OV-Fietsrondje Weesp – Rond het Naardermeer

Deze waterplassen maken deel uit van natuurmonument Het Naardermeer, ze zijn nog vrij nieuw, een aantal jaren geleden aangelegd aan de buitenkant om zo de natuur in het hart van het meer te versterken. In dit OV-fietsrondje fiets je vanaf Weesp om het Naardermeer heen, en op de plek van de foto kun je afstappen en een stukje Nederlands oudste natuurreservaat inwandelen. Maar voor je zover bent zijn er al een vestingstad, een intiem dorpsplein, een stuwwal met schitterend uitzicht, een kasteel en een aquaduct aan je voorbijgegaan.

Varen over de A1, in het Vecht-aquaduct.

Aquaduct over de Vecht
Over twaalf rijstroken denderen de auto’s onder je door, en de Vecht stroomt er majestueus overheen. Het Vechtaquaduct 1 is het breedste van Europa – waar de snelweg eerst via een brug over het water ging, is er nu een betonnen bak waarin de rivier ligt, en onder die bak door raast sinds eind 2016 het verkeer. Veel nieuw asfalt is uitgerold, waardoor het verkeer tussen Almere/Amersfoort en Amsterdam/Schiphol beter doorstroomt. Ondanks al dat verkeer is de natuur is erbij gebaat, want het aquaduct is meer dan een bak water: evenwijdig aan de rivier is een ecopassage aangelegd met natte en droge stroken land, waarover dieren als otter, bever en ringslang heen en weer kunnen van het Naardermeer naar het IJmeer en dan verder naar Waterland. Zo kruist het langzame pad van de natuurverbinding met de snelweg van de 24 uurseconomie.

De A1, met twaalf rijstroken onder de Vecht door.
Zicht op het Muiderslot vanaf de Groote Zeesluis.

Muiden en Muiderslot
Muiden 2 – wat monding van een rivier in zee betekent, in dit geval van de Vecht in de Zuiderzee – lag strategisch, vandaar de ombouw tot vestingstad met de Groote Zeesluis als scharnier tussen kust en achterland. Die sluis was onderdeel van de Oude en Nieuwe Hollandse Waterlinie, en kon gebruikt worden om het achterland onder water te zetten. Vanaf de sluis zie je het Muiderslot liggen, onderdeel van de verdedigingslinie en in de Gouden Eeuw het cultureel-intellectuele hart van Nederland, nadat dichter en toneelschrijver P. C. Hooft er was gaan wonen en er alle belangrijke kunstenaars en wetenschappers van zijn tijd ontving.

Grazige weiden, met het Muiderslot op de achtergrond.

Onderlangs de dijk 3 fiets je richting Muiderberg. Tot 1932 was het een zeewerende dijk – de Zuiderzee! – en ook daarna had je vanaf de dijk eindeloos zeezicht, maar wie nu de dijk beklimt ziet de skyline van Almere op nieuw land dat in 1968 droogviel.

Muiderberg
Weinig dorpen hebben zo’n mooie en onverwachte entree als Muiderberg 4, want steeds fietste je door weidse weilanden en dan ineens arriveer je op een groot groen dorpsplein, de Brink; in vroegere tijden, toen het nog een boerendorp was, een gemeenschappelijk weiland met een drinkplaats voor het vee. Nog mooier wordt het als je linksaf de Dorpstraat ingaat en merkt, hee, we gaan omhoog, de heuvel op. Op de ‘top’ kijk je uit over een strand en de skyline van Almere. Deze kleine klim dank je aan de ijstijd, want toen, meer dan tienduizend jaar geleden, schoof landijs de ondergrond samen tot een kleine heuvel, die vervolgens eeuwenlang de stormen van de Zuiderzee weerstond – een aardkundig monument waar je zomaar tegenop kunt fietsen.

Vanaf Muiderberg zicht op de skyline van Almere.
Het raadhuis (1601) van Naarden.

Naarden en de vesting
Vestingstad Naarden 5 is in volle glorie bewaard gebleven, een dubbele verdedigingsgordel van bastions, wallen en grachten. Alsof die uit het firmament is neergedaald, zo ligt de stervormige plattegrond vastgeklonken op het aardoppervlak. Eerst steek je door de buitengracht, dan de binnengracht en op die manier ga je er ook weer uit. Naarden vesting lag aan de noordoostpunt van zowel de Oude als de Nieuwe Hollandse Waterlinie.
Naarden van binnen bekijken? Ga direct na binnenrijden Naarden Vesting linksaf de Nieuwe Haven op en ga rechtsaf de Marktstraat in. Daar staat andere andere het raadhuis (zie foto). Dezelfde weg terug.

Het Naardermeer en omgeving in 1998 (bron: Kadaster)
Hetzelfde kaartfragment van het  Naardermeer in 2019 (bron: Kadaster).

Naardermeer, 1998 en 2019
Na een turbulente geschiedenis van bedijkingen, droogleggingen en opnieuw onder water leek het einde in zicht toen de gemeente Amsterdam het Naardermeer 6 als vuilstort wilde gaan gebruiken. Natuurbeschermers Jac. P.Thijsse en Eli Heimans voorkwamen dat door het vogelrijke gebied aan te kopen. Het werd in 1906 de eerste bezitting van Natuurmonumenten.
In de jaren negentig ging het slecht met de natuur in het Naardermeer, dat als een eilandje te midden van intensief gebruikte weilanden lag (zie de bovenste kaart uit 1998). Daar werd voor een optimale bedrijfsvoering het grondwaterpeil zo laag mogelijk gehouden. Bovendien stroomde door drinkwaterwinning minder kwelwater toe uit het Gooi. Daardoor liep het Naardermeer leeg en moest voedselrijk water uit de Vecht worden ingelaten. Er kwam verbetering na de aankoop van graslanden grenzend aan het meer. In die nieuwe bezittingen ging het waterpeil omhoog – er ontstonden ondiepe plassen –, werd de voedselrijke bovenlaag afgeplagd, waardoor planten die horen bij een vochtig voedselarm milieu terugkwamen. Zonnedauw, kleverige ogentroost, rietorchis en moeraswolfsklauw groeien er. En het Naardermeer zelf kreeg veel minder vervuild water te verstouwen.

Aan de rand van natuurgebied het Naardermeer.
Een ree in een weiland bij het Naardermeer.

Een volgende verbetering was de verbinding die in 2013 is gemaakt met de aangrenzende Ankeveense Plassen. Via twee nieuwe natuurpassages in de N236 is de isolatie opgeheven, want via het water kun je nu ver de Ankeveense Plassen in. Het is een succes, want de otter is naar het Naardermeer teruggekomen – geen dier is zo afhankelijk van een gezond watermilieu.
Zo is het Naardermeer een natuurfort geworden. In de buitenring liggen de weilanden en ondiepe plassen, dan de gordel met het moerasbos, en tenslotte de binnenring van het oorspronkelijke meer. Met elkaar vormen ze een vogelparadijs waar je zo’n 75 (!) soorten kunt observeren. Purperreiger, zilverreiger, lepelaar, blauwborst en aalscholver zijn te spotten. En wie weet scheert een ijsvogel langs.
Je kunt het Naardermeer in bij ‘start wandelpad’ (nummer 6 op de routekaart) en dan kom je na een kilometer uit bij de vogelkijkhut over het Naardermeer.

