Rechte lijn, Kromme Rijn

De Laan van Leeuwenburgh is een van de lange, rechte, meestal boomomzoomde lijnen in deze wandelroute over landgoederen aan weerszijden van de Langbroekerwetering. Maar het is niet alleen eindeloos rechtuit, daar zorgen de slingerbochten van de Kromme Rijn voor en: op de landgoederen zelf zijn er verassende ommetjes, waar de strakheid van de rechte lijn overgaat in romantische doorkijkjes op weitjes of een stoer kasteel.

Zicht op Cothen, met molen en katholieke kerk.
Cothen, brug over de Kromme Rijn, net voorbij de Brink.

Cothen
En dan het begin van de route in het centrum van het dorp Cothen: bijzonder, want waar ter wereld stuit je middenin de bebouwing op zo’n grote hoogstamboomgaard. Die ligt er al sinds het begin van de 19e eeuw en is hét kenmerk van het dorp, in combinatie met z’n brink en z’n paadje over de Kromme Rijn langs Rhijnestein, het eerste landgoed (van oorsprong 13e eeuw) van deze route.
Cothen is ontstaan op een stroomrug van de Kromme Rijn, dat is een kleine verhoging in het landschap, ontstaan bij rivieroverstromingen waarbij dichtbij de bedding zand bezonk dat langzaam maar zeker voor wat ophoging zorgde. Dat merk je (een beetje) als je naar de Brink loopt. En daar staat de toffe peer, een bronzen peer, omdat er zoveel ‘toffe peren’ in Cothen wonen, maar ook ter ere van de fruitteelt, want dat rivierzand vermengd met klei geeft optimale omstandigheden voor appels, peren en kersen.

Natuurvriendelijke oevers langs de Kromme Rijn.

Kromme Rijn
Vriendelijk meandert de Kromme Rijn langs Cothen, voorzien van natuurvriendelijke oevers. Het is een getemde rivier, al sinds 1122, toen een dam bij Wijk bij Duurstede het water van de Rijn een andere kant opstuurde (de huidige Lek, die zuidelijker ligt).
Die afdamming maakte ontginning van omliggende gronden mogelijk, want nu overstroomde de rivier niet meer het land, sterker, nu kon water worden afgevoerd, het moeras drooggelegd en veranderd in landbouwgronden. Voor die afwatering werd ten noorden van de Kromme Rijn de kaarsrechte Langbroekerwetering gegraven, dwars daarop strekken zich sloten op regelmatige afstand van elkaar, en op de percelen ertussen kwamen boerderijen. En die groeiden vervolgens voor een deel uit tot kleine kastelen voorzien van verdedigingstorens, omgeven door veel eigen land, gekenmerkt door lange, rechte lanen als de hoofdassen. De eerste woontoren die je passeert is Weerdesteyn, van oorsprong waarschijnlijk uit 1300. Rond de toren wandel je over een graspad, een mooi ommetje dat je even van de rechte lijn doet afdwalen.

De toren van Weerdesteyn.
Weiland op Weerdesteyn.

Woontorens en landgoederen
Het landschap langs de Langbroekerwetering met zijn rechte lijnen van wegen, sloten en paden stamt uit de 12e eeuw; ook de laatste honderd jaar is er niet veel veranderd – dat laten de twee kaarten zien.
Met de topografische kaart van een eeuw geleden zou je de route kunnen lopen, al weet je dan niet dat er over de Kromme Rijn (4) een voetgangersbrug ligt (hoewel die op de nieuwe kaart ook nauwelijks is te zien), met een voetpad langs de oever.

Boven 1920, onder 2020; bron: Kadaster

Hier en daar zijn de veranderingen forser, bijvoorbeeld aan weerszijden van Strijp (1) door schaalvergroting in de landbouw: links en rechts van de weg lagen fruitboompercelen (herkenbaar aan de puntjes) gecombineerd met akkers (wit), weiden (vaalgroen) en bos (donkergroen); alles is veranderd in een groot weiland, zonder de sloten (de zwarte lijntjes in 1920) die vroeger de percelen scheidden.
Verderop is er een drukke verkeersweg (3) bijgekomen en Moersbergen kreeg een waterpartij (2). Voor het overige blijft een oud, goed bewaard cultuurlandschap met veel particulier eigendom, slechts mondjesmaat toegankelijk; voor wandelaars staat de deur op een kier, maar van uitbundige gastvrijheid is geen sprake. Nergens in Nederland lijkt de dichtheid van bordjes Verboden Toegang hoger.

Twee gezichten van Leeuwenburgh, boven de rechte laan, onder een romantisch weitje.

Rechte lanen, lome bochten
Na Moersbergen (uit de 15e eeuw), van een afstandje te zien, kom je op Leeuwenburgh (17e eeuw). Prachtige laan, maar ook hier weer een mooie afwijking van de rechte lijn door een oud loofbos langs verscholen weilandjes. Je komt (voor de tweede keer) uit op de kaarsrechte Langbroekerwetering, om vervolgens weer de loodrechte laan van Hardenbroek (13e eeuw) in te slaan, die na enkele honderden meters nog een fraaie slinger in petto heeft.

Hardenbroek.

Open en bloot en voorzien van lome bochten slingert het pad langs de Kromme Rijn terug naar Cothen. Onderweg nog een keer de blik op een licht oplopende stroomrug, een zandige oeverwal ontstaan in de tijd dat de rivier nog niet door de dam bij Wijk bij Duurstede geblokt werd.

