Lopikerwaard in de winter

Twee jaar geleden beschreef ik hoe je via wandelnetwerk Het Groene Hart  in de Lopikerwaard rond dorpen als Polsbroek en Benschop weidse dagwandelingen kunt maken over onverharde kades en weilandpaden – terug naar de Middeleeuwen en de weidevogels van nu. Toen was het zomer, nu is het winter en op een mooie, heldere dag zijn er weinig landschappen te bedenken, waar je zo open in de winterse zon kunt wandelen. Daarom deze remake, met hetzelfde landschap als toen, maar met winterse foto’s.
De route start bij natuurgebied Willeskop, maar laat dat ‘rechts’ liggen en gaat linksaf een graskade op, aan twee kanten begeleid door een watergang. Na zo’n 2 km ga je een bruggetje over en blijft er alleen maar eindeloze weidsheid over op het nauwelijks zichtbare paadje door het weiland.

Graskade door water omgeven.
Na het bruggetje de openheid op het weidepad.

Hier, in het hart van het Groene Hart, is het landschap in hoekige en regelmatige vlakken verdeeld, in noord-zuid richting van elkaar gescheiden door de rechte lijnen van sloten en van oost naar west door een lint van boerderijen of bomen in de verte. In zijn ontwikkeling naar de abstractie van vlakken en lijnen kun je je inbeelden dat Mondriaan zich heeft laten inspireren door dit strak vormgegeven, man made landschap, dat al sinds de tweede helft van de 11e eeuw deel uitmaakt van het West-Nederlandse collectieve geheugen. Na de bedijking van de Lek werd het veengebied voorbij de rivier systematisch ontgonnen in kavels van 1250 meter lang en 110 meter breed. Daarbij werd de bochtige loop van de rivier als uitgangspunt genomen, waardoor de landinwaarts gelegen kades niet volledig strak zijn, maar meebuigen met de meanders van de rivier.

Boerderijenlint in Polsbroek, geflankeerd door rood kroos.

Tussen de kavelblokken kwamen in een lang lint de boerderijen te liggen – daar gingen de kolonisten wonen die hun land mochten bewerken tegen het afstaan van 10% van de opbrengst aan de ‘copers’, die van de Bisschop van Utrecht de concessie tot ontginning hadden gekregen. Zij komen terug in de naamgeving: je wandelt hier door het copelandschap. Bijzonder: na bijna 1000 jaar is de structuur van dit landschap nog tot in detail te beleven – hier maak je werkelijk een stap in de richting van de Middeleeuwen.

Eindeloos
Regelmaat is troef: telkens wandel je 1250 meter van de ene naar de andere kade door grasland; kijk je onderweg naar oost of west dan is het uitzicht eindeloos, want nergens ligt er een kade of dorp in de zichtlijn – niets dan grasland. Na Polsbroek is er een schelpenpaadje, het Kerkepad, en ja, je loopt in de richting van een kerktoren, het is de spits van het godshuis in Cabauw. Katholieke Polsbroekenaren hadden na de Reformatie geen eigen kerk meer, maar via dit paadje konden ze toch de zondagse mis bijwonen.
De veenweiden zijn een belangrijk veeteeltgebied, maar daarvan merk je niets in de winter. Alle dieren staan op stal, de rust en ruimte zijn er compleet.

Op het Kerkepad naar de Cabauwse kerk.
Fuut.
Achterkade tussen knooppunten 35 en 34.

De vogelmagneet
Opnieuw is er een prachtige achterkade, een smal pad met links en rechts doorkijkjes langs de elzen over het open weidegebied, en dan nog twee keer de weiden in met hun vaste maten: eerst 1250 meter tot het boerderijenlint van Polsbroekerdam en dan tot de volgende achterkade. Waar de winterrust in het weidegebied bijna compleet is, is in natuurgebied Willeskop alles  anders, want een kakafonie van vogelgeluiden stijgt op: gesnater, gegak en gekrijs van eenden, ganzen en meerkoeten.

Boven de uitkijktoren, onder het zicht op de de vogelmagneet.

Het natuurgebied bestaat uit ondiepe plassen en bleek sinds de opening in 2002 een eldorado voor vogels; Staatsbosbeheer noemt het dan ook een vogelmagneet, met in het voor- of najaar de weidevogels in de meerderheid.
Bij de vogelmagneet staat een uitkijktoren, een niet te missen hoogtepunt, want je kijkt uit over de plassen vol vogels – levendig en vol lawaai -, met aan de andere kant de rust en ruimte van de veenweiden.

