OV-Fietsrondje Weesp – Rond het Naardermeer

Deze waterplassen maken deel uit van natuurmonument Het Naardermeer, ze zijn nog vrij nieuw, een aantal jaren geleden aangelegd aan de buitenkant om zo de natuur in het hart van het meer te versterken. In dit OV-fietsrondje fiets je vanaf Weesp om het Naardermeer heen, en op de plek van de foto kun je afstappen en een stukje Nederlands oudste natuurreservaat inwandelen. Maar voor je zover bent zijn er al een vestingstad, een intiem dorpsplein, een stuwwal met schitterend uitzicht, een kasteel en een aquaduct aan je voorbijgegaan.

Varen over de A1, in het Vecht-aquaduct.

Aquaduct over de Vecht
Over twaalf rijstroken denderen de auto’s onder je door, en de Vecht stroomt er majestueus overheen. Het Vechtaquaduct 1 is het breedste van Europa – waar de snelweg eerst via een brug over het water ging, is er nu een betonnen bak waarin de rivier ligt, en onder die bak door raast sinds eind 2016 het verkeer. Veel nieuw asfalt is uitgerold, waardoor het verkeer tussen Almere/Amersfoort en Amsterdam/Schiphol beter doorstroomt. Ondanks al dat verkeer is de natuur is erbij gebaat, want het aquaduct is meer dan een bak water: evenwijdig aan de rivier is een ecopassage aangelegd met natte en droge stroken land, waarover dieren als otter, bever en ringslang heen en weer kunnen van het Naardermeer naar het IJmeer en dan verder naar Waterland. Zo kruist het langzame pad van de natuurverbinding met de snelweg van de 24 uurseconomie.

De A1, met twaalf rijstroken onder de Vecht door.
Zicht op het Muiderslot vanaf de Groote Zeesluis.

Muiden en Muiderslot
Muiden 2 – wat monding van een rivier in zee betekent, in dit geval van de Vecht in de Zuiderzee – lag strategisch, vandaar de ombouw tot vestingstad met de Groote Zeesluis als scharnier tussen kust en achterland. Die sluis was onderdeel van de Oude en Nieuwe Hollandse Waterlinie, en kon gebruikt worden om het achterland onder water te zetten. Vanaf de sluis zie je het Muiderslot liggen, onderdeel van de verdedigingslinie en in de Gouden Eeuw het cultureel-intellectuele hart van Nederland, nadat dichter en toneelschrijver P. C. Hooft er was gaan wonen en er alle belangrijke kunstenaars en wetenschappers van zijn tijd ontving.

Grazige weiden, met het Muiderslot op de achtergrond.

Onderlangs de dijk 3 fiets je richting Muiderberg. Tot 1932 was het een zeewerende dijk – de Zuiderzee! – en ook daarna had je vanaf de dijk eindeloos zeezicht, maar wie nu de dijk beklimt ziet de skyline van Almere op nieuw land dat in 1968 droogviel.

Muiderberg
Weinig dorpen hebben zo’n mooie en onverwachte entree als Muiderberg 4, want steeds fietste je door weidse weilanden en dan ineens arriveer je op een groot groen dorpsplein, de Brink; in vroegere tijden, toen het nog een boerendorp was, een gemeenschappelijk weiland met een drinkplaats voor het vee. Nog mooier wordt het als je linksaf de Dorpstraat ingaat en merkt, hee, we gaan omhoog, de heuvel op. Op de ‘top’ kijk je uit over een strand en de skyline van Almere. Deze kleine klim dank je aan de ijstijd, want toen, meer dan tienduizend jaar geleden, schoof landijs de ondergrond samen tot een kleine heuvel, die vervolgens eeuwenlang de stormen van de Zuiderzee weerstond – een aardkundig monument waar je zomaar tegenop kunt fietsen.

Vanaf Muiderberg zicht op de skyline van Almere.
Het raadhuis (1601) van Naarden.

Naarden en de vesting
Vestingstad Naarden 5 is in volle glorie bewaard gebleven, een dubbele verdedigingsgordel van bastions, wallen en grachten. Alsof die uit het firmament is neergedaald, zo ligt de stervormige plattegrond vastgeklonken op het aardoppervlak. Eerst steek je door de buitengracht, dan de binnengracht en op die manier ga je er ook weer uit. Naarden vesting lag aan de noordoostpunt van zowel de Oude als de Nieuwe Hollandse Waterlinie.
Naarden van binnen bekijken? Ga direct na binnenrijden Naarden Vesting linksaf de Nieuwe Haven op en ga rechtsaf de Marktstraat in. Daar staat andere andere het raadhuis (zie foto). Dezelfde weg terug.

Het Naardermeer en omgeving in 1998 (bron: Kadaster)
Hetzelfde kaartfragment van het  Naardermeer in 2019 (bron: Kadaster).

Naardermeer, 1998 en 2019
Na een turbulente geschiedenis van bedijkingen, droogleggingen en opnieuw onder water leek het einde in zicht toen de gemeente Amsterdam het Naardermeer 6 als vuilstort wilde gaan gebruiken. Natuurbeschermers Jac. P.Thijsse en Eli Heimans voorkwamen dat door het vogelrijke gebied aan te kopen. Het werd in 1906 de eerste bezitting van Natuurmonumenten.
In de jaren negentig ging het slecht met de natuur in het Naardermeer, dat als een eilandje te midden van intensief gebruikte weilanden lag (zie de bovenste kaart uit 1998). Daar werd voor een optimale bedrijfsvoering het grondwaterpeil zo laag mogelijk gehouden. Bovendien stroomde door drinkwaterwinning minder kwelwater toe uit het Gooi. Daardoor liep het Naardermeer leeg en moest voedselrijk water uit de Vecht worden ingelaten. Er kwam verbetering na de aankoop van graslanden grenzend aan het meer. In die nieuwe bezittingen ging het waterpeil omhoog – er ontstonden ondiepe plassen –, werd de voedselrijke bovenlaag afgeplagd, waardoor planten die horen bij een vochtig voedselarm milieu terugkwamen. Zonnedauw, kleverige ogentroost, rietorchis en moeraswolfsklauw groeien er. En het Naardermeer zelf kreeg veel minder vervuild water te verstouwen.

