Rechte lijn, Kromme Rijn

De Laan van Leeuwenburgh is een van de lange, rechte, meestal boomomzoomde lijnen in deze wandelroute over landgoederen aan weerszijden van de Langbroekerwetering. Maar het is niet alleen eindeloos rechtuit, daar zorgen de slingerbochten van de Kromme Rijn voor en: op de landgoederen zelf zijn er verassende ommetjes, waar de strakheid van de rechte lijn overgaat in romantische doorkijkjes op weitjes of een stoer kasteel.

Zicht op Cothen, met molen en katholieke kerk.
Cothen, brug over de Kromme Rijn, net voorbij de Brink.

Cothen
En dan het begin van de route in het centrum van het dorp Cothen: bijzonder, want waar ter wereld stuit je middenin de bebouwing op zo’n grote hoogstamboomgaard. Die ligt er al sinds het begin van de 19e eeuw en is hét kenmerk van het dorp, in combinatie met z’n brink en z’n paadje over de Kromme Rijn langs Rhijnestein, het eerste landgoed (van oorsprong 13e eeuw) van deze route.
Cothen is ontstaan op een stroomrug van de Kromme Rijn, dat is een kleine verhoging in het landschap, ontstaan bij rivieroverstromingen waarbij dichtbij de bedding zand bezonk dat langzaam maar zeker voor wat ophoging zorgde. Dat merk je (een beetje) als je naar de Brink loopt. En daar staat de toffe peer, een bronzen peer, omdat er zoveel ‘toffe peren’ in Cothen wonen, maar ook ter ere van de fruitteelt, want dat rivierzand vermengd met klei geeft optimale omstandigheden voor appels, peren en kersen.

Natuurvriendelijke oevers langs de Kromme Rijn.

Kromme Rijn
Vriendelijk meandert de Kromme Rijn langs Cothen, voorzien van natuurvriendelijke oevers. Het is een getemde rivier, al sinds 1122, toen een dam bij Wijk bij Duurstede het water van de Rijn een andere kant opstuurde (de huidige Lek, die zuidelijker ligt).
Die afdamming maakte ontginning van omliggende gronden mogelijk, want nu overstroomde de rivier niet meer het land, sterker, nu kon water worden afgevoerd, het moeras drooggelegd en veranderd in landbouwgronden. Voor die afwatering werd ten noorden van de Kromme Rijn de kaarsrechte Langbroekerwetering gegraven, dwars daarop strekken zich sloten op regelmatige afstand van elkaar, en op de percelen ertussen kwamen boerderijen. En die groeiden vervolgens voor een deel uit tot kleine kastelen voorzien van verdedigingstorens, omgeven door veel eigen land, gekenmerkt door lange, rechte lanen als de hoofdassen. De eerste woontoren die je passeert is Weerdesteyn, van oorsprong waarschijnlijk uit 1300. Rond de toren wandel je over een graspad, een mooi ommetje dat je even van de rechte lijn doet afdwalen.

De toren van Weerdesteyn.
Weiland op Weerdesteyn.

Woontorens en landgoederen
Het landschap langs de Langbroekerwetering met zijn rechte lijnen van wegen, sloten en paden stamt uit de 12e eeuw; ook de laatste honderd jaar is er niet veel veranderd – dat laten de twee kaarten zien.
Met de topografische kaart van een eeuw geleden zou je de route kunnen lopen, al weet je dan niet dat er over de Kromme Rijn (4) een voetgangersbrug ligt (hoewel die op de nieuwe kaart ook nauwelijks is te zien), met een voetpad langs de oever.

Boven 1920, onder 2020; bron: Kadaster

Hier en daar zijn de veranderingen forser, bijvoorbeeld aan weerszijden van Strijp (1) door schaalvergroting in de landbouw: links en rechts van de weg lagen fruitboompercelen (herkenbaar aan de puntjes) gecombineerd met akkers (wit), weiden (vaalgroen) en bos (donkergroen); alles is veranderd in een groot weiland, zonder de sloten (de zwarte lijntjes in 1920) die vroeger de percelen scheidden.
Verderop is er een drukke verkeersweg (3) bijgekomen en Moersbergen kreeg een waterpartij (2). Voor het overige blijft een oud, goed bewaard cultuurlandschap met veel particulier eigendom, slechts mondjesmaat toegankelijk; voor wandelaars staat de deur op een kier, maar van uitbundige gastvrijheid is geen sprake. Nergens in Nederland lijkt de dichtheid van bordjes Verboden Toegang hoger.

Twee gezichten van Leeuwenburgh, boven de rechte laan, onder een romantisch weitje.

Rechte lanen, lome bochten
Na Moersbergen (uit de 15e eeuw), van een afstandje te zien, kom je op Leeuwenburgh (17e eeuw). Prachtige laan, maar ook hier weer een mooie afwijking van de rechte lijn door een oud loofbos langs verscholen weilandjes. Je komt (voor de tweede keer) uit op de kaarsrechte Langbroekerwetering, om vervolgens weer de loodrechte laan van Hardenbroek (13e eeuw) in te slaan, die na enkele honderden meters nog een fraaie slinger in petto heeft.

Hardenbroek.

Open en bloot en voorzien van lome bochten slingert het pad langs de Kromme Rijn terug naar Cothen. Onderweg nog een keer de blik op een licht oplopende stroomrug, een zandige oeverwal ontstaan in de tijd dat de rivier nog niet door de dam bij Wijk bij Duurstede geblokt werd.

ROUTE-INFORMATIE
START EN FINISH Aan de voet van de molen in Cothen op het Molenplein.
LENGTE
 15,5 km
VERHARD/ONVERHARD Grotendeels onverhard of halverhard (85%).
HORECA
 In Cothen.
PICKNICK Zie de bankjes op de kaart; de mooiste is voorbij Moersbergen.
PARKEREN Bij binnenrijden Cothen na brug RA Kerkweg en direct LA Zuster Wiekarthof.
BUS lijn 41 vanuit Utrecht CS; halte Cothen; Dorpsstraat in en vanaf Molenplein de route volgen.
GPS De route staat op Afstandmeten.nl. Klik daar op ‘Export’ voor het GPS-bestand.
PDF Klik op de afbeelding voor een print van routekaart en – beschrijving.

thumbnail of RECHTE LIJN, KROMME RIJN

ROUTEBESCHRIJVING
RA Rechtsaf; LA Linksaf; RD Rechtdoor; K wandelknooppunt
A Start Molenplein
RA Dorpsstraat, direct links Ambachtspad. Eerste weg RA In de Bogerd. Dan LA (Dorpsstraat) en weer LA (De Brink).
RA en direct LA (Rhijnestein); brug over de Kromme Rijn. LA Beukenlaan (volg de wandelpijlen).
Einde pad weg oversteken en LA over voetpad, over brug Kromme Rijn en RA Kerkweg. Na ruim 300 m (bij de scherpe bocht naar links) RA voetpad op (volg de wandelpijlen) en over Kromme Rijn. LA Graaf van Lynden van Sandenburgweg.

B Bij K50 RA richting K49 via oversteek drukke verkeersweg. Kleidijk in. Na bocht naar links RA onverharde laan in (Weerdensteynselaan).
Na ongeveer 800 meter bij weiland LA naar Weerdensteyn. Volg bij het kasteel het graspad dat schuin links gaat. Na bruggetje direct RA over graspad, achterlangs Weerdensteyn.
Volg het pad via twee plankbruggetjes en een drieplanksbruggetje. Ten slotte via eenplanksbrug LA, de laan in.

C Einde laan LA (Langbroekerwetering). Na ruim 150 m bij K48 RA Strijp (onverharde weg).
RA Gooyerdijk (bij K47). LA Pittesteeg (bij K46).

D Voorbij boerderij en bosje LA langs weide en door bos. Op verharde weg LA.
Direct RA (onverharde weg langs rand akker).
Einde pad (bij K35) verharde weg oversteken en de Leeuwenburgerlaan in.
Na weiland LA en via vlonder bospad in.
Einde pad op T-splitsing RA.
Na weiland rechts aanhouden en op de hoofdlaan LA.
Op verharde weg (Langbroekerwetering) RA en na 350 m LA (bij K14), Hardenbroek in over een halfverharde bomenlaan.

E Verderop via gebogen laan met kastanjes. Voor Kasteel Hardenbroek LA en door poortje. Drukke weg oversteken en RA over parallelweg.
LA brug over Kromme Rijn. Direct LA voetpad langs de rivier (Ossenwaardpad).
Na weer een brug LA, richting K17, voetpad langs de rivier.

 F Op verharde weg LA. Na huisnummer 2D LA (Kersenpaadje).
Einde pad rechts aanhouden over verharde weg (Rijnweide, later Mgr Le Blancstraat).
Voor kerk RA Rozenplantsoen. Op rotonde eerste afslag LA, Zuster Wiekarthof. Einde hof LA naar Molenplein.

Langs de Gooyerdijk; verrassende kronkels in het weiland.
De molen van Cothen, begin- en eindpunt.

Wil je op de hoogte blijven van nieuwe wandel- of fietsroutes? Abonneer je dan op mijn Nieuwsbrief.

Deze website is ontwikkeld door Walter ten Brinke.

Stiewelpaden in Twekkelo

Je kunt de koeien bijna aanraken, zo dicht gaat het smalle paadje langs de goedmoedige beesten, die collectief hun nieuwsgierige koppen naar de wandelaar keren. Hier ben je in het hart van Twekkelo, een kleinschalig landschap van akkers, weiden en boerderijen gescheiden door houtwallen. Inwoners van Twekkelo zagen hoe hun buurtschap steeds meer in de verdrukking kwam door het oprukkende Hengelo en Enschede. Ze vonden dat die stedelingen meer de schoonheid van hun fragiele woongebied moesten kunnen ervaren. Want wie weet wat het waard is, wil eerder moeite doen het te beschermen. Dus stelden verschillende grondeigenaren randen van hun weiden en akkers beschikbaar voor voetpaden; en daar wandel je nu al vele jaren over smalle ‘stiewelpaden’ (stiewel is Twents voor laars), die als fijne aderen tot in de kern van Twekkelo doordingen. Inmiddels zijn de paden opgenomen in het wandelnetwerk Twente.

Stiewelpad langs weiderand.

Twekkelo
Hoe dichtbij Enschede ligt, ervaar je bij de start, want via station Enschede Kennispark heb je toegang tot grootschalig stedelijk vermaak met het stadion van FC Twente 1, een ijsbaan, een megabios, een gigaspeeltuin en meer. Maar direct na het Twentekanaal 2 kijk je uit over het kleinschalige landschap van Twekkelo – een mozaïek van weilanden en houtwallen zet de toon, parmantig steekt een oude zoutboortoren boven boomkruinen uit; een roodgedakte boerderij ligt verscholen in het groen. Naar links en hup, je wandelt over de Twekkelose priegelpaadjes langs weilanden, akkers en bosranden.

Harmonie in Twekkelo: kippen, kalkoenen en lammeren op een kluitje.

Het lijkt kleinschalig, haast kneuterig met al dat pluimvee, maar vergis je niet. Hier wandel je ook in een modern landschap, zoals blijkt uit de veeteelt met soms grote stallen, en uit de maisakkers – veevoer voor de koeien; nu de herfst nadert schieten de stengels zo hoog op dat uitzichten beperkt worden. Geen landschapsmuseum dus, maar wel is het verleden goed herkenbaar als je de kaart van nu met die van een eeuw eerder vergelijkt.

De kaart boven: Twekkelo in 1919; onder een eeuw later. Bron: Kadaster.

