Domtoren te zien, en iets verder de rest van de veranderde skyline van de stad Utrecht – met de ronde Rabotorens en het withoekige stadskantoor. Dan komt de verstedelijking, eerst de luxe woonwijken van De Bilt, gevolgd door de Uithof.

Dom, Rabotorens, stadskantoor en de SYP (in aanbouw).
De Uithof op de kaart van 1969 (bron: Kadaster).
Utrecht Science Park (De Uithof) in 2017 (bron: Kadaster).

Op de kaart van 1969 ziet de Uithof er maagdelijk uit, maar in werkelijkheid waren de eerste gebouwen van de Universiteit Utrecht al in gebruik. Vanaf 1960 functioneerde boerderij De Uithof als proefboerdij van de faculteit Diergeneeskunde. Decennialang stonden er alleen wat plompe betonnen gebouwen in de polder, nu is de bebouwing sterk verdicht met opvallende gebouwen, vooral langs de Heidelberglaan (met onder andere het prettig gestoorde Casa Confetti en de massieve Universiteitsbibliotheek). Een van de jongste loten is het blauw-witgekleurde tegeltjesspektakel Johanna (vernoemd naar de oorspronkelijke Johannapolder), waar 655 studenten wonen. Dat is opmerkelijk: in het wetenschapspark wonen steeds meer studenten.
In 1969 was er nog geen snelweg te bekennen; nu scheiden A27 en A28 de Uithof van de stad. Opmerkelijk: in 1969 lagen er geen forten, die waren toen nog militair geheim. Nu worden de forten van de voormalige Nieuwe Hollandse Waterlinie beschermd als cultuurmonumenten van een verdedigingslinie die nooit heeft gefunctioneerd. Het eerste Fort Voordorp staat niet op dit kaartfragment, wel de Botanische Tuinen 8, dat is het voormalige Fort Hoofddijk. Verderop ligt het grootste fort: Rhijnauwen.

Boerderij De Uithof, daarachter de Johanna, links het van Unnikgebouw (vroeger: Trans II)
Casa Confetti weerspiegeld in de universiteitsbibliotheek.
Weilanden aan de rand van het eeuwenoude landgoedbos van Amelisweerd.

Amelisweerd
Aan de rand, voorbij knooppunt 77, kijk je uit op de skyline 9, met op de voorgrond de Uithof, de boerderij die het universiteitsgebied zijn naam gaf. Is de Universiteit vers op de kaart, draai je om en je kijkt in de richting van het eeuwenoude Amelisweerd. De landgoederen liggen in een rivierbos, dat is bijzonder. Via zand en veen ben je aangekomen in het rivierengebied, bij landhuis Oud-Amelisweerd 10 steek je de Kromme Rijn over. Ooit was dat de belangrijkste stroomgeul van de Rijn, de grens van het Romeinse Rijk. Maar na de afdamming in 1122 bij Wijk bij Duurstede is het een vriendelijk meanderende stroom, waar je op gelijke hoogte langs kunt lopen, want dijken zijn hier niet nodig.

De Kromme Rijn en landhuis Oud-Amelisweerd.

DE ROUTE, KAART EN BESCHRIJVING

START
Station Hollandsche Rading.

FINISH/AFSTAND
12,5 km tot Bushalte Alfred Nobellaan aan de Blauwkapelseweg (100 meter voorbij knooppunt 14); lijn 77 gaat ongeveer vier keer per uur naar Utrechts CS.
17 km tot Bus- en tramhalte Heidelberglaan; vele lijnen, waaronder de sneltram naar Utrecht CS.
20,5 km tot Bushalte Oud-Amelisweerd, lijn 41, vier keer per uur naar Utrecht CS.
Een vervolgroute, die start op de Heidelberglaan, gaat door Amelisweerd en Rhijnauwen langs de Kromme Rijn via Bunnik naar Zeist en doet onderweg de Stichtse Lustwarande aan in de landgoederen Wulperhorst en Blikkenburg, komt langs Slot Zeist en gaat dwars door De Breul. Deze route van 16 km eindigt op station Driebergen-Zeist. Dus voor twee dagen wandelplezier eindig je deze route in het Utrecht Science Park en bewaar je Amelisweerd en Rhijnauwen voor de tweede route.