ROUTE-INFORMATIE
START EN FINISH Aan de voet van de molen in Cothen op het Molenplein.
LENGTE
 15,5 km
VERHARD/ONVERHARD Grotendeels onverhard of halverhard (85%).
HORECA
 In Cothen.
PICKNICK Zie de bankjes op de kaart; de mooiste is voorbij Moersbergen.
PARKEREN Bij binnenrijden Cothen na brug RA Kerkweg en direct LA Zuster Wiekarthof.
BUS lijn 41 vanuit Utrecht CS; halte Cothen; Dorpsstraat in en vanaf Molenplein de route volgen.
GPS De route staat op Afstandmeten.nl. Klik daar op ‘Export’ voor het GPS-bestand.
PDF Klik op de afbeelding voor een print van routekaart en – beschrijving.

thumbnail of RECHTE LIJN, KROMME RIJN

ROUTEBESCHRIJVING
RA Rechtsaf; LA Linksaf; RD Rechtdoor; K wandelknooppunt
A Start Molenplein
RA Dorpsstraat, direct links Ambachtspad. Eerste weg RA In de Bogerd. Dan LA (Dorpsstraat) en weer LA (De Brink).
RA en direct LA (Rhijnestein); brug over de Kromme Rijn. LA Beukenlaan (volg de wandelpijlen).
Einde pad weg oversteken en LA over voetpad, over brug Kromme Rijn en RA Kerkweg. Na ruim 300 m (bij de scherpe bocht naar links) RA voetpad op (volg de wandelpijlen) en over Kromme Rijn. LA Graaf van Lynden van Sandenburgweg.

B Bij K50 RA richting K49 via oversteek drukke verkeersweg. Kleidijk in. Na bocht naar links RA onverharde laan in (Weerdensteynselaan).
Na ongeveer 800 meter bij weiland LA naar Weerdensteyn. Volg bij het kasteel het graspad dat schuin links gaat. Na bruggetje direct RA over graspad, achterlangs Weerdensteyn.
Volg het pad via twee plankbruggetjes en een drieplanksbruggetje. Ten slotte via eenplanksbrug LA, de laan in.

C Einde laan LA (Langbroekerwetering). Na ruim 150 m bij K48 RA Strijp (onverharde weg).
RA Gooyerdijk (bij K47). LA Pittesteeg (bij K46).

D Voorbij boerderij en bosje LA langs weide en door bos. Op verharde weg LA.
Direct RA (onverharde weg langs rand akker).
Einde pad (bij K35) verharde weg oversteken en de Leeuwenburgerlaan in.
Na weiland LA en via vlonder bospad in.
Einde pad op T-splitsing RA.
Na weiland rechts aanhouden en op de hoofdlaan LA.
Op verharde weg (Langbroekerwetering) RA en na 350 m LA (bij K14), Hardenbroek in over een halfverharde bomenlaan.

E Verderop via gebogen laan met kastanjes. Voor Kasteel Hardenbroek LA en door poortje. Drukke weg oversteken en RA over parallelweg.
LA brug over Kromme Rijn. Direct LA voetpad langs de rivier (Ossenwaardpad).
Na weer een brug LA, richting K17, voetpad langs de rivier.

 F Op verharde weg LA. Na huisnummer 2D LA (Kersenpaadje).
Einde pad rechts aanhouden over verharde weg (Rijnweide, later Mgr Le Blancstraat).
Voor kerk RA Rozenplantsoen. Op rotonde eerste afslag LA, Zuster Wiekarthof. Einde hof LA naar Molenplein.

Langs de Gooyerdijk; verrassende kronkels in het weiland.
De molen van Cothen, begin- en eindpunt.

Wil je op de hoogte blijven van nieuwe wandel- of fietsroutes? Abonneer je dan op mijn Nieuwsbrief.

Deze website is ontwikkeld door Walter ten Brinke.

Van Kromme Rijn tot Heuvelrug

Sloom slingert de Kromme Rijn in ruime bochten door het landschap, verleidelijk en vriendelijk – geen wonder dat ridders en jonkvrouwen aan de oevers wilden wonen. Al in de 13e eeuw kwam er een eerste versie van ridderhofstad Rhijnauwen tot stand en vanaf het jaagpad heb je een mooi zicht op het huidige gebouw uit de 18e eeuw. In deze route volg je het oeverpad tot voorbij Bunnik, maar ook waar de rivier zelf niet is te zien, is de invloed op het landschap onmiskenbaar. Soms is het kleiig en zompig, pas op het laatst krijg je droog zand onder je voeten.

Tram in Utrecht Science Park (links Casa Confetti, rechts de bibliotheek).

Het Utrecht Science Park
Voorheen bestond De Uithof (tegenwoordig het Utrecht Science Park 1) uit een verzameling betonnen kolossen, waar ’s avonds en in de weekenden een ijzige stilte heerste. Hoe is dat veranderd. Sinds 1988 kan er gewoond worden, en tegenwoordig hebben zo’n 3000 studenten er een kamer. Sterk wordt de sfeer bepaald door de bijzondere gebouwen die architecten van wereldfaam in opdracht van de Utrechtse universiteit ontwierpen. Kijk bijvoorbeeld op de hoofdader (de Heidelberglaan) waar de oude jaren zestigmammoet – het van Unnik gebouw, verpakt in groene doeken – een contrast vormt met de kleurtjes van de studentenwoningen in Casa Confetti. En dat vrolijke gebouw is weer tegengesteld aan de bibliotheek, die met zijn donkere panelen ernst en wetenschap uitstraalt. Op weg naar buiten blijkt het groene karakter van het wetenschapspark en daar aan de overkant van de weide ligt het tegeltjesfestijn Johanna, studentenhuisvesting vernoemd naar de polder waarin het USP ligt; tegeltjes die samen voorbijvlietende wolken verbeelden – geïnspireerd op het vluchtige verblijf van de bewoners, een paar jaar wonen ze er en dan vertrekken ze weer.

Tegeltjesspektakel Johanna.

Een langere adem heeft boerderij De Uithof 2, achter de kleurige gevel van het kinderdagverblijf is het gebouw met de wit-rode luiken te zien. Hier begon de universiteit aan zijn buitenstadse bestaan, want rond 1960 opende hier de proefboerderij van de faculteit Diergeneeskunde. En verleende de eerste vijftig jaar zijn naam aan het hele universiteitsterrein. Overigens, de naam Uithof ontstond al veel langer geleden – het was een buitenboerderij, gelegen in nieuw ontgonnen gronden, van het klooster Oostbroek.

