Het Nieuwe Centrum van Utrecht

Utrecht verandert en het tempo is hoog. Vooral rond het station struikel je over de nieuwe stadsiconen: het stationsplein met het bollendak (foto), het stadskantoor, TivoliVredenburg, de SYP en meer. Maar daar blijft het niet bij, rondom het Merwedekanaal komen nieuwe woonwijken en krijgt de Jaarbeurs een totale ‘make-over’. Hier en daar is er al een en ander in gang gezet, zoals de Veilinghaven en Rotsoord. Deze wandelroute laat het zien en voert je twaalf kilometer lang door het Nieuwe Centrum van Utrecht. Het is een route met toekomst: wie er over pakweg vijf jaar wandelt, zal weer een heel ander stadsbeeld zien.

Stationsplein
Rond het station is al veel klaar, daar is eerst het stationsplein – extra mooi als je in de avond met de roltrap omhooggaat: in het zachte licht zijn het bollendak en de tapse vlakjes boven de ingang van Hoog Catharijne betoverend. Overdag is het een levendige ruimte: Utrecht heeft onder de bollen weer een echt stationsplein. Die dynamiek zet zich beneden voort, als je wandelt langs de ingang van de grootste fietsenstalling ter wereld en langs Het Platform: wonen, werken en recreëren tegen het station aan, terwijl onder je de sneltram naar het Utrecht Science Park vertrekt.

De ziel van middeleeuws Utrecht.
Het Nieuwe Centrum: station met hal, stadskantoor en woontoren De SYP.

Draai je op de Moreelsebrug 2 om en kijk in de ziel van de middeleeuwen met de Domtoren en Buurkerk en dan in het hart van Utrecht spoorstad met de (voormalige) hoofdkantoren van de NS – meest in het oog springend is De Inktpot, het bakstenen, hoekige Hoofdgebouw III, waar tijdens een kunstmanifestatie in 2000 een UFO op de rand landde. Richt je je blik naar de andere kant, dan komen boven de perrons en de nieuwe stationshal de frisse stadsiconen in beeld: woontoren De SYP 4, het witte stadskantoor en (iets verder) het donkere World Trade Center. Hier krijgt het beeld van een nieuw stadscentrum dat met zijn as rond het station draait, bedding in de realiteit.

Sloop en nieuwbouw
Vanaf de brugtrappen kijk je tegen een rijtje huizen aan in de Croeselaan. Hoe lang nog? Hier gaan woningen tegen de vlakte om een stadspark te creëren dat onderdeel zal worden van een nieuwe, duurzame stadswijk, het Beurskwartier, goed voor een paar duizend woningen. Pas na 2023 gaat er gebouwd worden, net iets eerder dan dat de plannen van buurman Jaarbeurs tot uitvoering komen. De hallen krijgen een totale make-over met daarnaast woningen, een theater en een dakpark, waardoor de Jaarbeurs echt deel van het Nieuwe Centrum wordt.

Stadstribune, de trappen op het Jaarbeursplein.

Het vernieuwde Jaarbeursplein 3 heeft een stadstribune (zitten op de stationstrappen en kijken naar een of ander spektakel op het plein) en een skatebaan. Iets verder is het verkeersriool dat het Westplein altijd was, al voor een deel gesaneerd. Uiteindelijk ligt hier een groene stadsweg ingebed in de Kop van Lombok, met nieuwbouw en de doorgetrokken Leidse Rijn, waar aan de oevers een park zal komen. Dan zul je de parkachtige wandeling naar molen De Ster 5 ook de andere kant op kunnen maken tot voorbij de spoortunnel.

Molen De Ster.
De Cereolfabriek.

Langs het kanaal
Bij de Muntbrug verlaat je het Nieuwe Centrum, maar de Cereolfabriek 6, een voormalige veevoederfabriek waarvan de kasteelachtige gevel bleef staan, leunt er nadrukkelijk tegenaan. Mooi is het ronde appartementengebouw, waarvan de uitkragende gebogen balkons een verwijzing lijken naar de opslagtanks die hier stonden. Na het park van Oog in Al kom je weer in de greep van het Nieuwe Centrum langs de boorden van het Merwedekanaal.
Nu zijn het nog lelijke dozen, de hallen van de Jaarbeurs, maar na 2025 zijn ze misschien al verstopt in een stadsparklandschap met appartementen langs de zijden. Mooi vooruitzicht: door het Jaarbeurspark naar het Centraal Station.

Het Jaarbeursplan met dakpark; rechtsvoor de Veilinghaven.
De Veilinghaven met op de achtergrond de Utrechters.

Tussen Veilinghaven en spoor
Bij de Veilinghaven 7 is het Nieuwe Centrum al zichtbaar met de oude scheepjes in het water en ‘Utrechters’ op de wal, tot werkplek omgebouwde silo’s. Prachtplek. De wijk zelf is groen en vrij van auto’s. Nu is het een vooruitgeschoven post van vernieuwing, eromheen wordt de komende jaren veel gebouwd, zoals het Beurskwartier, nieuwe woningen aan het spoor in het project Kruisvaartkade 8 (hopelijk is daar ook plaats voor de stoere hefbrug die lag in het lijntje tussen het hoofdspoor en de Veilinghaven) en aan de oostkant woningen aan de Heycopstraat 9. Aan het Merwedekanaal kijk je uit op de eenzame Villa Jongerius 10, die over enkele jaren de hoeksteen van een wijk (Merwede 4) met zeshonderd woningen zal zijn.

Villa Jongerius.

Die villa was ooit het epicentrum van de carrosseriefabriek van Jan Jongerius, die als selfmade ondernemer in grote hallen honderden arbeiders op de chassis van Ford vrachtwagens en bussen liet bouwen. En en passant zelf zijn droomhuis ontwierp. Na het faillissement in 1955 kwijnde de villa weg, maar is in oude glorie hersteld en laat zijn eclectische opbouw (van art-deco tot neorenaissance) aan de buitenkant zien. De schoorstenen verderop zijn van een hulpcentrale van de stadsverwarming, ze blijven staan en grenzen aan de Wilhelminawerf 11, dat in 2020 wordt opgeleverd.

Merwede (zone 5), de superduurzame woonwijk; linksvoor het pand van Mobach.

