OV-Fietsrondje Weesp – Rond het Naardermeer

Deze waterplassen maken deel uit van natuurmonument Het Naardermeer, ze zijn nog vrij nieuw, een aantal jaren geleden aangelegd aan de buitenkant om zo de natuur in het hart van het meer te versterken. In dit OV-fietsrondje fiets je vanaf Weesp om het Naardermeer heen, en op de plek van de foto kun je afstappen en een stukje Nederlands oudste natuurreservaat inwandelen. Maar voor je zover bent zijn er al een vestingstad, een intiem dorpsplein, een stuwwal met schitterend uitzicht, een kasteel en een aquaduct aan je voorbijgegaan.

Varen over de A1, in het Vecht-aquaduct.

Aquaduct over de Vecht
Over twaalf rijstroken denderen de auto’s onder je door, en de Vecht stroomt er majestueus overheen. Het Vechtaquaduct 1 is het breedste van Europa – waar de snelweg eerst via een brug over het water ging, is er nu een betonnen bak waarin de rivier ligt, en onder die bak door raast sinds eind 2016 het verkeer. Veel nieuw asfalt is uitgerold, waardoor het verkeer tussen Almere/Amersfoort en Amsterdam/Schiphol beter doorstroomt. Ondanks al dat verkeer is de natuur is erbij gebaat, want het aquaduct is meer dan een bak water: evenwijdig aan de rivier is een ecopassage aangelegd met natte en droge stroken land, waarover dieren als otter, bever en ringslang heen en weer kunnen van het Naardermeer naar het IJmeer en dan verder naar Waterland. Zo kruist het langzame pad van de natuurverbinding met de snelweg van de 24 uurseconomie.

De A1, met twaalf rijstroken onder de Vecht door.
Zicht op het Muiderslot vanaf de Groote Zeesluis.

Muiden en Muiderslot
Muiden 2 – wat monding van een rivier in zee betekent, in dit geval van de Vecht in de Zuiderzee – lag strategisch, vandaar de ombouw tot vestingstad met de Groote Zeesluis als scharnier tussen kust en achterland. Die sluis was onderdeel van de Oude en Nieuwe Hollandse Waterlinie, en kon gebruikt worden om het achterland onder water te zetten. Vanaf de sluis zie je het Muiderslot liggen, onderdeel van de verdedigingslinie en in de Gouden Eeuw het cultureel-intellectuele hart van Nederland, nadat dichter en toneelschrijver P. C. Hooft er was gaan wonen en er alle belangrijke kunstenaars en wetenschappers van zijn tijd ontving.

Grazige weiden, met het Muiderslot op de achtergrond.

Onderlangs de dijk 3 fiets je richting Muiderberg. Tot 1932 was het een zeewerende dijk – de Zuiderzee! – en ook daarna had je vanaf de dijk eindeloos zeezicht, maar wie nu de dijk beklimt ziet de skyline van Almere op nieuw land dat in 1968 droogviel.

Muiderberg
Weinig dorpen hebben zo’n mooie en onverwachte entree als Muiderberg 4, want steeds fietste je door weidse weilanden en dan ineens arriveer je op een groot groen dorpsplein, de Brink; in vroegere tijden, toen het nog een boerendorp was, een gemeenschappelijk weiland met een drinkplaats voor het vee. Nog mooier wordt het als je linksaf de Dorpstraat ingaat en merkt, hee, we gaan omhoog, de heuvel op. Op de ‘top’ kijk je uit over een strand en de skyline van Almere. Deze kleine klim dank je aan de ijstijd, want toen, meer dan tienduizend jaar geleden, schoof landijs de ondergrond samen tot een kleine heuvel, die vervolgens eeuwenlang de stormen van de Zuiderzee weerstond – een aardkundig monument waar je zomaar tegenop kunt fietsen.

Vanaf Muiderberg zicht op de skyline van Almere.
Het raadhuis (1601) van Naarden.

Naarden en de vesting
Vestingstad Naarden 5 is in volle glorie bewaard gebleven, een dubbele verdedigingsgordel van bastions, wallen en grachten. Alsof die uit het firmament is neergedaald, zo ligt de stervormige plattegrond vastgeklonken op het aardoppervlak. Eerst steek je door de buitengracht, dan de binnengracht en op die manier ga je er ook weer uit. Naarden vesting lag aan de noordoostpunt van zowel de Oude als de Nieuwe Hollandse Waterlinie.
Naarden van binnen bekijken? Ga direct na binnenrijden Naarden Vesting linksaf de Nieuwe Haven op en ga rechtsaf de Marktstraat in. Daar staat andere andere het raadhuis (zie foto). Dezelfde weg terug.