Amelisweerd op een winterochtend.

Amelisweerd en Rhijnauwen
Met de rug naar de Uithof ben je ineens volledig buiten, aan de rand van de landgoederen Amelisweerd en Rhijnauwen 3, waar parkbossen in verschillende stijlen (romantische kronkelpaadjes in contrast met strakke lanen) afgewisseld worden door weilanden en doorkijkjes op de Kromme Rijn. De drie landhuizen komen alle in beeld, eerst het witte Nieuw-Amelisweerd, net voor je het bos ingaat. Door het slingerende parkbos kom je uit bij Huis Oud-Amelisweerd, nog even is een terugblik mogelijk op De Uithof, maar al gauw komen Kasteel Rhijnauwen en de Kromme Rijn 4 in beeld. In de bossen laat de rivier zich al gelden, want de eiken en beuken groeien er weelderig dankzij de vruchtbare klei die bij overstromingen bezonk. Dat de waterloop buiten zijn oevers trad is iets van voor 1122, toen door een dam bij Wijk bij Duurstede de doorgaande aanvoer vanaf de Rijn werd afgesloten. Daarom vind je geen dijken langs de Kromme Rijn, ze waren niet nodig, want de dam verderop hield hoog water tegen.

Jaagpad langs de Kromme Rijn.

Toch heeft het landschap alle kenmerken van het rivierenlandschap. In vervlogen tijden – denk aan duizenden jaren – ver voor dijken, dammen en gemalen zochten wisselende rivierlopen als veelkoppige slangen steeds nieuwe wegen door dit land en lieten zand, klei en zavel achter en boetseerden een palet van iets hoger gelegen oeverwallen en lagere komgronden. Die afwisseling van grondsoort en hoogte zorgde voor wisselend gebruik, zoals te zien is op de kaartfragmenten. Weilanden (a, groen) waar het laag en kleiig is, fruit (b) op zavel – zeg maar half klei, half zand –, akkers op droge oeverwallen ( c) en bosjes, vaak populieren en wilgen (d) waar het wat moerassig was. Het dorp Bunnik (e) lag op een hoger gelegen oeverwal, pal naast de rivier. En al is er in een eeuw veel veranderd, die afwisseling in grondgebruik is ook op kaart van 2019 nog goed te zien.

Bunnik, boven in 1920 en onder een eeuw later (bron: Kadaster).

Bunnik
De oorsprong van Bunnik, in het begin van de 10e eeuw voor het eerst vermeld, ligt niet ver van de brug over de Kromme Rijn. Daar lag het land wat hoger, opgehoogd bij overstromingen tot een oeverwal, zodat je er droge voeten kon houden. De kerk kwam er al in de 13e eeuw – de romaanse toren stamt uit die tijd, het koor is later vervangen; het wereldlijke bestuur resideerde in het pand ernaast. En wat hoort bij kerk en raadhuis? Precies, een kroeg, ’t Wapen van Bunnik, met in de zomer een ruim terras. Die oude kern heeft de sfeer van een klein, beschut dorp, en je vergeet dat er in de 20e eeuw, vooral na 1960, vele wijken omheen zijn gegroeid – vooral eengezinswoningen gekocht door inwoners van de stad Utrecht.

De oude dorpskern van Bunnik aan de Kromme Rijn.
De oude dorpskern van Bunnik aan de Kromme Rijn.
Blik op Blikkenburg.

Stichtse Lustwarande
Op landgoed Wulpenhorst 5 is de route in natte tijden ronduit zompig, ook hier drukte de rivier zijn stempel, maar naarmate je dichterbij het landhuis komt (nu in verbouwing tot luxe verzorgingshuis, opening voorzien eind 2020) vermindert de kleiigheid en eenmaal op het terrein van landgoed Blikkenburg 6 wandel je door tarweakkers vol veldbloemen met zicht op het witte landhuis. Het is ronduit verrassend hoe onverhard en groen je hier langs de stedelijke rand van Zeist scheert. Wulpenhorst en Blikkenburg zijn onderdeel van de Stichtse Lustwarande, een keten van buitenplaatsen langs de rand van de Utrechtse Heuvelrug, in het overgangsgebied van de hoge, droge zandgrond en het lage, vochtige rivierlandschap. Ontstaan aan het eind van de 18e eeuw toen rijke Hollandse stedelingen er voor weinig geld grond kochten en er landgoederen ontwikkelden, waar ze vaak ’s zomers verbleven.

Slot Zeist
Hoogtepunt van die Lustwarande is het strakke, classicistische Slot Zeist 7 uit de 17e eeuw, werkelijk een lusthof, omgeven door een Engelse landschapstuin en een gracht, waarin vele kunstwerken dobberen, en erlangs staan (onderdeel van de Zeister beeldenroute). Het karakter van de lusthof veranderde toen het in 1745 in handen kwam van de Amsterdamse koopman Schelinger die het voor een deel schonk aan de Hernhutters, een evangelische broedergemeente. De Hernhutters gingen wonen in de tuinen van het slot, en creëerden daar het Broeder- en Zusterplein 8, nog altijd wonen en werken ze daar. Vanaf de hoofdingang van het slot loop je er zo naar toe.

Tussen rivier en Heuvelrug
Voorbij Zeist ga je nog even terug naar de rand van zand en klei over het mooie pad langs de Blikkenburgervaart 9. Dit is een ‘nat’ landschap, met groene weiden, elzen, wilgen en een brede vaart – duidelijk een deel van het rivierenlandschap. Toch is de andere ‘wereld’ dichtbij – je ziet het al vanaf het pad: links liggen de land- en buitenhuizen, daar groeien de beuken en eiken die horen bij de zandgronden van de Utrechtse Heuvelrug.

Onverwachte wildernis.
De Breul.