Een eeuw op de kaart
Op beide kaartfragmenten ligt Twekkelo centraal. Op die van 1919 vind je de boerderijen als rode stipjes. Akkers lagen op de hoger gelegen essen – de schrapjes, kleine streepjes, verbeelden de hogere ligging. Langs beekjes lagen weilanden. Volg de groene weitjes van de School via de Lutje Esch naar Mensinkhoek en je gaat in vogelvlucht langs de bedding van de Schoolbeek. Iets zuidelijker ligt de Elsbeek (1919), honderd jaar later de Strootbeek. Opmerkelijk is het grote aantal groene lijntjes, dat zijn de houtwallen die akkers en weitjes omheinden, zij zijn het raamwerk, waaruit het intieme Twekkelose coulissenlandschap oprijst. Veel van die walletjes zijn door de schaalvergroting in de landbouw gesneuveld, maar genoeg zijn er overgebleven om ook nu nog de beschutting te ervaren van een fijnmazig landschap.
Vroeger waaierde Twekkelo uit over de omringende woeste gronden vol heide en vennetjes (zoals het Twekkelerveld), nu zijn de grenzen scherp getrokken: het Twentekanaal (sinds 1932), bedrijventerreinen van Enschede en Hengelo, de vuilstort en vuilverbranding en de A35, alle zijn het vormen van stedelijk grondgebruik, die Twekkelo insnoeren en de adem dreigen te benemen. Gelukkig zijn er die kleine stiewelpaadjes, nieuwe adertjes, die het hart van dit eeuwenoude landschap verse zuurstof brengen.

Stiewelpad over gras.
Op ’t Oorbeck, al in 1338 beschreven.

Oorbeck en Stroot
Want oud is het, neem Op ’t Oorbeck 3, dat al in 1338 wordt vermeld. Nu is er op zomerse zondagen een aangename theetuin en lopen in de weilanden Lakenvelders van een bioboer uit de omgeving. Dan verandert het karakter, langs de onverharde Zwartevennenweg maakt landbouw plaats voor een gevarieerd bos, met langs de randen ontelbare rododendrons. Dit is landgoed ’t Stroot 4, zicht op het huis blijft beperkt tot een glimp van de achterkant van het huis. Het landgoed, in 1819 gesticht en later door textielfabrikant Gerrit Jan van Heek overgenomen en uitgebreid, is nu eigendom van zijn achterkleinkinderen. In Twente zijn veel landgoederen als ’t Stroot, ontwikkeld door rijke (textiel)fabrikanten uit de Twentse steden.

Landgoed ’t Stroot.
Oude zoutboortoren.

Zout
Voorbij ’t Stroot kun je de stadsrand van Enschede, inclusief enkele grote boerderijen, bijna aanraken, maar al gauw trekt de route zich weer terug in kleinschaligheid, en volgen zandpaden en stiewelpaadjes op de rand van bos en weiland. Bij deze romantische wandelwegen past de oude zwartgeteerde zoutboortoren 5 – vanaf 1918 verschenen ze in het landschap, toen de zoutwinning begon (op zo’n vier- tot vijfhonderd meter diepte liggen dikke zoutlagen, zo’n 260 miljoen jaar oud). De hoge boortorens zijn al lang vervangen door kleine zouthuisjes, steevast voorzien van twee leidingen: door de ene gaat water richting zoutbekken, dat lost het zout op, via de andere komt het opgeloste zoutwater weer naar boven en dan gaat het via pijpleidingen naar de zoutfabriek 6 aan het Twentekanaal (linksboven op de kaart). In het transport van het zout naar afnemers speelt het Twentekanaal een grote rol; de grote zouthal ligt aan het kanaal, te zien vanaf de sluis.

Zouthuisjes verstopt in de bosrand.
De sluis in het Twentekanaal.

Kristalbad
In het laatste stuk kom je langs het Kristalbad 7, waar gezuiverd, maar vrij levenloos Enschedees rioolwater een extra zuurstofshot krijgt; dat gebeurt aan het eind, in de rietvelden, opgepept stroomt het water verder. Tegelijk is het een grote wateropvang om uit Enschede afstromende neerslag tijdelijk op te slaan en zo te voorkomen dat Hengelo bij zware buien onderloopt. Ga zeker de uitkijktoren op voor een fraai zicht over het retentiebekken. Dan zie je ook hoe veel vogels bezit hebben genomen van de plassen, die zijn aangelegd in de bedding van een beek waar in de hoogtijdagen van de Enschedese textielindustrie louter zwart, dood water stroomde, een open riool vol verfrijk afvalwater. Na de teloorgang van de textiel en door de bouw van waterzuiveringen begon een opwaartse lijn eindigend bij de totstandkoming van het Kristalbad. Nu vormen het Kristalbad en Twekkelo – de een nog maar tien jaar jong, de ander eeuwenoud – samen een groene buffer tegen de stedelijke druk van Hengelo en Enschede; mede dankzij de groene adertjes van de stiewelpaden zouden ze die druk nog lange tijd moeten kunnen weerstaan.

De uitkijktoren in het Kristalbad.
Uitzicht over het Kristalbad; aan de horizon het stadion van FC Twente.

ROUTE-INFORMATIE
START- EN EINDPUNT: station Enschede Kennispark
AUTO: parkeerplaats tegenover Johanneskerk, Twekkelerweg 110, Enschede (bij W36).
LENGTE: 15,7 km
HORECA: theetuin Op ’t Oorbeck (op zondagen van april tot oktober; ook Bed&Breakfast; Camping De Zwaaikom (april t/m half sep).
Op de kaart staan bankjes en picknickbanken (zie de B).
VERHARD/ONVERHARD: 75% onverhard.

Wandelknooppunt met richtingpijlen.

DE ROUTE volgt de knooppunten van het wandelnetwerk Twente (op de kaart aangeduid met de letters W en V). Bij elk knooppunt is vermeld welke kleur pijl je in welke richting moet volgen. Waar routepaaltjes wat minder opvallen is voor de zekerheid in de routebeschrijving extra informatie toegevoegd, maar in principe wijzen de routepaaltjes met hun nummer en pijlen de weg.
De route vind je op op de site van het routenetwerk Twente.  Je kunt de route ook zelf maken/aanpassen via de routeplanner.
Voor een print van routekaart en beschrijving:

thumbnail of STIEWELPADEN IN TWEKKELO_ROUTE

ROUTEBESCHRIJVING
RD = rechtdoor; RA = rechtsaf; LA = linksaf.

Ga tegenover het stadion van FC Twente RA over het fietspad langs het spoor. Volg de gele routepijlen. Neem de linkerkant van de fietssnelweg, zodat je fietsers op tijd ziet aankomen.
W01, RD, gele pijl.
W43 LA (geel).
W90 RD (geel) (brug over Twentekanaal).
W24 LA (geel).
W42 RA (over op groene route; via bruggetje door weiland; straat oversteken en paadje langs weide; na ruim 10 minuten kom je bij W31).
W31 LA (groen).
W33 RA (over op geel).
W34 RD (geel) (Hamersweg, LA Gerinkhoekweg, RA Zwartevennenweg).
W38 RD (geel).
W39 LA (geel).
W46 RD (geel).
W63 RD (geel) en dan na 80 meter:
W25 RA (over op blauw).
V47, op verharde weg, LA (groen) (Hellerweg).

Jonge Lakenvelders.

W14 RA (groen) en direct
W36 LA (groen), pad door (maïs)akkers. Na zouthuisje LA bospad in. Na einde pad direct scherp RA, paadje langs weiland.
W37 RD (groen).
W33 RA (groen).
W31 LA (over op geel).
W23 RA (geel) en langs boortoren.
W44 LA (geel) (langs Twentekanaal; op verharde weg RA en langs sluis. RA en dan direct rechts aanhouden voor pad langs watergang.
V42 RA (over op groen).
V56 LA (over op blauw).
V49 RA (blauw).
W43 RD (over op geel) (ga links lopen, zodat je het fietsverkeer ziet aankomen).
W01 RD naar station.

Uitbreiding route met 2,7 km via paarse route: Bij W34 RA en dan via W45, W49 (over de flanken van de heringerichte vuilstort) en W60 naar W38.

Veevoer mais schiet hoog op.

Van Kromme Rijn tot Heuvelrug

Sloom slingert de Kromme Rijn in ruime bochten door het landschap, verleidelijk en vriendelijk – geen wonder dat ridders en jonkvrouwen aan de oevers wilden wonen. Al in de 13e eeuw kwam er een eerste versie van ridderhofstad Rhijnauwen tot stand en vanaf het jaagpad heb je een mooi zicht op het huidige gebouw uit de 18e eeuw. In deze route volg je het oeverpad tot voorbij Bunnik, maar ook waar de rivier zelf niet is te zien, is de invloed op het landschap onmiskenbaar. Soms is het kleiig en zompig, pas op het laatst krijg je droog zand onder je voeten.

Tram in Utrecht Science Park (links Casa Confetti, rechts de bibliotheek).

Het Utrecht Science Park
Voorheen bestond De Uithof (tegenwoordig het Utrecht Science Park 1) uit een verzameling betonnen kolossen, waar ’s avonds en in de weekenden een ijzige stilte heerste. Hoe is dat veranderd. Sinds 1988 kan er gewoond worden, en tegenwoordig hebben zo’n 3000 studenten er een kamer. Sterk wordt de sfeer bepaald door de bijzondere gebouwen die architecten van wereldfaam in opdracht van de Utrechtse universiteit ontwierpen. Kijk bijvoorbeeld op de hoofdader (de Heidelberglaan) waar de oude jaren zestigmammoet – het van Unnik gebouw, verpakt in groene doeken – een contrast vormt met de kleurtjes van de studentenwoningen in Casa Confetti. En dat vrolijke gebouw is weer tegengesteld aan de bibliotheek, die met zijn donkere panelen ernst en wetenschap uitstraalt. Op weg naar buiten blijkt het groene karakter van het wetenschapspark en daar aan de overkant van de weide ligt het tegeltjesfestijn Johanna, studentenhuisvesting vernoemd naar de polder waarin het USP ligt; tegeltjes die samen voorbijvlietende wolken verbeelden – geïnspireerd op het vluchtige verblijf van de bewoners, een paar jaar wonen ze er en dan vertrekken ze weer.

Tegeltjesspektakel Johanna.

Een langere adem heeft boerderij De Uithof 2, achter de kleurige gevel van het kinderdagverblijf is het gebouw met de wit-rode luiken te zien. Hier begon de universiteit aan zijn buitenstadse bestaan, want rond 1960 opende hier de proefboerderij van de faculteit Diergeneeskunde. En verleende de eerste vijftig jaar zijn naam aan het hele universiteitsterrein. Overigens, de naam Uithof ontstond al veel langer geleden – het was een buitenboerderij, gelegen in nieuw ontgonnen gronden, van het klooster Oostbroek.

Amelisweerd op een winterochtend.

Amelisweerd en Rhijnauwen
Met de rug naar de Uithof ben je ineens volledig buiten, aan de rand van de landgoederen Amelisweerd en Rhijnauwen 3, waar parkbossen in verschillende stijlen (romantische kronkelpaadjes in contrast met strakke lanen) afgewisseld worden door weilanden en doorkijkjes op de Kromme Rijn. De drie landhuizen komen alle in beeld, eerst het witte Nieuw-Amelisweerd, net voor je het bos ingaat. Door het slingerende parkbos kom je uit bij Huis Oud-Amelisweerd, nog even is een terugblik mogelijk op De Uithof, maar al gauw komen Kasteel Rhijnauwen en de Kromme Rijn 4 in beeld. In de bossen laat de rivier zich al gelden, want de eiken en beuken groeien er weelderig dankzij de vruchtbare klei die bij overstromingen bezonk. Dat de waterloop buiten zijn oevers trad is iets van voor 1122, toen door een dam bij Wijk bij Duurstede de doorgaande aanvoer vanaf de Rijn werd afgesloten. Daarom vind je geen dijken langs de Kromme Rijn, ze waren niet nodig, want de dam verderop hield hoog water tegen.

Jaagpad langs de Kromme Rijn.

Toch heeft het landschap alle kenmerken van het rivierenlandschap. In vervlogen tijden – denk aan duizenden jaren – ver voor dijken, dammen en gemalen zochten wisselende rivierlopen als veelkoppige slangen steeds nieuwe wegen door dit land en lieten zand, klei en zavel achter en boetseerden een palet van iets hoger gelegen oeverwallen en lagere komgronden. Die afwisseling van grondsoort en hoogte zorgde voor wisselend gebruik, zoals te zien is op de kaartfragmenten. Weilanden (a, groen) waar het laag en kleiig is, fruit (b) op zavel – zeg maar half klei, half zand –, akkers op droge oeverwallen ( c) en bosjes, vaak populieren en wilgen (d) waar het wat moerassig was. Het dorp Bunnik (e) lag op een hoger gelegen oeverwal, pal naast de rivier. En al is er in een eeuw veel veranderd, die afwisseling in grondgebruik is ook op kaart van 2019 nog goed te zien.