Het Naardermeer en omgeving in 1998 (bron: Kadaster)
Hetzelfde kaartfragment van het  Naardermeer in 2019 (bron: Kadaster).

Naardermeer, 1998 en 2019
Na een turbulente geschiedenis van bedijkingen, droogleggingen en opnieuw onder water leek het einde in zicht toen de gemeente Amsterdam het Naardermeer 6 als vuilstort wilde gaan gebruiken. Natuurbeschermers Jac. P.Thijsse en Eli Heimans voorkwamen dat door het vogelrijke gebied aan te kopen. Het werd in 1906 de eerste bezitting van Natuurmonumenten.
In de jaren negentig ging het slecht met de natuur in het Naardermeer, dat als een eilandje te midden van intensief gebruikte weilanden lag (zie de bovenste kaart uit 1998). Daar werd voor een optimale bedrijfsvoering het grondwaterpeil zo laag mogelijk gehouden. Bovendien stroomde door drinkwaterwinning minder kwelwater toe uit het Gooi. Daardoor liep het Naardermeer leeg en moest voedselrijk water uit de Vecht worden ingelaten. Er kwam verbetering na de aankoop van graslanden grenzend aan het meer. In die nieuwe bezittingen ging het waterpeil omhoog – er ontstonden ondiepe plassen –, werd de voedselrijke bovenlaag afgeplagd, waardoor planten die horen bij een vochtig voedselarm milieu terugkwamen. Zonnedauw, kleverige ogentroost, rietorchis en moeraswolfsklauw groeien er. En het Naardermeer zelf kreeg veel minder vervuild water te verstouwen.

Aan de rand van natuurgebied het Naardermeer.
Een ree in een weiland bij het Naardermeer.

Een volgende verbetering was de verbinding die in 2013 is gemaakt met de aangrenzende Ankeveense Plassen. Via twee nieuwe natuurpassages in de N236 is de isolatie opgeheven, want via het water kun je nu ver de Ankeveense Plassen in. Het is een succes, want de otter is naar het Naardermeer teruggekomen – geen dier is zo afhankelijk van een gezond watermilieu.
Zo is het Naardermeer een natuurfort geworden. In de buitenring liggen de weilanden en ondiepe plassen, dan de gordel met het moerasbos, en tenslotte de binnenring van het oorspronkelijke meer. Met elkaar vormen ze een vogelparadijs waar je zo’n 75 (!) soorten kunt observeren. Purperreiger, zilverreiger, lepelaar, blauwborst en aalscholver zijn te spotten. En wie weet scheert een ijsvogel langs.
Je kunt het Naardermeer in bij ‘start wandelpad’ (nummer 6 op de routekaart) en dan kom je na een kilometer uit bij de vogelkijkhut over het Naardermeer.

Vogelkijkhut Naardermeer (in de verte een trein op weg naar Naarden).
De Vecht vlak voor Weesp.

Breed meandert de Vecht 7 naar Weesp, ooit was de rivier hoofdtransportweg van Amsterdam via Weesp naar Utrecht en de Rijn. Dat is lang geleden, want vrachtvaart gaat over het Amsterdam-Rijnkanaal, de Vecht is nu domein van de pleziervaart.

START EN FINISH
OV-fietsen zijn te huur bij de rijwielstalling van station Weesp. Check voor vertrek of er fietsen klaar staan. Op de ns-stationsinformatie van Weesp (onder het kopje ‘Voorzieninge’)  kun je dat live zien.

AFSTAND
26 KM

KNOOPPUNTEN
Ga vanuit de rijwielstalling rechtdoor. Linksaf Herensingel, linksaf Stationsweg en onder viaduct door, richting 16. Bij rotonde rechtsaf en richting 16 – 17 – 18 (Dorpsstraat) – 33 – 34 –37 – 47 –45 – 44 – richting 16, linksaf Herensingel (richting station) en weer rechtsaf naar station.

Fietspad langs het Naardermeer.