Eenmaal de N224 overgestoken verdwijnt eventuele modderigheid in stevig zand met daarop landgoed De Breul 10 – buitenplaats in ‘Engelse’ stijl, te herkennen aan de rondingen van het huis als aan de zwierige paden van het park; een mooi slotakkoord van een rivierwandeling die met deze laatste twist op droge zandgrond eindigt.

ROUTE-INFORMATIE
De route volgt vrijwel geheel de routepaaltjes van het knooppuntennetwerk Utrecht/Kromme Rijn. De route staat op afstandmeten.nl. Via de knop ‘Export’ kun je een GPS-bestand downloaden.
Deze route is het vervolg op een eerdere knooppuntenroute van Hollandsche Rading naar de Uithof/Utrecht Science Park.
LENGTE 16 km (zie de gele kilometervlakjes op de kaart).
START- EN EINDPUNT Utrecht CS. Neem op Utrecht CS tramlijn 22 en stap uit op halte Heidelberglaan in het Utrecht Science Park (De Uithof). Neem in het weekend Bus 28 (want dan rijdt de tram niet).
Eindpunt is station Driebergen-Zeist, met vier keer per uur een trein terug naar Utrecht CS.
ZWAARTE Na langdurige regenval zijn sommige paden glibberig en zuigt de klei zich aan je schoenen vast.
VERHARD/ONVERHARD Je zou het zo vlakbij de stad niet verwachten, maar meer dan 80% is onverhard.
HORECA In Amelisweerd/Rhijnauwen De Veldkeuken bij Oud-Amelisweerd, het café van hostel Stay Okay Utrecht-Bunnik en (net buiten de route) Theehuis Rhijnauwen.
In Bunnik ’t Wapen van Bunnik.

’t Wapen van Bunnik.
Langs de Kromme Rijn.

Routebeschrijving
LA = linksaf; RA = rechtsaf; RD = rechtdoor
Vanaf de bus-tramhalte Heidelberglaan ongeveer 150 meter teruglopen en LA (Coïmbrapad) langs de universiteitsbibliotheek.
RD richting Bunnik over fietspad.
Einde fietspad Toulouselaan oversteken en direct daarna bij wandelknooppunt (K) 77 RA richting K76 over onverhard pad. Volg vanaf hier de knooppuntenpaaltjes (blauwe pijl op oranje ondergrond).
76 – 19 – 21 – 93 – 22 – 23 – 74 – 37 – 45.
Bij K45 (aan de rand van Bunnik) verlaat je even de knooppunten:
bij K45 RA, brug over (Dorpsstraat). RA langs ‘Witte Huisjes’ over Kerkpad.
Op Parkeerplaats LA en weer LA richting De Bilt (Dorpsstraat; op de hoek ’t Wapen van Bunnik) en bij K45 RA.
45 – 47 – 48 – 53 – 54 – richting 65
VERLAAT DE KNOOPPUNTEN op de plek waar de route uitkomt op de verharde weg. Ga LA en dan RA Filosofenlaantje.
Einde weg schuin oversteken en LA over voetpad langs water en langs Slot Zeist. 
Na 350 meter RA via voetbrug en verder langs de slotgracht.
(Ommetje: Op het voorplein van het slot LA – 200 meter – voor bezoek aan Broeder- en Zusterplein. Daarna terug.)
Na voorplein Slot Zeist RD over Zinzendorflaan.
Einde weg RA (terug op de knooppunten: van K64 naar K65).
64 – 65 – 66 – 67 – 68 – 21 – richting 69.
Volg de pijlen en neem het zandpad rond de vijver van De Breul. Het pad komt via een klaphek uit op een verharde weg. Daar RA en via verkeerslichten oversteken. Na 100 meter LA en over voetpad langs fietspad naar station.
In de printbare PDF vind je naast deze korte routebeschrijving ook een beschrijving met meer route-aanwijzingen.

thumbnail of 29 Uithof-NSZeist routebeschrijving

Blijf op de hoogte van nieuwe wandel- en fietsroutes en meld je aan voor mijn NIEUWSBRIEF.

Leilinde in Bunnik.

 

 

OV-fietsrondje – Utrecht: tussen Dom en groene stadsrand

Met z’n 112 meter torent die hoog boven de stad uit, de Domtoren 2, gereedgekomen in 1321. Toen was Utrecht als religieus centrum de belangrijkste stad van Nederland. Binnen de singels, al in 1122 aangelegd, lagen talloze kloosters. Na de Reformatie zijn die voor een groot deel ontmanteld en daarna voor een groot deel bebouwd. Mede dankzij die extra ruimte hield Utrecht het tot ver in de 19e eeuw Utrecht uit binnen de singels. Bovendien raakte Utrecht zijn centrale positie kwijt aan de Hollandse handelssteden. De stad stagneerde en dat heeft eraan bijgedragen dat Utrecht nu de best bewaarde middeleeuwse binnenstad van Nederland heeft, gedragen door de dubbele lijn van Oude- en Nieuwegracht.

In de pandhof bij de Domkerk (bereikbaar vanaf het Domplein).
De Nieuwegracht en de Domtoren.

Spoor
Na de komst van de spoorwegen (1843) kwam Utrecht weer tot leven. Voor fabrieken was de centrale ligging in het nationale spoornet ideaal. In snel tempo kwamen er woonwijken bij om tienduizenden arbeidsmigranten een dak boven het hoofd te bieden.
In ruimtelijk opzicht vond in de loop van de 20e eeuw de grote omkering plaats: eeuwen domineerde de middeleeuwse stad het kaartbeeld, nu is zij niet meer dan een servetje op een tafellaken van steen. Vooral na 1950 is de stad enorm uitgebouwd met uitgestrekte wijken als Kanaleneiland, Overvecht en Lunetten.
Sinds de laatste uitbreiding, Leidsche Rijn, is het inwonertal van Utrecht explosief gegroeid; 343.000 inwoners telt de stad nu, en dat aantal zal rond 2028 gestegen zijn tot 400.000.
De stad is deel van een aaneengesloten stedelijke zee, een agglomeratie, waarbij Nieuwegein en Houten na 1970 duizenden inwoners van Utrecht een betere en betaalbare woning boden.