Merwede
In Merwede 5 is hier en daar al een terrein bouwrijp gemaakt, op andere plekken zijn kantoren nog volop in bedrijf of hebben tijdelijke bestemmingen (Vechtclub XL en Kanaal 30 12, horeca met een mooi terras) – moeilijk voorstelbaar dat hier binnenkort de duurzaamste woonwijk van de stad zal liggen. Liefst 12.000 mensen komen er te wonen in een groene omgeving van appartementengebouwen met aan de randen hoogbouw tot 90 meter. Zonder auto’s, vrijwel energieneutraal, en een hoofdrol voor de fiets. Op plaatjes ziet er prachtig uit, maar er is ook kritiek: te veel mensen op elkaar, te veel parkeerdruk en te veel nieuwe fietsbruggen over het kanaal.
Onderdeel van die wijk zal keramiekfabriek Mobach 13 worden – mocht de fabriek verhuizen, dan krijgt het karakteristieke pand een nieuwe functie. Verderop is er al een stukje klaar: het complex Lux et Pax en Max 14.

Rotsoord: bovenin de watertoren is een restaurant.

Rotsoord
De Vaartsche Rijn was ‘uitvalskanaal’ van de stad, onderdeel van de route Amsterdam–Keulen tot het Merwedekanaal in 1892 kwam. Langs het kanaal vestigden zich bedrijfjes, met als belangrijkste meubelfabriek Pastoe. Inmiddels is de transformatie naar hip staddeel (met veel horeca, creatieve bedrijfjes en jonge mensen in nieuwe appartementen) een eind op weg. Beeldbepalend is de watertoren 15, met bovenin een restaurant.
Gunstig gelegen ligt Rotsoord, want naast het nieuwe station Vaartsche Rijn 16 – een hub in het net van snelle stoptreinen, halte op de sneltramlijn naar het Utrecht Science Park en toegangspoort tot de middeleeuwse binnenstad in – Ledig Erf en Twijnstraat binnen handbereik.

Langs de Catharijnesingel.

Van die historie proef je langs de Catharijnesingel 17, die in september 2020 weer helemaal open zal zijn. Dan is de kortste snelweg van Nederland definitief opgeruimd en daarmee de bezegeling van het einde van het autoprimaat. En is Utrecht weer een stapje dichterbij een gezonde, duurzame stad.
Een extra rondje brengt je nog door het hart van de centrumvernieuwing met de kleurvakjes van het Poortgebouw 18, dat dwars op het vernieuwde Hoog Catharijne staat. Daarachter ligt TivoliVredenburg 19 met zes concertzalen het kloppende cultuurhart het Nieuwe Centrum van Utrecht.

TivoliVredenburg met beeldje van het gesloopte Jugendstilpand De Utrecht.

ROUTEBESCHRIJVING
De wandelroute is iets meer dan 12 kilometer.
Start en eindpunt zijn de hal/het stationsplein van Utrecht Centraal.
De kaart en de routebeschrijving staan in de PDF.
De kaart is ook te zien op Google Maps.

thumbnail of Nieuw Centrum_routebeschrijving_3

OV-fietsrondje – Utrecht: tussen Dom en groene stadsrand

Met z’n 112 meter torent die hoog boven de stad uit, de Domtoren 2, gereedgekomen in 1321. Toen was Utrecht als religieus centrum de belangrijkste stad van Nederland. Binnen de singels, al in 1122 aangelegd, lagen talloze kloosters. Na de Reformatie zijn die voor een groot deel ontmanteld en daarna voor een groot deel bebouwd. Mede dankzij die extra ruimte hield Utrecht het tot ver in de 19e eeuw Utrecht uit binnen de singels. Bovendien raakte Utrecht zijn centrale positie kwijt aan de Hollandse handelssteden. De stad stagneerde en dat heeft eraan bijgedragen dat Utrecht nu de best bewaarde middeleeuwse binnenstad van Nederland heeft, gedragen door de dubbele lijn van Oude- en Nieuwegracht.

In de pandhof bij de Domkerk (bereikbaar vanaf het Domplein).
De Nieuwegracht en de Domtoren.

Spoor
Na de komst van de spoorwegen (1843) kwam Utrecht weer tot leven. Voor fabrieken was de centrale ligging in het nationale spoornet ideaal. In snel tempo kwamen er woonwijken bij om tienduizenden arbeidsmigranten een dak boven het hoofd te bieden.
In ruimtelijk opzicht vond in de loop van de 20e eeuw de grote omkering plaats: eeuwen domineerde de middeleeuwse stad het kaartbeeld, nu is zij niet meer dan een servetje op een tafellaken van steen. Vooral na 1950 is de stad enorm uitgebouwd met uitgestrekte wijken als Kanaleneiland, Overvecht en Lunetten.
Sinds de laatste uitbreiding, Leidsche Rijn, is het inwonertal van Utrecht explosief gegroeid; 343.000 inwoners telt de stad nu, en dat aantal zal rond 2028 gestegen zijn tot 400.000.
De stad is deel van een aaneengesloten stedelijke zee, een agglomeratie, waarbij Nieuwegein en Houten na 1970 duizenden inwoners van Utrecht een betere en betaalbare woning boden.

Amsterdam-Rijnkanaal en daarachter Kanaleneiland.

Nieuw stadscentrum
Toen Utrecht in 1843 zijn eerste station kreeg lag dat aan de stadsrand, buiten de omwalling; al snel kwam de verbinding met de binnenstad door de bouw van de Stationswijk, die rond 1970 plaatsmaakte voor Hoog Catharijne, gebouwd over de gedempte Catharijnesingel – water werd weg, en wat voor een: de kortste autosnelweg van Nederland. Winkelcentrum Hoog Catharijne raakte verouderd, het station was te klein en de verbinding de tussen historische binnenstad en stationsgebied verbroken. Redenen genoeg voor ingrijpende vernieuwingen 1; na jaren van bouwen laten de resultaten zich steeds meer zien: de immense stationshal, het bollendak dat het nieuwe stationsplein overkapt, een vernieuwd winkelcentrum, stadskantoor, muziekcentrum, en water in de singel: de Stadskamer (het gebouw met de rechthoekjes in pastelkleuren) overbrugt nu de Catharijnesingel en is een van de nieuwe verbindingen tussen binnenstad en station.