GPS
De route is te vinden op de routeplanner van de Fietsersbond, met de mogelijkheid een GPS-bestand te downloaden.

HORECA
De Zeemeeuw in Muiderberg; veel gelegenheden in de Markstraat van Naarden.

AUTO EN FIETS: PARKEREN
Toeristisch overstappunt Weesp-Fort Uitermeer aan de ’s-Gravelandseweg bij Fort Uitermeer, net buiten de route. Vanaf de P rechtsaf en na 200 meter ben je na de brug op de route, ga richting knooppunt 47/45.

PDF MET ROUTE-INFORMATIE (om te printen)

thumbnail of Route-info Weesp-Naardermeer

Strand van Muiderberg met de Zeemeeuw.

Lopikerwaard in de winter

Twee jaar geleden beschreef ik hoe je via wandelnetwerk Het Groene Hart  in de Lopikerwaard rond dorpen als Polsbroek en Benschop weidse dagwandelingen kunt maken over onverharde kades en weilandpaden – terug naar de Middeleeuwen en de weidevogels van nu. Toen was het zomer, nu is het winter en op een mooie, heldere dag zijn er weinig landschappen te bedenken, waar je zo open in de winterse zon kunt wandelen. Daarom deze remake, met hetzelfde landschap als toen, maar met winterse foto’s.
De route start bij natuurgebied Willeskop, maar laat dat ‘rechts’ liggen en gaat linksaf een graskade op, aan twee kanten begeleid door een watergang. Na zo’n 2 km ga je een bruggetje over en blijft er alleen maar eindeloze weidsheid over op het nauwelijks zichtbare paadje door het weiland.

Graskade door water omgeven.
Na het bruggetje de openheid op het weidepad.

Hier, in het hart van het Groene Hart, is het landschap in hoekige en regelmatige vlakken verdeeld, in noord-zuid richting van elkaar gescheiden door de rechte lijnen van sloten en van oost naar west door een lint van boerderijen of bomen in de verte. In zijn ontwikkeling naar de abstractie van vlakken en lijnen kun je je inbeelden dat Mondriaan zich heeft laten inspireren door dit strak vormgegeven, man made landschap, dat al sinds de tweede helft van de 11e eeuw deel uitmaakt van het West-Nederlandse collectieve geheugen. Na de bedijking van de Lek werd het veengebied voorbij de rivier systematisch ontgonnen in kavels van 1250 meter lang en 110 meter breed. Daarbij werd de bochtige loop van de rivier als uitgangspunt genomen, waardoor de landinwaarts gelegen kades niet volledig strak zijn, maar meebuigen met de meanders van de rivier.

Boerderijenlint in Polsbroek, geflankeerd door rood kroos.

Tussen de kavelblokken kwamen in een lang lint de boerderijen te liggen – daar gingen de kolonisten wonen die hun land mochten bewerken tegen het afstaan van 10% van de opbrengst aan de ‘copers’, die van de Bisschop van Utrecht de concessie tot ontginning hadden gekregen. Zij komen terug in de naamgeving: je wandelt hier door het copelandschap. Bijzonder: na bijna 1000 jaar is de structuur van dit landschap nog tot in detail te beleven – hier maak je werkelijk een stap in de richting van de Middeleeuwen.

Eindeloos
Regelmaat is troef: telkens wandel je 1250 meter van de ene naar de andere kade door grasland; kijk je onderweg naar oost of west dan is het uitzicht eindeloos, want nergens ligt er een kade of dorp in de zichtlijn – niets dan grasland. Na Polsbroek is er een schelpenpaadje, het Kerkepad, en ja, je loopt in de richting van een kerktoren, het is de spits van het godshuis in Cabauw. Katholieke Polsbroekenaren hadden na de Reformatie geen eigen kerk meer, maar via dit paadje konden ze toch de zondagse mis bijwonen.
De veenweiden zijn een belangrijk veeteeltgebied, maar daarvan merk je niets in de winter. Alle dieren staan op stal, de rust en ruimte zijn er compleet.

Op het Kerkepad naar de Cabauwse kerk.
Fuut.
Achterkade tussen knooppunten 35 en 34.