Bunnik, boven in 1920 en onder een eeuw later (bron: Kadaster).

Bunnik
De oorsprong van Bunnik, in het begin van de 10e eeuw voor het eerst vermeld, ligt niet ver van de brug over de Kromme Rijn. Daar lag het land wat hoger, opgehoogd bij overstromingen tot een oeverwal, zodat je er droge voeten kon houden. De kerk kwam er al in de 13e eeuw – de romaanse toren stamt uit die tijd, het koor is later vervangen; het wereldlijke bestuur resideerde in het pand ernaast. En wat hoort bij kerk en raadhuis? Precies, een kroeg, ’t Wapen van Bunnik, met in de zomer een ruim terras. Die oude kern heeft de sfeer van een klein, beschut dorp, en je vergeet dat er in de 20e eeuw, vooral na 1960, vele wijken omheen zijn gegroeid – vooral eengezinswoningen gekocht door inwoners van de stad Utrecht.

De oude dorpskern van Bunnik aan de Kromme Rijn.
De oude dorpskern van Bunnik aan de Kromme Rijn.
Blik op Blikkenburg.

Stichtse Lustwarande
Op landgoed Wulpenhorst 5 is de route in natte tijden ronduit zompig, ook hier drukte de rivier zijn stempel, maar naarmate je dichterbij het landhuis komt (nu in verbouwing tot luxe verzorgingshuis, opening voorzien eind 2020) vermindert de kleiigheid en eenmaal op het terrein van landgoed Blikkenburg 6 wandel je door tarweakkers vol veldbloemen met zicht op het witte landhuis. Het is ronduit verrassend hoe onverhard en groen je hier langs de stedelijke rand van Zeist scheert. Wulpenhorst en Blikkenburg zijn onderdeel van de Stichtse Lustwarande, een keten van buitenplaatsen langs de rand van de Utrechtse Heuvelrug, in het overgangsgebied van de hoge, droge zandgrond en het lage, vochtige rivierlandschap. Ontstaan aan het eind van de 18e eeuw toen rijke Hollandse stedelingen er voor weinig geld grond kochten en er landgoederen ontwikkelden, waar ze vaak ’s zomers verbleven.

Slot Zeist
Hoogtepunt van die Lustwarande is het strakke, classicistische Slot Zeist 7 uit de 17e eeuw, werkelijk een lusthof, omgeven door een Engelse landschapstuin en een gracht, waarin vele kunstwerken dobberen, en erlangs staan (onderdeel van de Zeister beeldenroute). Het karakter van de lusthof veranderde toen het in 1745 in handen kwam van de Amsterdamse koopman Schelinger die het voor een deel schonk aan de Hernhutters, een evangelische broedergemeente. De Hernhutters gingen wonen in de tuinen van het slot, en creëerden daar het Broeder- en Zusterplein 8, nog altijd wonen en werken ze daar. Vanaf de hoofdingang van het slot loop je er zo naar toe.

Tussen rivier en Heuvelrug
Voorbij Zeist ga je nog even terug naar de rand van zand en klei over het mooie pad langs de Blikkenburgervaart 9. Dit is een ‘nat’ landschap, met groene weiden, elzen, wilgen en een brede vaart – duidelijk een deel van het rivierenlandschap. Toch is de andere ‘wereld’ dichtbij – je ziet het al vanaf het pad: links liggen de land- en buitenhuizen, daar groeien de beuken en eiken die horen bij de zandgronden van de Utrechtse Heuvelrug.

Onverwachte wildernis.
De Breul.

Eenmaal de N224 overgestoken verdwijnt eventuele modderigheid in stevig zand met daarop landgoed De Breul 10 – buitenplaats in ‘Engelse’ stijl, te herkennen aan de rondingen van het huis als aan de zwierige paden van het park; een mooi slotakkoord van een rivierwandeling die met deze laatste twist op droge zandgrond eindigt.

ROUTE-INFORMATIE
De route volgt vrijwel geheel de routepaaltjes van het knooppuntennetwerk Utrecht/Kromme Rijn. De route staat op afstandmeten.nl. Via de knop ‘Export’ kun je een GPS-bestand downloaden.
Deze route is het vervolg op een eerdere knooppuntenroute van Hollandsche Rading naar de Uithof/Utrecht Science Park.
LENGTE 16 km (zie de gele kilometervlakjes op de kaart).
START- EN EINDPUNT Utrecht CS. Neem op Utrecht CS tramlijn 22 en stap uit op halte Heidelberglaan in het Utrecht Science Park (De Uithof). Neem in het weekend Bus 28 (want dan rijdt de tram niet).
Eindpunt is station Driebergen-Zeist, met vier keer per uur een trein terug naar Utrecht CS.
ZWAARTE Na langdurige regenval zijn sommige paden glibberig en zuigt de klei zich aan je schoenen vast.
VERHARD/ONVERHARD Je zou het zo vlakbij de stad niet verwachten, maar meer dan 80% is onverhard.
HORECA In Amelisweerd/Rhijnauwen De Veldkeuken bij Oud-Amelisweerd, het café van hostel Stay Okay Utrecht-Bunnik en (net buiten de route) Theehuis Rhijnauwen.
In Bunnik ’t Wapen van Bunnik.

’t Wapen van Bunnik.
Langs de Kromme Rijn.

Routebeschrijving
LA = linksaf; RA = rechtsaf; RD = rechtdoor
Vanaf de bus-tramhalte Heidelberglaan ongeveer 150 meter teruglopen en LA (Coïmbrapad) langs de universiteitsbibliotheek.
RD richting Bunnik over fietspad.
Einde fietspad Toulouselaan oversteken en direct daarna bij wandelknooppunt (K) 77 RA richting K76 over onverhard pad. Volg vanaf hier de knooppuntenpaaltjes (blauwe pijl op oranje ondergrond).
76 – 19 – 21 – 93 – 22 – 23 – 74 – 37 – 45.
Bij K45 (aan de rand van Bunnik) verlaat je even de knooppunten:
bij K45 RA, brug over (Dorpsstraat). RA langs ‘Witte Huisjes’ over Kerkpad.
Op Parkeerplaats LA en weer LA richting De Bilt (Dorpsstraat; op de hoek ’t Wapen van Bunnik) en bij K45 RA.
45 – 47 – 48 – 53 – 54 – richting 65
VERLAAT DE KNOOPPUNTEN op de plek waar de route uitkomt op de verharde weg. Ga LA en dan RA Filosofenlaantje.
Einde weg schuin oversteken en LA over voetpad langs water en langs Slot Zeist. 
Na 350 meter RA via voetbrug en verder langs de slotgracht.
(Ommetje: Op het voorplein van het slot LA – 200 meter – voor bezoek aan Broeder- en Zusterplein. Daarna terug.)
Na voorplein Slot Zeist RD over Zinzendorflaan.
Einde weg RA (terug op de knooppunten: van K64 naar K65).
64 – 65 – 66 – 67 – 68 – 21 – richting 69.
Volg de pijlen en neem het zandpad rond de vijver van De Breul. Het pad komt via een klaphek uit op een verharde weg. Daar RA en via verkeerslichten oversteken. Na 100 meter LA en over voetpad langs fietspad naar station.
In de printbare PDF vind je naast deze korte routebeschrijving ook een beschrijving met meer route-aanwijzingen.

thumbnail of 29 Uithof-NSZeist routebeschrijving

Blijf op de hoogte van nieuwe wandel- en fietsroutes en meld je aan voor mijn NIEUWSBRIEF.

Leilinde in Bunnik.

 

 

Zonnepark tussen de coulissen

Nederland moet over op zonne- en windenergie. Daarvoor is steeds meer grond nodig: windparken en akkers vol zonnepanelen. En die hebben geen best imago. Neem die zonneparken: rijen vol stalen frames waarin zwarte zonnepanelen zijn gehangen, niet bepaald moeders mooisten. Het kan anders, zoals in Solarpark De Kwekerij in Hengelo Gelderland 1, want daar wordt niet alleen groene stroom opgewekt, natuurontwikkeling is net zo belangrijk, te zien aan de vele soorten bloemen en planten, een bijenhotel en nestkasten. En er is ruimte voor recreatie: een picknickplek, een uitzichtheuvel en grassige wandelpaden langs bloemen en zonnepanelen. In juni bloeit het zoet geurende duizendblad massaal; de witte bloemen zorgen voor een mooi contrast met de 6978 donkere zonnepalen. Het geheel is verpakt in een meidoornhaag, die het hele terrein omvat en de zwarte panelen van buitenaf minder doet opvallen.

Zonnepanelen, duizendblad en een houtwal in de verte.

Een zonnepark als in Hengelo kost wel wat extra’s, want natuur- en recreatieontwikkeling krijg je niet voor niets. Toch, als de wil er is en je geeft creativiteit de ruimte, dan is zo’n saaie, industriële zonneakker in te richten als een park dat niet alleen groene energie levert, maar ook biodiversiteit en ruimte voor recreatie. Een win-win-win-situatie, zeker als een valk in glijvlucht zijn nestkast verlaat.

De coulissen van de Achterhoek: lanen en houtwallen.
Grote akkers ingebed in houtwallen en lanen.

Coulissen
Solarpark Hengelo laat zien dat het mogelijk is een energielandschap te ontwerpen, dat kan wedijveren met de omgeving. Het park ligt aan de rand van het Achterhoekse coulisselandschap, waar je wandelt langs lanen met weidse doorkijkjes, in de verte het rode pannendak van een boerderij en vooraan een enorme maisakker 2. Wat als er op die akker zonnepanelen zouden staan, omgeven door een meidoornhaag als bij het zonnepark. Zou het uitzicht dan minder zijn? Of juist mooier – niet alleen door de aankleding, maar ook vanwege de inhoud, want de zonnepanelen dragen bij aan een duurzame wereld, terwijl de meeste maisakkers zwaar bemest zijn en voedsel leveren voor de intensieve veehouderij.

Het landschap rond de route (de rode lijn) in 1911 en 2018. Bron: www.topotijdreis.nl.

Einde van het verfijnde?
Want ja, wat is er nog over van dat verfijnde, kleinschalige landschap? Een vergelijking van kaarten geeft een antwoord. Op de kaart van 1911 is de natuurlijke situatie herleidbaar: het landschap bestond uit iets hoger gelegen zandruggen, afgewisseld met laagtes, waar beekjes stroomden; boeren woonden er op de rand van hoog en laag. Op het hoge, droge zand lagen de essen, soms groot e, en in gebruik bij meerdere boeren, vaak ook klein a, en dan was er maar een boerderij. Wei- en hooilanden w lagen wat lager, en op heideveldjes h graasden schapen. Tussendoor lagen bossen b en werden akkers omsloten door houtwallen x. Een ruime eeuw later is de hoofdstructuur nog goed herkenbaar, al is er veel van het kleine, verfijnde verloren gegaan (zie de verdwenen houtwallen – x -, bosjes – b – en heidevelden – op de kaart van 2018).

Schaalvergroting en monocultuur; lelijk of valt het mee?

Schaalvergroting
Voor die veranderingen is de voortschrijdende schaalvergroting in de landbouw verantwoordelijk: grote, rechthoekige akkers zonder een omkadering van bomen en struiken zijn immers zoveel gemakkelijker te bewerken met machines. Gelukkig zijn er zoveel houtwallen, bomenlanen en bosjes overgebleven, dat de hoofdstructuur van het landschap herkenbaar is gebleven; bovendien zijn veel wegen en paden nog onverhard, waardoor het prettig wandelen is. Op de kaart zie je niet het veranderde bodemgebruik, want die ‘witte’ vlekken waren vroeger akkers waar veel verschillende gewassen werden verbouwd; nu zijn het bijna allemaal maisakkers, van variatie naar monocultuur.