Op TivoliVredenburg staat de verzekeringsengel die ooit De Utrecht sierde, het gracieuze Jugendstilpand dat voor Hoog Catharijne moest wijken.

Door alle centrumvernieuwingen draait de stad straks rond het station, als de naaf van een fietswiel. Het stadskantoor is het bewijs van deze centrumverschuiving, want wat tot ver in de 20e eeuw thuishoorde in de middeleeuwse binnenstad in de bocht van de Oudegracht, is over het station heen getild. Als alle gebouwen klaar zijn (rond 2023) wordt de westwaartse verschuiving van het zwaartepunt nog nadrukkelijker. En dat sluit aan op het eveneens westelijk gelegen Leidsche Rijn, de laatste grote stadsuitbreiding. Ook de eerstvolgende, de toekomstige woningbouw langs het Merwedekanaal, grenst aan het nieuwe stadscentrum.

De stad rukt op, maar niet helemaal

De oude kaart is uit 1920, de nieuwe uit 2018. Bron: http://www.topotijdreis.nl

Niet alles werd volgebouwd, en deze fietsroute is daar het bewijs van, want doorkruist het rivierenlandschap van de Kromme Rijn met Amelisweerd en Rhijnauwen 4, gaat langs Fort Vechten en de groene oase rond Laagraven 6.
Op de kaartfragmenten uit 1920 en 2018 is Laagraven te zien. Opmerkelijk hoe dit gebiedje bewaard bleef – enkele fruitteeltbedrijven houden het agrarische karakter vast, maar de stedelijke recreatie rukt op: rechtsboven is na zandwinning een grote recreatieplas ontstaan en rechtsonder ligt een golfterrein. Die nieuwe functies zijn een garantie voor het behoud van het open karakter.
Het frame van het landschap is vastgelegd in een eeuwenoude verkaveling en wegenstructuur. Rechtsonder loopt de Heemsteedseweg, een verbindingsweg uit het eind van de 11e eeuw, aangelegd als de oostelijke grens van de veenontginningen van Jutphaas. Naar het noorden werd de weg verlengd met de Koppeldijk, die leidde tot een verbinding met het Utrechtse Tolsteeg. Die oostgrens van de veenontginning zie je terug in de verkaveling, want aan de Jutphase kant zijn de percelen langgerekt en smal, zuid-noord gericht; aan de Houtense kant zijn ze wat blokkeriger en oost-west gericht.
Het kaartbeeld veranderde door de aanleg van het Amsterdam-Rijnkanaal 7, maar nog meer door de nieuwe stad Nieuwegein, ‘opgericht’ in 1971 om de woningbehoefte van Utrecht op te vangen. Toch mooi hoe in die nieuwe stad oude elementen als het fort bij Jutphaas en het Merwedekanaal goed herkenbaar zijn gebleven.

START en FINISH
OV-fiets te huur bij Utrecht Centraal Stationsplein of Utrecht Centraal Jaarbeursplein; ook mogelijk: de rijwielstalling 50 meter voorbij TivoliVredenburg. Op ovfietsbeschikbaar.nl kun je live zien hoeveel fietsen beschikbaar zijn.

AFSTAND
29 km, verkorte route 21 km.

ROUTE EN KNOOPPUNTEN
Vanaf het Stationsplein: uitgang Smakkelaarsveld, rechtsaf richting centrum/TivoliVredenburg en dan: 31–Ledig Erf: na de brug schuin oversteken en Gansstraat in–38–41–40–39–98–35–36–33–32–27–68–6–bij bushalte Noordenveld scherp rechts–70–71–72–74–73–51–23–52– richting 26, op Westplein oversteken (richting LF4a en LF7b volgen; knooppunt 26 ontbreekt) en via Van Sijpesteijnkade onder spoor door (fietstunnel) en rechtsaf naar stalling Utrecht Centraal Stationsplein.

Vanaf het Jaarbeursplein: fietspad naar rechts volgen en dan rechtsaf onder spoor door richting centrum/TivoliVredenburg en dan 31 en verder.
Vanaf rijwielstalling Vredenburg: rechtsaf naar 31 en verder.
De route is ook te vinden op de routeplanner van de Fietsersbond.

Inkorting tot 21 km: ga bij 32 rechtsaf richting 30–19–52 (terug op hoofdroute).

TREIN
Kijk op ns.nl voor treintijden.

AUTO
Parkeerplaats bij Laagraven (gratis; tussen knooppunt 32 en 33) of Waterliniemuseum/Fort Vechten (betaald; zie Onderweg nr 5).

HORECA
Ledig Erf (voor knooppunt 38), Theehuis Rhijnauwen (41), Stayokay café (ook 41), Restaurant Vroeg (39), Down Under (na 33), Landhuis in de stad (52).

PRINT VAN DE ROUTE
Klik op de link voor een afdruk van de routekaart en de bezienswaardigheden onderweg. thumbnail of Utrecht Zuidoost Onderweg

ONDERWEG
1 Het nieuwe stationsgebied
Nergens is Utrecht zo veranderd als in het stationsgebied: je komt vanuit de nieuwe stationshal langs het bollendak, de Stadskamer, de hergraven Catharijnesingel, Tivoli-Vredenburg en de appartementen bij het Vredenburg.

TivoliVredenburg, muziekpaleis met zes concertzalen.

2 Domtoren en kerk
Toren en kerk zijn in 1674 door een tornado van elkaar gescheiden. Op het Domplein zijn de contouren van eerdere kerken zichtbaar in de bestrating. De gele stenen verwijzen naar het Castellum, een Romeins legerkamp. Ga in de Lange Nieuwstraat op de kruising met de Hamburgerstraat even naar rechts voor een blik op de Oudegracht en daarna even naar links voor de Nieuwegracht, in beide gevallen met de karakteristieke werfkelders.

3 Wilhelminapark
De villa’s rond het Wilhelminpark waren bedoeld om de gegoede burgerij die rond 1900 steeds meer ‘buiten’ ging wonen, in de stad te houden. Net voor het viaduct onder de Waterlinieweg  passeer je werelderfgoed Rietveld-Schröderhuis.