Vogelkijkhut Naardermeer (in de verte een trein op weg naar Naarden).
De Vecht vlak voor Weesp.

Breed meandert de Vecht 7 naar Weesp, ooit was de rivier hoofdtransportweg van Amsterdam via Weesp naar Utrecht en de Rijn. Dat is lang geleden, want vrachtvaart gaat over het Amsterdam-Rijnkanaal, de Vecht is nu domein van de pleziervaart.

START EN FINISH
OV-fietsen zijn te huur bij de rijwielstalling van station Weesp. Check voor vertrek of er fietsen klaar staan. Op de ns-stationsinformatie van Weesp (onder het kopje ‘Voorzieninge’)  kun je dat live zien.

AFSTAND
26 KM

KNOOPPUNTEN
Ga vanuit de rijwielstalling rechtdoor. Linksaf Herensingel, linksaf Stationsweg en onder viaduct door, richting 16. Bij rotonde rechtsaf en richting 16 – 17 – 18 (Dorpsstraat) – 33 – 34 –37 – 47 –45 – 44 – richting 16, linksaf Herensingel (richting station) en weer rechtsaf naar station.

Fietspad langs het Naardermeer.

GPS
De route is te vinden op de routeplanner van de Fietsersbond, met de mogelijkheid een GPS-bestand te downloaden.

HORECA
De Zeemeeuw in Muiderberg; veel gelegenheden in de Markstraat van Naarden.

AUTO EN FIETS: PARKEREN
Toeristisch overstappunt Weesp-Fort Uitermeer aan de ’s-Gravelandseweg bij Fort Uitermeer, net buiten de route. Vanaf de P rechtsaf en na 200 meter ben je na de brug op de route, ga richting knooppunt 47/45.

PDF MET ROUTE-INFORMATIE (om te printen)

thumbnail of Route-info Weesp-Naardermeer

Strand van Muiderberg met de Zeemeeuw.

Ruhrgebied – Fietsen in de groene Kohlenpott

In zacht avondlicht verwarmen zich de muren van Zollverein XII. Gebouwd in 1932 als steenkolenmijn van de toekomst in een strakke Bauhausstijl waren de ‘wielen’ van de schachtliften decennia het epicentrum van de winning van het zwarte goud. Hier verstrengelde de schoonheid van bouwkunst zich met efficiënte en veilige mijnbouw. In 1986 sloot de mijn, en alleen de schoonheid bleef, en die kreeg steeds meer waardering, leidend tot de status van wereldcultuurerfgoed en dat plaatste de Zollverein XII in het hart van de mijn- en industriecultuur van het Ruhrgebied. Is een beter startpunt van een fietsroute denkbaar?

Zollverein XII.

Van spoorlijn naar fietspad
Sinds kort heeft het Ruhrgebied een knooppuntennetwerk naar Nederlands voorbeeld, en vanaf de Zollverein is een ronde van 35 km mogelijk, die vele soorten industrieel erfgoed aandoet. Toen mijnbouw en industrie bloeiden doorsneden talloze spoorwegen het Ruhrgebied, bijvoorbeeld voor het kolentransport van de mijnen naar cokesfabrieken en hoogovens. De lijnen die vanaf de Zollverein liepen zijn veranderd in fietspaden. Rondom klinkt nu een koor van vogels – merels fluiten zich er bovenuit – die zich verborgen houden in de groene omkaderingen van struiken en bomen; het is fietsen over zwart asfalt met groene wanden.

Voormalige spoorlijn werd fietspad.
De hemeltrap op de Rheinelbe.

Steenpuisten
Bij de steenkoolwinning kwamen massa’s waardeloze stenen mee omhoog. Die werden op een hoop gegooid, overal lagen die afvalbergen – Haldes – als zwarte puisten in een geschonden landschap met dampende schoorstenen en vervuilde rivieren. De Kohlenpott, de trotse bijnaam, leverde de brandstof en was met zijn industrie tegelijk de motor van het naoorlogse Wirtschaftswunder. En waar de welvaart steeds meer glans kreeg, versterkte de vervuiling het gitzwarte uiterlijk van Duitslands grootste industriegebied. Op de Halde van de Rheinelbe (voorbij knooppunt 49) herinnert de kale, zwarte top aan hoe het was, maar kijk je vanaf de Himmelstreppe – op vele Halden staat op de top een monumentaal kunstwerk – in het rond, dan zie je hoe het is: een zee van groen omspoelt de top. Hier zie je hoe het zwarte imago – dat nog altijd rondwaart – door de werkelijkheid is ingehaald. Tot die realiteit hoort dat de steenkoolwinning waaraan het Ruhrgebied zijn bestaan ontleende, met de sluiting van de laatste mijn in december 2018 definitief voltooid verleden tijd is.

Uitzicht vanaf Halde Rheinelbe.
Halde Rheinelbe, alleen bovenop nog een beetje zwart.

Wat verder, voorbij Knooppunt 45, ligt nog zo’n puist, de Pluto, en vanaf daar kijk je uit op de Halde Hoheward, een soort van superafvalstenenberg, afkomstig van meerdere mijnen. Op de top tekenen zich de bogen af van het Horizonobservatorium, waarmee de overgangen van de jaargetijden zijn te ervaren.

Tussendoor is de route van spoorbaan gewisseld, naar de Erzbahn, waarover vanaf het Rhein-Hernekanaal ertsen werden vervoerd naar de hoogovens in Gelsenkirchen en Bochum. Op de spoorsplitsing ligt de Erzbahnbude, een voor het Ruhrgebied kenmerkende kiosk, waar je drank, snoep, kranten en tabak kunt kopen. Vaak lijkt het hier een hangplek voor pensionado’s – bier of koffie drinkend naast hun elektrische fietsen.

De Erzbahnbude.
De Emscher met Der Ball, een gashouder als kunstwerk.

Emscher en Nordstern
Bij knooppunt 44 schakelt de route naar het pad langs een andere transportweg door het Ruhrgebied: het Rhein-Hernekanaal, gegraven in het dal van het riviertje de Emscher, dat er vlak naast stroomt. Als je die passeert ruik en zie je dat de vergroening z’n grenzen kent. Veel is er verbeterd in de zuivering van afvalwater, maar hier is de associatie met een open riool niet ver. In contrast daarmee staat de Graf Bismarckhaven, die van vervallen werkhaven van een steenkolenmijn veranderde in een mooie woonhaven met ruime terrassen en moderne nieuwbouw. En ook voormalige mijn de Nordstern is een voorbeeld van de geslaagde transformatie, want de zwarte velden van weleer werden bloemenakkers dankzij de Bundesgartenschau van 1997. Boven op het mijngebouw staat Hercules; hij heeft zijn ondergrondse werken volbracht en staat op het punt nieuwe uitdagingen tegemoet te gaan. Zal de oppergod hem laten vliegen?