Aan de rand van natuurgebied het Naardermeer.
Een ree in een weiland bij het Naardermeer.

Een volgende verbetering was de verbinding die in 2013 is gemaakt met de aangrenzende Ankeveense Plassen. Via twee nieuwe natuurpassages in de N236 is de isolatie opgeheven, want via het water kun je nu ver de Ankeveense Plassen in. Het is een succes, want de otter is naar het Naardermeer teruggekomen – geen dier is zo afhankelijk van een gezond watermilieu.
Zo is het Naardermeer een natuurfort geworden. In de buitenring liggen de weilanden en ondiepe plassen, dan de gordel met het moerasbos, en tenslotte de binnenring van het oorspronkelijke meer. Met elkaar vormen ze een vogelparadijs waar je zo’n 75 (!) soorten kunt observeren. Purperreiger, zilverreiger, lepelaar, blauwborst en aalscholver zijn te spotten. En wie weet scheert een ijsvogel langs.
Je kunt het Naardermeer in bij ‘start wandelpad’ (nummer 6 op de routekaart) en dan kom je na een kilometer uit bij de vogelkijkhut over het Naardermeer.

Vogelkijkhut Naardermeer (in de verte een trein op weg naar Naarden).
De Vecht vlak voor Weesp.

Breed meandert de Vecht 7 naar Weesp, ooit was de rivier hoofdtransportweg van Amsterdam via Weesp naar Utrecht en de Rijn. Dat is lang geleden, want vrachtvaart gaat over het Amsterdam-Rijnkanaal, de Vecht is nu domein van de pleziervaart.

START EN FINISH
OV-fietsen zijn te huur bij de rijwielstalling van station Weesp. Check voor vertrek of er fietsen klaar staan. Op de ns-stationsinformatie van Weesp (onder het kopje ‘Voorzieninge’)  kun je dat live zien.

AFSTAND
26 KM

KNOOPPUNTEN
Ga vanuit de rijwielstalling rechtdoor. Linksaf Herensingel, linksaf Stationsweg en onder viaduct door, richting 16. Bij rotonde rechtsaf en richting 16 – 17 – 18 (Dorpsstraat) – 33 – 34 –37 – 47 –45 – 44 – richting 16, linksaf Herensingel (richting station) en weer rechtsaf naar station.

Fietspad langs het Naardermeer.

GPS
De route is te vinden op de routeplanner van de Fietsersbond, met de mogelijkheid een GPS-bestand te downloaden.

HORECA
De Zeemeeuw in Muiderberg; veel gelegenheden in de Markstraat van Naarden.

AUTO EN FIETS: PARKEREN
Toeristisch overstappunt Weesp-Fort Uitermeer aan de ’s-Gravelandseweg bij Fort Uitermeer, net buiten de route. Vanaf de P rechtsaf en na 200 meter ben je na de brug op de route, ga richting knooppunt 47/45.

PDF MET ROUTE-INFORMATIE (om te printen)

thumbnail of Route-info Weesp-Naardermeer

Strand van Muiderberg met de Zeemeeuw.

OV-Fietsrondje Culemborg – in het rivierengebied

De Lek bij Culemborg.

Het rivierenlandschap staat centraal in deze route, al duurt het meer dan twintig kilometer voor de Lek zelf is te zien. Toch heb je er dan al grondig mee kennisgemaaakt, want elke meter van het landschap waarin je hebt gefietst is door de rivieren beïnvloed. Eerst zijn er de komgronden 1, 2, de laaggelegen delen, waar het water na een overstroming terechtkwam – langzaam stromend, en zwevend slib met zich meevoerend. Dat bezonk en vormde een kleilaag, plamuurde de ondergrond zo’n beetje dicht; altijd was het er nat, vochtig en moerassig, geen lekkere plek om te wonen en zelfs nu, nadat sinds de jaren vijftig de waterhuishouding enorm is verbeterd, wonen er weinig mensen. Wie er vroeger woonde had kunstgrepen nodig, hoogde z’n woonplek op en ging vanuit die zogeheten woerd het moeras in om in de eendenkooi of de griend te werken. Of had een weide met een paar runderen, maar het grootste deel van de graslanden was voor de oogst van hooi; een keer per jaar, meer zat er niet in.

In de komgronden: boerderij op een wat hoger gelegen woerd.

Oeverwal en stroomrug
Vlakbij de hoofdstroom waren de omstandigheden beter, want als daar de boel overliep, konden door de hogere watersnelheid alleen zware deeltjes bezinken, die als maar stapelend verhoginkjes vormden – oeverwallen, waar je goed kon wonen en waar je op het lemige zand akkers en boomgaarden kon aanleggen. Ze liggen op deze route vooral langs de Lek 7, 8.

Boomgaard nabij Schoonrewoerd.

Sinds de aanleg van dijken ligt de bedding van de rivier min of meer vast, maar daarvoor had ie de vrijheid steeds nieuwe wegen te vinden. Was er een nieuwe hoofdstroom ontstaan dan verlandde de oude rivierbedding, maar bleef in het landschap herkenbaar dankzij de wat hoger gelegen oeverwallen waar je vaak akkers en boomgaarden ziet. Dat is mooi te zien in het dorp Schoonrewoerd 6, waar de weg licht omhoogloopt, naar de ‘top’ van de stroomrug; de kerk is er op het hoogste punt gebouwd. Al moet erbij verteld worden dat de plek ook nog eens werd opgehoogd – niet voor niets zit er ‘woerd’ in de naam.

Het verhaal van de kaarten
Het patroon van komgronden en oeverwallen is te zien op de twee kaartfragmenten. Bovenin stroomt de Lek, direct ten zuiden daarvan zie je de bochtige lijn van de dijk. De witte kleur staat voor akkers en zowel de stad Culemborg 9 als het land ten westen van de spoorlijn zijn hoger gelegen oeverwallen, in het zuidwesten is het natter en leger; de eendenkooi is ook indicatie van lage komgronden. Mooi zijn de namen Hooge Prijs en Lage Prijs. Beide polders zijn ontgonnen rond 1100, om kolonisten te trekken kreeg de polder een wervende naam: Parijs (toen al een topstad). Hooge Prijs verwijst naar de ligging op een oeverwal; strak zijn de percelen, in een zich herhalend noord-zuidritme.