Lanen en boerderijen op de Kieftskamp.
Landhuis De Kieftskamp.

De kleinschalige Kieftskamp
Veel grond was in bezit van stedelijke of adellijke grootgrondbezitters; zij verpachtten de akkers aan de boeren. De route komt door landgoed De Kieftskamp 3 en daar is in vergelijking met de kaartfragmenten meer fraais bewaard gebleven: prachtige lanen, besloten akkers. Het landgoed is nu in bezit van het Geldersch Landschap en die heeft als doel natuur en landschap te versterken en voert daarvoor een ecologisch beheer. Hier kun je ineens op een akker met tarwe of rogge stuiten.

De kleinschalige Kieftskamp.

Een opstapje
De Kieftskamp gaat na de Veengoot vloeiend over in de bossen rond Huis Vorden 4, een fraai gerestaureerd landhuis, ooit aangelegd met een complete slotgracht, want was van oorsprong (al in 1315 bewoond) een militair bolwerk, werd in de Tachtigjarige Oorlog verwoest, verloor zijn militaire functie en is in de 19eeeuw omgebouwd tot ‘burgerlijk’ landhuis, en kortgeleden met zorg gerestaureerd. Dat is een mooie overeenkomst: de zorg die spreekt uit de aandacht voor het eeuwenoude Huis Vorden zag je ook bij het Hengelose zonnepark van de toekomst. Toewijding en creativiteit: strooi ermee rond bij de restauratie van het oude en bij de ontwikkeling van het duurzame nieuwe – een opstapje naar een mooie, groene toekomst.

Huis Vorden.

ROUTE-INFORMATIE
START Veemarktstraat, Hengelo (Gelderland)
FINISH Station Vorden
LENGTE 11,5 km; met rondje Solarpark ongeveer 13 km
HORECA Onderweg bij camping Wiemelinkhof (zelfbediening, open van 1 april tot 1 oktober); aan het eind: Dorpsstraat Vorden.
BUS Twee keer per uur van station Vorden naar Hengelo (halte Banninkstraat); op zondag een keer per uur.
Vanaf de bushalte naar het startpunt van de route: Weg oversteken en Banninkstraat in. Einde weg RA Raadhuisstraat (ri Ruurlo). RD Veemarkstraat. Op de parkeerplaats begint de route.

ROUTE
Volg de paaltjes van het wandelnetwerk Achterhoek; ze gaan vaak gecombineerd met een kleuraanduiding van de pijlen en/of kleurmarkering.
RD = rechtdoor, RA = rechtsaf, LA = linksaf, ri = richting.
Vanaf de parkeerplaats aan de Veemarkstraat LA, ri kerk. Bij de kerk RD (volg de zwarte pijl; Kerkstraat), RA Raadhuisstraat, gaat over in Vordenseweg. Bij rotonde met de N316 RD Vordense weg/Hiddinkdijk.

(Voor het zonnepark: ga door het zelfsluitende klaphek; indien gesloten: ga RA Vordens Voetpad naar volgende klaphek. De hoofdingang ligt aan de westkant; volg daarvoor het hek en meidoornhaag, twee keer rechtsom.)

Vervolg route: W59 RD en volg de groene pijl. W60 LA (zwarte pijl). Na 100 m RA Lieferinksweg. Kruising Maalderinksweg RD. S10 RD (groene pijl); S81 LA (groene pijl).

S56 RA groene pijl; na de brug E45 RA langs De Veengoot. Op verharde weg RA en direct LA bij E41 (Het Bilderspad).
E17 LA (Bilderspad); E16 LA (Bilderspad); E40 RD (Bilderspad); E26 RA (wit-rood). Fietsknooppunt 89 LA (wit-rood). E64 RA Stationsweg.

ZELF PLANNEN? De route is gemaakt met de wandelknooppuntenplanner van wandelnet. Dit artikel is in een bewerkte vorm in wandelkrant TE VOET gepubliceerd.

PRINT VAN DE ROUTE

thumbnail of Routeprint

 

De Lochemse Berg

Langs de rand van de Lochemse Berg rollen de akkers naar beneden en stuiten op de villa’s van Lochem. In deze doorkijk ontbreekt het water, want Berkel en Twentekanaal zijn de andere elementen in deze tocht over het Achterhoekse wandelnetwerk. Met dat water begint deze route.

Bij het oversteken van het Twentekanaal 1 passeert een volgeladen containerschip, op de achtergrond rijzen reuzensilo’s, van waar veevoer, zaaigoed en kunstmest over Twente en de Achterhoek worden gedistribueerd; vrachtwagens rollen af en aan over de brug, prettig dat er een apart wandel-fietspad is. Het is een pittig begin van een route die binnen de kilometer naar een idylle omslaat, want dan wandel je over een graspad in een gebogen lijn langs de brede Berkel 2. In de vijver ernaast overstemt een kikkerkoor het verkeersgeluid, meerkoetjes en eenden spartelen in de rivier.

De Berkel
Ooit was de Berkel in gebruik als waterweg, nooit hemelbestormend, want het kostte veel moeite om de rivier die in Duitsland ontspringt, bevaarbaar te krijgen. Dat er voortdurend aan is gesleuteld had meer te maken met het verbeteren van de waterafvoer. Overstromingen moesten worden voorkomen, en de landbouw moest op droge gronden grootschalig kunnen groeien. Bochten werden rechtgetrokken, de bedding verdiept, steeds meer gelijkenis kreeg de rivier met een door mensenhanden gegraven kanaal. Dat klinkt niet aantrekkelijk, maar de werkelijkheid valt erg mee op het smalle pad dat meebuigt met de ruime bocht van de Berkel, en aan de andere kant weitjes en nu en dan een bosje.

De Cloese
Vanonder het bladerdek van het Berkelbegeleidende bos heb je een prachtzicht op de Cloese 3, kasteel met een romantische rijkdom van torens, trapgevel en speklagen volgens de symmetrische wetten van de neo-renaissance. Vele keren wisselde het kasteel van uiterlijk en eigenaar; na 1960 was er decennia een opleidingsschool van de politie gevestigd, nu zijn er appartementen in gebouwd, en in het park zijn vrijstaande villa’s verrezen. Die zijn een mooie aansluiting op de villatraditie van Lochem.

De Berg
Een zandweg leidt van de Berkel naar het bos en daar klimt het pad omhoog en bereikt de top van de Lochemse Berg, verscholen in het bos, verstoken van een uitzicht, tot er toch een doorkijk komt naar het lagergelegen land 4. Een boom staat prominent in de zichtlijn, om te benadrukken dat je hier niets anders ziet dan eindeloos groen, ver weg van de bewoonde wereld, zo lijkt het. Want op de flanken liggen boerderijtjes en villaatjes te midden van weitjes en tuinen, idyllisch land, waar je opnieuw de eindeloosheid vermoedt van niets dan natuur, terwijl de werkelijkheid beperkter is, want de Lochemse Berg is met zijn 49 meter maar een kleine, lage bult. Hij is ontstaan in de voorlaatste ijstijd, toen landijs vanuit noordoostelijke richting het huidige Berkeldal binnendrong en als een bulldozer de gronden voor zich opduwde.

Boerderijtje op de berg.

De klemmende beuk
Al snel daal je weer af, steil zelfs door een holle weg, waar een beuk 5 zich vastklampt aan de steile rand met ontblote wortels, weerloos lijken ze, maar hun klemkracht is groter dan je denkt, want breed uitgewaaierd houden de wortelarmen de boom al decennia op de been.
Niet veel verder wandel je op een zandweg met zicht op de heuvel waarover je zojuist ging. Vanaf de wat ingesleten weg kijk je uit over bollende akkers, met verschuivend beeld door wegbegeleidende eiken die de blik op het land steeds een nieuwe focus geven, coulisselandschap in topvorm. Aan de andere kant ligt Lochemse Berg, akkers liggen licht hellend aan de onderrand, daarboven de bossen tot de top.

Panorama vanaf de Lochemse Berg.

Opnieuw omhoog, maar via een andere weg; op de top 6 zijn sparren, eiken en beuken zo hoog gegroeid dat ze de ranke uitkijktoren als een van hun medebosbewoners hebben opgenomen en als panoramaplek hebben doen verdwijnen.

Villapark Berkeloord.
Villa Borneo in Lochem – de invloed van Nederlands-Indië.

Villastad Lochem
Bos- en akkerwegen leiden naar de rand van Lochem, waar villapark Berkeloord 7 een soepele overgang vormt tussen het buitengebied en de stad. Opvallend hoe de gegoede burgerij Lochem waardeerde, want wat verderop, aan de Nieuweweg 8 barst het ook al van de villa’s. Onder hen veel mensen die in Nederlands-Indië werkten en hun verlof doorbrachten in een pension, later gingen ze er ook wonen.

De kerk in de binnenstad van Lochem.
Wapens van burgemeester en regenten op het stadhuis.

Lochem zelf is al veel ouder, was een vestingstadje met in het centrum nog enkele 17e-eeuwse gebouwen, die zich vanaf de terrassen rond de kerk laten bekijken. Zo eindigt een wandeling waar de natuur minder eindeloos bleek dan op de Lochemse Berg leek, maar niet gewanhoopt, want de villawijken en het hart van Lochem zijn fraaie cultuuruitingen en helemaal mooi wordt het aan het slot als in die strakke Berkel een vispassage 9 blijkt gebouwd. Cultuur helpt natuur.

Vispassage in de Berkel.

ROUTE-INFORMATIE
START en FINISH Station Lochem (ook parkeerplaats)
LENGTE  15 km
HORECA Hotel Woodbrooke in Barchem, Hotel BonAparte Lochem, binnenstad Lochem.
TREIN Kijk op ns.nl voor treintijden
EIGEN VERVOER P bij station Lochem of bij Hotel BonAparte, Lochemseweg 37, 7244 RR Barchem.
ROUTE
Volg de paaltjes van het wandelnetwerk Achterhoek; ze gaan gecombineerd met een kleuraanduiding van de pijlen en/of kleurmarkering.
RD = rechtdoor, RA = rechtsaf, LA = linksaf, ri = richting.
De letters a t/m d vind je terug op de kaart. Het zijn plekken waar de routepalen niet helemaal vanzelf spreken.

Vanuit het station RA ri Centrum. Bij O89, RD, volg de rode pijl; O80 LA, rode pijl.
M87 RD en rode pijlen volgen. Langs de Berkel.

a Na de brug over de Berkel LA (geel-rode route); M57 RD (geel-rood);
M61 RD (volg vanaf hier de paarse route tot d); M51 RD; M19 LA.
b Na het doorkijkje in het bos LA; M23 RD; M44 RA; M74 RA; M70 RD; M37 RD.
c Om hotel Bon’aparte heen en bij bushalte Dollehoedsedijk weg oversteken; M52 RD; M17 RD;
d M35 RA en direct weer LA langs akker, via geel-rode markering. M61 LA (geel-rood); M57 RD (geel-rood); M54 LA en volg even later de rode pijlen. M82 RA; M81 RA.
M45 LA en vanaf nu geel-rode markering; M87 LA (geel-rood); M80 RA (geel-rood en naar station).

ZELF PLANNEN? De route is gemaakt met de wandelknooppuntenplanner van www.wandelnet.nl. Dit artikel verscheen ook in wandelkrant TE VOET.

PRINT VAN DE ROUTE
thumbnail of De Lochemse Berg_route_pdf

OV-fietsrondje – Utrecht: tussen Dom en groene stadsrand

Met z’n 112 meter torent die hoog boven de stad uit, de Domtoren 2, gereedgekomen in 1321. Toen was Utrecht als religieus centrum de belangrijkste stad van Nederland. Binnen de singels, al in 1122 aangelegd, lagen talloze kloosters. Na de Reformatie zijn die voor een groot deel ontmanteld en daarna voor een groot deel bebouwd. Mede dankzij die extra ruimte hield Utrecht het tot ver in de 19e eeuw Utrecht uit binnen de singels. Bovendien raakte Utrecht zijn centrale positie kwijt aan de Hollandse handelssteden. De stad stagneerde en dat heeft eraan bijgedragen dat Utrecht nu de best bewaarde middeleeuwse binnenstad van Nederland heeft, gedragen door de dubbele lijn van Oude- en Nieuwegracht.