De Nordstern.
Hercules op de Nordstern.

Opnieuw is er een verbouwde spoorlijn, met onderweg nog een blik op arbeiderskolonie Hegemannshof – tienduizenden trokken vanaf eind 19e eeuw naar het Ruhrgebied, er was een enorme behoefte aan woningen. Los van de steden werden overal en nergens, maar dichtbij mijn of fabriek ‘kolonies’ gebouwd; door dat ontbreken van stadsplanning zit er nog steeds een zekere rommeligheid in de ruimtelijke structuur van de Kohlenpott.

De Kokerei
Volg, terug op Zollverein de in Bauhausstijl omhulde transportbanden, die zich vanaf de mijngebouwen als de tentakels van een stramme spin vertakken. Hierover rolden de steenkolen rechtstreeks van de mijn naar de Kokerei, waar ze onder hoge druk en temperatuur ontgast werden tot cokes, brandstof voor de hoogovens. Geen betere plek om de route te beëindigen dan op het terras van Café Die Kokerei met uitzicht op de ovenpanelen, waaruit vroeger de snikhete cokes in een koelwagen tuimelden die ze naar de naar de blustoren reed, want zonder snelle koeling verteerden de cokes tot as. Nu ligt er in (weliswaar zeldzame) wintertijden een schaatsbaan, en in de zomer heb je vanaf het terras een unieke inkijk in een bijzonder stukje herbestemd industrieel erfgoed.

De Kokerei van Zollverien XII.

DE ROUTE

START EN FINISH Knooppunt 59 op Zollverein XII.
NAAR HET EERSTE KNOOPPUNT
Ga op Zollverein na de ingang links langs het schachtgebouw; op het plein van het Ruhrmuseum rechts langs het museum. Ga voor de onderdoorgang RA (bij blokken met groene vierkanten) en volg dit spoor naar Knooppunt 59.
Volg de knooppunten 59–60–49–48–46–45–44–63–90–61–60–59.
Zie ook:
thumbnail of 28 DE ROUTE
UITSTAPJES
Maak op een paar plekken een bijzonder uitstapje.
– Na knooppunt 49 kun je omhoog (en weer omlaag) naar de Himmelstreppe op de Halde Rheinelbe met uitzicht over het groene Ruhrgebied.
– Na knooppunt 45 kun je heen en weer naar Halde Pluto met zicht op Halde Hoheward.
– Ga bij knooppunt 90 naar de Nordstern en bekijk daar gebouwen en park. Fiets terug naar knooppunt 90.
– Rijd bij terugkomst door richting knooppunt 57 tot aan de Kokerei (400 meter) met café Die Kokerei.
HORECA
Zollverein XII (bij het Ruhrmuseum en bij de Kokerei), Erzbahnbude, Nordstern.
FIETSHUUR
Op Zollverein is een Revier-Rad-station. Fietshuur (ook elektrisch) vanaf €9 per dag.

MEER ZIEN?
Op het terrein van Zollverein kun je rondleidingen boeken, het Ruhrmuseum (geschiedenis mijnbouw en industrie) en het Designmuseum bezoeken.
Nabij: Landschaftspark Duisburg-Nord, dwalen over het terrein van een stilgelegde hoogoven. Aanrader!
Zie ook de site van het Ruhrgebied.
HOE KOM JE ER?
Met de auto: navigeer naar Fritz-Schupp-Allee, Essen. Vanaf Utrecht is het een kleine twee uur rijden (175 km)
Met openbaar vervoer: in Oberhausen overstappen op RegionalBahn 32 naar station Essen Zollverein Nord.
OVERNACHTEN
Hotel Friends Zeche Zollverein Essen, in strakmoderne mijnbouwstijl, op het terrein van Zollverein.

De liftschacht van Pluto, steeds meer in het groen.
De Bauhaus-architectuur van Zollverein XII

OV-Fietsrondje Culemborg – in het rivierengebied

De Lek bij Culemborg.

Het rivierenlandschap staat centraal in deze route, al duurt het meer dan twintig kilometer voor de Lek zelf is te zien. Toch heb je er dan al grondig mee kennisgemaaakt, want elke meter van het landschap waarin je hebt gefietst is door de rivieren beïnvloed. Eerst zijn er de komgronden 1, 2, de laaggelegen delen, waar het water na een overstroming terechtkwam – langzaam stromend, en zwevend slib met zich meevoerend. Dat bezonk en vormde een kleilaag, plamuurde de ondergrond zo’n beetje dicht; altijd was het er nat, vochtig en moerassig, geen lekkere plek om te wonen en zelfs nu, nadat sinds de jaren vijftig de waterhuishouding enorm is verbeterd, wonen er weinig mensen. Wie er vroeger woonde had kunstgrepen nodig, hoogde z’n woonplek op en ging vanuit die zogeheten woerd het moeras in om in de eendenkooi of de griend te werken. Of had een weide met een paar runderen, maar het grootste deel van de graslanden was voor de oogst van hooi; een keer per jaar, meer zat er niet in.

In de komgronden: boerderij op een wat hoger gelegen woerd.

Oeverwal en stroomrug
Vlakbij de hoofdstroom waren de omstandigheden beter, want als daar de boel overliep, konden door de hogere watersnelheid alleen zware deeltjes bezinken, die als maar stapelend verhoginkjes vormden – oeverwallen, waar je goed kon wonen en waar je op het lemige zand akkers en boomgaarden kon aanleggen. Ze liggen op deze route vooral langs de Lek 7, 8.

Boomgaard nabij Schoonrewoerd.

Sinds de aanleg van dijken ligt de bedding van de rivier min of meer vast, maar daarvoor had ie de vrijheid steeds nieuwe wegen te vinden. Was er een nieuwe hoofdstroom ontstaan dan verlandde de oude rivierbedding, maar bleef in het landschap herkenbaar dankzij de wat hoger gelegen oeverwallen waar je vaak akkers en boomgaarden ziet. Dat is mooi te zien in het dorp Schoonrewoerd 6, waar de weg licht omhoogloopt, naar de ‘top’ van de stroomrug; de kerk is er op het hoogste punt gebouwd. Al moet erbij verteld worden dat de plek ook nog eens werd opgehoogd – niet voor niets zit er ‘woerd’ in de naam.