Culemborg, boven 1900, onder 2018. Bron: www.topotijdreis.nl

Diefdijk
In het westen van de kaarten is een stukje te zien van de Diefdijk 3 – dwars op de Lek, reikend tot de Linge, rond 1284 aangelegd om de polders ten westen ervan te beschermen. Dat lukte niet altijd, want enkele keren brak de dijk , twee grote waterplassen (4, 5) zijn er de getuigen van.
De nieuwe dijk had grote gevolgen, want vergrootte de waterproblemen aan de Culemborgse kant. Die waren toch al aanzienlijk door bodemdaling en een hogere waterstand in de Lek door de afdamming van de Kromme Rijn. De waterzorgen werden zo groot dat de inwoners van de polders Paveijen en Rietveld 2 hun huizen moesten verlaten.
Begin 19eeeuw kreeg de dijk een militaire betekenis in de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Via Fort Everdingen en Werk aan het Spel 7 (in 1900 nog militair geheim, dus niet concreet op de kaart) kon het water binnenstromen om polders als de Lage Prijs en Goilberdingen onder water te zetten en zo de vijand tegen te houden.

Fort Everdingen.
Bunker 599, doorgezaagd, en aangesloten op de waterbergingsplas.

Rond de Tweede Wereldoorlog werden langs de dijk bunkers gebouwd, maar inmiddels zijn alle militaire functies verleden tijd. Een van de bun-
kers werd kunst, want doormidden gezaagd is de binnenkant zichtbaar gemaakt. Het leidde tot een totale omdraaiing: van verdedigingswerk naar toegangspoort tot een natuurgebied.
In de waterbeheersing van de 21eeeuw speelt de Diefdijk nog altijd een belangrijke rol. Mocht ooit de dijk bovenstrooms in de Betuwe doorbreken dan zal de Diefdijk voorkomen dat het water verder stroomt richting Vijheerenlanden en Alblasserwaard. Dan zal ook de opening van snelweg A2 met drie betonnen balken, verstopt in het viaduct, gesloten worden. Een keer per jaar komen ze uit hun schuilhut om tijdens een proefsluiting vast te stellen dat ze hun werk zullen doen als het echt nodig is.

Dit viaduct staat dwars op de Diefdijk en kan worden gesloten.
De skyline van Culemborg.

Culemborg
In het oosten van de kaartfragmenten ligt Culemborg 9, in 1900 nog binnen z’n stadswallen, nu met vele (forensen)wijken erbij een eind opgerukt in de polder Hooge Prijs. In de tweede helft van de 13eeeuw is de stad gesticht en na al die eeuwen is de oude plattegrond nog goed herkenbaar. De drie delen van de binnenstad zijn van elkaar gescheiden door min of meer west-oost lopende grachten (de blauwe lijntjes). In het midden ligt het oudste deel oudste met de Markt (met een prachtig stadhuis, en aan de zuidzijde afgesloten door een echte stadspoort). Een welvarende periode in de 14eeeuw trok vissers en ambachtslieden aan die voor een deel in de noordelijke stadsuitbreiding de Havendijk gingen wonen. Eind 14eeeuw volgde in het zuiden verdere uitbreiding met de Nieuwstad.

De Markt van Culemborg, met het stadhuis.

START en FINISH
OV-fietsen zijn te huur bij de rijwielstalling van station Culemborg. Check voor vertrek of er fietsen klaar staan. Op ovfietsbeschikbaar.nl kun je dat live zien.

AFSTAND  29 km

INKORTING
Bij knooppunt 44 kun je naar rechts naar nr 40; dan is de route 19 km. Maar ga dan toch eerst even naar links en kijk bij de bijzondere doorgezaagde bunker, net voorbij de A2 (routepunt 3).

KNOOPPUNTEN
Station Culemborg – vanuit rijwielstalling rechtsaf; na 1 km rechtsaf onder spoor door naar 87 – 85 – 86 – Linksaf richting 44, direct weer rechtsaf richting 73 – 44 – 45 – 46 – 47 – richting 01 – in Zijderveld: ga bij rotonde het dorp in via Dorpsstraat – 01 – 44 – 40 – 41 – 42 – 33 – 87, tot station Culemborg.
De route is ook te vinden op de routeplanner van de Fietsersbond.

TREIN Kijk op ns.nl voor treintijden.

PARKEREN
Fort aan de Spoel; Carpoolplaats aan de A2, afrit 12 Everdingen; bij knooppunt 45 (Wiel van Bassa).

HORECA
Koffiehuis Weervolvenhuisje (open in het weekend, net voorbij knooppunt 86); Schoonrewoerd (De Zwaan; zondag gesloten); Fort Everdingen (open op vrijdag en in het weekend); Fort aan de Spoel (maandag, dinsdag gesloten); op de Markt van Culemborg.

PRINT VAN DE ROUTE
Klik op de link voor een afdruk van de routekaart en de bezienswaardigheden onderweg.
thumbnail of 21_Culemborg_praktische info_pdf

ONDERWEG
1 De komgronden
Na de spoorlijn fiets je midden in de komgronden. Tot ver in de 20eeuw woonde er niemand, maar nu is er moderne veeteelt mogelijk dankzij verbeterde afwatering en zijn er wat boerderijen gebouwd. Behalve aan de weilanden zijn de komgronden te herkennen aan de populierenbossen en grienden (wilgenakkers, waar de takken werden geoogst).

Dit huis in de komgronden ligt op een woerd, een kunstmatige heuvel.

2 Paveijen en grienden
Door bodemdaling, Diefdijk en extra wateraanvoer werd het zo nat dat de nederzetting Paveijen werd opgeheven; nog altijd is het relatief nat, waardoor grienden er goed gedijen.

Links de oogst van wilgentenen, rechts de griend.

3 Diefdijk
De kazemat net voor de A2 waakte over de afsluitbare doorgang voor de snelweg; in het viaduct zijn de betonnen balken opgeslagen die op de A2 kunnen worden geplaatst om de dijk sluiten.
Zijn militaire functie verloor de Diefdijk, daarom was het mogelijk van bunker 599 landart te maken. Doorgezaagd vormt 599 een eenheid met de waterbergingsplas erachter.