In de pandhof bij de Domkerk (bereikbaar vanaf het Domplein).
De Nieuwegracht en de Domtoren.

Spoor
Na de komst van de spoorwegen (1843) kwam Utrecht weer tot leven. Voor fabrieken was de centrale ligging in het nationale spoornet ideaal. In snel tempo kwamen er woonwijken bij om tienduizenden arbeidsmigranten een dak boven het hoofd te bieden.
In ruimtelijk opzicht vond in de loop van de 20e eeuw de grote omkering plaats: eeuwen domineerde de middeleeuwse stad het kaartbeeld, nu is zij niet meer dan een servetje op een tafellaken van steen. Vooral na 1950 is de stad enorm uitgebouwd met uitgestrekte wijken als Kanaleneiland, Overvecht en Lunetten.
Sinds de laatste uitbreiding, Leidsche Rijn, is het inwonertal van Utrecht explosief gegroeid; 343.000 inwoners telt de stad nu, en dat aantal zal rond 2028 gestegen zijn tot 400.000.
De stad is deel van een aaneengesloten stedelijke zee, een agglomeratie, waarbij Nieuwegein en Houten na 1970 duizenden inwoners van Utrecht een betere en betaalbare woning boden.

Amsterdam-Rijnkanaal en daarachter Kanaleneiland.

Nieuw stadscentrum
Toen Utrecht in 1843 zijn eerste station kreeg lag dat aan de stadsrand, buiten de omwalling; al snel kwam de verbinding met de binnenstad door de bouw van de Stationswijk, die rond 1970 plaatsmaakte voor Hoog Catharijne, gebouwd over de gedempte Catharijnesingel – water werd weg, en wat voor een: de kortste autosnelweg van Nederland. Winkelcentrum Hoog Catharijne raakte verouderd, het station was te klein en de verbinding de tussen historische binnenstad en stationsgebied verbroken. Redenen genoeg voor ingrijpende vernieuwingen 1; na jaren van bouwen laten de resultaten zich steeds meer zien: de immense stationshal, het bollendak dat het nieuwe stationsplein overkapt, een vernieuwd winkelcentrum, stadskantoor, muziekcentrum, en water in de singel: de Stadskamer (het gebouw met de rechthoekjes in pastelkleuren) overbrugt nu de Catharijnesingel en is een van de nieuwe verbindingen tussen binnenstad en station.

Op TivoliVredenburg staat de verzekeringsengel die ooit De Utrecht sierde, het gracieuze Jugendstilpand dat voor Hoog Catharijne moest wijken.

Door alle centrumvernieuwingen draait de stad straks rond het station, als de naaf van een fietswiel. Het stadskantoor is het bewijs van deze centrumverschuiving, want wat tot ver in de 20e eeuw thuishoorde in de middeleeuwse binnenstad in de bocht van de Oudegracht, is over het station heen getild. Als alle gebouwen klaar zijn (rond 2023) wordt de westwaartse verschuiving van het zwaartepunt nog nadrukkelijker. En dat sluit aan op het eveneens westelijk gelegen Leidsche Rijn, de laatste grote stadsuitbreiding. Ook de eerstvolgende, de toekomstige woningbouw langs het Merwedekanaal, grenst aan het nieuwe stadscentrum.

De stad rukt op, maar niet helemaal

De oude kaart is uit 1920, de nieuwe uit 2018. Bron: http://www.topotijdreis.nl

Niet alles werd volgebouwd, en deze fietsroute is daar het bewijs van, want doorkruist het rivierenlandschap van de Kromme Rijn met Amelisweerd en Rhijnauwen 4, gaat langs Fort Vechten en de groene oase rond Laagraven 6.
Op de kaartfragmenten uit 1920 en 2018 is Laagraven te zien. Opmerkelijk hoe dit gebiedje bewaard bleef – enkele fruitteeltbedrijven houden het agrarische karakter vast, maar de stedelijke recreatie rukt op: rechtsboven is na zandwinning een grote recreatieplas ontstaan en rechtsonder ligt een golfterrein. Die nieuwe functies zijn een garantie voor het behoud van het open karakter.
Het frame van het landschap is vastgelegd in een eeuwenoude verkaveling en wegenstructuur. Rechtsonder loopt de Heemsteedseweg, een verbindingsweg uit het eind van de 11e eeuw, aangelegd als de oostelijke grens van de veenontginningen van Jutphaas. Naar het noorden werd de weg verlengd met de Koppeldijk, die leidde tot een verbinding met het Utrechtse Tolsteeg. Die oostgrens van de veenontginning zie je terug in de verkaveling, want aan de Jutphase kant zijn de percelen langgerekt en smal, zuid-noord gericht; aan de Houtense kant zijn ze wat blokkeriger en oost-west gericht.
Het kaartbeeld veranderde door de aanleg van het Amsterdam-Rijnkanaal 7, maar nog meer door de nieuwe stad Nieuwegein, ‘opgericht’ in 1971 om de woningbehoefte van Utrecht op te vangen. Toch mooi hoe in die nieuwe stad oude elementen als het fort bij Jutphaas en het Merwedekanaal goed herkenbaar zijn gebleven.

START en FINISH
OV-fiets te huur bij Utrecht Centraal Stationsplein of Utrecht Centraal Jaarbeursplein; ook mogelijk: de rijwielstalling 50 meter voorbij TivoliVredenburg. Op ovfietsbeschikbaar.nl kun je live zien hoeveel fietsen beschikbaar zijn.

AFSTAND
29 km, verkorte route 21 km.

ROUTE EN KNOOPPUNTEN
Vanaf het Stationsplein: uitgang Smakkelaarsveld, rechtsaf richting centrum/TivoliVredenburg en dan: 31–Ledig Erf: na de brug schuin oversteken en Gansstraat in–38–41–40–39–98–35–36–33–32–27–68–6–bij bushalte Noordenveld scherp rechts–70–71–72–74–73–51–23–52– richting 26, op Westplein oversteken (richting LF4a en LF7b volgen; knooppunt 26 ontbreekt) en via Van Sijpesteijnkade onder spoor door (fietstunnel) en rechtsaf naar stalling Utrecht Centraal Stationsplein.

Vanaf het Jaarbeursplein: fietspad naar rechts volgen en dan rechtsaf onder spoor door richting centrum/TivoliVredenburg en dan 31 en verder.
Vanaf rijwielstalling Vredenburg: rechtsaf naar 31 en verder.
De route is ook te vinden op de routeplanner van de Fietsersbond.

Inkorting tot 21 km: ga bij 32 rechtsaf richting 30–19–52 (terug op hoofdroute).

TREIN
Kijk op ns.nl voor treintijden.

AUTO
Parkeerplaats bij Laagraven (gratis; tussen knooppunt 32 en 33) of Waterliniemuseum/Fort Vechten (betaald; zie Onderweg nr 5).

HORECA
Ledig Erf (voor knooppunt 38), Theehuis Rhijnauwen (41), Stayokay café (ook 41), Restaurant Vroeg (39), Down Under (na 33), Landhuis in de stad (52).

PRINT VAN DE ROUTE
Klik op de link voor een afdruk van de routekaart en de bezienswaardigheden onderweg. thumbnail of Utrecht Zuidoost Onderweg

ONDERWEG
1 Het nieuwe stationsgebied
Nergens is Utrecht zo veranderd als in het stationsgebied: je komt vanuit de nieuwe stationshal langs het bollendak, de Stadskamer, de hergraven Catharijnesingel, Tivoli-Vredenburg en de appartementen bij het Vredenburg.

TivoliVredenburg, muziekpaleis met zes concertzalen.

2 Domtoren en kerk
Toren en kerk zijn in 1674 door een tornado van elkaar gescheiden. Op het Domplein zijn de contouren van eerdere kerken zichtbaar in de bestrating. De gele stenen verwijzen naar het Castellum, een Romeins legerkamp. Ga in de Lange Nieuwstraat op de kruising met de Hamburgerstraat even naar rechts voor een blik op de Oudegracht en daarna even naar links voor de Nieuwegracht, in beide gevallen met de karakteristieke werfkelders.

3 Wilhelminapark
De villa’s rond het Wilhelminpark waren bedoeld om de gegoede burgerij die rond 1900 steeds meer ‘buiten’ ging wonen, in de stad te houden. Net voor het viaduct onder de Waterlinieweg  passeer je werelderfgoed Rietveld-Schröderhuis.

In het Wilhelminapark.

4 Amelisweerd, Rhijnauwen en Uithof
Op de landgoederen Nieuw- en Oud-Amelisweerd en Rhijnauwen zijn de bossen bijzonder, want zeldzaam is een loofbos met beuken en eiken dat groeit op rivierklei. Bij Huis Rhijnauwen steek je de ‘leverancier’ van de klei, de Kromme Rijn, over.

Landhuis Rhijnauwen (Stay Okay-hostel) aan de Kromme Rijn.

5 Fort Vechten
Rond Utrecht vind je veel forten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het terrein was er te hoog om goed onder water te zetten; daarom waren verdedigingsforten nodig. De route kwam al voorbij het Fort bij Rhijnauwen, verderop volgt Fort Jutphaas en hier ligt Fort Vechten, met het Waterliniemuseum.

6 Oase aan de stadsrand
Bijzonder hoe deze enclave vol fruitteelt en weilanden – ingesloten tussen bebouwing, kanaal en snelwegen – stand weet te houden. Zie de kaarten voor een toelichting.

Nijlgans in de stadsoase tussen steden en snelwegen.

7 Plofsluis
Een grote bak beton gevuld met zand, die – door de bodem op te blazen – met een reuzenplof het toen nog smalle Amsterdam-Rijnkanaal in een klap kon afdammen, zodat overstromingswater aangevoerd vanaf de Rijn en bedoeld voor de Nieuwe Hollandse Waterlinie, niet weg zou lekken. Later is het verbrede kanaal om de Plofsluis gegraven.

Tussen de bomen door zicht op het grijze beton van de Plofsluis.

8 Amsterdam-Rijnkanaal en Kanaleneiland
Na 1955 werd flatwijk Kanaleneiland gebouwd (eiland, want omsloten door het Merwedekanaal aan de noordkant en het Amsterdam-Rijnkanaal in het zuiden). Er is grootscheepse renovatie bezig, onder andere de bouw van nieuwe woningen aan de overkant van de Prins Clausbrug.

9 Cereolfabriek
Deze voormalige veevoederfabriek kreeg een nieuwe bestemming; er kwamen woningen, horeca en wijkvoorzieningen. (Ga net voor de brug over het Merwedekanaal even linksaf).

Amelisweerd.

Lunteren – Wekeromse Zand

Halverwege deze route struin je door het Wekeromse Zand, een kale vlakte waar het zand vrij kan stuiven. Het is een van de landschappen op een route die bossen, akkers, weilanden en heidevelden met elkaar verbindt, en steeds van decor wisselt.

Buurtbosch
Nauwelijks onderweg of je duikt het Lunterse Buurtbosch 1 in. Daar bouwde eigenaar notaris van den Ham rond 1900 een bescheiden rustplek, een theekoepel, van waar hij kon uitkijken over zijn nieuw aangeplante bos. Door het groeien van de bomen moest de panoramaplek steeds hoger – in de jaren zestig kwam het huidige ontwerp klaar – en op de bovenste verdieping van De Koepel 2 kijk je over de boomtoppen heen.

De Koepel in het Lunterse Buurtbosch, eronder een ven in hetzelfde bos.

In feite is het bos nog niet zo oud; aan Lunteren grensden vroeger uitgestrekte heidevelden; ze waren onderdeel van het esdorpenlandschap, waarin de heidevelden een onmisbare schakel vormden. Hier graasden schapen, hun mest werd verzameld om de akkers op de eng te bemesten. Eind 19e eeuw, na opdeling van de gemeenschappelijke gronden volgens de Markenwet, verkochten veel boeren hun bezit aan rijke notabelen, die de kale heide gingen bebossen. Een van die notabelen, notaris van den Ham, schonk zijn bos in 1912 aan de inwoners van Lunteren, en die bezitten het nog steeds.