Amsterdam-Rijnkanaal en daarachter Kanaleneiland.

Nieuw stadscentrum
Toen Utrecht in 1843 zijn eerste station kreeg lag dat aan de stadsrand, buiten de omwalling; al snel kwam de verbinding met de binnenstad door de bouw van de Stationswijk, die rond 1970 plaatsmaakte voor Hoog Catharijne, gebouwd over de gedempte Catharijnesingel – water werd weg, en wat voor een: de kortste autosnelweg van Nederland. Winkelcentrum Hoog Catharijne raakte verouderd, het station was te klein en de verbinding de tussen historische binnenstad en stationsgebied verbroken. Redenen genoeg voor ingrijpende vernieuwingen 1; na jaren van bouwen laten de resultaten zich steeds meer zien: de immense stationshal, het bollendak dat het nieuwe stationsplein overkapt, een vernieuwd winkelcentrum, stadskantoor, muziekcentrum, en water in de singel: de Stadskamer (het gebouw met de rechthoekjes in pastelkleuren) overbrugt nu de Catharijnesingel en is een van de nieuwe verbindingen tussen binnenstad en station.

Op TivoliVredenburg staat de verzekeringsengel die ooit De Utrecht sierde, het gracieuze Jugendstilpand dat voor Hoog Catharijne moest wijken.

Door alle centrumvernieuwingen draait de stad straks rond het station, als de naaf van een fietswiel. Het stadskantoor is het bewijs van deze centrumverschuiving, want wat tot ver in de 20e eeuw thuishoorde in de middeleeuwse binnenstad in de bocht van de Oudegracht, is over het station heen getild. Als alle gebouwen klaar zijn (rond 2023) wordt de westwaartse verschuiving van het zwaartepunt nog nadrukkelijker. En dat sluit aan op het eveneens westelijk gelegen Leidsche Rijn, de laatste grote stadsuitbreiding. Ook de eerstvolgende, de toekomstige woningbouw langs het Merwedekanaal, grenst aan het nieuwe stadscentrum.

De stad rukt op, maar niet helemaal

De oude kaart is uit 1920, de nieuwe uit 2018. Bron: http://www.topotijdreis.nl

Niet alles werd volgebouwd, en deze fietsroute is daar het bewijs van, want doorkruist het rivierenlandschap van de Kromme Rijn met Amelisweerd en Rhijnauwen 4, gaat langs Fort Vechten en de groene oase rond Laagraven 6.
Op de kaartfragmenten uit 1920 en 2018 is Laagraven te zien. Opmerkelijk hoe dit gebiedje bewaard bleef – enkele fruitteeltbedrijven houden het agrarische karakter vast, maar de stedelijke recreatie rukt op: rechtsboven is na zandwinning een grote recreatieplas ontstaan en rechtsonder ligt een golfterrein. Die nieuwe functies zijn een garantie voor het behoud van het open karakter.
Het frame van het landschap is vastgelegd in een eeuwenoude verkaveling en wegenstructuur. Rechtsonder loopt de Heemsteedseweg, een verbindingsweg uit het eind van de 11e eeuw, aangelegd als de oostelijke grens van de veenontginningen van Jutphaas. Naar het noorden werd de weg verlengd met de Koppeldijk, die leidde tot een verbinding met het Utrechtse Tolsteeg. Die oostgrens van de veenontginning zie je terug in de verkaveling, want aan de Jutphase kant zijn de percelen langgerekt en smal, zuid-noord gericht; aan de Houtense kant zijn ze wat blokkeriger en oost-west gericht.
Het kaartbeeld veranderde door de aanleg van het Amsterdam-Rijnkanaal 7, maar nog meer door de nieuwe stad Nieuwegein, ‘opgericht’ in 1971 om de woningbehoefte van Utrecht op te vangen. Toch mooi hoe in die nieuwe stad oude elementen als het fort bij Jutphaas en het Merwedekanaal goed herkenbaar zijn gebleven.

START en FINISH
OV-fiets te huur bij Utrecht Centraal Stationsplein of Utrecht Centraal Jaarbeursplein; ook mogelijk: de rijwielstalling 50 meter voorbij TivoliVredenburg. Op ovfietsbeschikbaar.nl kun je live zien hoeveel fietsen beschikbaar zijn.

AFSTAND
29 km, verkorte route 21 km.

ROUTE EN KNOOPPUNTEN
Vanaf het Stationsplein: uitgang Smakkelaarsveld, rechtsaf richting centrum/TivoliVredenburg en dan: 31–Ledig Erf: na de brug schuin oversteken en Gansstraat in–38–41–40–39–98–35–36–33–32–27–68–6–bij bushalte Noordenveld scherp rechts–70–71–72–74–73–51–23–52– richting 26, op Westplein oversteken (richting LF4a en LF7b volgen; knooppunt 26 ontbreekt) en via Van Sijpesteijnkade onder spoor door (fietstunnel) en rechtsaf naar stalling Utrecht Centraal Stationsplein.

Vanaf het Jaarbeursplein: fietspad naar rechts volgen en dan rechtsaf onder spoor door richting centrum/TivoliVredenburg en dan 31 en verder.
Vanaf rijwielstalling Vredenburg: rechtsaf naar 31 en verder.
De route is ook te vinden op de routeplanner van de Fietsersbond.

Inkorting tot 21 km: ga bij 32 rechtsaf richting 30–19–52 (terug op hoofdroute).

TREIN
Kijk op ns.nl voor treintijden.

AUTO
Parkeerplaats bij Laagraven (gratis; tussen knooppunt 32 en 33) of Waterliniemuseum/Fort Vechten (betaald; zie Onderweg nr 5).