In het Wilhelminapark.

4 Amelisweerd, Rhijnauwen en Uithof
Op de landgoederen Nieuw- en Oud-Amelisweerd en Rhijnauwen zijn de bossen bijzonder, want zeldzaam is een loofbos met beuken en eiken dat groeit op rivierklei. Bij Huis Rhijnauwen steek je de ‘leverancier’ van de klei, de Kromme Rijn, over.

Landhuis Rhijnauwen (Stay Okay-hostel) aan de Kromme Rijn.

5 Fort Vechten
Rond Utrecht vind je veel forten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het terrein was er te hoog om goed onder water te zetten; daarom waren verdedigingsforten nodig. De route kwam al voorbij het Fort bij Rhijnauwen, verderop volgt Fort Jutphaas en hier ligt Fort Vechten, met het Waterliniemuseum.

6 Oase aan de stadsrand
Bijzonder hoe deze enclave vol fruitteelt en weilanden – ingesloten tussen bebouwing, kanaal en snelwegen – stand weet te houden. Zie de kaarten voor een toelichting.

Nijlgans in de stadsoase tussen steden en snelwegen.

7 Plofsluis
Een grote bak beton gevuld met zand, die – door de bodem op te blazen – met een reuzenplof het toen nog smalle Amsterdam-Rijnkanaal in een klap kon afdammen, zodat overstromingswater aangevoerd vanaf de Rijn en bedoeld voor de Nieuwe Hollandse Waterlinie, niet weg zou lekken. Later is het verbrede kanaal om de Plofsluis gegraven.

Tussen de bomen door zicht op het grijze beton van de Plofsluis.

8 Amsterdam-Rijnkanaal en Kanaleneiland
Na 1955 werd flatwijk Kanaleneiland gebouwd (eiland, want omsloten door het Merwedekanaal aan de noordkant en het Amsterdam-Rijnkanaal in het zuiden). Er is grootscheepse renovatie bezig, onder andere de bouw van nieuwe woningen aan de overkant van de Prins Clausbrug.

9 Cereolfabriek
Deze voormalige veevoederfabriek kreeg een nieuwe bestemming; er kwamen woningen, horeca en wijkvoorzieningen. (Ga net voor de brug over het Merwedekanaal even linksaf).

Amelisweerd.

Sallandse landgoederen, IJssel en Deventer

Op de foto zie je het 17e-eeuwse kasteel de Haere, stralend middelpunt van een parklandschap vol monumentale bomen, slingerende waterpartijen, bos en weilanden. Vanaf het terras kijk je ver weg, in de richting van de IJssel. Daar komt de wandelroute na zo’n 10 km aan, maar voor je door de open uiterwaarden en historisch Deventer wandelt zijn er eerst de besloten Sallandse landgoederen.

Landgoederen
De Haere 3 is al het derde landgoed; eerder kwam de route langs Groot Hoenlo 1 (Harry Mulisch woonde er; het landgoed figureert in ‘De ontdekking van de hemel’) en Hengforden 2, verderop volgt Gaia 2 (ook bekend als Nieuw Rande).

Groot Hoenlo.

Alle landgoederen hebben kenmerken van de Engelse landschapsstijl met veel onverharde, slingerende paden door een mooie mix van weilanden, akkers en bossen, gescheiden door houtwallen. Steeds zijn er verrassende doorkijkjes, en met regelmaat staat er een reuzeneik in een weiland, waaromheen zich roodbonte runderen hebben verzameld. Kleinschaligheid is troef, ook op Hengforden 2, al voelt het daar wat anders, alsof het strakke beheer is vervangen door laissez faire, waarin de natuurlijke ontwikkeling gestuurd door grazende runderen voorop staat – je wandelt over holligbollige weilanden langs struiken en monumentale eiken.

Hotel Gaia op landgoed Rande.
Groepje bomen, kenmerk van de Engelse landschapstijl.

De IJssel in de verte
De landgoederen zijn goed voor de eerste helft van de wandeling. Daarna komt de IJssel in beeld. Een eerste aankondiging doet zich voor als de route stuit op een oude dijk met daarachter cirkelvormige waterplassen. Ze zijn onderdeel van het landgoed Rande 4, en zijn ontstaan bij extreem hoog water waarbij de IJssel door de bandijk brak en een komvormige waterplas – het wiel – achterliet. De IJssel zelf is nog niet in zicht; eerst komen de uitgestrekte uiterwaarden 5. Bossen zijn verdwenen, meidoornhagen blijven; open wordt het land en bij observatorium Keizersrande 6 – een vervallen steenfabriekje getransformeerd tot landart – is er uitzicht over weiden waar het vee groepsgewijs doorheen stiefelt. En kijk, daarginds moet de rivier zelf zijn, want in de verte schuift een stuurhut door het land, even is ook de steven van het schip te zien.

Zicht op de uiterwaarden, en op afstand de IJssel.
Langgerekte hank, op de achtergrond de IJssel.

Dwarse kribben, nieuwe hanken 
Pas kilometers verder krijg je de rivier zelf te zien. Eerst wandel je langs een van de nieuwe geulen die gegraven zijn in de uiterwaard om een watervloed sneller af te voeren. Daarbij is teruggegrepen op de oude situatie, toen de rivier zelf steeds een nieuwe hoofdbedding koos; de oude geulen – de hanken – bleven dan verweesd achter. Vergelijking van de kaarten van 2010 en 2018 laat zien dat op de rechteroever, ten zuiden van De Tobbenweerd, zo’n nieuwe, langgerekte hank ligt. Nog meer is veranderd op de andere oever, waar de Ossenwaard is vergraven. Hier was zelfs een extra onderdoorgang – voorzien van zware betonnen pijlers –  in de spoorbrug nodig.

De machtige Lebuinus torent boven Deventer uit.