ROUTEBESCHRIJVING

Vanaf station Hollandsche Rading onder de A27 door naar knooppunt 71. Volg de blauwe pijlen op oranje ondergrond. De route gaat via de volgende knooppunten:

Ga bij knooppunt 93 naar knooppunt 73 en dan naar het eindpunt (in de richting van 72).

Op enkele plekken zijn de routepaaltjes verdwenen of slecht zichtbaar.
I In de Bilt ga je na knooppunt 14 rechtsaf Park Arenberg in. Daar moet je voor de vijver linksaf (de pijl staat op het verkeersbord ‘Verboden te parkeren’).
II Vervolgens bij de drukke Utrechtseweg. Je moet er via het voetgangerslicht oversteken naar de Wilhelminalaan.
III Direct na de tunnel onder de A28 ga je (verrassend) rechtsaf over een onverhard pad.
IV Rechts de snelweg, links sportvelden met fitnessparcours. Bij einde sportvelden ga je door een openstaand hek. De routepijl wijst rechtdoor, maar je moet direct na het hek linksaf een bospad in.
V In de Uithof steek je de trambaan over en ga je linksaf (Heidelberglaan) en direct weer rechtsaf (Coïmbrapad).
VI Bij knooppunt 93 (tegenover landhuis Oud-Amelisweerd) ga je naar knooppunt 73 (die mogelijkheid staat niet op de wandelplanner op internet) en vandaar richting 72 naar het eindpunt, de bushalte van Lijn 41.

PRINT VAN KAART EN ROUTEBESCHRIJVING (PDF)

thumbnail of De route als pdf

INTERNET
De route kun je ook zelf invoeren en downloaden/printen op wandelnet.nl of Recreatie Midden-Nederland. Via Recreatie Midden-Nederland is ook een app binnen te halen – handig voor onderweg.

HORECA
Mauritshoeve in Maartensdijk (dinsdag gesloten), Utrecht Science Park (Uithof) (in het weekend is er veel gesloten), De Veldkeuken in Amelisweerd (maandag gesloten). Restaurant Vroeg schuin tegenover bushalte Oud-Amelisweerd (elke dag geopend).

De vijver in Beukenburg (bij knooppunt 62 rechtsaf en 300 meter richting nr 83).

Zodden en trilvenen

Groots is de natuur aan het moerassige meertje, alleen ben je met de vogels en kikkers, ver weg van welk mensenlawaai dan ook. Dit is de Taartpunt, het lekkerste natuurgebakje ooit, sinds kort toegankelijk over wellicht het mooiste wandelpad van Utrecht en omgeving. Je komt er via het Zoddenpad, een nieuw klompenpad, dat vanaf museumboerderij Vredegoed in Oud-Maarsseveen na een kleine twee kilometer aankomt bij de kortgeleden gegraven plassen, een nieuwe verandering in het open veenweidelandschap dat de afgelopen eeuwen vaak wisselde van gedaante.

De Oostelijke Binnenpolder van Tienhoven.

De Taartpunt
Aan het einde van de laatste ijstijd strekte zich vanaf de Gooise heuvels een zanderige vlakte uit. Daar vormde zich in vochtige omstandigheden (continu kwelde water vanuit de heuvels op) een ontoegankelijk moeras, waar plantenresten niet verrotten, maar zich opstapelden tot een dikke laag veen. Vanaf de Vecht werd na 1100 het moeras ontgonnen en langzaam veranderd in akkers en weiden. Steeds werd na ongeveer 1250 meter een nieuwe dwarskade gelegd, waarop de boerderijen kwamen te staan. De lange rechte kavels, uitgelegd vanaf verschillende kades kwamen in een punt – de Taartpunt* – samen, op de grens van Utrecht en Holland. En daar was niemandsland, geen kolonist kwam er te wonen, leegte heerste er, toen en nu.

De Taartpunt op de topografische kaart; met nieuw moeras en nieuwe plassen.