De vogelmagneet
Opnieuw is er een prachtige achterkade, een smal pad met links en rechts doorkijkjes langs de elzen over het open weidegebied, en dan nog twee keer de weiden in met hun vaste maten: eerst 1250 meter tot het boerderijenlint van Polsbroekerdam en dan tot de volgende achterkade. Waar de winterrust in het weidegebied bijna compleet is, is in natuurgebied Willeskop alles  anders, want een kakafonie van vogelgeluiden stijgt op: gesnater, gegak en gekrijs van eenden, ganzen en meerkoeten.

Boven de uitkijktoren, onder het zicht op de de vogelmagneet.

Het natuurgebied bestaat uit ondiepe plassen en bleek sinds de opening in 2002 een eldorado voor vogels; Staatsbosbeheer noemt het dan ook een vogelmagneet, met in het voor- of najaar de weidevogels in de meerderheid.
Bij de vogelmagneet staat een uitkijktoren, een niet te missen hoogtepunt, want je kijkt uit over de plassen vol vogels – levendig en vol lawaai -, met aan de andere kant de rust en ruimte van de veenweiden.

Wandelnetwerk Groene Hart
Deze route is gemaakt met behulp van het wandelnetwerk Groene Hart.  Je kunt er je eigen routes uitzetten, opslaan (ook als GPS-bestand) en printen.
De beschreven route begint bij knooppunt 70 (waar ook een Parkeerplaats is) en gaat verder via 79-59-36-35-34-42-38-45-69-70; een route van 12 km.
Uitbreiding met 3,8 km tot 15,8 km: bij knooppunt 69 rechtsaf en via 68 en 73 terug naar 69.
Lange variant van 18 km via knooppunten 27 en 24: 70-79-59-27-24-35-34-42-38-45-69-70.
Er zijn beperkingen: in het broedseizoen zijn niet alle paden toegankelijk. Zie daarvoor de website.
Honden: Tussen knooppunt 59 en 36 niet toegestaan.
Parkeren: aan de Damweg, Polsbroek bij knooppunt 70, of bij knooppunt 45 (Benedeneinde Noordzijde 408 in Benschop).
Openbaar Vervoer: maandag t/m zaterdag buurtbus lijn 505 vanaf station Woerden, of Streekbus 106 vanaf station Gouda naar bushalte De Kwakel in Polsbroek (daar begin je op knooppunt 36, het Kerkepad naar Cabauw, richting knooppunt 35). Op zondag geen busvervoer. Informatie op ov9292 of ns.nl.
Horeca: geen
Voor een print van kaart en praktische informatie: volg de link.thumbnail of Lopikerwaard in de winter, praktisch

De vogelmagneet.
Strak copeland: 1250 meter tot de volgende kade.

Zodden en trilvenen

Groots is de natuur aan het moerassige meertje, alleen ben je met de vogels en kikkers, ver weg van welk mensenlawaai dan ook. Dit is de Taartpunt, het lekkerste natuurgebakje ooit, sinds kort toegankelijk over wellicht het mooiste wandelpad van Utrecht en omgeving. Je komt er via het Zoddenpad, een nieuw klompenpad, dat vanaf museumboerderij Vredegoed in Oud-Maarsseveen na een kleine twee kilometer aankomt bij de kortgeleden gegraven plassen, een nieuwe verandering in het open veenweidelandschap dat de afgelopen eeuwen vaak wisselde van gedaante.

De Oostelijke Binnenpolder van Tienhoven.

De Taartpunt
Aan het einde van de laatste ijstijd strekte zich vanaf de Gooise heuvels een zanderige vlakte uit. Daar vormde zich in vochtige omstandigheden (continu kwelde water vanuit de heuvels op) een ontoegankelijk moeras, waar plantenresten niet verrotten, maar zich opstapelden tot een dikke laag veen. Vanaf de Vecht werd na 1100 het moeras ontgonnen en langzaam veranderd in akkers en weiden. Steeds werd na ongeveer 1250 meter een nieuwe dwarskade gelegd, waarop de boerderijen kwamen te staan. De lange rechte kavels, uitgelegd vanaf verschillende kades kwamen in een punt – de Taartpunt* – samen, op de grens van Utrecht en Holland. En daar was niemandsland, geen kolonist kwam er te wonen, leegte heerste er, toen en nu.

De Taartpunt op de topografische kaart; met nieuw moeras en nieuwe plassen.