Het verhaal van de kaarten
Het patroon van komgronden en oeverwallen is te zien op de twee kaartfragmenten. Bovenin stroomt de Lek, direct ten zuiden daarvan zie je de bochtige lijn van de dijk. De witte kleur staat voor akkers en zowel de stad Culemborg 9 als het land ten westen van de spoorlijn zijn hoger gelegen oeverwallen, in het zuidwesten is het natter en leger; de eendenkooi is ook indicatie van lage komgronden. Mooi zijn de namen Hooge Prijs en Lage Prijs. Beide polders zijn ontgonnen rond 1100, om kolonisten te trekken kreeg de polder een wervende naam: Parijs (toen al een topstad). Hooge Prijs verwijst naar de ligging op een oeverwal; strak zijn de percelen, in een zich herhalend noord-zuidritme.

Culemborg, boven 1900, onder 2018. Bron: www.topotijdreis.nl

Diefdijk
In het westen van de kaarten is een stukje te zien van de Diefdijk 3 – dwars op de Lek, reikend tot de Linge, rond 1284 aangelegd om de polders ten westen ervan te beschermen. Dat lukte niet altijd, want enkele keren brak de dijk , twee grote waterplassen (4, 5) zijn er de getuigen van.
De nieuwe dijk had grote gevolgen, want vergrootte de waterproblemen aan de Culemborgse kant. Die waren toch al aanzienlijk door bodemdaling en een hogere waterstand in de Lek door de afdamming van de Kromme Rijn. De waterzorgen werden zo groot dat de inwoners van de polders Paveijen en Rietveld 2 hun huizen moesten verlaten.
Begin 19eeeuw kreeg de dijk een militaire betekenis in de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Via Fort Everdingen en Werk aan het Spel 7 (in 1900 nog militair geheim, dus niet concreet op de kaart) kon het water binnenstromen om polders als de Lage Prijs en Goilberdingen onder water te zetten en zo de vijand tegen te houden.

Fort Everdingen.
Bunker 599, doorgezaagd, en aangesloten op de waterbergingsplas.

Rond de Tweede Wereldoorlog werden langs de dijk bunkers gebouwd, maar inmiddels zijn alle militaire functies verleden tijd. Een van de bun-
kers werd kunst, want doormidden gezaagd is de binnenkant zichtbaar gemaakt. Het leidde tot een totale omdraaiing: van verdedigingswerk naar toegangspoort tot een natuurgebied.
In de waterbeheersing van de 21eeeuw speelt de Diefdijk nog altijd een belangrijke rol. Mocht ooit de dijk bovenstrooms in de Betuwe doorbreken dan zal de Diefdijk voorkomen dat het water verder stroomt richting Vijheerenlanden en Alblasserwaard. Dan zal ook de opening van snelweg A2 met drie betonnen balken, verstopt in het viaduct, gesloten worden. Een keer per jaar komen ze uit hun schuilhut om tijdens een proefsluiting vast te stellen dat ze hun werk zullen doen als het echt nodig is.

Dit viaduct staat dwars op de Diefdijk en kan worden gesloten.
De skyline van Culemborg.

Culemborg
In het oosten van de kaartfragmenten ligt Culemborg 9, in 1900 nog binnen z’n stadswallen, nu met vele (forensen)wijken erbij een eind opgerukt in de polder Hooge Prijs. In de tweede helft van de 13eeeuw is de stad gesticht en na al die eeuwen is de oude plattegrond nog goed herkenbaar. De drie delen van de binnenstad zijn van elkaar gescheiden door min of meer west-oost lopende grachten (de blauwe lijntjes). In het midden ligt het oudste deel oudste met de Markt (met een prachtig stadhuis, en aan de zuidzijde afgesloten door een echte stadspoort). Een welvarende periode in de 14eeeuw trok vissers en ambachtslieden aan die voor een deel in de noordelijke stadsuitbreiding de Havendijk gingen wonen. Eind 14eeeuw volgde in het zuiden verdere uitbreiding met de Nieuwstad.

De Markt van Culemborg, met het stadhuis.

START en FINISH
OV-fietsen zijn te huur bij de rijwielstalling van station Culemborg. Check voor vertrek of er fietsen klaar staan. Op ovfietsbeschikbaar.nl kun je dat live zien.

AFSTAND  29 km

INKORTING
Bij knooppunt 44 kun je naar rechts naar nr 40; dan is de route 19 km. Maar ga dan toch eerst even naar links en kijk bij de bijzondere doorgezaagde bunker, net voorbij de A2 (routepunt 3).

KNOOPPUNTEN
Station Culemborg – vanuit rijwielstalling rechtsaf; na 1 km rechtsaf onder spoor door naar 87 – 85 – 86 – Linksaf richting 44, direct weer rechtsaf richting 73 – 44 – 45 – 46 – 47 – richting 01 – in Zijderveld: ga bij rotonde het dorp in via Dorpsstraat – 01 – 44 – 40 – 41 – 42 – 33 – 87, tot station Culemborg.
De route is ook te vinden op de routeplanner van de Fietsersbond.

TREIN Kijk op ns.nl voor treintijden.

PARKEREN
Fort aan de Spoel; Carpoolplaats aan de A2, afrit 12 Everdingen; bij knooppunt 45 (Wiel van Bassa).

HORECA
Koffiehuis Weervolvenhuisje (open in het weekend, net voorbij knooppunt 86); Schoonrewoerd (De Zwaan; zondag gesloten); Fort Everdingen (open op vrijdag en in het weekend); Fort aan de Spoel (maandag, dinsdag gesloten); op de Markt van Culemborg.

PRINT VAN DE ROUTE
Klik op de link voor een afdruk van de routekaart en de bezienswaardigheden onderweg.
thumbnail of 21_Culemborg_praktische info_pdf

ONDERWEG
1 De komgronden
Na de spoorlijn fiets je midden in de komgronden. Tot ver in de 20eeuw woonde er niemand, maar nu is er moderne veeteelt mogelijk dankzij verbeterde afwatering en zijn er wat boerderijen gebouwd. Behalve aan de weilanden zijn de komgronden te herkennen aan de populierenbossen en grienden (wilgenakkers, waar de takken werden geoogst).

Dit huis in de komgronden ligt op een woerd, een kunstmatige heuvel.

2 Paveijen en grienden
Door bodemdaling, Diefdijk en extra wateraanvoer werd het zo nat dat de nederzetting Paveijen werd opgeheven; nog altijd is het relatief nat, waardoor grienden er goed gedijen.

Links de oogst van wilgentenen, rechts de griend.

3 Diefdijk
De kazemat net voor de A2 waakte over de afsluitbare doorgang voor de snelweg; in het viaduct zijn de betonnen balken opgeslagen die op de A2 kunnen worden geplaatst om de dijk sluiten.
Zijn militaire functie verloor de Diefdijk, daarom was het mogelijk van bunker 599 landart te maken. Doorgezaagd vormt 599 een eenheid met de waterbergingsplas erachter.

4 De Waai en Molenkade
Eind 14eeeuw braken in de Betuwe de rivierdijken en wist het water de Diefdijk te ondermijnen. In de 16eeeuw gebeurde dat nog een keer. Een grote ronde waterplas, de Waai, bleef achter, waaromheen de herstelde dijk kwam te liggen.