Veranderend veen
Een groot deel van de oorspronkelijke veengronden is verdwenen. Een heel landschap werd opgestookt in de ovens van brouwerijen, steenbakkerijen en in de kachels in woonhuizen, want tot turf gedroogd veen was de brandstof van de Gouden Eeuw. Steeds forser werd het veen weggebaggerd, waardoor de langgerekte kavels veranderden in watergangen – de petgaten*–, van elkaar gescheiden door smalle strookjes land, de legakkers*, nodig om het veen tot turf te drogen.
Nadat de vraag naar veen en turf begin 20e eeuw was ingezakt, kon het geschonden land zich herpakken. Petgaten begonnen dicht te groeien, de verlanding werd ingezet. Dat gaat in verschillende fasen; eerst is er alleen een dek van drijvende planten; wiebelig kun je er overheen lopen, elk moment kun je er doorheen zakken – trilvenen* doen hun naam eer aan. Tot ze vast groeien aan de bodem en overgaan in rietmoerassen. Dan komen de bomen, de elzen, de berken en die doen de herinnering aan de vervening vervagen, want in deze laatste fase van verlanding groeit alles dicht. Die verlande petgaten worden hier zodden genoemd.

Het Bert Bospad in de Westbroekse Zodden.

Bert Bos en de Zodden
Als moerasbos, zo kreeg Staatsbosbheer rond 1991 de Westbroekse Zoddenin beheer, en gaf de natuur ruim baan. Want al die vormen van verlanding bieden een enorme variatie aan planten en dieren, en wat is er mooier dan die terug te brengen. Dus, bossen gekapt, petgaten hergraven en het hele verhaal van de verlanding mocht opnieuw beginnen. In die tijd nam Bert Bos (bekend als de boswachter zonder bos) mij mee op een wandeling door de Westbroekse Zodden, doodstil was het die winterdag – de eenzaamheid van de natuur maakte een diepe indruk. Die natuur zou voor meer mensen toegankelijk moeten zijn, dat was het ideaal van Bert Bos (1946-1996). Het eerste voetpad* dat de Westbroekse Zodden ontsloot werd dan ook naar hem genoemd, en daar wandel je nu over een graskade langs langzaam verlandende petgaten, langs een mooi stuk trilveen, rietmoerassen en ook nog een stukje vochtig moerasbos – alle stadia van verlanding maak je mee. Dat is wat deze route zo mooi maakt, in combinatie met de enorme weidsheid van de veenweiden; alleen in de verte lijkt bewoning te zijn, met aan de horizon de kerktorens van Westbroek en Loosdrecht.

Petgat en trilveen langs het Bert Bospad.
Molen De Trouwe Waghter.

Alles draait om water
Veel weidegrond kreeg een natuurbestemming, maar toch ging het die natuur niet goed. Een deel van het probleem is de matige waterkwaliteit, veroorzaakt door een omdraaiing van het waterregime. Niet langer was het nat in de winter en droog in de zomer, maar omgedraaid, want voor de landbouw werd water in de winter weggemalen, terwijl in de zomer vanuit de Vecht te voedselrijk water werd aangevoerd. Bij een nieuwe natuurinrichting is dat veranderd door landbouw en natuur elk hun eigen wateraanvoer en -peil te geven. Nu stroomt er in de natuurgebieden winter en zomer voedselarm kwelwater naar binnen en zijn er extra plassen en petgaten gegraven, zodat alle stadia van verlanding betere kansen krijgen. Die natuurboost maak je mee, zowel in de Zodden als bij de Taartpunt, die dankzij het nieuwe wandelpad toegankelijk is geworden. Bert Bos zou het prachtig hebben gevonden, want dichterbij de natuur kun je niet komen; ja, je krijgt zelfs de illusie dat op de graspaden van deze veenweidenwandeling steden als Utrecht en Hilversum – op minder dan 15 km afstand – buiten bereik zijn dankzij een muur van natuur ertussen.

Petgat langs Bert Bospad, met de kerktoren van Westbroek.
Einde Gooi.