Veranderend veen
Een groot deel van de oorspronkelijke veengronden is verdwenen. Een heel landschap werd opgestookt in de ovens van brouwerijen, steenbakkerijen en in de kachels in woonhuizen, want tot turf gedroogd veen was de brandstof van de Gouden Eeuw. Steeds forser werd het veen weggebaggerd, waardoor de langgerekte kavels veranderden in watergangen – de petgaten*–, van elkaar gescheiden door smalle strookjes land, de legakkers*, nodig om het veen tot turf te drogen.
Nadat de vraag naar veen en turf begin 20e eeuw was ingezakt, kon het geschonden land zich herpakken. Petgaten begonnen dicht te groeien, de verlanding werd ingezet. Dat gaat in verschillende fasen; eerst is er alleen een dek van drijvende planten; wiebelig kun je er overheen lopen, elk moment kun je er doorheen zakken – trilvenen* doen hun naam eer aan. Tot ze vast groeien aan de bodem en overgaan in rietmoerassen. Dan komen de bomen, de elzen, de berken en die doen de herinnering aan de vervening vervagen, want in deze laatste fase van verlanding groeit alles dicht. Die verlande petgaten worden hier zodden genoemd.

Het Bert Bospad in de Westbroekse Zodden.

Bert Bos en de Zodden
Als moerasbos, zo kreeg Staatsbosbheer rond 1991 de Westbroekse Zoddenin beheer, en gaf de natuur ruim baan. Want al die vormen van verlanding bieden een enorme variatie aan planten en dieren, en wat is er mooier dan die terug te brengen. Dus, bossen gekapt, petgaten hergraven en het hele verhaal van de verlanding mocht opnieuw beginnen. In die tijd nam Bert Bos (bekend als de boswachter zonder bos) mij mee op een wandeling door de Westbroekse Zodden, doodstil was het die winterdag – de eenzaamheid van de natuur maakte een diepe indruk. Die natuur zou voor meer mensen toegankelijk moeten zijn, dat was het ideaal van Bert Bos (1946-1996). Het eerste voetpad* dat de Westbroekse Zodden ontsloot werd dan ook naar hem genoemd, en daar wandel je nu over een graskade langs langzaam verlandende petgaten, langs een mooi stuk trilveen, rietmoerassen en ook nog een stukje vochtig moerasbos – alle stadia van verlanding maak je mee. Dat is wat deze route zo mooi maakt, in combinatie met de enorme weidsheid van de veenweiden; alleen in de verte lijkt bewoning te zijn, met aan de horizon de kerktorens van Westbroek en Loosdrecht.

Petgat en trilveen langs het Bert Bospad.
Molen De Trouwe Waghter.

Alles draait om water
Veel weidegrond kreeg een natuurbestemming, maar toch ging het die natuur niet goed. Een deel van het probleem is de matige waterkwaliteit, veroorzaakt door een omdraaiing van het waterregime. Niet langer was het nat in de winter en droog in de zomer, maar omgedraaid, want voor de landbouw werd water in de winter weggemalen, terwijl in de zomer vanuit de Vecht te voedselrijk water werd aangevoerd. Bij een nieuwe natuurinrichting is dat veranderd door landbouw en natuur elk hun eigen wateraanvoer en -peil te geven. Nu stroomt er in de natuurgebieden winter en zomer voedselarm kwelwater naar binnen en zijn er extra plassen en petgaten gegraven, zodat alle stadia van verlanding betere kansen krijgen. Die natuurboost maak je mee, zowel in de Zodden als bij de Taartpunt, die dankzij het nieuwe wandelpad toegankelijk is geworden. Bert Bos zou het prachtig hebben gevonden, want dichterbij de natuur kun je niet komen; ja, je krijgt zelfs de illusie dat op de graspaden van deze veenweidenwandeling steden als Utrecht en Hilversum – op minder dan 15 km afstand – buiten bereik zijn dankzij een muur van natuur ertussen.

Petgat langs Bert Bospad, met de kerktoren van Westbroek.
Einde Gooi.

Einde Gooi
Een extra ommetje is erg de moeite waard, want de bossen van buitenplaats Einde Gooi* vormen een scherp contrast met de veenweiden. Eerst wandel je langs het Tienhovensch Kanaal, op de scherpe grens van de twee landschappen. Verderop loop je op het zand, op de uitlopers van de heuvels die tijdens de een na laatste ijstijd ontstonden. Zo anders is hier de begroeiing, een afwisseling van weitjes en bossen met eiken, beuken en dennen. Ooit was het een buitenplaats, als in het midden van een ster sta je ineens op een zevensprong van rechte beukenlanen; ook hier werd de natuur in strakke vormen gegoten, in dit geval een sterrebos, een herinnering aan de Franse parkstijl.