Tussen 1920 en nu


Op de kaart van 1920 is de structuur van het oude esdorp goed te zien. Wit zijn de akkers op de eng, de rode hokjes geven huizen van het langgerekte Lunteren weer en waar het bruin is, groeit de heide. Die is al aardig in omvang aan het afnemen, want nieuwe landeigenaren leggen er bossen aan. De bescheiden theekoepel boven op de berg is ook al gebouwd.
Een eeuw later is de bebossing compleet, maar de akkers op de eng zijn nog goed te herkennen. Opmerkelijk zijn de vele recreatiebedrijven, en middenin zijn de Lange Berg en Steenen Berg afgegraven voor zandwinning; daar ligt nu een enorm gat, tussen Lindeboomsberg en Steenenberg.

Klein, krachtig en gedrongen: de heidekoe


Heide
Hier en daar ligt nog een plukje heide, maar meestal is er bos, afgewisseld door een enkel weiland of akker. Dat wordt anders in de buurt van het Wekeromse Zand – de open heide 3 wenkt. Er grazen kleine koetjes om vergrassing en dichtgroeien tegen te gaan. Deze runderen, zo op het oog gewone zwart-wit-koeien, zijn van een speciaal ras dat in Nederland verdwenen was, maar vanuit Denemarken is heringevoerd. Stug, stevig en onverstoorbaar grazen ze het hele jaar door.
Langzaam loopt het onverharde pad omhoog naar een panorama 4 over de heide met goed in zicht de overgang van heide naar zand.

Wekeromse Zand
Door afplaggen en overbegrazing ontstonden op de heide steeds meer open plekken, en daar kreeg de wind vat op het blootliggende zand. Lange tijd nam de oppervlakte van zandverstuiving het Wekeromse Zand 5 toe, tot de boel weer dicht begon te groeien door bebossing en minder intensief gebruik. Stuivend zand – vroeger een gruwel voor de landbouw, nu een zegen voor de natuur – leek te gaan verdwijnen. Omdat natuur tegenwoordig vooropstaat is na 1993 de oppervlakte stuivend zand uitgebreid om zo de bijzondere flora en fauna die hoort bij de extreme omstandigheden van verwaaiend zand meer kansen te geven. Dat het ‘levend’ stuifzand is, merk je als de wind stevig waait, want dan wervelen springende zandkorrels als een waas over de kale vlakte, met hun witte kleur afstekend tegen het gelige zand. Waar zand en grasland aan elkaar grenzen is te zien hoe het losse zand de begroeiing ‘overspoelt’ en gestaag oprukt.

Oprukkend stuifzand.

Celtic Fields
Al ver voor de esdorpboeren waren de heuvels rond Lunteren in trek. Uit de IJzertijd (800 v. Chr. tot het jaar 0) stammen sporen van kleine, regelmatige raatakkers 6, 40 bij 40 meter, die in een systeem van wissellandbouw werden gebruikt. Telkens kreeg een akkertje rust zodat de bodemvruchtbaarheid zich kon herstellen. Wie goed kijkt kan de walletjes rond die akkers herkennen; als hulp zijn de randen met gele paaltjes gemarkeerd.

Helaas, die kom je niet meer tegen, ook niet in de zandgroeve..

De zandgroeve
Als fundering voor wegen en huizen is vooral na 1945 een gigantische hoeveelheid zand 7 weggegraven. Dat zand was hier opgestuwd in de voorlaatste ijstijd, toen ijsmassa’s vanuit Scandinavië de grond als een bulldozer opduwden. Op de bodem van de groeve staat een roestbruine staalsculptuur die laat zien hoe de ijskracht werkte.
Er werd rond Lunteren al eeuwen zand gewonnen; zie ook de topografische kaart hierboven: ten noorden van Lunteren buigt een zijlijntje van het hoofdspoor af, in de richting van de Grind- en Zanddelverij.


Het middelpunt
Drie zwerfkeien markeren het Middelpunt van Nederland 8. In Lunteren hebben ze vier uithoeken van Nederland gepakt en die kruislings verbonden. Ook wordt beweerd dat er in alle richtingen evenveel land ligt (althans voor de aanleg van Flevoland). Er zijn ook andere middelpuntclaims, zoals Amersfoort, waar het nulpunt ligt van het Nederlandse coördinatenstelsel, of Putten, de plek waar Nederland in evenwicht zou zijn als je het zou optillen. Wel of niet het ware middelpunt, het vergezicht richting Gelderse Vallei is groots. Dan daal je af en kijk je uit over de eng 9 van Lunteren, waarlangs het laatste deel van de route loopt.

Onderweg: de afstand tot het Middelpunt van Nederland.

Routebeschrijving
START en FINISH Station Lunteren.

LENGTE 17,4 km, met inkortingen 16,5 of 15,5 km.

HORECA
De Lunterse Boer (als je op de Bosweg komt, gaat de route rechtsaf richting knooppunt 54; ga daar linksaf, na 400 meter ben je bij de Lunterse Boer). Dagelijks open.
De Goudsberg
Open 1 mei – 1 oktober dagelijks vanaf 11.00, op maandag vanaf 16.00. Winter vrijdag, zaterdag en zondag, donderdag vaan 16.00.

TREIN Kijk op ns.nl voor treintijden.

PARKEREN Diverse parkeerplaatsen aan de route (zie de kaart).

ROUTE
Volg de knooppunten vanaf station Lunteren.
Op enkele punten is extra aandacht nodig om te voorkomen dat je een routepaaltje mist.
Knooppunt 8, richting knooppunt 13
Ga niet de onverharde weg in, maar neem het fietspad in de richting van fietsknooppunt 80.
13 → 12 → TP → 54
Na knooppunt 13 ga je richting knooppunt 12. Je komt uit op de brede, onverharde Bosweg (met fietspad); staat als TP in het overzicht van knooppunten. Ga daar rechtsaf, richting knooppunt 54. Voor de Lunterse Boer linksaf (400 meter).

Voorbij knooppunt 40, in het zand
Waar de geel-rood gemarkeerde Veluweroute rechtsaf gaat, moet je zelf ook rechtsaf, al geeft de pijl rechtdoor aan.
Maar loop je toch rechtdoor (mooi, want door het zand), volg dan de zandverstuiving aan de rechterkant. Je komt op een Klompenpad (Valkschepad) en aan het eind van het stuifzand, aan de bosrand, zie je een bankje. Ga daar rechtsaf. Na ongeveer 100 meter linksaf op het brede zandpad. Je bent terug op de route.

INKORTINGEN
Ga bij knooppunt 8 in de richting van 6 en 12 (900 meter korter).
Ga bij knooppunt 32 richting knooppunt 22 (1 km korter).

ZELF PLANNEN? Zie de Wandelnet knooppuntenplanner, met de mogelijkheid de route in de app of als GPX-bestand te downloaden.

PRINT VAN DE ROUTE
Klik op de link voor een afdruk van de routekaart en de bezienswaardigheden onderweg.

thumbnail of 18 Routebeschrijving Lunt-Wek

Heidekoe op de rand van bos en hei.

Bron topografische kaarten: topotijdreis.nl, een site van kadaster.nl.

Sallandse landgoederen, IJssel en Deventer

Op de foto zie je het 17e-eeuwse kasteel de Haere, stralend middelpunt van een parklandschap vol monumentale bomen, slingerende waterpartijen, bos en weilanden. Vanaf het terras kijk je ver weg, in de richting van de IJssel. Daar komt de wandelroute na zo’n 10 km aan, maar voor je door de open uiterwaarden en historisch Deventer wandelt zijn er eerst de besloten Sallandse landgoederen.

Landgoederen
De Haere 3 is al het derde landgoed; eerder kwam de route langs Groot Hoenlo 1 (Harry Mulisch woonde er; het landgoed figureert in ‘De ontdekking van de hemel’) en Hengforden 2, verderop volgt Gaia 2 (ook bekend als Nieuw Rande).

Groot Hoenlo.

Alle landgoederen hebben kenmerken van de Engelse landschapsstijl met veel onverharde, slingerende paden door een mooie mix van weilanden, akkers en bossen, gescheiden door houtwallen. Steeds zijn er verrassende doorkijkjes, en met regelmaat staat er een reuzeneik in een weiland, waaromheen zich roodbonte runderen hebben verzameld. Kleinschaligheid is troef, ook op Hengforden 2, al voelt het daar wat anders, alsof het strakke beheer is vervangen door laissez faire, waarin de natuurlijke ontwikkeling gestuurd door grazende runderen voorop staat – je wandelt over holligbollige weilanden langs struiken en monumentale eiken.

Hotel Gaia op landgoed Rande.
Groepje bomen, kenmerk van de Engelse landschapstijl.

De IJssel in de verte
De landgoederen zijn goed voor de eerste helft van de wandeling. Daarna komt de IJssel in beeld. Een eerste aankondiging doet zich voor als de route stuit op een oude dijk met daarachter cirkelvormige waterplassen. Ze zijn onderdeel van het landgoed Rande 4, en zijn ontstaan bij extreem hoog water waarbij de IJssel door de bandijk brak en een komvormige waterplas – het wiel – achterliet. De IJssel zelf is nog niet in zicht; eerst komen de uitgestrekte uiterwaarden 5. Bossen zijn verdwenen, meidoornhagen blijven; open wordt het land en bij observatorium Keizersrande 6 – een vervallen steenfabriekje getransformeerd tot landart – is er uitzicht over weiden waar het vee groepsgewijs doorheen stiefelt. En kijk, daarginds moet de rivier zelf zijn, want in de verte schuift een stuurhut door het land, even is ook de steven van het schip te zien.

Zicht op de uiterwaarden, en op afstand de IJssel.
Langgerekte hank, op de achtergrond de IJssel.

Dwarse kribben, nieuwe hanken 
Pas kilometers verder krijg je de rivier zelf te zien. Eerst wandel je langs een van de nieuwe geulen die gegraven zijn in de uiterwaard om een watervloed sneller af te voeren. Daarbij is teruggegrepen op de oude situatie, toen de rivier zelf steeds een nieuwe hoofdbedding koos; de oude geulen – de hanken – bleven dan verweesd achter. Vergelijking van de kaarten van 2010 en 2018 laat zien dat op de rechteroever, ten zuiden van De Tobbenweerd, zo’n nieuwe, langgerekte hank ligt. Nog meer is veranderd op de andere oever, waar de Ossenwaard is vergraven. Hier was zelfs een extra onderdoorgang – voorzien van zware betonnen pijlers –  in de spoorbrug nodig.

De machtige Lebuinus torent boven Deventer uit.

Deventer, Bergkwartier
Wie al eerder de route Deventer en de IJssel heeft gelezen of gewandeld, komt nu op bekend terrein, want het laatste stuk overlapt met die route. Maar al kom je er voor de tiende keer, het uitzicht op Deventer blijft schitterend, met de Lebuinuskerk als machtige en trotse aanvoerder. Niet veel verder – na de oversteek met het pontje – loop je er langs en ben je in het historische centrum van de Hanzestad. Het Bergkwartier 10 (ja, het gaat echt omhoog, want naar de top van een rivierduin) was in de middeleeuwen een bloeiend stadsdeel waar veel handelaren woonden, later ging het ‘bergafwaarts’. Nu is het gelukt de verkrotting te stoppen en om te buigen naar herstel en renovatie, waardoor er nu een woonbuurt is ontstaan vol gerestaureerde monumentale panden, met daarnaast nieuwbouw van woningen in een stijl die aansluit op de middeleeuwse architectuur.

In het Bergkwartier.