Einde Gooi
Een extra ommetje is erg de moeite waard, want de bossen van buitenplaats Einde Gooi* vormen een scherp contrast met de veenweiden. Eerst wandel je langs het Tienhovensch Kanaal, op de scherpe grens van de twee landschappen. Verderop loop je op het zand, op de uitlopers van de heuvels die tijdens de een na laatste ijstijd ontstonden. Zo anders is hier de begroeiing, een afwisseling van weitjes en bossen met eiken, beuken en dennen. Ooit was het een buitenplaats, als in het midden van een ster sta je ineens op een zevensprong van rechte beukenlanen; ook hier werd de natuur in strakke vormen gegoten, in dit geval een sterrebos, een herinnering aan de Franse parkstijl.

* zie kaart

INFORMATIE
Wandelroute
Het Zoddenpad is een klompenpad; het is in twee richtingen aangegeven. Ook is het mogelijk via de knooppunten van Recreatie Midden Nederland te wandelen.
De route is 13 km lang, met verlenging via Einde Gooi 19 km.

Verhard/onverhard
Voor ongeveer 80% onverhard.

Start en finish
Bij Streekmuseum Vredegoed is een ruime parkeerplaats. Die is er ook aan de Kanaaldijk, bij het noordelijke uiteinde van het Bert Bospad*.

Streekmuseum Vredegoed

Openbaar Vervoer
NS Hollandse Rading (ns.nl), langs Tienhovens Kanaal naar Bert Bospad 2,6 km.
Bus: lijn 122 vanaf Utrecht Overvecht; halte Maarsseveeense Vaart, Tienhoven (niet op zondag). Zie 9292.nl.

Horeca
Rustpunt Streekmuseum Vredegoed

Honden
In de veenweiden mogen honden niet mee, ook niet als ze aangelijnd zijn.

Nat
In natte periodes zijn waterdichte schoenen aan te raden.

Het nieuwe weidepad, op weg naar de Taartpunt.

Verlenging Einde Gooi
Bij het uiteinde van het Bert Bospad kun je de route verlengen met een rondje Einde Gooi. Dat kan via het Klompenpad, maar dan loop je een heel stuk dubbel. Bovendien mis je dan het Tienhovensch Kanaal. Daarom hier een (printbare) routebeschrijving voor een alternatief (de rode route op de kaart).

 

 

Limousin fokkerij Einde Gooi.

Domzicht

Van verre verheft zich de ruim 112 meter hoge Domtoren – een beeld dat al sinds 1382, het opleveringsjaar, is te zien. De Utrechtse Dom is een constante in een skyline die door de eeuwen veel wisselingen heeft ondergaan.
Eeuwenlang was Utrecht de religieuze hoofdstad van Nederland; hier zetelde de bisschop, hier woonden geestelijken in kloosters bij elkaar. Het panorama van Joost Cornelisz. Droochsloot, geschilderd rond 1660, benadrukt dat religieuze karakter, want aan de horizon verdringen zich de spitsen van vele kerktorens, gedomineerd door de Dom, als een pater familias, soeverein wakend over zijn kleintjes.

Gezicht op de stad Utrecht van Joost Cornelisz. Droochsloot (Centraal Museum, Utrecht).

Het Centraal Museum, waar het schilderij van Droochsloot hangt, vertelt er het volgende over: “Hier is Utrecht vanaf het westen te zien. … Op de voorgrond kronkelt de Oude Rijn, kort voor de kanalisatie tot Leidsche Rijn. … Achter de stadsmuur van noord naar zuid (van links naar rechts) de Jacobikerk, de Janskerk, de stadhuistoren, de Pieterskerk, de Dom, de Buurkerk, de Bisschopshof, de Hiëronymuskapel, de Paulusabdij, de Mariakerk, de Catharinakerk, de kapel van het Ursulaklooster, de Weeskerk (voormalig Regulierenklooster), de Geertekerk, de Nicolaïkerk en het Nicolaïklooster.” Bijzonder is dat Domtoren en –kerk een geheel vormen. Slechts enkele jaren vielen schilderij en werkelijkheid samen, want een tornado verwoestte in 1674 het schip van de Domkerk; sindsdien staan kerk en toren ver uit elkaar.