4 De Waai en Molenkade
Eind 14eeeuw braken in de Betuwe de rivierdijken en wist het water de Diefdijk te ondermijnen. In de 16eeeuw gebeurde dat nog een keer. Een grote ronde waterplas, de Waai, bleef achter, waaromheen de herstelde dijk kwam te liggen.

Bij de Molenkade ligt het laagste punt van de Culemborgse polders; hier verzamelt het water zich als ware het een afvoerputje en daarom is er een waterbergingsgebied gemaakt.

5 Het Wiel van Bassa
Deze enorme waterplas ontstond na een dijkdoorbraak in februari 1581; heel de Betuwe liep onder, ook Culemborg, waar de Nieuwstad blank stond.

6 Schoonrewoerd en de copes
In Schoonrewoerd loopt de weg licht omhoog, naar de ‘top’ van een voormalige rivierbedding (de stroomrug); de kerk is er op het hoogste – nog wat extra opgehoogde – punt gebouwd. Op zo’n stroomrug met zijn zandige oeverwallen is de bodem geschikt voor boomgaarden.
Dit is het land van de middeleeuwse cope-ontginningen met vaste perceelsmaten: 110 meter breed, ongeveer 1250 meter lang.

7 Fort Everdingen en het Werk aan het Spoel
Beide forten zijn onderdeel van de Nieuwe Hollandse waterlinie. Er kon water worden ingelaten vanuit de Lek; de forten moesten de inlaatplekken beschermen. Nu hebben ze allebei nieuwe functies: in Fort Everdingen is een camping en bierbrouwerij; Werk aan het Spoel is een culturele hotspot met amfitheater voor optredens.

8 De uiterwaarden
In de uiterwaard zijn nieuwe geulen gegraven om water sneller af te kunnen voeren.

De uiterwaarden bij Culemborg.

9 Culemborg
Je rijdt dwars door de historische stadsplattegrond: de Havendijk was een eerste uitbreiding van de oude stad, die begint bij de grote muurschildering van Miss Blanche sigaretten. Met de Markt en het fraaie stadhuis als middelpunt eindigt de oude stad bij de Binnenpoort; daarna volgt de Nieuwstad.

De Binnenpoort, gezien vanuit de Nieuwstad.

OV-fietsrondje – Utrecht: tussen Dom en groene stadsrand

Met z’n 112 meter torent die hoog boven de stad uit, de Domtoren 2, gereedgekomen in 1321. Toen was Utrecht als religieus centrum de belangrijkste stad van Nederland. Binnen de singels, al in 1122 aangelegd, lagen talloze kloosters. Na de Reformatie zijn die voor een groot deel ontmanteld en daarna voor een groot deel bebouwd. Mede dankzij die extra ruimte hield Utrecht het tot ver in de 19e eeuw Utrecht uit binnen de singels. Bovendien raakte Utrecht zijn centrale positie kwijt aan de Hollandse handelssteden. De stad stagneerde en dat heeft eraan bijgedragen dat Utrecht nu de best bewaarde middeleeuwse binnenstad van Nederland heeft, gedragen door de dubbele lijn van Oude- en Nieuwegracht.

In de pandhof bij de Domkerk (bereikbaar vanaf het Domplein).
De Nieuwegracht en de Domtoren.

Spoor
Na de komst van de spoorwegen (1843) kwam Utrecht weer tot leven. Voor fabrieken was de centrale ligging in het nationale spoornet ideaal. In snel tempo kwamen er woonwijken bij om tienduizenden arbeidsmigranten een dak boven het hoofd te bieden.
In ruimtelijk opzicht vond in de loop van de 20e eeuw de grote omkering plaats: eeuwen domineerde de middeleeuwse stad het kaartbeeld, nu is zij niet meer dan een servetje op een tafellaken van steen. Vooral na 1950 is de stad enorm uitgebouwd met uitgestrekte wijken als Kanaleneiland, Overvecht en Lunetten.
Sinds de laatste uitbreiding, Leidsche Rijn, is het inwonertal van Utrecht explosief gegroeid; 343.000 inwoners telt de stad nu, en dat aantal zal rond 2028 gestegen zijn tot 400.000.
De stad is deel van een aaneengesloten stedelijke zee, een agglomeratie, waarbij Nieuwegein en Houten na 1970 duizenden inwoners van Utrecht een betere en betaalbare woning boden.

Amsterdam-Rijnkanaal en daarachter Kanaleneiland.

Nieuw stadscentrum
Toen Utrecht in 1843 zijn eerste station kreeg lag dat aan de stadsrand, buiten de omwalling; al snel kwam de verbinding met de binnenstad door de bouw van de Stationswijk, die rond 1970 plaatsmaakte voor Hoog Catharijne, gebouwd over de gedempte Catharijnesingel – water werd weg, en wat voor een: de kortste autosnelweg van Nederland. Winkelcentrum Hoog Catharijne raakte verouderd, het station was te klein en de verbinding de tussen historische binnenstad en stationsgebied verbroken. Redenen genoeg voor ingrijpende vernieuwingen 1; na jaren van bouwen laten de resultaten zich steeds meer zien: de immense stationshal, het bollendak dat het nieuwe stationsplein overkapt, een vernieuwd winkelcentrum, stadskantoor, muziekcentrum, en water in de singel: de Stadskamer (het gebouw met de rechthoekjes in pastelkleuren) overbrugt nu de Catharijnesingel en is een van de nieuwe verbindingen tussen binnenstad en station.

Op TivoliVredenburg staat de verzekeringsengel die ooit De Utrecht sierde, het gracieuze Jugendstilpand dat voor Hoog Catharijne moest wijken.

Door alle centrumvernieuwingen draait de stad straks rond het station, als de naaf van een fietswiel. Het stadskantoor is het bewijs van deze centrumverschuiving, want wat tot ver in de 20e eeuw thuishoorde in de middeleeuwse binnenstad in de bocht van de Oudegracht, is over het station heen getild. Als alle gebouwen klaar zijn (rond 2023) wordt de westwaartse verschuiving van het zwaartepunt nog nadrukkelijker. En dat sluit aan op het eveneens westelijk gelegen Leidsche Rijn, de laatste grote stadsuitbreiding. Ook de eerstvolgende, de toekomstige woningbouw langs het Merwedekanaal, grenst aan het nieuwe stadscentrum.