IJssel–Deventer–landgoederen
In deze route zijn de contrasten tussen het eeuwenoude weefsel van kleinschalige landgoederen, een rivier vol ruimte en de historische Deventer binnenstad groot, maar de historie heeft ze met een onbreekbare draad verbonden. Zonder de IJssel was Hanzestad Deventer nooit tot bloei gekomen. Eenmaal een bloeiende middeleeuwse handelsstad kwamen er gasthuizen voor zieken, bejaarden en armen. In ruil voor een goede oudedagsvoorziening betaalden rijke cliënten soms in natura met bezittingen zoals grond. Gronden die via verpachting genoeg opbrachten om ook de zorg voor zieken en armen te kunnen betalen. Na de opkomst van verzorgingsstaat hadden de gasthuizen (oftewel de Verenigde Gestichten) hun bezittingen niet langer nodig. Ze zijn nu ondergebracht in stichting IJssellandschap, die de landgoederen beheert voor natuur en cultuurhistorie, maar ook als vanouds voor de landbouw. En niet te vergeten: recreatie – deze wandelroute is een illustratie van de mogelijkheden.

Deventer, stad met middeleeuwse steegjes.

Informatie
Start: station Olst; eindpunt: station Deventer; informatie ns.nl
Lengte: 18,5 km; inkorting (2 km): bij knooppunt L37 (bij de brug over de IJssel) RD en bij L36 LA via stadspark naar station.
Horeca: De Haere, open vrijdag en weekend; Hotel Gaia dagelijks open, behalve maandag.
Route: deze route volgt meestal de wandelpalen van wandelnetwerk Salland. Waar de route afwijkt is dat aangegeven op de kaart en in de routebeschrijving. De kleuren in de beschrijving staan op de routepalen; met een pijl geven ze de wandelrichting aan.
Onderaan staat een pdf van de route, met kaart en beschrijving. 



thumbnail of Routebeschrijving Sallandse landgoederen
Route: beschrijving en kaart

Hollandsche Rading – Uithof – Kromme Rijn

Op het wandelnetwerk van Recreatie Midden-Nederland leiden blauwe pijlen op een oranje ondergrond helder en duidelijk de weg. In deze route van Hollandsche Rading via de Utrechtse Uithof naar de Kromme Rijn zijn de contrasten groot: van de stuwwal van de Heuvelrug via het veen naar de rivierafzettingen van de Kromme Rijn; van een gevarieerd bos – hoge sparren, oude eiken – naar open weidelandschappen en ten slotte naar de landgoederen bij de Kromme Rijn. Het eerste deel van de route is puur landelijk – over onverharde langgerekte paden (zie foto boven), met links en recht het getsjilp van bosvogeltjes – tot je in De Bilt aankomt, en dwars door villawijken gaat om daarna via een graspad (in de oksel van de A28) aan te komen in het Utrecht Science Park – beter bekend als De Uithof. Daar is de stedelijkheid intens. Opvallende gebouwen schreeuwen om je aandacht. Prettig is daarna de rust in landgoed Amelisweerd en aan de oevers van de Kromme Rijn.

In de bossen van landgoed Eyckenstein.

Schampende ijstijd
Nauwelijks op weg of je schampt de ijstijd, want hier lag de grens van het landijs dat als een bulldozer vanaf Scandinavië over Europa heentrok. De dikke laag ijs schoof het zand voor en opzij tot stuwwallen op. Dat was in de voorlaatste ijstijd, ruim 125.000 jaar later zijn er nog steeds de resten van te zien: de Bosberg 1, 10 meter hoog.
Langzaam, niet waarneembaar, verlies je hoogte in het gevarieerde bos 2, dat ook langgerekte weilanden naast zich krijgt. Je wandelt hier op de overgang van de ijstijdse zandgronden naar het veen en de klei van Laag-Nederland. Op die overgang was het mooi wonen: landgoed Eyckenstein 3 is er een voorbeeld van.

Landhuis Eyckenstein.

Het ontstaan van het landgoed hangt samen met de veenontginningen die in de Middeleeuwen vanaf de Vecht in noordoostelijke richting oprukten. Het waren lange, smalle percelen, gescheiden door dwars erop liggende ontginningskades, zoals de Maartensdijk, waaraan Eyckenstein ontstond.

Van veenweiden naar Utrecht Science Park
De superlange laan 4 waar je na Eyckenstein over loopt, ligt strak in de ontginningsrichting. Na de N234 is er nog een laatste bos (landgoed Beukenburg 5), daarna nemen weilanden het landschapsbeeld over. Bij de spoorwegovergang in Groenekan is in de open ruimte voor de eerste keer de Domtoren te zien, en iets verder de rest van de veranderde skyline van de stad Utrecht – met de ronde Rabotorens en het withoekige stadskantoor. Dan komt de verstedelijking, eerst de luxe woonwijken van De Bilt, gevolgd door de Uithof.

Dom, Rabotorens, stadskantoor en de SYP (in aanbouw).
De Uithof op de kaart van 1969 (bron: Kadaster).
Utrecht Science Park (De Uithof) in 2017 (bron: Kadaster).

Op de kaart van 1969 ziet de Uithof er maagdelijk uit, maar in werkelijkheid waren de eerste gebouwen van de Universiteit Utrecht al in gebruik. Vanaf 1960 functioneerde boerderij De Uithof als proefboerdij van de faculteit Diergeneeskunde. Decennialang stonden er alleen wat plompe betonnen gebouwen in de polder, nu is de bebouwing sterk verdicht met opvallende gebouwen, vooral langs de Heidelberglaan (met onder andere het prettig gestoorde Casa Confetti en de massieve Universiteitsbibliotheek). Een van de jongste loten is het blauw-witgekleurde tegeltjesspektakel Johanna (vernoemd naar de oorspronkelijke Johannapolder), waar 655 studenten wonen. Dat is opmerkelijk: in het wetenschapspark wonen steeds meer studenten.
In 1969 was er nog geen snelweg te bekennen; nu scheiden A27 en A28 de Uithof van de stad. Opmerkelijk: in 1969 lagen er geen forten, die waren toen nog militair geheim. Nu worden de forten van de voormalige Nieuwe Hollandse Waterlinie beschermd als cultuurmonumenten van een verdedigingslinie die nooit heeft gefunctioneerd. Het eerste Fort Voordorp staat niet op dit kaartfragment, wel de Botanische Tuinen 8, dat is het voormalige Fort Hoofddijk. Verderop ligt het grootste fort: Rhijnauwen.

Boerderij De Uithof, daarachter de Johanna, links het van Unnikgebouw (vroeger: Trans II)
Casa Confetti weerspiegeld in de universiteitsbibliotheek.
Weilanden aan de rand van het eeuwenoude landgoedbos van Amelisweerd.

Amelisweerd
Aan de rand, voorbij knooppunt 77, kijk je uit op de skyline 9, met op de voorgrond de Uithof, de boerderij die het universiteitsgebied zijn naam gaf. Is de Universiteit vers op de kaart, draai je om en je kijkt in de richting van het eeuwenoude Amelisweerd. De landgoederen liggen in een rivierbos, dat is bijzonder. Via zand en veen ben je aangekomen in het rivierengebied, bij landhuis Oud-Amelisweerd 10 steek je de Kromme Rijn over. Ooit was dat de belangrijkste stroomgeul van de Rijn, de grens van het Romeinse Rijk. Maar na de afdamming in 1122 bij Wijk bij Duurstede is het een vriendelijk meanderende stroom, waar je op gelijke hoogte langs kunt lopen, want dijken zijn hier niet nodig.

De Kromme Rijn en landhuis Oud-Amelisweerd.

DE ROUTE, KAART EN BESCHRIJVING

START
Station Hollandsche Rading.

FINISH/AFSTAND
12,5 km tot Bushalte Alfred Nobellaan aan de Blauwkapelseweg (100 meter voorbij knooppunt 14); lijn 77 gaat ongeveer vier keer per uur naar Utrechts CS.
17 km tot Bus- en tramhalte Heidelberglaan; vele lijnen, waaronder de sneltram naar Utrecht CS.
20,5 km tot Bushalte Oud-Amelisweerd, lijn 41, vier keer per uur naar Utrecht CS.
Een vervolgroute, die start op de Heidelberglaan, gaat door Amelisweerd en Rhijnauwen langs de Kromme Rijn via Bunnik naar Zeist en doet onderweg de Stichtse Lustwarande aan in de landgoederen Wulperhorst en Blikkenburg, komt langs Slot Zeist en gaat dwars door De Breul. Deze route van 16 km eindigt op station Driebergen-Zeist. Dus voor twee dagen wandelplezier eindig je deze route in het Utrecht Science Park en bewaar je Amelisweerd en Rhijnauwen voor de tweede route.

ROUTEBESCHRIJVING

Vanaf station Hollandsche Rading onder de A27 door naar knooppunt 71. Volg de blauwe pijlen op oranje ondergrond. De route gaat via de volgende knooppunten:

Ga bij knooppunt 93 naar knooppunt 73 en dan naar het eindpunt (in de richting van 72).

Op enkele plekken zijn de routepaaltjes verdwenen of slecht zichtbaar.
I In de Bilt ga je na knooppunt 14 rechtsaf Park Arenberg in. Daar moet je voor de vijver linksaf (de pijl staat op het verkeersbord ‘Verboden te parkeren’).
II Vervolgens bij de drukke Utrechtseweg. Je moet er via het voetgangerslicht oversteken naar de Wilhelminalaan.
III Direct na de tunnel onder de A28 ga je (verrassend) rechtsaf over een onverhard pad.
IV Rechts de snelweg, links sportvelden met fitnessparcours. Bij einde sportvelden ga je door een openstaand hek. De routepijl wijst rechtdoor, maar je moet direct na het hek linksaf een bospad in.
V In de Uithof steek je de trambaan over en ga je linksaf (Heidelberglaan) en direct weer rechtsaf (Coïmbrapad).
VI Bij knooppunt 93 (tegenover landhuis Oud-Amelisweerd) ga je naar knooppunt 73 (die mogelijkheid staat niet op de wandelplanner op internet) en vandaar richting 72 naar het eindpunt, de bushalte van Lijn 41.

PRINT VAN KAART EN ROUTEBESCHRIJVING (PDF)

thumbnail of De route als pdf

INTERNET
De route kun je ook zelf invoeren en downloaden/printen op wandelnet.nl of Recreatie Midden-Nederland. Via Recreatie Midden-Nederland is ook een app binnen te halen – handig voor onderweg.

HORECA
Mauritshoeve in Maartensdijk (dinsdag gesloten), Utrecht Science Park (Uithof) (in het weekend is er veel gesloten), De Veldkeuken in Amelisweerd (maandag gesloten). Restaurant Vroeg schuin tegenover bushalte Oud-Amelisweerd (elke dag geopend).

De vijver in Beukenburg (bij knooppunt 62 rechtsaf en 300 meter richting nr 83).

OV-fietsrondje Hilversum – buitenplaatsen, heide

Een nieuw idee: pak de trein, huur op je bestemming een OV-fiets en maak via fietsknooppunten in een rondje van 23 km kennis met stad en landschap. In dit OV-fietsrondje rijd je vanaf station Hilversum door de villawijk, langs ‘s-Gravelandse buitenplaatsen en over de heidevelden rond Hilversum.

Buitenplaats in ‘s-Graveland.

Hoe romantisch oogt deze ’s-Gravelandse buitenplaats 2 in het strijklicht van een gouden herfst. Een landschapsparel die met veel liefde, zorg en geld wordt onderhouden. Maar hoe prozaïsch en geldgedreven was het ontstaan. Hier zijn in de 17e eeuw duizenden bakken zand weggegraven en afgevoerd naar bijvoorbeeld Amsterdam, waar het de stadsuitbreidingen (de grachtengordel) fundeerde. Amsterdamse kooplieden die een goede belegging zochten voor hun kapitaal, namen het initiatief. Na de afzandingen lieten de investeerders er boerderijen bouwen, maar al gauw ontdekte men dat het goed toeven was op het platteland. Om het buitenleven zo aangenaam mogelijk te maken werden grootse landhuizen gebouwd met daaromheen fraaie landschapsparken. Langs de ‘s-Gravelandse Vaart (aan de horizon op de foto hierboven) kijk je uit op de landhuizen, zoals Trompenburgh 4, gebouwd door de zoon van de fameuze generaal in de vorm van – ja, hoe kan het anders – een schip.

Trompenburgh.