Deventer, Bergkwartier
Wie al eerder de route Deventer en de IJssel heeft gelezen of gewandeld, komt nu op bekend terrein, want het laatste stuk overlapt met die route. Maar al kom je er voor de tiende keer, het uitzicht op Deventer blijft schitterend, met de Lebuinuskerk als machtige en trotse aanvoerder. Niet veel verder – na de oversteek met het pontje – loop je er langs en ben je in het historische centrum van de Hanzestad. Het Bergkwartier 10 (ja, het gaat echt omhoog, want naar de top van een rivierduin) was in de middeleeuwen een bloeiend stadsdeel waar veel handelaren woonden, later ging het ‘bergafwaarts’. Nu is het gelukt de verkrotting te stoppen en om te buigen naar herstel en renovatie, waardoor er nu een woonbuurt is ontstaan vol gerestaureerde monumentale panden, met daarnaast nieuwbouw van woningen in een stijl die aansluit op de middeleeuwse architectuur.

In het Bergkwartier.

IJssel–Deventer–landgoederen
In deze route zijn de contrasten tussen het eeuwenoude weefsel van kleinschalige landgoederen, een rivier vol ruimte en de historische Deventer binnenstad groot, maar de historie heeft ze met een onbreekbare draad verbonden. Zonder de IJssel was Hanzestad Deventer nooit tot bloei gekomen. Eenmaal een bloeiende middeleeuwse handelsstad kwamen er gasthuizen voor zieken, bejaarden en armen. In ruil voor een goede oudedagsvoorziening betaalden rijke cliënten soms in natura met bezittingen zoals grond. Gronden die via verpachting genoeg opbrachten om ook de zorg voor zieken en armen te kunnen betalen. Na de opkomst van verzorgingsstaat hadden de gasthuizen (oftewel de Verenigde Gestichten) hun bezittingen niet langer nodig. Ze zijn nu ondergebracht in stichting IJssellandschap, die de landgoederen beheert voor natuur en cultuurhistorie, maar ook als vanouds voor de landbouw. En niet te vergeten: recreatie – deze wandelroute is een illustratie van de mogelijkheden.

Deventer, stad met middeleeuwse steegjes.

Informatie
Start: station Olst; eindpunt: station Deventer; informatie ns.nl
Lengte: 18,5 km; inkorting (2 km): bij knooppunt L37 (bij de brug over de IJssel) RD en bij L36 LA via stadspark naar station.
Horeca: De Haere, open vrijdag en weekend; Hotel Gaia dagelijks open, behalve maandag.
Route: deze route volgt meestal de wandelpalen van wandelnetwerk Salland. Waar de route afwijkt is dat aangegeven op de kaart en in de routebeschrijving. De kleuren in de beschrijving staan op de routepalen; met een pijl geven ze de wandelrichting aan.
Onderaan staat een pdf van de route, met kaart en beschrijving. 



thumbnail of Routebeschrijving Sallandse landgoederen
Route: beschrijving en kaart

Londen, de vernieuwde Docklands

Op de foto staan de torens van Canary Wharf, gezien vanaf het Greenland Dock; het is een van de fraaie plekken op een fascinerende fietstocht door de voormalige en grotendeels heringerichte Docklands in het oosten van Londen. De route langs de oevers van Thames laat zien hoe de draaischijf van een wereldrijk – de havenbekkens waren stapelplaats van goederen uit elke uithoek van de Britse koloniën – in de loop van de 20e eeuw vastliep en opnieuw werd ingericht voor een volgende ronde globalisering met wolkenkrabbers van waaruit multinationals als banken en verzekeringsmaatschappijen wereldwijd hun hoogwaardige diensten verlenen.

Fietsen in de Docklands (de cijfers zie je terug in de tekst).

De City
Tot ver in de 20e eeuw voeren zeeschepen ver de Thames op om hun goederen te lossen bij een van de werven of insteekhavens langs de rivier. Gabriel’s Wharf [1] was er zo een, nu kijk je er uit op de skyline van de City. Hier pik je de bewegwijzerde fietsroute 4 op, die je naar de Tower Bridge [2] brengt, aan de rand van de Docklands.
Direct voorbij die iconische brug kun je naar links, even van de route af voor een blik op Butler’s Wharf [3], een serie pakhuizen gebouwd rond 1870, die uitgroeide tot de grootste theestapelplaats in de wereld. Nu, na herontwikkeling, flaneren er toeristen, doen restaurants en winkels er goede zaken en zijn er luxe appartementen. Ook in de omgeving kregen verlaten pakhuizen nieuwe bestemmingen. Zo heb je vanaf de brug op Jamaica Road zicht op de monding van het riviertje Neckinger in de Thames. Bij eb ligt het er vrijwel droog – de Thames is duidelijk een getijdenrivier. De appartementen van St. Saviour’s Docks kijken dan uit over een modderige vlakte – apart, eb en vloed, middenin de stad.

Op King’s Stairs zie je vanaf links: de Shard, Tower Bridge, Walkietalkie, Kaasrasp en Augurk.

King’s Stairs
Vanaf de King’s Stairs [4] zijn er panorama’s over de City. Aan de overkant van de rivier liggen tot woningen verbouwde pakhuizen; een oude, rode hijskraan, vastgeplakt aan de gevel houdt er de herinnering levend aan de verdwenen goederenoverslag. Dan hobbel je ineens over de cobble stones van een oud dorp, langs een begraafplaatsje dat hoort bij de kerk van Saint Mary. Verrassing, ook dit is wereldstad Londen: Rotherhithe, een oud dorpje aan de oever van de Thames, waaromheen de docks, de werven en pakhuizen groeiden.

Surrey Commercial Docks
Verder gaat het door wijken met nieuwe woningen, afgewisseld door ruime parken – wat een rust in wereldstad Londen. Met hun hoekigheid verwijzen de groene ruimtes naar het verleden, toen ze havenbekkens waren met kranen, werven en pakhuizen rondom. Hier opereerden tot 1970 de Surrey Commercial Docks [5], waar goederen uit Noord-Europa en Canada werden verhandeld. Na de sluiting zijn vele bekkens gedempt en heringericht tot woonwijk of park. In het Russia Dock Woodland is het havenbekken nog te herkennen aan de oude kade met afmeerboeien en de rails waarover de havenkranen reden. Dan, een restant: het Greenland Dock [6], nu een jachthaven. Aan de kade is het uitzicht op de andere oever weergaloos, want daar rijst Canary Wharf [9] op met als kroonstuk de kolos van One Canada Square met zijn piramidevormige dak (zie de foto boven).