Bij de Molenkade ligt het laagste punt van de Culemborgse polders; hier verzamelt het water zich als ware het een afvoerputje en daarom is er een waterbergingsgebied gemaakt.

5 Het Wiel van Bassa
Deze enorme waterplas ontstond na een dijkdoorbraak in februari 1581; heel de Betuwe liep onder, ook Culemborg, waar de Nieuwstad blank stond.

6 Schoonrewoerd en de copes
In Schoonrewoerd loopt de weg licht omhoog, naar de ‘top’ van een voormalige rivierbedding (de stroomrug); de kerk is er op het hoogste – nog wat extra opgehoogde – punt gebouwd. Op zo’n stroomrug met zijn zandige oeverwallen is de bodem geschikt voor boomgaarden.
Dit is het land van de middeleeuwse cope-ontginningen met vaste perceelsmaten: 110 meter breed, ongeveer 1250 meter lang.

7 Fort Everdingen en het Werk aan het Spoel
Beide forten zijn onderdeel van de Nieuwe Hollandse waterlinie. Er kon water worden ingelaten vanuit de Lek; de forten moesten de inlaatplekken beschermen. Nu hebben ze allebei nieuwe functies: in Fort Everdingen is een camping en bierbrouwerij; Werk aan het Spoel is een culturele hotspot met amfitheater voor optredens.

8 De uiterwaarden
In de uiterwaard zijn nieuwe geulen gegraven om water sneller af te kunnen voeren.

De uiterwaarden bij Culemborg.

9 Culemborg
Je rijdt dwars door de historische stadsplattegrond: de Havendijk was een eerste uitbreiding van de oude stad, die begint bij de grote muurschildering van Miss Blanche sigaretten. Met de Markt en het fraaie stadhuis als middelpunt eindigt de oude stad bij de Binnenpoort; daarna volgt de Nieuwstad.

De Binnenpoort, gezien vanuit de Nieuwstad.

OV-fietsrondje – Utrecht: tussen Dom en groene stadsrand

Met z’n 112 meter torent die hoog boven de stad uit, de Domtoren 2, gereedgekomen in 1321. Toen was Utrecht als religieus centrum de belangrijkste stad van Nederland. Binnen de singels, al in 1122 aangelegd, lagen talloze kloosters. Na de Reformatie zijn die voor een groot deel ontmanteld en daarna voor een groot deel bebouwd. Mede dankzij die extra ruimte hield Utrecht het tot ver in de 19e eeuw Utrecht uit binnen de singels. Bovendien raakte Utrecht zijn centrale positie kwijt aan de Hollandse handelssteden. De stad stagneerde en dat heeft eraan bijgedragen dat Utrecht nu de best bewaarde middeleeuwse binnenstad van Nederland heeft, gedragen door de dubbele lijn van Oude- en Nieuwegracht.

In de pandhof bij de Domkerk (bereikbaar vanaf het Domplein).
De Nieuwegracht en de Domtoren.

Spoor
Na de komst van de spoorwegen (1843) kwam Utrecht weer tot leven. Voor fabrieken was de centrale ligging in het nationale spoornet ideaal. In snel tempo kwamen er woonwijken bij om tienduizenden arbeidsmigranten een dak boven het hoofd te bieden.
In ruimtelijk opzicht vond in de loop van de 20e eeuw de grote omkering plaats: eeuwen domineerde de middeleeuwse stad het kaartbeeld, nu is zij niet meer dan een servetje op een tafellaken van steen. Vooral na 1950 is de stad enorm uitgebouwd met uitgestrekte wijken als Kanaleneiland, Overvecht en Lunetten.
Sinds de laatste uitbreiding, Leidsche Rijn, is het inwonertal van Utrecht explosief gegroeid; 343.000 inwoners telt de stad nu, en dat aantal zal rond 2028 gestegen zijn tot 400.000.
De stad is deel van een aaneengesloten stedelijke zee, een agglomeratie, waarbij Nieuwegein en Houten na 1970 duizenden inwoners van Utrecht een betere en betaalbare woning boden.

Amsterdam-Rijnkanaal en daarachter Kanaleneiland.

Nieuw stadscentrum
Toen Utrecht in 1843 zijn eerste station kreeg lag dat aan de stadsrand, buiten de omwalling; al snel kwam de verbinding met de binnenstad door de bouw van de Stationswijk, die rond 1970 plaatsmaakte voor Hoog Catharijne, gebouwd over de gedempte Catharijnesingel – water werd weg, en wat voor een: de kortste autosnelweg van Nederland. Winkelcentrum Hoog Catharijne raakte verouderd, het station was te klein en de verbinding de tussen historische binnenstad en stationsgebied verbroken. Redenen genoeg voor ingrijpende vernieuwingen 1; na jaren van bouwen laten de resultaten zich steeds meer zien: de immense stationshal, het bollendak dat het nieuwe stationsplein overkapt, een vernieuwd winkelcentrum, stadskantoor, muziekcentrum, en water in de singel: de Stadskamer (het gebouw met de rechthoekjes in pastelkleuren) overbrugt nu de Catharijnesingel en is een van de nieuwe verbindingen tussen binnenstad en station.

Op TivoliVredenburg staat de verzekeringsengel die ooit De Utrecht sierde, het gracieuze Jugendstilpand dat voor Hoog Catharijne moest wijken.

Door alle centrumvernieuwingen draait de stad straks rond het station, als de naaf van een fietswiel. Het stadskantoor is het bewijs van deze centrumverschuiving, want wat tot ver in de 20e eeuw thuishoorde in de middeleeuwse binnenstad in de bocht van de Oudegracht, is over het station heen getild. Als alle gebouwen klaar zijn (rond 2023) wordt de westwaartse verschuiving van het zwaartepunt nog nadrukkelijker. En dat sluit aan op het eveneens westelijk gelegen Leidsche Rijn, de laatste grote stadsuitbreiding. Ook de eerstvolgende, de toekomstige woningbouw langs het Merwedekanaal, grenst aan het nieuwe stadscentrum.