De boeren van Hilversum
Tegenover de elitaire landgoederen stond het simpele boerenleven in het Gooi, dat zich afspeelde op de heuvels die het landijs in de voorlaatste ijstijd had opgestuwd tot de langgerekte heuvelrug van het Gooi en de Utrechtse Heuvelrug. Op de flanken lagen dorpen als Hilversum, Blaricum en Laren. Hun akkers bij het dorp, hun weiden op de lagere, natte gronden en hun schapen en ander vee op de hooggelegen heide 6.

Het stadhuis van Hilversum.

Aan het eind van de 19e eeuw kwam de grote verandering op gang, na de aansluiting van Hilversum op het spoor naar Amsterdam. Rijke stedelingen ontdekten het plattelandsleven en lieten er ruime villa’s bouwen. Explosief groeide het dorp en kreeg een krans van allure, die in 1931 zijn bekroning kreeg met de voltooiing van het stadhuis van Hilversum 1 – hét meesterwerk van architect Dudok, gekenmerkt door een strakke bouwstijl, het ritme van de vlakken gele baksteen en de in- en uitspringende delen. Toen, zo kun je stellen, had Hilversum definitief afscheid genomen van zijn lange historie van Goois boerendorpje.

De heide bij Hilversum.

De Gooise heide
Is er in Hilversum geen plattelandssfeer overgebleven, dat is wel het geval in de omgeving, want behalve de ’s-Gravelandse buitenplaatsen omringen bossen en heidevelden de mediastad. De heide werd vroeger gemeenschappelijk beheerd; elk Goois dorp had bepaalde gebruiksrechten, bijvoorbeeld op het weiden van schapen. Een groot deel van die gemeenschappelijk gronden is behouden en overgegaan naar het Goois Natuurreservaat. Zij zetten de oude traditie van gemeenschappelijkheid voort en zo kon de heide 6 zich ontwikkelen van onmisbare schakel in het landbouwsysteem naar net zo onmisbare groene long in een sterk verstedelijkt gebied.

Oprit naar de wildwissel.

De natuurbrug
Toch is de verstedelijking niet zonder kleerscheuren gegaan. Wegen en spoorlijnen verbraken verbindingen, nu proberen we ze weer te lijmen. Mooi is dat te zien op twee kaartfragmenten uit 1900 en 2016.
In 1900 was de spoorlijn Amsterdam – Hilversum omgeven door eindeloze heide, waarover vele onverharde wegen liepen. Sporen van bewoning zijn er niet (behalve de renbaan, die tussen 1880 en 1895 midden op de hei lag, inclusief twee houten tribunes). Zandwinning veranderde het landschap rond het spoor drastisch, het maaiveld kwam maar liefst 7 tot 11 meter lager te liggen. Verbreding van de sporen (tot een grote stapelplaats van allerlei spoormaterialen) en de aanleg van de N524 scheidden bos en hei van elkaar – geen beest kwam er levend overheen.

Spoor en weg liggen er nog steeds, maar sinds 2006 is er een nieuwe verbinding van liefst 800 meter lengte – de grootste faunapassage ter wereld. De Natuurbrug Zanderij Crailoo 5 staat op de kaart als ‘Wildwissel’. In de zandafgraving is in het westelijk deel een vlonderpad aangelegd, aan de andere kant liggen naast de sporen sportvelden en een golfterrein. Het mooie van deze natuurbrug is dat ie ook mensen verbindt, want je kunt er wandelend en fietsend overheen (en dat gebeurt in dit OV-fietsrondje).

Aan de rand van het Corversbos.

START en FINISH
OV-fietsen zijn te huur bij de rijwielstalling van station Hilversum. Check voor vertrek of er fietsen klaar staan. Op ovfietsbeschikbaar.nl kun je dat live zien.

AFSTAND
23 km

KNOOPPUNTEN
Station Hilversum–vanuit rijwielstalling rechtsaf naar 54–55–11–12–vlak voor 12, bij brug rechtsaf, richting 9–8–10–36–50–51–53–richting 54 tot station Hilversum.
De route is ook te vinden op de routeplanner van de Fietsersbond.

TREIN
Kijk op ns.nl voor treintijden.

PARKEREN
In ’s-Graveland bij begin J.H. Burgerlaan of in Laren parkeerplaats Zuiderheide (bij Geologisch Museum Hofland in Laren).

HORECA
Bollie Blooper in ‘s-Graveland (Knooppunt 9), La Place in Laren (Knooppunt 51), Theehuis ’t Bluk (Knooppunt 53). Voor openingstijden: zie internet.

PRINT VAN DE ROUTE
Klik op de link voor een afdruk van de routekaart en de bezienswaardigheden onderweg.

ONDERWEG
1 Het stadhuis van Hilversum
Het meesterwerk van architect Dudok ligt te midden van andere villa’s.

2 Corverslaan
Vanaf de Corverslaan kijk je uit op de lagergelegen gronden van de buitenplaatsen van ’s-Graveland. Dit is de achterzijde van Trompenburg. Het hoogteverschil tussen weg en weiland geeft aan hoeveel zand is weggegraven.

3 Gooilust
Een wandeling tussendoor? Fiets dan de oprijlaan van Gooilust op en maak in een rondwandeling van 3,3 km kennis met een van de fraaiste buitenplaatsen. Bijzonder zijn de rododendrons (kom daarvoor in mei), de vele soorten bomen, en een aparte Aha-ervaring. De wandelroute is te bekijken en binnen te halen op Natuurmonumenten.

4 Trompenburgh
Bijzonder is het landhuis dat scheepsheld admiraal Cornelis Tromp rond 1680 liet bouwen, want in de ronde voorzijde is de vorm van een scheepssteven te herkennen. Niet voor niets dat de gracht tot aan het huis reikt. Vanaf het dak, vormgegeven als een scheepsdek, kon Tromp als een kapitein op het droge in de verte de scheepsmasten op de Zuiderzee zien.

Sprekend Trompenburgh-detail.

Helder en schoon is het grachtwater, en dat geldt ook voor de ’s-Gravelandse Vaart – hier welt kristalhelder water op afkomstig van de hoger gelegen heuvels van het Gooi. Geen wonder dat wasserijen zich hier vestigden, vooral als je bedenkt dat de buitenplaatsen goede klanten waren, maar dat ook Amsterdam via waterwegen uitstekend bereikbaar was. Zo’n 500 meter voorbij Trompenburgh fiets je langs de fraaie gevel van de Stoomwasscherij en Glansstrijkinrichting Gooi- en Eemland.

De achterkant van een van de buitenplaatsen.

5 Wildwissel
Dat de wildwissel een verbinding is over drukke verkeers- en spoorwegen is, merk je nauwelijks.

6 Heide
Schotse Hooglanders spelen een belangrijke rol in het beheer van de heide. Zij vreten overheersende planten en struiken weg en dragen bij aan schrale omstandigheden, ideaal voor kruiden en mossen.

De zandverstuiving bij het Bluk.

7 Zandverstuiving
Vlak naast het fietspad liggen zandverstuivingen; in het verleden waren ze de schrik van boeren, want ontstaan door overbegrazing en overmatig plaggensteken bedreigden ze akkers met overstuiving en krompen ze het areaal van bruikbare woeste gronden. Hoe anders nu. Ze worden weer actief gemaakt door bomen en bedekkende vegetatie te verwijderen, zodat de wind vrij spel heeft en bijzondere zandflora en -fauna meer kansen krijgt.

Van Heuvelrug tot Waterlint

Wie mooie landschapsovergangen zoekt, vindt er veel op de overgang van de heuvels in Midden-Nederland naar het rivierengebied; in dit geval het contrast tussen de Utrechtse Heuvelrug en het stroomgebied van Kromme Rijn en Lek. Het begint net ten noorden van Doorn met de beboste heuvels van de Utrechtse Heuvelrug, gevolgd door de openheid van de vlakke polder Langbroek en in het zuiden de lome bochten van Kromme Rijn en Lek. Overgangen als deze zijn te danken aan de ‘ontmoeting’ van ijstijdkrachten en breed uitwaaierende rivieren.

Heuvelrug
Lang leve de ijstijd, want deze heuvels – stuwwallen – zijn in de voorlaatste ijstijd omhoog geduwd door het landijs dat zich vanuit Scandinavië tot deze streken had uitgebreid; krachtige ijsstromen, meer dan honderd meter dik schoven de grond opzij. Die ijstijd is alweer 125.000 jaar geëindigd, daarna knabbelden grote rivieren aan de uiteinden van de stuwwallen en raakten de randen van de Heuvelrug met klei bedekt. In dijkloze tijden reikte de invloed van de (Kromme) Rijn tot de voet van de Heuvelrug en bij vele winteroverstromingen werd een laag van fijne rivierklei achtergelaten.

Tussen Heuvelrug en Langbroekerwetering
Tussen Heuvelrug en Langbroekerwetering

Langbroekerwetering
De overgang naar de klei laat zich vatten in vele facetten: besloten bossen worden open weiden, beuken verdwijnen, wilgen en populieren verschijnen, gebogen lijnen krijgen een strak karakter van rechte paden met loodrechte hoeken, en het reliëf is niet meer, het is plat als een pannenkoek met als enige hoogtevariatie het peil in poldersloten dat een fractie lager staat dan de aangrenzende weiden.
Na de afdamming van de Kromme Rijn in 1122 bij Wijk bij Duurstede kwam er een einde aan de jaarlijkse overstromingen en was ontginning mogelijk. Dwars door het zompige kleigebied werd de Langbroekerwetering gegraven, haaks daarop sloten om de overvloed van water af te voeren en dat alles in een geweldige regelmaat: alle kavels even lang (1250 m) als breed (55 m). Bijzonder dat na al die eeuwen deze strakke verkaveling met één hoofdwetering, twee achterweteringen en talloze dwarssloten nog zo herkenbaar is.

Ridderhofstad Walenburg
Ridderhofstad Walenburg

Al gauw zochten ridders zich er een plekje en bouwden versterkte huizen, met grachten en verdedigingstorens, zogenaamde ridderhofsteden. Sandenburg was er eentje, maar werd later herbouwd en kreeg een park in Engelse landschapsstijl dat ingekaderd was in de langgerekte kavels. Dat bood de kans voor verre doorzichten op het landhuis en lange slingerpaden in de lengterichting van het smalle perceel. Tegenover het neogotische Sandenburg staat Walenburg; groot is het contrast: een woontoren, dubbele gracht; de vijand (die nooit kwam) zou er een zware dobber aan hebben gehad.
Waar landschapsparken de strakke lijnen verzachtten versterken agrarische ontwikkelingen juist het strenge karakter, want ‘überstrak’ zijn weilanden vol hoogproductief, maar soortenarm gras. Gelukkig zijn er griendbossen om de eenvormigheid te doorbreken. Al is de afwatering van hoog niveau, ‘natte’ bossen blijven het hier goed doen.

Kromme Rijn

Kromme Rijn
Voorbij de zuidgrens van de Langbroeker ontginning – de Landscheidingsweg – staan er vlakken met vele puntjes op de kaart: boomgaarden, een grondgebruik dat niet los is te zien van het rivierenland. De ooit zo wispelturige rivier liet in de buurt van haar bedding een mengsel van zand en klei achter, een grondsoort waarop appels en peren tot grote bloei komen. Ze grenzen aan de slingerbochten van de Kromme Rijn, die in 1122 werd afgedamd ten oosten van Wijk bij Duurstede. Vanaf toen was de Lek de hoofdstroom.
Heel anders oogt het hier, want weg zijn de rechte lijnen – in het reliëfloze land buigt het land mee met de bochten van de rivier.

Kaart en wandeling
Op de kaart hieronder zie je de landschappen terug. Bij Doorn de beboste stuwwalheuvels, Nederlangbroek ligt te midden van de strakke kleiontginningen en bij Wijk bij Duurstede (aan de Lek) ben je in het rivierenland, onder andere herkenbaar aan de percelen met stipjes: boomgaarden. De kaart is zo’n 100 jaar oud, maar in 2017 is het landschap van toen nog goed herkenbaar. Wie er doorheen wil wandelen kijkt op google maps voor een kaart. Kaart en routebeschrijving staan ook hieronder.