Nieuwe skyline
Voor een vrije blik op de skyline van 1660 hoefde je maar iets voorbij de middeleeuwse singels te gaan. Na 1870 breidde Utrecht zich snel uit en vanuit de nieuwe woonwijken stuit je blik steeds op de wanden van woningen en andere gebouwen. Er blijven genoeg plekken, waar de hoogste kerktoren van Nederland in een zichtlijn verschijnt, maar voor een volledig panorama moet je verder naar buiten.
Ten noorden van de stad is er vanuit de weilanden vrij zicht, want na de laatste flats van woonwijk Overvecht eindigt de stedelijke bebouwing abrupt. En dat blijft zo; het Noorderpark, gelegen tussen Utrecht en Hilversum, is een mooi voorbeeld van een goede ruimtelijke planning. Het inzicht dat een stad groene ruimten nodig heeft, is hier vertaald in een ban op woningbouw en voorrang voor landbouw, natuur en recreatie. Met behulp van een landinrichting is de positie van landbouw en natuur versterkt, en is er ruimte gemaakt voor recreatie. Resultaat: de garantie van openheid en daarmee vrij zicht op de skyline van de stad.
Dicht tegen de stad liggen intensief te gebruiken voorzieningen (bmx-baan, voetbalveld, klimtoestellen), verderop zijn fiets-, ruiter- en wandelpaden aangelegd. Vanaf die nieuwe paden komt de 21e-eeuwse skyline van Utrecht helder in het vizier, en die ziet er heel anders uit dan op het schilderij. Van de religie is bijna niets over. Al hebben bijna alle torens uit de schilderijen nog steeds vaste voet in de stad, ze zijn – verborgen achter woonwijken – niet hoog genoeg om in de huidige stadshorizon een rol te spelen.

Vanaf het Groenedijkse Pad, van links naar rechts: de Domtoren, hoogbouw aan Park Nieuwenoord, de Neudeflat, Hoofdgebouw 4 van de NS, de ronde torens van de Rabobank en het witte stadskantoor. Voor het nieuwe stadskantoor zie je de flats van woonwijk Overvecht.

Tot 1961 was de Domtoren aan de horizon een alleenheerser. In dat jaar kwam de Neudeflat erbij; daarna volgde woonwijk Overvecht. Steeds sneller verandert de skyline. Passend in de wereld van nu hebben torens van het grote geld en een sterke overheid een plek naast de Dom verworven: de ronde hoofdgebouwen van de Rabobank (de ‘Verrekijker’, 2011) en het witte, hoekige stadskantoor (2014). De horizon blijft veranderen – rond Utrecht CS zijn bouwkranen voorbodes van nieuwe hoogbouw, aansluitend op de sterke groei van de stad.
Toch blijft de eeuwenoude constante onaangetast: wie de stad Utrecht nadert, ziet ‘m van verre – richtpunt voor de laatste kilometers; al is ie z’n alleenheerschappij kwijt, nooit zal nieuwbouw uitsteken boven de Domtoren.

De Domtoren vanaf het wandelpad, tussen de knooppunten 49 en 54.

WANDELEN
De route hieronder is gemaakt met de wandelplanner  van Recreatie Midden Nederland. De lengte is 9,2 km en gaat voor een deel over onverharde paden (de rode stippellijn onder de blauwe lijn). Vertrekpunt is de parkeerplaats bij routepunt 21 (ook te bereiken met bus 55 vanaf Utrecht CS, halte zwembad Blauwkapel). De route volgt de wijzers van de klok (dus 21–41–43 etc.). Na routepunt 51, net voorbij de hoogspanningsleiding, is er een breed panorama op de skyline van Utrecht (zie de foto vanaf het Groenedijkse Pad). Daarna loop je recht op de Dom af.

FIETSEN
Deze route van 32 km gaat via de Oude Gracht, Vecht, Oud-Zuilen, Maarsseveense Plassen naar de Tienhovense Plassen. Daar komt de Domtoren in beeld. En hoe! Boven dit serene natuurlandschap van uitgebaggerde petgaten (waar vroeger veen werd gewonnen, dat na droging tot turf als brandstof diende) steekt in de verte de Dom. Je ziet de toren links in beeld; rechts prijkt de schoorsteen van de elektriciteitscentrale bij Lage Weide. Nu is die niet meer gebruik, maar als industrieel monument bewaard. Die schoorsteen is nog een stuk hoger: 148 om 112 meter. Eigenlijk mag dat niet, maar hij staat ver genoeg van de Dom vandaan om een concurrent te zijn.