Wandelnetwerk Groene Hart
Deze route is gemaakt met behulp van het wandelnetwerk Groene Hart.  Je kunt er je eigen routes uitzetten, opslaan (ook als GPS-bestand) en printen.
De beschreven route begint bij knooppunt 70 (waar ook een Parkeerplaats is) en gaat verder via 79-59-36-35-34-42-38-45-69-70; een route van 12 km.
Uitbreiding met 3,8 km tot 15,8 km: bij knooppunt 69 rechtsaf en via 68 en 73 terug naar 69.
Lange variant van 18 km via knooppunten 27 en 24: 70-79-59-27-24-35-34-42-38-45-69-70.
Er zijn beperkingen: in het broedseizoen zijn niet alle paden toegankelijk. Zie daarvoor de website.
Honden: Tussen knooppunt 59 en 36 niet toegestaan.
Parkeren: aan de Damweg, Polsbroek bij knooppunt 70, of bij knooppunt 45 (Benedeneinde Noordzijde 408 in Benschop).
Openbaar Vervoer: maandag t/m zaterdag buurtbus lijn 505 vanaf station Woerden, of Streekbus 106 vanaf station Gouda naar bushalte De Kwakel in Polsbroek (daar begin je op knooppunt 36, het Kerkepad naar Cabauw, richting knooppunt 35). Op zondag geen busvervoer. Informatie op ov9292 of ns.nl.
Horeca: geen
Voor een print van kaart en praktische informatie: volg de link.thumbnail of Lopikerwaard in de winter, praktisch

De vogelmagneet.
Strak copeland: 1250 meter tot de volgende kade.

De Lopikerwaard

Via het wandelnetwerk Het Groene Hart kun je in de Lopikerwaard rond dorpen als Polsbroek en Benschop weidse dagwandelingen maken over onverharde kades en weilandpaden – terug naar de Middeleeuwen en de weidevogels van nu.

Na de beboste kade – een smalle vergraste zandweg die aan twee kanten begeleid werd door een watergang – blijft er alleen maar eindeloze weidsheid over op het nauwelijks zichtbare paadje door het weiland.

Kade langs de Benschoppermolenvliet
Hazenpad door de polder

Hier, in het hart van het Groene Hart, is het landschap in hoekige en regelmatige vlakken verdeeld, in noord-zuid richting van elkaar gescheiden door de rechte lijnen van sloten en van oost naar west door een lint van boerderijen of bomen in de verte. In zijn ontwikkeling naar de abstractie van vlakken en lijnen kun je je inbeelden dat Mondriaan zich heeft laten inspireren door dit strak vormgegeven, man made landschap, dat al sinds de tweede helft van de 11e eeuw deel uitmaakt van het West-Nederlandse collectieve geheugen. Na de bedijking van de Lek werd het veengebied voorbij de rivier systematisch ontgonnen in kavels van 1250 meter lang en 110 meter breed. Daarbij werd de bochtige loop van de rivier als uitgangspunt genomen, waardoor de landinwaarts gelegen kades niet volledig strak zijn, maar meebuigen met de meanders van de rivier.

Polsbroekerdam, van oorsprong ontginningskade

Tussen de kavelblokken kwamen in een lang lint de boerderijen te liggen – daar gingen de kolonisten wonen die hun land mochten bewerken tegen het afstaan van 10% van de opbrengst aan de ‘copers’, die van de Bisschop van Utrecht de concessie tot ontginning hadden gekregen. Zij komen terug in de naamgeving: je wandelt hier door het copelandschap. Bijzonder: na bijna 1000 jaar is de structuur van dit landschap nog tot in detail te beleven – hier maak je werkelijk een stap in de richting van de Middeleeuwen.