HORECA
Ledig Erf (voor knooppunt 38), Theehuis Rhijnauwen (41), Stayokay café (ook 41), Restaurant Vroeg (39), Down Under (na 33), Landhuis in de stad (52).

PRINT VAN DE ROUTE
Klik op de link voor een afdruk van de routekaart en de bezienswaardigheden onderweg. thumbnail of Utrecht Zuidoost Onderweg

ONDERWEG
1 Het nieuwe stationsgebied
Nergens is Utrecht zo veranderd als in het stationsgebied: je komt vanuit de nieuwe stationshal langs het bollendak, de Stadskamer, de hergraven Catharijnesingel, Tivoli-Vredenburg en de appartementen bij het Vredenburg.

TivoliVredenburg, muziekpaleis met zes concertzalen.

2 Domtoren en kerk
Toren en kerk zijn in 1674 door een tornado van elkaar gescheiden. Op het Domplein zijn de contouren van eerdere kerken zichtbaar in de bestrating. De gele stenen verwijzen naar het Castellum, een Romeins legerkamp. Ga in de Lange Nieuwstraat op de kruising met de Hamburgerstraat even naar rechts voor een blik op de Oudegracht en daarna even naar links voor de Nieuwegracht, in beide gevallen met de karakteristieke werfkelders.

3 Wilhelminapark
De villa’s rond het Wilhelminpark waren bedoeld om de gegoede burgerij die rond 1900 steeds meer ‘buiten’ ging wonen, in de stad te houden. Net voor het viaduct onder de Waterlinieweg  passeer je werelderfgoed Rietveld-Schröderhuis.

In het Wilhelminapark.

4 Amelisweerd, Rhijnauwen en Uithof
Op de landgoederen Nieuw- en Oud-Amelisweerd en Rhijnauwen zijn de bossen bijzonder, want zeldzaam is een loofbos met beuken en eiken dat groeit op rivierklei. Bij Huis Rhijnauwen steek je de ‘leverancier’ van de klei, de Kromme Rijn, over.

Landhuis Rhijnauwen (Stay Okay-hostel) aan de Kromme Rijn.

5 Fort Vechten
Rond Utrecht vind je veel forten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het terrein was er te hoog om goed onder water te zetten; daarom waren verdedigingsforten nodig. De route kwam al voorbij het Fort bij Rhijnauwen, verderop volgt Fort Jutphaas en hier ligt Fort Vechten, met het Waterliniemuseum.

6 Oase aan de stadsrand
Bijzonder hoe deze enclave vol fruitteelt en weilanden – ingesloten tussen bebouwing, kanaal en snelwegen – stand weet te houden. Zie de kaarten voor een toelichting.

Nijlgans in de stadsoase tussen steden en snelwegen.

7 Plofsluis
Een grote bak beton gevuld met zand, die – door de bodem op te blazen – met een reuzenplof het toen nog smalle Amsterdam-Rijnkanaal in een klap kon afdammen, zodat overstromingswater aangevoerd vanaf de Rijn en bedoeld voor de Nieuwe Hollandse Waterlinie, niet weg zou lekken. Later is het verbrede kanaal om de Plofsluis gegraven.

Tussen de bomen door zicht op het grijze beton van de Plofsluis.

8 Amsterdam-Rijnkanaal en Kanaleneiland
Na 1955 werd flatwijk Kanaleneiland gebouwd (eiland, want omsloten door het Merwedekanaal aan de noordkant en het Amsterdam-Rijnkanaal in het zuiden). Er is grootscheepse renovatie bezig, onder andere de bouw van nieuwe woningen aan de overkant van de Prins Clausbrug.

9 Cereolfabriek
Deze voormalige veevoederfabriek kreeg een nieuwe bestemming; er kwamen woningen, horeca en wijkvoorzieningen. (Ga net voor de brug over het Merwedekanaal even linksaf).

Amelisweerd.

Hollandsche Rading – Uithof – Kromme Rijn

Op het wandelnetwerk van Recreatie Midden-Nederland leiden blauwe pijlen op een oranje ondergrond helder en duidelijk de weg. In deze route van Hollandsche Rading via de Utrechtse Uithof naar de Kromme Rijn zijn de contrasten groot: van de stuwwal van de Heuvelrug via het veen naar de rivierafzettingen van de Kromme Rijn; van een gevarieerd bos – hoge sparren, oude eiken – naar open weidelandschappen en ten slotte naar de landgoederen bij de Kromme Rijn. Het eerste deel van de route is puur landelijk – over onverharde langgerekte paden (zie foto boven), met links en recht het getsjilp van bosvogeltjes – tot je in De Bilt aankomt, en dwars door villawijken gaat om daarna via een graspad (in de oksel van de A28) aan te komen in het Utrecht Science Park – beter bekend als De Uithof. Daar is de stedelijkheid intens. Opvallende gebouwen schreeuwen om je aandacht. Prettig is daarna de rust in landgoed Amelisweerd en aan de oevers van de Kromme Rijn.

In de bossen van landgoed Eyckenstein.

Schampende ijstijd
Nauwelijks op weg of je schampt de ijstijd, want hier lag de grens van het landijs dat als een bulldozer vanaf Scandinavië over Europa heentrok. De dikke laag ijs schoof het zand voor en opzij tot stuwwallen op. Dat was in de voorlaatste ijstijd, ruim 125.000 jaar later zijn er nog steeds de resten van te zien: de Bosberg 1, 10 meter hoog.
Langzaam, niet waarneembaar, verlies je hoogte in het gevarieerde bos 2, dat ook langgerekte weilanden naast zich krijgt. Je wandelt hier op de overgang van de ijstijdse zandgronden naar het veen en de klei van Laag-Nederland. Op die overgang was het mooi wonen: landgoed Eyckenstein 3 is er een voorbeeld van.

Landhuis Eyckenstein.