De stad rukt op, maar niet helemaal

De oude kaart is uit 1920, de nieuwe uit 2018. Bron: http://www.topotijdreis.nl

Niet alles werd volgebouwd, en deze fietsroute is daar het bewijs van, want doorkruist het rivierenlandschap van de Kromme Rijn met Amelisweerd en Rhijnauwen 4, gaat langs Fort Vechten en de groene oase rond Laagraven 6.
Op de kaartfragmenten uit 1920 en 2018 is Laagraven te zien. Opmerkelijk hoe dit gebiedje bewaard bleef – enkele fruitteeltbedrijven houden het agrarische karakter vast, maar de stedelijke recreatie rukt op: rechtsboven is na zandwinning een grote recreatieplas ontstaan en rechtsonder ligt een golfterrein. Die nieuwe functies zijn een garantie voor het behoud van het open karakter.
Het frame van het landschap is vastgelegd in een eeuwenoude verkaveling en wegenstructuur. Rechtsonder loopt de Heemsteedseweg, een verbindingsweg uit het eind van de 11e eeuw, aangelegd als de oostelijke grens van de veenontginningen van Jutphaas. Naar het noorden werd de weg verlengd met de Koppeldijk, die leidde tot een verbinding met het Utrechtse Tolsteeg. Die oostgrens van de veenontginning zie je terug in de verkaveling, want aan de Jutphase kant zijn de percelen langgerekt en smal, zuid-noord gericht; aan de Houtense kant zijn ze wat blokkeriger en oost-west gericht.
Het kaartbeeld veranderde door de aanleg van het Amsterdam-Rijnkanaal 7, maar nog meer door de nieuwe stad Nieuwegein, ‘opgericht’ in 1971 om de woningbehoefte van Utrecht op te vangen. Toch mooi hoe in die nieuwe stad oude elementen als het fort bij Jutphaas en het Merwedekanaal goed herkenbaar zijn gebleven.

START en FINISH
OV-fiets te huur bij Utrecht Centraal Stationsplein of Utrecht Centraal Jaarbeursplein; ook mogelijk: de rijwielstalling 50 meter voorbij TivoliVredenburg. Op ovfietsbeschikbaar.nl kun je live zien hoeveel fietsen beschikbaar zijn.

AFSTAND
29 km, verkorte route 21 km.

ROUTE EN KNOOPPUNTEN
Vanaf het Stationsplein: uitgang Smakkelaarsveld, rechtsaf richting centrum/TivoliVredenburg en dan: 31–Ledig Erf: na de brug schuin oversteken en Gansstraat in–38–41–40–39–98–35–36–33–32–27–68–6–bij bushalte Noordenveld scherp rechts–70–71–72–74–73–51–23–52– richting 26, op Westplein oversteken (richting LF4a en LF7b volgen; knooppunt 26 ontbreekt) en via Van Sijpesteijnkade onder spoor door (fietstunnel) en rechtsaf naar stalling Utrecht Centraal Stationsplein.

Vanaf het Jaarbeursplein: fietspad naar rechts volgen en dan rechtsaf onder spoor door richting centrum/TivoliVredenburg en dan 31 en verder.
Vanaf rijwielstalling Vredenburg: rechtsaf naar 31 en verder.
De route is ook te vinden op de routeplanner van de Fietsersbond.

Inkorting tot 21 km: ga bij 32 rechtsaf richting 30–19–52 (terug op hoofdroute).

TREIN
Kijk op ns.nl voor treintijden.

AUTO
Parkeerplaats bij Laagraven (gratis; tussen knooppunt 32 en 33) of Waterliniemuseum/Fort Vechten (betaald; zie Onderweg nr 5).

HORECA
Ledig Erf (voor knooppunt 38), Theehuis Rhijnauwen (41), Stayokay café (ook 41), Restaurant Vroeg (39), Down Under (na 33), Landhuis in de stad (52).

PRINT VAN DE ROUTE
Klik op de link voor een afdruk van de routekaart en de bezienswaardigheden onderweg. thumbnail of Utrecht Zuidoost Onderweg

ONDERWEG
1 Het nieuwe stationsgebied
Nergens is Utrecht zo veranderd als in het stationsgebied: je komt vanuit de nieuwe stationshal langs het bollendak, de Stadskamer, de hergraven Catharijnesingel, Tivoli-Vredenburg en de appartementen bij het Vredenburg.

TivoliVredenburg, muziekpaleis met zes concertzalen.

2 Domtoren en kerk
Toren en kerk zijn in 1674 door een tornado van elkaar gescheiden. Op het Domplein zijn de contouren van eerdere kerken zichtbaar in de bestrating. De gele stenen verwijzen naar het Castellum, een Romeins legerkamp. Ga in de Lange Nieuwstraat op de kruising met de Hamburgerstraat even naar rechts voor een blik op de Oudegracht en daarna even naar links voor de Nieuwegracht, in beide gevallen met de karakteristieke werfkelders.

3 Wilhelminapark
De villa’s rond het Wilhelminpark waren bedoeld om de gegoede burgerij die rond 1900 steeds meer ‘buiten’ ging wonen, in de stad te houden. Net voor het viaduct onder de Waterlinieweg  passeer je werelderfgoed Rietveld-Schröderhuis.

In het Wilhelminapark.

4 Amelisweerd, Rhijnauwen en Uithof
Op de landgoederen Nieuw- en Oud-Amelisweerd en Rhijnauwen zijn de bossen bijzonder, want zeldzaam is een loofbos met beuken en eiken dat groeit op rivierklei. Bij Huis Rhijnauwen steek je de ‘leverancier’ van de klei, de Kromme Rijn, over.

Landhuis Rhijnauwen (Stay Okay-hostel) aan de Kromme Rijn.

5 Fort Vechten
Rond Utrecht vind je veel forten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het terrein was er te hoog om goed onder water te zetten; daarom waren verdedigingsforten nodig. De route kwam al voorbij het Fort bij Rhijnauwen, verderop volgt Fort Jutphaas en hier ligt Fort Vechten, met het Waterliniemuseum.