De stad rukt op, maar niet helemaal

De oude kaart is uit 1920, de nieuwe uit 2018. Bron: http://www.topotijdreis.nl

Niet alles werd volgebouwd, en deze fietsroute is daar het bewijs van, want doorkruist het rivierenlandschap van de Kromme Rijn met Amelisweerd en Rhijnauwen 4, gaat langs Fort Vechten en de groene oase rond Laagraven 6.
Op de kaartfragmenten uit 1920 en 2018 is Laagraven te zien. Opmerkelijk hoe dit gebiedje bewaard bleef – enkele fruitteeltbedrijven houden het agrarische karakter vast, maar de stedelijke recreatie rukt op: rechtsboven is na zandwinning een grote recreatieplas ontstaan en rechtsonder ligt een golfterrein. Die nieuwe functies zijn een garantie voor het behoud van het open karakter.
Het frame van het landschap is vastgelegd in een eeuwenoude verkaveling en wegenstructuur. Rechtsonder loopt de Heemsteedseweg, een verbindingsweg uit het eind van de 11e eeuw, aangelegd als de oostelijke grens van de veenontginningen van Jutphaas. Naar het noorden werd de weg verlengd met de Koppeldijk, die leidde tot een verbinding met het Utrechtse Tolsteeg. Die oostgrens van de veenontginning zie je terug in de verkaveling, want aan de Jutphase kant zijn de percelen langgerekt en smal, zuid-noord gericht; aan de Houtense kant zijn ze wat blokkeriger en oost-west gericht.
Het kaartbeeld veranderde door de aanleg van het Amsterdam-Rijnkanaal 7, maar nog meer door de nieuwe stad Nieuwegein, ‘opgericht’ in 1971 om de woningbehoefte van Utrecht op te vangen. Toch mooi hoe in die nieuwe stad oude elementen als het fort bij Jutphaas en het Merwedekanaal goed herkenbaar zijn gebleven.

START en FINISH
OV-fiets te huur bij Utrecht Centraal Stationsplein of Utrecht Centraal Jaarbeursplein; ook mogelijk: de rijwielstalling 50 meter voorbij TivoliVredenburg. Op ovfietsbeschikbaar.nl kun je live zien hoeveel fietsen beschikbaar zijn.

AFSTAND
29 km, verkorte route 21 km.

ROUTE EN KNOOPPUNTEN
Vanaf het Stationsplein: uitgang Smakkelaarsveld, rechtsaf richting centrum/TivoliVredenburg en dan: 31–Ledig Erf: na de brug schuin oversteken en Gansstraat in–38–41–40–39–98–35–36–33–32–27–68–6–bij bushalte Noordenveld scherp rechts–70–71–72–74–73–51–23–52– richting 26, op Westplein oversteken (richting LF4a en LF7b volgen; knooppunt 26 ontbreekt) en via Van Sijpesteijnkade onder spoor door (fietstunnel) en rechtsaf naar stalling Utrecht Centraal Stationsplein.

Vanaf het Jaarbeursplein: fietspad naar rechts volgen en dan rechtsaf onder spoor door richting centrum/TivoliVredenburg en dan 31 en verder.
Vanaf rijwielstalling Vredenburg: rechtsaf naar 31 en verder.
De route is ook te vinden op de routeplanner van de Fietsersbond.

Inkorting tot 21 km: ga bij 32 rechtsaf richting 30–19–52 (terug op hoofdroute).

TREIN
Kijk op ns.nl voor treintijden.

AUTO
Parkeerplaats bij Laagraven (gratis; tussen knooppunt 32 en 33) of Waterliniemuseum/Fort Vechten (betaald; zie Onderweg nr 5).

HORECA
Ledig Erf (voor knooppunt 38), Theehuis Rhijnauwen (41), Stayokay café (ook 41), Restaurant Vroeg (39), Down Under (na 33), Landhuis in de stad (52).

PRINT VAN DE ROUTE
Klik op de link voor een afdruk van de routekaart en de bezienswaardigheden onderweg. thumbnail of Utrecht Zuidoost Onderweg

ONDERWEG
1 Het nieuwe stationsgebied
Nergens is Utrecht zo veranderd als in het stationsgebied: je komt vanuit de nieuwe stationshal langs het bollendak, de Stadskamer, de hergraven Catharijnesingel, Tivoli-Vredenburg en de appartementen bij het Vredenburg.

TivoliVredenburg, muziekpaleis met zes concertzalen.

2 Domtoren en kerk
Toren en kerk zijn in 1674 door een tornado van elkaar gescheiden. Op het Domplein zijn de contouren van eerdere kerken zichtbaar in de bestrating. De gele stenen verwijzen naar het Castellum, een Romeins legerkamp. Ga in de Lange Nieuwstraat op de kruising met de Hamburgerstraat even naar rechts voor een blik op de Oudegracht en daarna even naar links voor de Nieuwegracht, in beide gevallen met de karakteristieke werfkelders.

3 Wilhelminapark
De villa’s rond het Wilhelminpark waren bedoeld om de gegoede burgerij die rond 1900 steeds meer ‘buiten’ ging wonen, in de stad te houden. Net voor het viaduct onder de Waterlinieweg  passeer je werelderfgoed Rietveld-Schröderhuis.

In het Wilhelminapark.

4 Amelisweerd, Rhijnauwen en Uithof
Op de landgoederen Nieuw- en Oud-Amelisweerd en Rhijnauwen zijn de bossen bijzonder, want zeldzaam is een loofbos met beuken en eiken dat groeit op rivierklei. Bij Huis Rhijnauwen steek je de ‘leverancier’ van de klei, de Kromme Rijn, over.

Landhuis Rhijnauwen (Stay Okay-hostel) aan de Kromme Rijn.

5 Fort Vechten
Rond Utrecht vind je veel forten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het terrein was er te hoog om goed onder water te zetten; daarom waren verdedigingsforten nodig. De route kwam al voorbij het Fort bij Rhijnauwen, verderop volgt Fort Jutphaas en hier ligt Fort Vechten, met het Waterliniemuseum.

6 Oase aan de stadsrand
Bijzonder hoe deze enclave vol fruitteelt en weilanden – ingesloten tussen bebouwing, kanaal en snelwegen – stand weet te houden. Zie de kaarten voor een toelichting.

Nijlgans in de stadsoase tussen steden en snelwegen.

7 Plofsluis
Een grote bak beton gevuld met zand, die – door de bodem op te blazen – met een reuzenplof het toen nog smalle Amsterdam-Rijnkanaal in een klap kon afdammen, zodat overstromingswater aangevoerd vanaf de Rijn en bedoeld voor de Nieuwe Hollandse Waterlinie, niet weg zou lekken. Later is het verbrede kanaal om de Plofsluis gegraven.

Tussen de bomen door zicht op het grijze beton van de Plofsluis.

8 Amsterdam-Rijnkanaal en Kanaleneiland
Na 1955 werd flatwijk Kanaleneiland gebouwd (eiland, want omsloten door het Merwedekanaal aan de noordkant en het Amsterdam-Rijnkanaal in het zuiden). Er is grootscheepse renovatie bezig, onder andere de bouw van nieuwe woningen aan de overkant van de Prins Clausbrug.

9 Cereolfabriek
Deze voormalige veevoederfabriek kreeg een nieuwe bestemming; er kwamen woningen, horeca en wijkvoorzieningen. (Ga net voor de brug over het Merwedekanaal even linksaf).

Amelisweerd.