Hazen en koeien
Regelmaat is troef: telkens wandel je 1250 meter van de ene naar de andere kade door grasland; kijk je onderweg naar oost of west dan is het uitzicht eindeloos, want nergens ligt er een kade of dorp in de zichtlijn. Niets dan grasland en toch heeft elke weide zijn eigen specificaties. De eerste doorsteek heeft alles van een hazenpad, want links en rechts rennen de langoren weg. Eentje staat er op z’n achterpoten, de omgeving scannend, neemt mij waar en kiest het (juist, ja). Na Polsbroek is er een schelpenpaadje, het Kerkepad, en ja, je loopt in de richting van een kerktoren, het is de spits van het godshuis in Cabauw. Katholieke Polsbroekenaren hadden na de Reformatie geen eigen kerk meer, maar via dit paadje konden ze toch de zondagse mis bijwonen.

De Zuidzijdse Kade

De veenweiden zijn een belangrijk veeteeltgebied. En dat blijkt meteen aan het begin van de route, als ik word verwelkomd door een stoet koeien die vers gemolken weer naar de weide mogen. De een slingert dromerig, onvast op de poten, een tweede komt enthousiast aangerend: ‘Ha fijn, weer weidedag.’ Dat geldt zeker niet voor alle koeien, want veel weilanden zijn leeg en langs de boerderijlinten zie je de oorzaken – nieuwe, grote, open stallen, waar de koeien dag en nacht verblijven. En die draaien die stap naar de Middeleeuwen weer terug naar nu – oh ja, dit is wel landbouw in de 21e eeuw.

De vogelmagneet
Opnieuw is er een prachtige achterkade, een smal pad met links en rechts doorkijkjes langs de elzen over het open weidegebied, en dan nog twee keer de weiden in met hun vaste maten: eerst 1250 meter tot het boerderijenlint van Polsbroekerdam en dan tot de volgende achterkade. En daar is alles ineens anders, want een kakafonie van vogelgeluiden stijgt op (gesnater, gegak en de hoge pieeuuw van weidevogels) en ik zie lepelaars, kieviten, meeuwen, eenden, meerkoeten, futen, maar vooral veel ganzen. ‘Ja, nu, in de zomer, zijn er zo veel ganzen, dat ze agrariërs te veel overlast bezorgen’, vertelt Luuk Oevermans van Staatsbosbeheer, ‘Om de aantallen te beheersen prikken we eieren door en ook zijn er nu opvangacties mogelijk, waarbij ganzen worden gevangen en vergast.’

De vogelmagneet

Dit natuurontwikkelingsgebied, Willeskop, bestaat uit ondiepe plassen en bleek sinds de opening in 2002 een eldorado voor vogels; Staatsbosbeheer noemt het dan ook een vogelmagneet. ‘Kom je hier in voor- of najaar, dan zijn de weidevogels in de meerderheid. Vooral voor steltlopers als de grutto is dit een belangrijk rustgebied, een tussenstop tussen hun broed- en overwinteringsgebieden. De Lopikerwaard is door zijn openheid heel geschikt als broedgebied, maar intensieve agrarische bedrijfsvoering staat dat vaak in de weg. Vele weidevogels trekken daarom door naar de Friese weiden.’
Bij de vogelmagneet staat een uitkijktoren, een niet te missen hoogtepunt, want je kijkt uit over de plassen vol vogels – levendig en vol lawaai -, met aan de andere kant de rust en ruimte van de veenweiden. Zie hoe in de verte een sliert koeien zich door zonbeschenen weiland graast. Holland op z’n mooist. Een laatste kade, links het land, rechts de plas, brengt je terug – uren gewandeld over onverharde paden in onmetelijk laagland.

Wandelnetwerk Groene Hart
Het wandelnetwerk Groene Hart ligt in het westen van de provincie Utrecht en heeft een lengte van 600 km.  Je kunt er je eigen routes uitzetten, opslaan (ook als GPS-bestand) en printen. Je ziet of de routes toegankelijk zijn voor honden, of de paden verhard of onverhard zijn. Voor dit artikel richtte ik mij op de Lopikerwaard, waar je vrijwel 100% onverharde routes kunt uitzetten. De beschreven route begint bij knooppunt 70 (waar ook een Parkeerplaats is) en gaat verder via 79-59-36-35-34-42-38-45-69; een route van 12 km. Deze route is naar alle kanten uit te breiden, een van de langste varianten biedt een rondwandeling van 24 km, geheel onverhard! Er is een beperking: in het broedseizoen zijn niet alle paden toegankelijk.

Dit verhaal verscheen in 2016 in wandelkrant Te Voet.

groene-hart-wandeling