6 Oase aan de stadsrand
Bijzonder hoe deze enclave vol fruitteelt en weilanden – ingesloten tussen bebouwing, kanaal en snelwegen – stand weet te houden. Zie de kaarten voor een toelichting.

Nijlgans in de stadsoase tussen steden en snelwegen.

7 Plofsluis
Een grote bak beton gevuld met zand, die – door de bodem op te blazen – met een reuzenplof het toen nog smalle Amsterdam-Rijnkanaal in een klap kon afdammen, zodat overstromingswater aangevoerd vanaf de Rijn en bedoeld voor de Nieuwe Hollandse Waterlinie, niet weg zou lekken. Later is het verbrede kanaal om de Plofsluis gegraven.

Tussen de bomen door zicht op het grijze beton van de Plofsluis.

8 Amsterdam-Rijnkanaal en Kanaleneiland
Na 1955 werd flatwijk Kanaleneiland gebouwd (eiland, want omsloten door het Merwedekanaal aan de noordkant en het Amsterdam-Rijnkanaal in het zuiden). Er is grootscheepse renovatie bezig, onder andere de bouw van nieuwe woningen aan de overkant van de Prins Clausbrug.

9 Cereolfabriek
Deze voormalige veevoederfabriek kreeg een nieuwe bestemming; er kwamen woningen, horeca en wijkvoorzieningen. (Ga net voor de brug over het Merwedekanaal even linksaf).

Amelisweerd.

OV-fietsrondje: Veluwe en Rijn

In dit OV-fietsrondje vanaf station Ede-Wageningen moet je bij knooppunt 81 echt even de fiets aan de kant zetten en omhoog lopen naar het uitzichtpunt in Belmonte 4, de botanische tuin bovenop de Wageningse Berg. Daar heeft de werking van uiteenlopende natuurkrachten geleid tot een hoge, steile heuvel die magnifiek uitziet over het rivierdal. Tot in Nijmegen reikt het uitzicht op heldere dagen. Die ‘berg’ is te danken aan de voorlaatste ijstijd, toen het zo koud was dat de gletsjers in Scandinavië uitgroeiden tot dikke ijsmassa’s, die zich met hun uitlopers tot het midden van Nederland uitstrekten, onder andere via de Gelderse Vallei. Als bulldozers schoven ze zand- en grindlagen voor zich uit en stuwden ze op tot heuvels, tot stuwwallen, met de Veluwe als grootste.
Daarna, toen het warmer werd, kwam de rivier in beeld. Breed waaierde ze uit over het vlakke land dat voor de heuvels lag, kroop er dichter naar toe en wist de ‘berg’ te ondermijnen, waardoor uiteindelijk een steile helling ontstond.

Aan de rand van de Ginkelse Heide.

Heide en bos
In en na de Middeleeuwen ontstonden boerendorpen als Ede en Bennekom op de flanken van de Veluweheuvels; dat waren de beste plekken, want daar was de bodem droog genoeg voor akkerbouw, terwijl het vee lager kon grazen, in de graslanden van de Gelderse Vallei 6. De hoger gelegen gronden werden in de loop van eeuwen steeds intensiever gebruikt, ze werden door vee, vooral schapen, compleet kaalgevreten. Bos verdween, alleen heide wist te overleven. ‘s Nachts werd de schapenmest in de stal verzameld en met plaggen op de akkers gebracht. In het landbouwsysteem waren de heidevelden een onmisbare schakel, tot begin 20e eeuw de keten werd doorbroken met de uitvinding van kunstmest – heide was niet meer nodig, en grote delen werden bebost. Maar niet overal, de Ginkelse Heide 1 wist als militair oefenterrein te overleven. Veel heidevelden raakten bebost, vooral dennen waren populair, want konden goed worden verkocht als stuthout in de Limburgse mijnen.

De Molenbeek in het Renkumse beekdal.

De Renkumse beek
Vanaf de hoge delen van de Veluwe stroomde regenwater naar beneden; beekdalletjes kregen in de loop van tijd vorm – een hele mooie is het Renkums beekdal 2, 3, in zijn oervorm in de voorlaatste ijstijd ontstaan; meer dan 100.000 jaar geleden toen smeltwater het beekdal uitschuurde. Al ruim voor de industrialisatie ging men hier gebruik maken van het water dat – zeker voor Nederlandse begrippen – met groot verval richting Rijn stroomde. Beken werden verlegd en molens gebouwd voor de verwerking van graan, raapzaadolie en – vooral – papier.
Op de kaart uit 1916 staat het zuidelijk deel van het Renkums Beekdal, vlak voor het beekje uitmondt in de Rijn. De beek is rechtgetrokken, dat zie je aan de strakke blauwe lijntjes van onder andere de Molenbeek. Midden in het dal staat ‘Papierfabr’, teken dat de door water gedreven molens concurrentie hadden gekregen van een fabriek die op stoomkracht draaide.

Het Renkums beekdal, 1916.
Het Renkums beekdal, 1985.

De molens verdwenen en fabrieken namen steeds meer bezit van het beekdal, te zien op de kaart van 1985 – het hele beekdal door industrie geblokkeerd. En zie nu, op de kaart van 2016: het beekdal is in ere hersteld; de enige papierfabriek, die overbleef, staat nu aan de Rijn. En de beek werd weer de natuurlijke verbinding – de Renkumse Poort – tussen stuwwal en rivierdal. Kom je hier op het goede moment, dan scheert de ijsvogel langs de beekrand en grazen edelherten in de bloemrijke natte graslanden.

Het Renkums beekdal, 2016.

ONDERWEG
1 Ginkelse Heide
De heide is een restant van het vroegere landbouwsysteem, nu in gebruik ais militair oefenterrein.

2 Molenbeek en beeldentuin
Uitzicht over het beekdal (zie foto hierboven) en even verder aan de rechterkant toegang tot een beeldentuin met werken van Zimbabwaanse beeldhouwers.

Het herstelde beekdal met een oude fabrieksmuur als herinnering aan de papierfabricage.