OV-fietsrondje: Veluwe en Rijn

In dit OV-fietsrondje vanaf station Ede-Wageningen moet je bij knooppunt 81 echt even de fiets aan de kant zetten en omhoog lopen naar het uitzichtpunt in Belmonte 4, de botanische tuin bovenop de Wageningse Berg. Daar heeft de werking van uiteenlopende natuurkrachten geleid tot een hoge, steile heuvel die magnifiek uitziet over het rivierdal. Tot in Nijmegen reikt het uitzicht op heldere dagen. Die ‘berg’ is te danken aan de voorlaatste ijstijd, toen het zo koud was dat de gletsjers in Scandinavië uitgroeiden tot dikke ijsmassa’s, die zich met hun uitlopers tot het midden van Nederland uitstrekten, onder andere via de Gelderse Vallei. Als bulldozers schoven ze zand- en grindlagen voor zich uit en stuwden ze op tot heuvels, tot stuwwallen, met de Veluwe als grootste.
Daarna, toen het warmer werd, kwam de rivier in beeld. Breed waaierde ze uit over het vlakke land dat voor de heuvels lag, kroop er dichter naar toe en wist de ‘berg’ te ondermijnen, waardoor uiteindelijk een steile helling ontstond.

Aan de rand van de Ginkelse Heide.

Heide en bos
In en na de Middeleeuwen ontstonden boerendorpen als Ede en Bennekom op de flanken van de Veluweheuvels; dat waren de beste plekken, want daar was de bodem droog genoeg voor akkerbouw, terwijl het vee lager kon grazen, in de graslanden van de Gelderse Vallei 6. De hoger gelegen gronden werden in de loop van eeuwen steeds intensiever gebruikt, ze werden door vee, vooral schapen, compleet kaalgevreten. Bos verdween, alleen heide wist te overleven. ‘s Nachts werd de schapenmest in de stal verzameld en met plaggen op de akkers gebracht. In het landbouwsysteem waren de heidevelden een onmisbare schakel, tot begin 20e eeuw de keten werd doorbroken met de uitvinding van kunstmest – heide was niet meer nodig, en grote delen werden bebost. Maar niet overal, de Ginkelse Heide 1 wist als militair oefenterrein te overleven. Veel heidevelden raakten bebost, vooral dennen waren populair, want konden goed worden verkocht als stuthout in de Limburgse mijnen.

De Molenbeek in het Renkumse beekdal.

De Renkumse beek
Vanaf de hoge delen van de Veluwe stroomde regenwater naar beneden; beekdalletjes kregen in de loop van tijd vorm – een hele mooie is het Renkums beekdal 2, 3, in zijn oervorm in de voorlaatste ijstijd ontstaan; meer dan 100.000 jaar geleden toen smeltwater het beekdal uitschuurde. Al ruim voor de industrialisatie ging men hier gebruik maken van het water dat – zeker voor Nederlandse begrippen – met groot verval richting Rijn stroomde. Beken werden verlegd en molens gebouwd voor de verwerking van graan, raapzaadolie en – vooral – papier.
Op de kaart uit 1916 staat het zuidelijk deel van het Renkums Beekdal, vlak voor het beekje uitmondt in de Rijn. De beek is rechtgetrokken, dat zie je aan de strakke blauwe lijntjes van onder andere de Molenbeek. Midden in het dal staat ‘Papierfabr’, teken dat de door water gedreven molens concurrentie hadden gekregen van een fabriek die op stoomkracht draaide.

Het Renkums beekdal, 1916.
Het Renkums beekdal, 1985.

De molens verdwenen en fabrieken namen steeds meer bezit van het beekdal, te zien op de kaart van 1985 – het hele beekdal door industrie geblokkeerd. En zie nu, op de kaart van 2016: het beekdal is in ere hersteld; de enige papierfabriek, die overbleef, staat nu aan de Rijn. En de beek werd weer de natuurlijke verbinding – de Renkumse Poort – tussen stuwwal en rivierdal. Kom je hier op het goede moment, dan scheert de ijsvogel langs de beekrand en grazen edelherten in de bloemrijke natte graslanden.

Het Renkums beekdal, 2016.

ONDERWEG
1 Ginkelse Heide
De heide is een restant van het vroegere landbouwsysteem, nu in gebruik ais militair oefenterrein.

2 Molenbeek en beeldentuin
Uitzicht over het beekdal (zie foto hierboven) en even verder aan de rechterkant toegang tot een beeldentuin met werken van Zimbabwaanse beeldhouwers.

Het herstelde beekdal met een oude fabrieksmuur als herinnering aan de papierfabricage.

3 Het Renkums beekdal
Hier is een breed panorama over het herstelde beekdal; als herinnering aan het industriële verleden is er een muur van de voormalige papierfabriek, samen met een kunstwerk (papierrollen) blijven staan. Kristalhelder water klatert op de plek waar een oliemolen stond. Op de plek van de P (parkeerplaats) is het informatiecentrum.

Uitzicht vanaf Belmonte, bovenop de Wageningse Berg.

4 Belmonte
Zet je fiets neer bij routebordje 81 en ga links aanhoudend omhoog naar Botanische tuin Belmonte met het uitzicht vanaf de stuwwal over het rivierdal. Op de voorgrond het Lexkesveer.

5 Wageningen
Een extra rondje van 4,5 km gaat door de oude binnenstad van Wageningen, en komt ook langs Hotel De Wereld, waar de geallieerden op 5 mei 1945 met de Duitsers hun overgave in Nederland overeenkwamen.

Op de overgang van Veluwe naar Gelderse Vallei.

6 Villa’s en vallei
Bennekom was een brinkdorp, op de overgang van Veluwe naar Gelderse Vallei. Het dorp is in de loop van de 20e eeuw omringd door villa’s, onder andere bewoond door medewerkers van Wageningen University – de gebouwen van Nederlands beste universiteit staan wat verder de Vallei in.

Kasteel Hoekelum.

7 Hoekelum en ENKA
De flanken van de Veluwe, op de overgang van hoog naar laag waren eeuwen geleden al in trek. Het landgoed van Kasteel Hoekelum werd al in 1396 in leen gegeven aan de jagermeester van de Veluwe, maar het huidige landhuis stamt uit de 18e eeuw.
Iets verder ligt het voormalige bedrijfsterrein van ENKA. Begin 20e eeuw streek de Nederlandse Kunstzijdefabriek (in afkorting EN KA) hier neer vanwege de goede bereikbaarheid, schoon water en goedkope grond. In 2002 sloot het bedrijf. Met behoud van een aantal uiterlijke kenmerken (de fabrieksmuur, de schoorstenen) wordt hier een nieuwe woonwijk gebouwd.

START en FINISH
OV-fietsen zijn te huur bij de rijwielstalling van station Ede-Wageningen, aan de noordzijde, elke dag geopend.
Check voor vertrek of er fietsen beschikbaar zijn. Op ovfietsbeschikbaar.nl kun je dat live zien.

AFSTAND
26 km, met extra ronde door Wageningen 30,5 km.