Een klein kanaal herinnert aan een van de havenbekkens van de Surrey Commercial Docks.
Nederlandse scheepjes in de docks; op de achtergrond Canary Wharf.

Canary Wharf
Naar de noordoever leidt de Greenwich Foot Tunnel [7], in 1902 onder de Thames aangelegd om havenarbeiders een snellere toegang te geven tot  het Isle of Dogs [8]. Daar begon begin 19e eeuw de revolutie in het havenbedrijf. Tot dan losten schepen hun waar bij de talloze werven en aanlegsteigers langs de Thames; het was een warboel van schepen, veel te vol en veel te druk. Nieuwe, van zee afgesloten havenbekkens, met daaraan gekoppeld opslag- en verwerkingsmogelijkheden boden oplossing. In 1802 openden de West Indian Docks, ingericht voor de handel op de West-Indies: suiker en rum kwamen hier aan. De docks maakten deel uit van de vermaledijde driehoekshandel: vanuit Afrika gingen slaventransporten naar de Caraïben en Latijns Amerika, suiker en rum werden vervolgens geladen voor Engeland en vanuit Londen vonden textielproducten en rum hun weg naar Afrika – het was globalisering avant la lettre.

In 1980 sloten de laatste docks – door grotere zeeschepen en de opkomst van de container waren ze te klein en te inefficiënt geworden. Verval sloeg toe en pas na jaren kwam herontwikkeling van de grond. Inmiddels is Canary Wharf [9] met zijn kantoorkolossen uitgegroeid tot een tweede City van Londen, en net als vroeger is het opnieuw een brandpunt van globalisering, alleen zijn de goederen vervangen door diensten, die wereldwijd worden verleend.

Uitzicht op de Thames en Canary Wharf.
Kanaalboten in Limehouse Basin; rondom zijn dure appartementen gebouwd.

De noordoever
Op de terugweg zijn er weer veel panorama’s – Canary Wharf blijft een lust voor het oog – en kom je langs oude havenbekkens, zoals het Limehouse Basin [10] met dure appartementen. In het water liggen van die typisch Engels kanaalboten; hier is de toegang tot Regent’s Canal en daarmee tot de kanalen van het achterland, waarover de goederen tot in Birmingham en Manchester werden vervoerd. Verderop ligt het kale door sociale woningbouw omgeven Shadwell Basin [11], dan fiets je kruip-door-sluip-door via Tobacco Dock [12] (hier, vlakbij de City kwamen dure producten aan als tabak en port) naar St. Katherine Docks [13]. Einde van een ontdekkingstocht door een stadsdeel waar diep van binnen nog de geest van de oude havens rondwaart, maar dat in uiterlijk aansluit bij de moderne tijd.

Informatie
De route is 25 km lang en gaat vooral over rustige wegen en fietspaden; de markering is goed, al moet je oppassen geen bordjes te missen. Volg eerst route 4; na de Thamestunnel route 1; route 1 kruist op de Three Colt Street met route 13; ga linksaf om route 13 richting Tower Bridge te vervolgen.
Verbinding route 13 naar route 4: ga voor de Tower Bridge rechtsaf en draai naar links om over de brug te gaan. Na de brug bij de eerste verkeerslichten rechtsaf. Hier ben je weer op route 4, die naar Gabriel’s Wharf gaat.
De route is precies te bekijken op Sustrans, de site van de Engelse langsafstand fietsroutes. Ook staat ie op Google Maps.
Fietshuur is mogelijk bij On Your Bike, nabij London Bridge, en gelegen aan route 4; op de kaart tussen de routepunten 1 en 2; kosten £ 20 per dag. Dit is ook een goede, alternatieve startplek (het eerste stuk vanaf Gabriel’s Wharf sla je dan over). Ook kun je een fiets huren via Santander Cycles.

Uitbreiding: City Airport en Trinity Buoy Wharf
Bij de kruising van route 1 en 13 is via route 13 een heen-en-weer van totaal 12 km mogelijk naar andere Docklandsontwikkelingen: London City Island [14], Royal Victoria Dock [16] met congrescentrum ExCel, en Royal Albert Dock [17] met City Airport – waar eens de schepen aanmeerden landen nu de vliegtuigen uit alle Europese windstreken. Wie een laatste stukje rafelrand wil meemaken slaat af naar de Trinity Buoy Wharf [15], een verzameling oude bedrijfsgebouwen, waar kunstenaars en alternatieve designers werken, met fantastisch zicht op Canary Wharf [9] en concertzaal O2 en de kabelbaan over de Thames [18].

De kabelbaan over de Thames, gezien vanaf Trinity Buoy Wharf.

Meer lezen?
In een eerdere blog lees je meer over de transformatie van de Surrey Docks, inclusief een wandelroute.

Emmen, het lelijkste eendje van Nederland?

Daar zitten ze, lekker in de zon, moeder en dochter, op de natuurstenen vloer van het nieuwe Raadhuisplein. Vol spanning wacht het meisje op het moment dat de fonteintjes omhoog schieten. Ja, daar zijn ze weer! Van blijdschap klapt ze in haar handjes. Van een afstandje kijken mensen geamuseerd toe. Zij zitten op bankjes die planten- en boombakken omringen – groene rustpunten op een ruim plein, bestraat met rustig ogend natuursteen.

Het Raadhuisplein

Onaantrekkelijk?
Welkom in Emmen, welkom in de onaantrekkelijkste gemeente van Nederland, althans volgens de Atlas van Nederlandse Gemeenten. Kijk je naar gegevens over de werkgelegenheid en de aanwezigheid van culturele voorzieningen, dan bungelt Emmen onderaan. De cijfers liegen niet, maar vertellen ze dé waarheid? Kijk eens rond op dat Raadhuisplein, waar stad en land elkaar ontmoeten. De natuurstenen bestrating, de gebogen zitbanken en aan de rand het moderne Atlastheater zijn mooie stedelijke elementen. Natuur is aanwezig in de vorm van cirkelvormige plant- en boombakken en waterpartijen; samen zijn ze gecombineerd tot wat ontwerper Peter Latz een ‘parkscape’ noemt. Onaantrekkelijk?