Het ontstaan van het landgoed hangt samen met de veenontginningen die in de Middeleeuwen vanaf de Vecht in noordoostelijke richting oprukten. Het waren lange, smalle percelen, gescheiden door dwars erop liggende ontginningskades, zoals de Maartensdijk, waaraan Eyckenstein ontstond.

Van veenweiden naar Utrecht Science Park
De superlange laan 4 waar je na Eyckenstein over loopt, ligt strak in de ontginningsrichting. Na de N234 is er nog een laatste bos (landgoed Beukenburg 5), daarna nemen weilanden het landschapsbeeld over. Bij de spoorwegovergang in Groenekan is in de open ruimte voor de eerste keer de Domtoren te zien, en iets verder de rest van de veranderde skyline van de stad Utrecht – met de ronde Rabotorens en het withoekige stadskantoor. Dan komt de verstedelijking, eerst de luxe woonwijken van De Bilt, gevolgd door de Uithof.

Dom, Rabotorens, stadskantoor en de SYP (in aanbouw).
De Uithof op de kaart van 1969 (bron: Kadaster).
Utrecht Science Park (De Uithof) in 2017 (bron: Kadaster).

Op de kaart van 1969 ziet de Uithof er maagdelijk uit, maar in werkelijkheid waren de eerste gebouwen van de Universiteit Utrecht al in gebruik. Vanaf 1960 functioneerde boerderij De Uithof als proefboerdij van de faculteit Diergeneeskunde. Decennialang stonden er alleen wat plompe betonnen gebouwen in de polder, nu is de bebouwing sterk verdicht met opvallende gebouwen, vooral langs de Heidelberglaan (met onder andere het prettig gestoorde Casa Confetti en de massieve Universiteitsbibliotheek). Een van de jongste loten is het blauw-witgekleurde tegeltjesspektakel Johanna (vernoemd naar de oorspronkelijke Johannapolder), waar 655 studenten wonen. Dat is opmerkelijk: in het wetenschapspark wonen steeds meer studenten.
In 1969 was er nog geen snelweg te bekennen; nu scheiden A27 en A28 de Uithof van de stad. Opmerkelijk: in 1969 lagen er geen forten, die waren toen nog militair geheim. Nu worden de forten van de voormalige Nieuwe Hollandse Waterlinie beschermd als cultuurmonumenten van een verdedigingslinie die nooit heeft gefunctioneerd. Het eerste Fort Voordorp staat niet op dit kaartfragment, wel de Botanische Tuinen 8, dat is het voormalige Fort Hoofddijk. Verderop ligt het grootste fort: Rhijnauwen.

Boerderij De Uithof, daarachter de Johanna, links het van Unnikgebouw (vroeger: Trans II)
Casa Confetti weerspiegeld in de universiteitsbibliotheek.
Weilanden aan de rand van het eeuwenoude landgoedbos van Amelisweerd.

Amelisweerd
Aan de rand, voorbij knooppunt 77, kijk je uit op de skyline 9, met op de voorgrond de Uithof, de boerderij die het universiteitsgebied zijn naam gaf. Is de Universiteit vers op de kaart, draai je om en je kijkt in de richting van het eeuwenoude Amelisweerd. De landgoederen liggen in een rivierbos, dat is bijzonder. Via zand en veen ben je aangekomen in het rivierengebied, bij landhuis Oud-Amelisweerd 10 steek je de Kromme Rijn over. Ooit was dat de belangrijkste stroomgeul van de Rijn, de grens van het Romeinse Rijk. Maar na de afdamming in 1122 bij Wijk bij Duurstede is het een vriendelijk meanderende stroom, waar je op gelijke hoogte langs kunt lopen, want dijken zijn hier niet nodig.

De Kromme Rijn en landhuis Oud-Amelisweerd.

DE ROUTE, KAART EN BESCHRIJVING

START
Station Hollandsche Rading.

FINISH/AFSTAND
12,5 km tot Bushalte Alfred Nobellaan aan de Blauwkapelseweg (100 meter voorbij knooppunt 14); lijn 77 gaat ongeveer vier keer per uur naar Utrechts CS.
17 km tot Bus- en tramhalte Heidelberglaan; vele lijnen, waaronder de sneltram naar Utrecht CS.
20,5 km tot Bushalte Oud-Amelisweerd, lijn 41, vier keer per uur naar Utrecht CS.
Een vervolgroute, die start op de Heidelberglaan, gaat door Amelisweerd en Rhijnauwen langs de Kromme Rijn via Bunnik naar Zeist en doet onderweg de Stichtse Lustwarande aan in de landgoederen Wulperhorst en Blikkenburg, komt langs Slot Zeist en gaat dwars door De Breul. Deze route van 16 km eindigt op station Driebergen-Zeist. Dus voor twee dagen wandelplezier eindig je deze route in het Utrecht Science Park en bewaar je Amelisweerd en Rhijnauwen voor de tweede route.

ROUTEBESCHRIJVING

Vanaf station Hollandsche Rading onder de A27 door naar knooppunt 71. Volg de blauwe pijlen op oranje ondergrond. De route gaat via de volgende knooppunten:

Ga bij knooppunt 93 naar knooppunt 73 en dan naar het eindpunt (in de richting van 72).

Op enkele plekken zijn de routepaaltjes verdwenen of slecht zichtbaar.
I In de Bilt ga je na knooppunt 14 rechtsaf Park Arenberg in. Daar moet je voor de vijver linksaf (de pijl staat op het verkeersbord ‘Verboden te parkeren’).
II Vervolgens bij de drukke Utrechtseweg. Je moet er via het voetgangerslicht oversteken naar de Wilhelminalaan.
III Direct na de tunnel onder de A28 ga je (verrassend) rechtsaf over een onverhard pad.
IV Rechts de snelweg, links sportvelden met fitnessparcours. Bij einde sportvelden ga je door een openstaand hek. De routepijl wijst rechtdoor, maar je moet direct na het hek linksaf een bospad in.
V In de Uithof steek je de trambaan over en ga je linksaf (Heidelberglaan) en direct weer rechtsaf (Coïmbrapad).
VI Bij knooppunt 93 (tegenover landhuis Oud-Amelisweerd) ga je naar knooppunt 73 (die mogelijkheid staat niet op de wandelplanner op internet) en vandaar richting 72 naar het eindpunt, de bushalte van Lijn 41.