* zie kaart

INFORMATIE
Wandelroute
Het Zoddenpad is een klompenpad; het is in twee richtingen aangegeven. Ook is het mogelijk via de knooppunten van Recreatie Midden Nederland te wandelen.
De route is 13 km lang, met verlenging via Einde Gooi 19 km.

Verhard/onverhard
Voor ongeveer 80% onverhard.

Start en finish
Bij Streekmuseum Vredegoed is een ruime parkeerplaats. Die is er ook aan de Kanaaldijk, bij het noordelijke uiteinde van het Bert Bospad*.

Streekmuseum Vredegoed

Openbaar Vervoer
NS Hollandse Rading (ns.nl), langs Tienhovens Kanaal naar Bert Bospad 2,6 km.
Bus: lijn 122 vanaf Utrecht Overvecht; halte Maarsseveeense Vaart, Tienhoven (niet op zondag). Zie 9292.nl.

Horeca
Rustpunt Streekmuseum Vredegoed

Honden
In de veenweiden mogen honden niet mee, ook niet als ze aangelijnd zijn.

Nat
In natte periodes zijn waterdichte schoenen aan te raden.

Het nieuwe weidepad, op weg naar de Taartpunt.

Verlenging Einde Gooi
Bij het uiteinde van het Bert Bospad kun je de route verlengen met een rondje Einde Gooi. Dat kan via het Klompenpad, maar dan loop je een heel stuk dubbel. Bovendien mis je dan het Tienhovensch Kanaal. Daarom hier een (printbare) routebeschrijving voor een alternatief (de rode route op de kaart).

 

 

Limousin fokkerij Einde Gooi.

De Lopikerwaard

Via het wandelnetwerk Het Groene Hart kun je in de Lopikerwaard rond dorpen als Polsbroek en Benschop weidse dagwandelingen maken over onverharde kades en weilandpaden – terug naar de Middeleeuwen en de weidevogels van nu.

Na de beboste kade – een smalle vergraste zandweg die aan twee kanten begeleid werd door een watergang – blijft er alleen maar eindeloze weidsheid over op het nauwelijks zichtbare paadje door het weiland.

Kade langs de Benschoppermolenvliet
Hazenpad door de polder

Hier, in het hart van het Groene Hart, is het landschap in hoekige en regelmatige vlakken verdeeld, in noord-zuid richting van elkaar gescheiden door de rechte lijnen van sloten en van oost naar west door een lint van boerderijen of bomen in de verte. In zijn ontwikkeling naar de abstractie van vlakken en lijnen kun je je inbeelden dat Mondriaan zich heeft laten inspireren door dit strak vormgegeven, man made landschap, dat al sinds de tweede helft van de 11e eeuw deel uitmaakt van het West-Nederlandse collectieve geheugen. Na de bedijking van de Lek werd het veengebied voorbij de rivier systematisch ontgonnen in kavels van 1250 meter lang en 110 meter breed. Daarbij werd de bochtige loop van de rivier als uitgangspunt genomen, waardoor de landinwaarts gelegen kades niet volledig strak zijn, maar meebuigen met de meanders van de rivier.

Polsbroekerdam, van oorsprong ontginningskade

Tussen de kavelblokken kwamen in een lang lint de boerderijen te liggen – daar gingen de kolonisten wonen die hun land mochten bewerken tegen het afstaan van 10% van de opbrengst aan de ‘copers’, die van de Bisschop van Utrecht de concessie tot ontginning hadden gekregen. Zij komen terug in de naamgeving: je wandelt hier door het copelandschap. Bijzonder: na bijna 1000 jaar is de structuur van dit landschap nog tot in detail te beleven – hier maak je werkelijk een stap in de richting van de Middeleeuwen.