Het Raadhuisplein, stad en land ineen
De Grote Kerk op het Marktplein

Parkscape
Het plein heeft een drukke verkeersweg en een groot parkeerterrein naar de ondergrond verbannen. Bovendien heeft het samenhang in de stedelijke ruimte gebracht en het beeld zichtbaar gemaakt van Emmen als een open, groene stad, verbonden door pleinen en parken. Zo vormt deze nieuwe ruimte de schakel tussen Wildlands (het nieuwe concept van het verplaatste dierenpark) en het Marktplein. Mooi hoe de boomcirkels van het nieuwe plein zich verbinden met de grote eiken van het oude – langs hun stammen kijk je uit op de Grote Kerk; dit zijn de wortels van de nieuwe ‘parkscape’.
Het historische centrum is klein, niet veel meer dan de omvang van het esdorp dat Emmen was tot ver in de 20e eeuw. Ten oosten en ten zuiden lagen de veengronden, waar duizenden arbeiders werkten in de turfwinning. Grote armoede was er, vooral toen aan de turfwinning een einde kwam. Industrialisatie bracht soelaas en had de groei van Emmen tot een stad met 109.00 inwoners tot gevolg (al woont maar iets meer dan de helft in de kern zelf).

Van dierenpark naar mensenpark

Mensenpark
Aan het Marktplein ligt de toegang tot het voormalige Dierenpark Emmen (begin 2016 zijn de dieren verhuisd naar Wildlands). De oude dierentuin krijgt een andere invulling: van dierenpark naar ‘creatief mensenpark’. De spettergroene, naakte paspop, met op haar hoofd een lampenkap (te zien bij een galerie naast de ingang) lijkt daarvoor model te staan. Een verbinding van natuur met kunst, cultuur en innovatie in de vorm van optredens, een stadsbarbecue, alternatieve woonvormen, galeries en meer gaat hier de komende jaren vorm krijgen.
Een oude dierentuinplattegrond blijkt nog bruikbaar. Bij de olifantenoase is vaag een beestengeur te bespeuren – of is hier de verbeelding te sterk? Waar de flamingo’s leefden zit nu een reiger, volkomen stil, wachtend op zijn prooi; blijft het toch nog een beetje een dierenpark. Er wordt volop gewerkt: een sloopmachine hakt het beton van het nijlpaardenbassin weg; de savanne is tijdelijk niet te bereiken. Het park is nog pril, maar versterkt nu al de groene structuur van Emmen.

Bijna beet

Twee gezichten
Het groen krijgt een vervolg op de voormalige begraafplaats, waar rondom oude bomen en zerken een park is ingericht. Wat een ruimte, wat een natuur, wat een lekkere pleinen en parken, zo midden in de stad. Je vraagt je af, waar de lelijke kant van de medaille is. Winkelcentrum De Weiert laat er iets van zien, want opmerkelijk is de leegstand; winkels van failliete ketens – hun namen prijken nog op de deur – kregen geen nieuwe huurders. Verder moet je de keerzijde uit de cijfers lezen: er zijn relatief veel werklozen, jongeren trekken weg, de gemeente vergrijst.

In de woonwijk Angelslo

Licht, lucht en ruimte
In 2017 is Emmen opnieuw de onaantrekkelijkste gemeente van Nederland, maar op de gelukschaal doet de stad het een stuk beter. Een lekker huis, prettige buren, een groene woonomgeving. Fiets door de buitenwijken van Emmen en je ervaart bijvoorbeeld in Angelslo hoe het vooruitstrevende 20e-eeuwse bouwconcept van licht, lucht en ruimte vorm heeft gekregen in een woonwijk waar alle huizen ruim gelegen zijn; nooit is een oude, stevige eik, vaak meer dan eeuw oud, ver uit de buurt. Dit is de geboorteplek van het woonerf – auto’s alleen in wandeltempo en alle speelruimte voor kinderen. En dat is anno 2017 nog steeds zo. ‘Meneer, meneer’, een groepje jongens stuift op me af, zojuist heb ik ze op de foto gezet en ze willen weten waarom. Ik zeg dat ik het zo’n mooi gezicht vond. ‘Jullie daar onder die grote boom’. Ah, oké, dan is het goed. ‘Dan bent u dus een toerist’, alsof ik een bijzondere dierensoort ben. Er zouden er meer moeten komen, om te ervaren hoe aantrekkelijk de onaantrekkelijkste stad van Nederland is.

WANDELEN
Dit rondje van 4 km (zie ook Google Maps) laat zien hoe pleinen en parken met elkaar een mooi ruimtelijk ensemble vormen. Wandel vanaf het station via het Marktplein naar het nieuwe Raadhuisplein, het park van de oude begraafplaats en het oude dierenpark/creatief mensenpark.

FIETSEN
Dit fietsrondje (ook op de routeplanner van de Fietsersbond; OV-fietsen op het station) van 15 km gaat langs Angelslo (de woonwijk van licht, lucht en ruimte; neem een afslag om er een kijkje te nemen), komt langs het veengebied (rond Emmen is veel turf gewonnen, maar een klein stukje bleef onaangetast; vanaf het fietspad zie je hoe dik die veenlaag was), steekt via de wijk Emmerschans dwars door het bos (met hunebed) en komt uit naast het station. Zo vanuit het bos midden in het centrum: beter bewijs is er niet van Emmen als een open, groene stad.

Jong, zomers en opgewekt over het Raadhuisplein
Hunebed aan de fietsroute

Gepubliceerd op 16 juni 2017

Surrey Docks, Londen

Op de foto staat de Lavender Pond, een lieflijke vijver, een mooi natuurgebiedje in de Surrey Docks. Tot ver in de 20e eeuw lag hier het Lavender Dock, een opslaghaven voor dikke boomstammen, uit noordelijke landen aangevoerd. Het was een onderdeel van de Surrey Docks, een uitgestrekt havengebied met ontelbaar veel docks – door sluizen afgesloten insteekhavens.
Je vindt de Surrey Docks ten oosten van de City op de zuidoever van de Thames, grofweg tussen Tower Bridge en Greenwich. Samen met de insteekhavens op de noordoever waren de Docklands een belangrijke draaischijf in de wereldhandel tot ongeveer 1980. Van die rol is niets meer van over; na hun sluiting kregen ze een totale make-over.