PRINT VAN KAART EN ROUTEBESCHRIJVING (PDF)

thumbnail of De route als pdf

INTERNET
De route kun je ook zelf invoeren en downloaden/printen op wandelnet.nl of Recreatie Midden-Nederland. Via Recreatie Midden-Nederland is ook een app binnen te halen – handig voor onderweg.

HORECA
Mauritshoeve in Maartensdijk (dinsdag gesloten), Utrecht Science Park (Uithof) (in het weekend is er veel gesloten), De Veldkeuken in Amelisweerd (maandag gesloten). Restaurant Vroeg schuin tegenover bushalte Oud-Amelisweerd (elke dag geopend).

De vijver in Beukenburg (bij knooppunt 62 rechtsaf en 300 meter richting nr 83).

Van Heuvelrug tot Waterlint

Wie mooie landschapsovergangen zoekt, vindt er veel op de overgang van de heuvels in Midden-Nederland naar het rivierengebied; in dit geval het contrast tussen de Utrechtse Heuvelrug en het stroomgebied van Kromme Rijn en Lek. Het begint net ten noorden van Doorn met de beboste heuvels van de Utrechtse Heuvelrug, gevolgd door de openheid van de vlakke polder Langbroek en in het zuiden de lome bochten van Kromme Rijn en Lek. Overgangen als deze zijn te danken aan de ‘ontmoeting’ van ijstijdkrachten en breed uitwaaierende rivieren.

Heuvelrug
Lang leve de ijstijd, want deze heuvels – stuwwallen – zijn in de voorlaatste ijstijd omhoog geduwd door het landijs dat zich vanuit Scandinavië tot deze streken had uitgebreid; krachtige ijsstromen, meer dan honderd meter dik schoven de grond opzij. Die ijstijd is alweer 125.000 jaar geëindigd, daarna knabbelden grote rivieren aan de uiteinden van de stuwwallen en raakten de randen van de Heuvelrug met klei bedekt. In dijkloze tijden reikte de invloed van de (Kromme) Rijn tot de voet van de Heuvelrug en bij vele winteroverstromingen werd een laag van fijne rivierklei achtergelaten.

Tussen Heuvelrug en Langbroekerwetering
Tussen Heuvelrug en Langbroekerwetering

Langbroekerwetering
De overgang naar de klei laat zich vatten in vele facetten: besloten bossen worden open weiden, beuken verdwijnen, wilgen en populieren verschijnen, gebogen lijnen krijgen een strak karakter van rechte paden met loodrechte hoeken, en het reliëf is niet meer, het is plat als een pannenkoek met als enige hoogtevariatie het peil in poldersloten dat een fractie lager staat dan de aangrenzende weiden.
Na de afdamming van de Kromme Rijn in 1122 bij Wijk bij Duurstede kwam er een einde aan de jaarlijkse overstromingen en was ontginning mogelijk. Dwars door het zompige kleigebied werd de Langbroekerwetering gegraven, haaks daarop sloten om de overvloed van water af te voeren en dat alles in een geweldige regelmaat: alle kavels even lang (1250 m) als breed (55 m). Bijzonder dat na al die eeuwen deze strakke verkaveling met één hoofdwetering, twee achterweteringen en talloze dwarssloten nog zo herkenbaar is.

Ridderhofstad Walenburg
Ridderhofstad Walenburg

Al gauw zochten ridders zich er een plekje en bouwden versterkte huizen, met grachten en verdedigingstorens, zogenaamde ridderhofsteden. Sandenburg was er eentje, maar werd later herbouwd en kreeg een park in Engelse landschapsstijl dat ingekaderd was in de langgerekte kavels. Dat bood de kans voor verre doorzichten op het landhuis en lange slingerpaden in de lengterichting van het smalle perceel. Tegenover het neogotische Sandenburg staat Walenburg; groot is het contrast: een woontoren, dubbele gracht; de vijand (die nooit kwam) zou er een zware dobber aan hebben gehad.
Waar landschapsparken de strakke lijnen verzachtten versterken agrarische ontwikkelingen juist het strenge karakter, want ‘überstrak’ zijn weilanden vol hoogproductief, maar soortenarm gras. Gelukkig zijn er griendbossen om de eenvormigheid te doorbreken. Al is de afwatering van hoog niveau, ‘natte’ bossen blijven het hier goed doen.

Kromme Rijn

Kromme Rijn
Voorbij de zuidgrens van de Langbroeker ontginning – de Landscheidingsweg – staan er vlakken met vele puntjes op de kaart: boomgaarden, een grondgebruik dat niet los is te zien van het rivierenland. De ooit zo wispelturige rivier liet in de buurt van haar bedding een mengsel van zand en klei achter, een grondsoort waarop appels en peren tot grote bloei komen. Ze grenzen aan de slingerbochten van de Kromme Rijn, die in 1122 werd afgedamd ten oosten van Wijk bij Duurstede. Vanaf toen was de Lek de hoofdstroom.
Heel anders oogt het hier, want weg zijn de rechte lijnen – in het reliëfloze land buigt het land mee met de bochten van de rivier.

Kaart en wandeling
Op de kaart hieronder zie je de landschappen terug. Bij Doorn de beboste stuwwalheuvels, Nederlangbroek ligt te midden van de strakke kleiontginningen en bij Wijk bij Duurstede (aan de Lek) ben je in het rivierenland, onder andere herkenbaar aan de percelen met stipjes: boomgaarden. De kaart is zo’n 100 jaar oud, maar in 2017 is het landschap van toen nog goed herkenbaar. Wie er doorheen wil wandelen kijkt op google maps voor een kaart. Kaart en routebeschrijving staan ook hieronder.