3 Het Renkums beekdal
Hier is een breed panorama over het herstelde beekdal; als herinnering aan het industriële verleden is er een muur van de voormalige papierfabriek, samen met een kunstwerk (papierrollen) blijven staan. Kristalhelder water klatert op de plek waar een oliemolen stond. Op de plek van de P (parkeerplaats) is het informatiecentrum.

Uitzicht vanaf Belmonte, bovenop de Wageningse Berg.

4 Belmonte
Zet je fiets neer bij routebordje 81 en ga links aanhoudend omhoog naar Botanische tuin Belmonte met het uitzicht vanaf de stuwwal over het rivierdal. Op de voorgrond het Lexkesveer.

5 Wageningen
Een extra rondje van 4,5 km gaat door de oude binnenstad van Wageningen, en komt ook langs Hotel De Wereld, waar de geallieerden op 5 mei 1945 met de Duitsers hun overgave in Nederland overeenkwamen.

Op de overgang van Veluwe naar Gelderse Vallei.

6 Villa’s en vallei
Bennekom was een brinkdorp, op de overgang van Veluwe naar Gelderse Vallei. Het dorp is in de loop van de 20e eeuw omringd door villa’s, onder andere bewoond door medewerkers van Wageningen University – de gebouwen van Nederlands beste universiteit staan wat verder de Vallei in.

Kasteel Hoekelum.

7 Hoekelum en ENKA
De flanken van de Veluwe, op de overgang van hoog naar laag waren eeuwen geleden al in trek. Het landgoed van Kasteel Hoekelum werd al in 1396 in leen gegeven aan de jagermeester van de Veluwe, maar het huidige landhuis stamt uit de 18e eeuw.
Iets verder ligt het voormalige bedrijfsterrein van ENKA. Begin 20e eeuw streek de Nederlandse Kunstzijdefabriek (in afkorting EN KA) hier neer vanwege de goede bereikbaarheid, schoon water en goedkope grond. In 2002 sloot het bedrijf. Met behoud van een aantal uiterlijke kenmerken (de fabrieksmuur, de schoorstenen) wordt hier een nieuwe woonwijk gebouwd.

START en FINISH
OV-fietsen zijn te huur bij de rijwielstalling van station Ede-Wageningen, aan de noordzijde, elke dag geopend.
Check voor vertrek of er fietsen beschikbaar zijn. Op ovfietsbeschikbaar.nl kun je dat live zien.

AFSTAND
26 km, met extra ronde door Wageningen 30,5 km.

ROUTE en KNOOPPUNTEN
Station Ede-Wageningen (noordzijde) – ga over de Stationsweg (richting Otterlo) naar knooppunt 90 (op kruising met Berkenlaan)–vanaf daar: 95–66–88–82–11–97–6–81­—61 (–83–25–73–83–61)–80–35–17–57–10–95–90–linksaf naar Station Ede-Wageningen.
De route is ook te vinden op de routeplanner van de Fietsersbond.

TREIN
Kijk op ns.nl voor treintijden.

FIETS EN AUTO
Parkeerplaats in Ede bij Nieuwe Kazernelaan en in Renkum bij informatiecentrum Renkums Beekdal.

HORECA
In Wageningen veel mogelijkheden. Onderweg bij ‘Bassie bij de beelden’ en bij informatiecentrum Renkums Beekdal.

PRINT VAN DE ROUTE
Klik op de pdf voor een afdruk van de routekaart en de bezienswaardigheden onderweg.thumbnail of 02_EDE WAGENINGEN_pdf

Het Renkumse beekdal.

OV-fietsrondje Hilversum – buitenplaatsen, heide

Een nieuw idee: pak de trein, huur op je bestemming een OV-fiets en maak via fietsknooppunten in een rondje van 23 km kennis met stad en landschap. In dit OV-fietsrondje rijd je vanaf station Hilversum door de villawijk, langs ‘s-Gravelandse buitenplaatsen en over de heidevelden rond Hilversum.

Buitenplaats in ‘s-Graveland.

Hoe romantisch oogt deze ’s-Gravelandse buitenplaats 2 in het strijklicht van een gouden herfst. Een landschapsparel die met veel liefde, zorg en geld wordt onderhouden. Maar hoe prozaïsch en geldgedreven was het ontstaan. Hier zijn in de 17e eeuw duizenden bakken zand weggegraven en afgevoerd naar bijvoorbeeld Amsterdam, waar het de stadsuitbreidingen (de grachtengordel) fundeerde. Amsterdamse kooplieden die een goede belegging zochten voor hun kapitaal, namen het initiatief. Na de afzandingen lieten de investeerders er boerderijen bouwen, maar al gauw ontdekte men dat het goed toeven was op het platteland. Om het buitenleven zo aangenaam mogelijk te maken werden grootse landhuizen gebouwd met daaromheen fraaie landschapsparken. Langs de ‘s-Gravelandse Vaart (aan de horizon op de foto hierboven) kijk je uit op de landhuizen, zoals Trompenburgh 4, gebouwd door de zoon van de fameuze generaal in de vorm van – ja, hoe kan het anders – een schip.

Trompenburgh.

De boeren van Hilversum
Tegenover de elitaire landgoederen stond het simpele boerenleven in het Gooi, dat zich afspeelde op de heuvels die het landijs in de voorlaatste ijstijd had opgestuwd tot de langgerekte heuvelrug van het Gooi en de Utrechtse Heuvelrug. Op de flanken lagen dorpen als Hilversum, Blaricum en Laren. Hun akkers bij het dorp, hun weiden op de lagere, natte gronden en hun schapen en ander vee op de hooggelegen heide 6.

Het stadhuis van Hilversum.

Aan het eind van de 19e eeuw kwam de grote verandering op gang, na de aansluiting van Hilversum op het spoor naar Amsterdam. Rijke stedelingen ontdekten het plattelandsleven en lieten er ruime villa’s bouwen. Explosief groeide het dorp en kreeg een krans van allure, die in 1931 zijn bekroning kreeg met de voltooiing van het stadhuis van Hilversum 1 – hét meesterwerk van architect Dudok, gekenmerkt door een strakke bouwstijl, het ritme van de vlakken gele baksteen en de in- en uitspringende delen. Toen, zo kun je stellen, had Hilversum definitief afscheid genomen van zijn lange historie van Goois boerendorpje.

De heide bij Hilversum.