Goed kijken: links van het midden steekt de Domtoren boven de horizon; rechts van het midden de schoorsteen van de centrale. Uitzicht vanaf de Tienhovense Plassen.

Verderop wordt het panorama steeds mooier, vooral als je na knooppunt 20 in een rechte lijn de Dom nadert. Steeds zichtbaarder tekenen de gebouwen van de skyline zich af, helemaal als je over het Groenedijkse Pad recht op de Dom affietst. Daarna is het met de pret gedaan en duikt de Domtoren alleen nog in enkele doorkijkjes op.

Routebeschrijving
Vanaf fietsenstalling Stationsplein (oostzijde) richting Smakkelaarsveld. Daar rechtsaf en langs TivoliVredenburg naar de kruising met de Oude Gracht. Hier linksaf en langs de gracht richting knooppunt 28. Volg daarna 53–45–47–48–49–29–20–93. Na 93 in de richting van 92, maar bij eerste fietspad rechtsaf (Groenedijkse Pad). Einde pad bij verkeerslichten drukke weg (Koningin Wilhelminaweg) oversteken en richting knooppunt 91. Spoor over, onder A27 door en bij knooppunt 91 rechtsaf. Daarna 90–28–31. Bij 31 rechtsaf, bij fietsverkeerslicht (kruising met Sint Jacobsstraat) schuin oversteken en naar fietsenstalling Stationsplein.
Deze route staat ook op de routeplanner van de Fietsersbond en is als GPX-bestand binnen te halen.

Geplaatst op 7 september 2017

 

 

 

 

Oase bij Utrecht

Een idylle, dat groepje kalmgrazende koeien dat zich vanonder de overwelving van een eikenboom laat bewonderen. Je hebt haast geen idee, dat dit een kleine oase is in een uitgestrekt stedelijk gebied tussen Utrecht, Houten en Nieuwegein. In de verte geeft het geluidloze voorbijglijden van snelwegverkeer de illusie dat er een glazen wand staat tussen de tegenwoordige tijd en dit naar een ver verleden neigende beeld. Het is een pastorale in stadsomsingeling, want zie de kaart.

In lichtgroen de omsnoerde, groene oase bij Utrecht

Beklemd
Kan een gebied beklemder liggen? A27, verkeersplein Lunetten, A12, Amsterdam-Rijnkanaal en de drukke verbindingsweg tussen Utrecht/A12 en Nieuwegein/Houten zijn als een wurgsnoer dat het laatste leven er binnenkort wel zal uitpersen. Maar nee, van bedreigd leven lijkt hier geen sprake. Het ziet er eerder uit als een goedgevulde provisiekast, met op de onderste plank fragmenten van een eeuwenlang gerijpt landschap, en op de bovenste een speedy wakeboardervaring op een 21e-eeuwse recreatieplas. En op de tussenplanken een kasteel, bunkers, plofsluis en duizenden appels en peren. Jeetje, wat een variatie in deze holte van snelwegen, zo dicht tegen Utrecht aan.

Een eeuw geleden was verstedelijking nog ver weg. Het Middeleeuwse kruispunt (Heemsteedseweg – Overeindseweg) lag midden op het platteland.

Allereerst is daar het frame van de geschiedenis vastgelegd in een eeuwenoude verkaveling en wegenstructuur, zoals te zien op de kaart uit 1917. Diagonaal door de kaart loopt de Heemsteedseweg, een verbindingsweg uit het eind van de 11e eeuw, aangelegd als de oostelijke grens van de veenontginningen van Jutphaas. Naar het noorden werd de weg verlengd met de Koppeldijk, die leidde tot een verbinding met het Utrechtse Tolsteeg. Die oostgrens van de veenontginning zie je terug in de verkaveling, want aan de Jutphaase kant zijn de percelen langgerekt, smal en zuid-noord gericht; aan de Houtense kant zijn ze wat blokkeriger en oost-west gericht.