Uitzicht vanaf Stave Hill; in het blikveld de City

Stave Hill
‘Amazing, wow, what a view, great’, aan superlatieven heeft het groepje joggers geen gebrek op de top van de negen meter hoge Stave Hill. En ja, het uitzicht is fantastisch, met aan de westkant de City en aan de noordkant de torens van Canary Wharf. Daar is alle aandacht voor, en je verliest haast het kunstwerk uit het oog, waarop in brons de plattegrond is te zien uit 1896: minstens zo amazing, want een en al havenbekkens, lange, vaak smalle docks maar ook grote bassins; heel veel water en nauwelijks land, en van dat beeld is niets meer over, want je kijkt uit over parken en woonwijken. De heuvel van nu is een puistje in het kunstwerk (iets boven het midden van de foto), geplaatst in het gedempte Russia Dock. Fascinerend hoe onder invloed van economische ontwikkelingen de Surrey Docks een haast onherkenbaar nieuw gezicht hebben gekregen.

Kunstwerk op Stave Hill; na een regenbui vullen zich de bekkens
Rotherhite voor the Docks

Pilgrim Fathers
Een kaart uit de 18e eeuw laat zien dat de zuidoever van de Thames bestond uit moerassen (het Redriff Marsh); slangvormig kromt de bebouwing van het oude Rotherhithe zich langs de oever, tussen rivier en moeras. Dat oude Rotherhithe bestaat nog steeds: kom je vanaf de Londense City dan is de verrassing groot, want ineens sta je voor een oude begraafplaats en een historische kerk, alsof er in de City een onzichtbaar draaideurtje zit dat je zomaar een Brits plattelandsdorpje laat binnentreden. Maar vergis je niet, al eeuwen geleden kreeg dit dorp haar plaats in de wereldgeschiedenis: tegenover de kerk ligt de Mayflower, een pub genoemd naar het zeilschip dat in juli 1620 van hier vertrok met aan boord een deel van de Pilgrim Fathers, de religieuze kolonisten die op zoek naar godsdienstvrijheid emigreerden en die als een van de eersten aan de oostkust van de kolonie New England een succesvolle nederzetting stichtten, en daarmee van grote invloed waren op wat later de VS zou worden.

Rotherhite, oud dorp aan de Thames

Docks in het moeras
Op de Thames krioelde het van de schepen die een plek zochten om hun goederen te lossen, het was er eind 18e eeuw zo vol dat je bij wijs van spreken springend van scheepsdek naar scheepsdek de Thames met droge voeten kon oversteken. Meer ruimte kwam er na de aanleg van de docks, gegraven havenbekkens die met een sluis van de Thames (en daarmee van het getij) konden worden afgesloten. Op de zuidoever gingen twee elkaar fel beconcurrerende ondernemingen ermee aan de slag. Het leidde tot een wat chaotisch geheel van negen min of meer evenwijdig lopende havenbekkens, die werden aangevuld met zes grote bassins, waar ‘timber’ kon worden opgeslagen (hout mag niet uitdrogen, moet in water worden bewaard). Timber was de specialisatie, veel hout kwam uit Noord-Europa landen, je ziet het terug in namen als Russia Dock en Norway Dock. Er was ook handel in voedingsmiddelen – vooral uit Canada, dat zijn naam gaf aan het Canada en Quebec Dock. Greenland Dock verwijst naar de walvisvaart die hier zijn basis had.

Metamorfose
Grote bloei kenden de Surrey Docks tot de Tweede Wereldoorlog. In de decennia daarna kwam de klad er in doordat schepen te groot werden voor de havenbekkens; het was de overgang naar containervervoer die de nekslag gaf. In 1971 sloten de docks, een triest havenlandschap van lege havenbekkens, grote bassins en verwaarloosde pakhuizen bleef achter. Vanaf 1980 is er volop gesloopt, gedempt en herbouwd. De Surrey Docks kregen een nieuw gezicht. De oude havens zijn hier en daar nog te herkennen bijvoorbeeld aan de rand van het Russia Woodland Dock, waar de granieten kade, de stalen boeien en de rails van de havenkranen nu de begrenzing van een park vormen. Kijk je van boven dan zie je de hoekige vorm van het park, de lijn van de gedempte havenbekkens volgend. Aan de voormalige kade zitten twee oude mannen, uitkijkend over het grasveld dat ooit deel was van het Russia Dock; zou zomaar kunnen dat ze hier ooit als gespecialiseerde houthavenarbeider tussen de drijvende boomstammen risicovolle capriolen uithaalden. Alleen het Greenland Dock – ooit in 1696 als eerste uitgegraven – bleef samen met aangrenzende South Dock over.

De Surrey Docks in 1964: een wirwar van havenbekkens
De metamorfose in 2017: de meeste docks gedempt, bebouwing en parken ervoor in de plaats

Het industriële havengebied veranderde in een woonwijk – tussen 1981 en 1996 werden er meer dan 5500 gebouwd. Centrum is Canada Water, dat dankzij de in 1999 geopende Jubilee Line snelle verbindingen heeft met de rest van Londen. Hier is een grote shopping mall, maar ook vestigde zich lichte industrie, waaronder de Printworks – een grote krantendrukkerij, die onder andere The Daily Mail van de persen liet rollen. Dat is alweer verleden tijd; op de gevel van de verlaten fabriek zijn – december 2016 – de silhouetten van de krantennamen nog net te zien. Het terrein wordt herontwikkeld, een nieuwe metamorfose komt er aan, want King’s College gaat hier een campus bouwen. En zo gaat het weer door, de komst van King’s betekent een nieuw laagje op de voormalige moerassen langs de zuidoever van de Thames.

Het Greenland Dock bleef over; Canary Wharf kijkt toe

Wandelen of fietsen
Huur een fiets op Gabriel’s Wharf en neem route 4 die je naar het hart van de Surrey Docks brengt. Zie de website met de Engelse lange afstand fietsroutes.
Een rondje dat ik zelf maakte is hier vinden: Surrey Docks-route.
Ook mooi: een wandeling langs de Thames over – ja, hoe kan het anders – het Thames Path.

Links het gedempte dock, rechts de rand van de kade met afmeerboei
De City, vanaf Stave Hill