De Gooise heide
Is er in Hilversum geen plattelandssfeer overgebleven, dat is wel het geval in de omgeving, want behalve de ’s-Gravelandse buitenplaatsen omringen bossen en heidevelden de mediastad. De heide werd vroeger gemeenschappelijk beheerd; elk Goois dorp had bepaalde gebruiksrechten, bijvoorbeeld op het weiden van schapen. Een groot deel van die gemeenschappelijk gronden is behouden en overgegaan naar het Goois Natuurreservaat. Zij zetten de oude traditie van gemeenschappelijkheid voort en zo kon de heide 6 zich ontwikkelen van onmisbare schakel in het landbouwsysteem naar net zo onmisbare groene long in een sterk verstedelijkt gebied.

Oprit naar de wildwissel.

De natuurbrug
Toch is de verstedelijking niet zonder kleerscheuren gegaan. Wegen en spoorlijnen verbraken verbindingen, nu proberen we ze weer te lijmen. Mooi is dat te zien op twee kaartfragmenten uit 1900 en 2016.
In 1900 was de spoorlijn Amsterdam – Hilversum omgeven door eindeloze heide, waarover vele onverharde wegen liepen. Sporen van bewoning zijn er niet (behalve de renbaan, die tussen 1880 en 1895 midden op de hei lag, inclusief twee houten tribunes). Zandwinning veranderde het landschap rond het spoor drastisch, het maaiveld kwam maar liefst 7 tot 11 meter lager te liggen. Verbreding van de sporen (tot een grote stapelplaats van allerlei spoormaterialen) en de aanleg van de N524 scheidden bos en hei van elkaar – geen beest kwam er levend overheen.

Spoor en weg liggen er nog steeds, maar sinds 2006 is er een nieuwe verbinding van liefst 800 meter lengte – de grootste faunapassage ter wereld. De Natuurbrug Zanderij Crailoo 5 staat op de kaart als ‘Wildwissel’. In de zandafgraving is in het westelijk deel een vlonderpad aangelegd, aan de andere kant liggen naast de sporen sportvelden en een golfterrein. Het mooie van deze natuurbrug is dat ie ook mensen verbindt, want je kunt er wandelend en fietsend overheen (en dat gebeurt in dit OV-fietsrondje).

Aan de rand van het Corversbos.

START en FINISH
OV-fietsen zijn te huur bij de rijwielstalling van station Hilversum. Check voor vertrek of er fietsen klaar staan. Op ovfietsbeschikbaar.nl kun je dat live zien.

AFSTAND
23 km

KNOOPPUNTEN
Station Hilversum–vanuit rijwielstalling rechtsaf naar 54–55–11–12–vlak voor 12, bij brug rechtsaf, richting 9–8–10–36–50–51–53–richting 54 tot station Hilversum.
De route is ook te vinden op de routeplanner van de Fietsersbond.

TREIN
Kijk op ns.nl voor treintijden.

PARKEREN
In ’s-Graveland bij begin J.H. Burgerlaan of in Laren parkeerplaats Zuiderheide (bij Geologisch Museum Hofland in Laren).

HORECA
Bollie Blooper in ‘s-Graveland (Knooppunt 9), La Place in Laren (Knooppunt 51), Theehuis ’t Bluk (Knooppunt 53). Voor openingstijden: zie internet.

PRINT VAN DE ROUTE
Klik op de link voor een afdruk van de routekaart en de bezienswaardigheden onderweg.

ONDERWEG
1 Het stadhuis van Hilversum
Het meesterwerk van architect Dudok ligt te midden van andere villa’s.

2 Corverslaan
Vanaf de Corverslaan kijk je uit op de lagergelegen gronden van de buitenplaatsen van ’s-Graveland. Dit is de achterzijde van Trompenburg. Het hoogteverschil tussen weg en weiland geeft aan hoeveel zand is weggegraven.

3 Gooilust
Een wandeling tussendoor? Fiets dan de oprijlaan van Gooilust op en maak in een rondwandeling van 3,3 km kennis met een van de fraaiste buitenplaatsen. Bijzonder zijn de rododendrons (kom daarvoor in mei), de vele soorten bomen, en een aparte Aha-ervaring. De wandelroute is te bekijken en binnen te halen op Natuurmonumenten.

4 Trompenburgh
Bijzonder is het landhuis dat scheepsheld admiraal Cornelis Tromp rond 1680 liet bouwen, want in de ronde voorzijde is de vorm van een scheepssteven te herkennen. Niet voor niets dat de gracht tot aan het huis reikt. Vanaf het dak, vormgegeven als een scheepsdek, kon Tromp als een kapitein op het droge in de verte de scheepsmasten op de Zuiderzee zien.

Sprekend Trompenburgh-detail.

Helder en schoon is het grachtwater, en dat geldt ook voor de ’s-Gravelandse Vaart – hier welt kristalhelder water op afkomstig van de hoger gelegen heuvels van het Gooi. Geen wonder dat wasserijen zich hier vestigden, vooral als je bedenkt dat de buitenplaatsen goede klanten waren, maar dat ook Amsterdam via waterwegen uitstekend bereikbaar was. Zo’n 500 meter voorbij Trompenburgh fiets je langs de fraaie gevel van de Stoomwasscherij en Glansstrijkinrichting Gooi- en Eemland.

De achterkant van een van de buitenplaatsen.

5 Wildwissel
Dat de wildwissel een verbinding is over drukke verkeers- en spoorwegen is, merk je nauwelijks.

6 Heide
Schotse Hooglanders spelen een belangrijke rol in het beheer van de heide. Zij vreten overheersende planten en struiken weg en dragen bij aan schrale omstandigheden, ideaal voor kruiden en mossen.

De zandverstuiving bij het Bluk.

7 Zandverstuiving
Vlak naast het fietspad liggen zandverstuivingen; in het verleden waren ze de schrik van boeren, want ontstaan door overbegrazing en overmatig plaggensteken bedreigden ze akkers met overstuiving en krompen ze het areaal van bruikbare woeste gronden. Hoe anders nu. Ze worden weer actief gemaakt door bomen en bedekkende vegetatie te verwijderen, zodat de wind vrij spel heeft en bijzondere zandflora en -fauna meer kansen krijgt.