De middeleeuwse kruising

Middeleeuws
De navel van de historie vind je op de kruising van de Heemsteedseweg met de Langeweg/Overeindseweg. Eikenbomen markeren de eeuwenoude kruising van landwegen; geurig fluitekruid kleurt de bermen. Net buiten de foto ligt de eeuwenoude Jacobahoeve. Hoe dichtbij dan ook de stad is gekomen, je kunt er wegdromen naar honderden jaren geleden, toen de layout voor dit door snelwegen en kanaal ingesnoerde gebiedje werd gelegd.
In dit dunbevolkte boerenland werd in 1645 Kasteel Heemstede gebouwd. Er zijn tekeningen uit die tijd met het kasteel te midden van een imposante baroktuin, een lust voor het oog. Later ging dat allemaal ten onder, maar iets van de parkaanleg is nog te zien: een wat armoedige cirkelvijver en een fruitbomenlaan. Het kasteel zelf oogt tiptop, en dat klopt want na een verwoestende brand in 1987 is het grondig gerestaureerd.

Kasteel Heemstede

Plofsluis
Nog meer geschiedenis werd in de 19e eeuw gebouwd, want toen kwam er een inundatiekanaal dat water vanuit de Rijn moest aanvoeren om de Nieuwe Hollandse Waterlinie in werking te zetten. De verdedigingswerken (batterijen) die het kanaal beschermden, zijn bewaard en te bezoeken. En dan is er de Plofsluis, een grote bak beton gevuld met zand, die – door de bodem op te blazen – het toen nog smalle Amsterdam-Rijnkanaal in een klap kon afdammen, zodat overstromingswater niet weg zou lekken. Later is het verbrede kanaal eromheen gegraven.
Bijzonder dat de oprukkende stad, kanaal en snelwegen nog geen vat hebben gekregen op deze groene enclave. Eigentijdse aanpassingen hebben het voortbestaan voorlopig verzekerd. In het noordelijk deel ontstonden na zandwinning (voor weg- en woningbouw) grote waterplassen, waarvan er een is getransformeerd tot zwemplas en recreatiestrand. In het zuidoosten kijk je uit over de gladgeschoren grasmat en de kunstmatige rondingen van een golfbaan, ook zo’n voortbestaansverzekeraar uit de huidige tijd.

Het golfterrein, de windmolens op de achtergrond staan langs de A27

Fruit
Dan is er de fruitteelt; moderne bedrijven verbouwen appels en peren op een bodem die daarvoor uitstekend geschikt is. Ver voor de bewoning stroomde de Rijn er ongehinderd door dijken; steeds weer wisselde de rivier zijn bedding en liet er grote hoeveelheden zand en klei achter. Op deze zogenaamde stroomruggen gedijen appels en peren als de beste. Aan de Waijensedijk is nog iets van dat rivierenland te herkennen, want de slingerende weg, al bekend in vroege Middeleeuwen, volgt met zijn bochten de loop van een tot vriendelijke kronkelsloot verschrompelde rivierbedding.

Nijlgans aan de Waijensedijk

Een nijlgans zit op de uitkijk, iets verder kruist een fraai getekende fazantenhaan mijn pad. Schichtig schiet ie de beschutting van de boomgaard in. Hij is als het gebied zelf: een ietwat nerveuze schoonheid, pronkend met schone veren, maar ook op z’n hoede, want oh jee, die stad zo dichtbij. Zal wat rest bestand blijven tegen de niet aflatende druk van verkeer en verstedelijking?

Fietsen
De bewegwijzerde fietsroute op het kaartje gaat langs knooppunten en lange afstandsfietspaden; de kaart staat ook op de routeplanner van de Fietsersbond. De route is 25 km lang, begint en eindigt op Utrecht CS, en gaat onderweg langs onder andere Fort Vechten (met Museum van de Nieuwe Hollandse Waterlinie) en Rhijnauwen/Amelisweerd.
Bij routepunt 32 of 33 kom je in het gebied zelf. Doorkruis daar alle wegen. Tip: fiets ook de Langeweg die langs A27 en golfterrein weer bij Kasteel Heemstede uitkomt.
(mei 2016)

De Plofsluis (op de fietskaart tussen de knooppunten 6 en 68).