Hazen en koeien
Regelmaat is troef: telkens wandel je 1250 meter van de ene naar de andere kade door grasland; kijk je onderweg naar oost of west dan is het uitzicht eindeloos, want nergens ligt er een kade of dorp in de zichtlijn. Niets dan grasland en toch heeft elke weide zijn eigen specificaties. De eerste doorsteek heeft alles van een hazenpad, want links en rechts rennen de langoren weg. Eentje staat er op z’n achterpoten, de omgeving scannend, neemt mij waar en kiest het (juist, ja). Na Polsbroek is er een schelpenpaadje, het Kerkepad, en ja, je loopt in de richting van een kerktoren, het is de spits van het godshuis in Cabauw. Katholieke Polsbroekenaren hadden na de Reformatie geen eigen kerk meer, maar via dit paadje konden ze toch de zondagse mis bijwonen.

De Zuidzijdse Kade

De veenweiden zijn een belangrijk veeteeltgebied. En dat blijkt meteen aan het begin van de route, als ik word verwelkomd door een stoet koeien die vers gemolken weer naar de weide mogen. De een slingert dromerig, onvast op de poten, een tweede komt enthousiast aangerend: ‘Ha fijn, weer weidedag.’ Dat geldt zeker niet voor alle koeien, want veel weilanden zijn leeg en langs de boerderijlinten zie je de oorzaken – nieuwe, grote, open stallen, waar de koeien dag en nacht verblijven. En die draaien die stap naar de Middeleeuwen weer terug naar nu – oh ja, dit is wel landbouw in de 21e eeuw.

De vogelmagneet
Opnieuw is er een prachtige achterkade, een smal pad met links en rechts doorkijkjes langs de elzen over het open weidegebied, en dan nog twee keer de weiden in met hun vaste maten: eerst 1250 meter tot het boerderijenlint van Polsbroekerdam en dan tot de volgende achterkade. En daar is alles ineens anders, want een kakafonie van vogelgeluiden stijgt op (gesnater, gegak en de hoge pieeuuw van weidevogels) en ik zie lepelaars, kieviten, meeuwen, eenden, meerkoeten, futen, maar vooral veel ganzen. ‘Ja, nu, in de zomer, zijn er zo veel ganzen, dat ze agrariërs te veel overlast bezorgen’, vertelt Luuk Oevermans van Staatsbosbeheer, ‘Om de aantallen te beheersen prikken we eieren door en ook zijn er nu opvangacties mogelijk, waarbij ganzen worden gevangen en vergast.’

De vogelmagneet

Dit natuurontwikkelingsgebied, Willeskop, bestaat uit ondiepe plassen en bleek sinds de opening in 2002 een eldorado voor vogels; Staatsbosbeheer noemt het dan ook een vogelmagneet. ‘Kom je hier in voor- of najaar, dan zijn de weidevogels in de meerderheid. Vooral voor steltlopers als de grutto is dit een belangrijk rustgebied, een tussenstop tussen hun broed- en overwinteringsgebieden. De Lopikerwaard is door zijn openheid heel geschikt als broedgebied, maar intensieve agrarische bedrijfsvoering staat dat vaak in de weg. Vele weidevogels trekken daarom door naar de Friese weiden.’
Bij de vogelmagneet staat een uitkijktoren, een niet te missen hoogtepunt, want je kijkt uit over de plassen vol vogels – levendig en vol lawaai -, met aan de andere kant de rust en ruimte van de veenweiden. Zie hoe in de verte een sliert koeien zich door zonbeschenen weiland graast. Holland op z’n mooist. Een laatste kade, links het land, rechts de plas, brengt je terug – uren gewandeld over onverharde paden in onmetelijk laagland.

Wandelnetwerk Groene Hart
Het wandelnetwerk Groene Hart ligt in het westen van de provincie Utrecht en heeft een lengte van 600 km.  Je kunt er je eigen routes uitzetten, opslaan (ook als GPS-bestand) en printen. Je ziet of de routes toegankelijk zijn voor honden, of de paden verhard of onverhard zijn. Voor dit artikel richtte ik mij op de Lopikerwaard, waar je vrijwel 100% onverharde routes kunt uitzetten. De beschreven route begint bij knooppunt 70 (waar ook een Parkeerplaats is) en gaat verder via 79-59-36-35-34-42-38-45-69; een route van 12 km. Deze route is naar alle kanten uit te breiden, een van de langste varianten biedt een rondwandeling van 24 km, geheel onverhard! Er is een beperking: in het broedseizoen zijn niet alle paden toegankelijk.

Dit verhaal verscheen in 2016 in wandelkrant Te Voet.

groene-hart-wandeling