ROUTE en KNOOPPUNTEN
Station Ede-Wageningen (noordzijde) – ga over de Stationsweg (richting Otterlo) naar knooppunt 90 (op kruising met Berkenlaan)–vanaf daar: 95–66–88–82–11–97–6–81­—61 (–83–25–73–83–61)–80–35–17–57–10–95–90–linksaf naar Station Ede-Wageningen.
De route is ook te vinden op de routeplanner van de Fietsersbond.

TREIN
Kijk op ns.nl voor treintijden.

FIETS EN AUTO
Parkeerplaats in Ede bij Nieuwe Kazernelaan en in Renkum bij informatiecentrum Renkums Beekdal.

HORECA
In Wageningen veel mogelijkheden. Onderweg bij ‘Bassie bij de beelden’ en bij informatiecentrum Renkums Beekdal.

PRINT VAN DE ROUTE
Klik op de pdf voor een afdruk van de routekaart en de bezienswaardigheden onderweg.thumbnail of 02_EDE WAGENINGEN_pdf

Het Renkumse beekdal.

OV-fietsrondje Hilversum – buitenplaatsen, heide

Een nieuw idee: pak de trein, huur op je bestemming een OV-fiets en maak via fietsknooppunten in een rondje van 23 km kennis met stad en landschap. In dit OV-fietsrondje rijd je vanaf station Hilversum door de villawijk, langs ‘s-Gravelandse buitenplaatsen en over de heidevelden rond Hilversum.

Buitenplaats in ‘s-Graveland.

Hoe romantisch oogt deze ’s-Gravelandse buitenplaats 2 in het strijklicht van een gouden herfst. Een landschapsparel die met veel liefde, zorg en geld wordt onderhouden. Maar hoe prozaïsch en geldgedreven was het ontstaan. Hier zijn in de 17e eeuw duizenden bakken zand weggegraven en afgevoerd naar bijvoorbeeld Amsterdam, waar het de stadsuitbreidingen (de grachtengordel) fundeerde. Amsterdamse kooplieden die een goede belegging zochten voor hun kapitaal, namen het initiatief. Na de afzandingen lieten de investeerders er boerderijen bouwen, maar al gauw ontdekte men dat het goed toeven was op het platteland. Om het buitenleven zo aangenaam mogelijk te maken werden grootse landhuizen gebouwd met daaromheen fraaie landschapsparken. Langs de ‘s-Gravelandse Vaart (aan de horizon op de foto hierboven) kijk je uit op de landhuizen, zoals Trompenburgh 4, gebouwd door de zoon van de fameuze generaal in de vorm van – ja, hoe kan het anders – een schip.

Trompenburgh.

De boeren van Hilversum
Tegenover de elitaire landgoederen stond het simpele boerenleven in het Gooi, dat zich afspeelde op de heuvels die het landijs in de voorlaatste ijstijd had opgestuwd tot de langgerekte heuvelrug van het Gooi en de Utrechtse Heuvelrug. Op de flanken lagen dorpen als Hilversum, Blaricum en Laren. Hun akkers bij het dorp, hun weiden op de lagere, natte gronden en hun schapen en ander vee op de hooggelegen heide 6.

Het stadhuis van Hilversum.

Aan het eind van de 19e eeuw kwam de grote verandering op gang, na de aansluiting van Hilversum op het spoor naar Amsterdam. Rijke stedelingen ontdekten het plattelandsleven en lieten er ruime villa’s bouwen. Explosief groeide het dorp en kreeg een krans van allure, die in 1931 zijn bekroning kreeg met de voltooiing van het stadhuis van Hilversum 1 – hét meesterwerk van architect Dudok, gekenmerkt door een strakke bouwstijl, het ritme van de vlakken gele baksteen en de in- en uitspringende delen. Toen, zo kun je stellen, had Hilversum definitief afscheid genomen van zijn lange historie van Goois boerendorpje.

De heide bij Hilversum.

De Gooise heide
Is er in Hilversum geen plattelandssfeer overgebleven, dat is wel het geval in de omgeving, want behalve de ’s-Gravelandse buitenplaatsen omringen bossen en heidevelden de mediastad. De heide werd vroeger gemeenschappelijk beheerd; elk Goois dorp had bepaalde gebruiksrechten, bijvoorbeeld op het weiden van schapen. Een groot deel van die gemeenschappelijk gronden is behouden en overgegaan naar het Goois Natuurreservaat. Zij zetten de oude traditie van gemeenschappelijkheid voort en zo kon de heide 6 zich ontwikkelen van onmisbare schakel in het landbouwsysteem naar net zo onmisbare groene long in een sterk verstedelijkt gebied.

Oprit naar de wildwissel.

De natuurbrug
Toch is de verstedelijking niet zonder kleerscheuren gegaan. Wegen en spoorlijnen verbraken verbindingen, nu proberen we ze weer te lijmen. Mooi is dat te zien op twee kaartfragmenten uit 1900 en 2016.
In 1900 was de spoorlijn Amsterdam – Hilversum omgeven door eindeloze heide, waarover vele onverharde wegen liepen. Sporen van bewoning zijn er niet (behalve de renbaan, die tussen 1880 en 1895 midden op de hei lag, inclusief twee houten tribunes). Zandwinning veranderde het landschap rond het spoor drastisch, het maaiveld kwam maar liefst 7 tot 11 meter lager te liggen. Verbreding van de sporen (tot een grote stapelplaats van allerlei spoormaterialen) en de aanleg van de N524 scheidden bos en hei van elkaar – geen beest kwam er levend overheen.

Spoor en weg liggen er nog steeds, maar sinds 2006 is er een nieuwe verbinding van liefst 800 meter lengte – de grootste faunapassage ter wereld. De Natuurbrug Zanderij Crailoo 5 staat op de kaart als ‘Wildwissel’. In de zandafgraving is in het westelijk deel een vlonderpad aangelegd, aan de andere kant liggen naast de sporen sportvelden en een golfterrein. Het mooie van deze natuurbrug is dat ie ook mensen verbindt, want je kunt er wandelend en fietsend overheen (en dat gebeurt in dit OV-fietsrondje).

Aan de rand van het Corversbos.

START en FINISH
OV-fietsen zijn te huur bij de rijwielstalling van station Hilversum. Check voor vertrek of er fietsen klaar staan. Op ovfietsbeschikbaar.nl kun je dat live zien.

AFSTAND
23 km

KNOOPPUNTEN
Station Hilversum–vanuit rijwielstalling rechtsaf naar 54–55–11–12–vlak voor 12, bij brug rechtsaf, richting 9–8–10–36–50–51–53–richting 54 tot station Hilversum.
De route is ook te vinden op de routeplanner van de Fietsersbond.

TREIN
Kijk op ns.nl voor treintijden.

PARKEREN
In ’s-Graveland bij begin J.H. Burgerlaan of in Laren parkeerplaats Zuiderheide (bij Geologisch Museum Hofland in Laren).

HORECA
Bollie Blooper in ‘s-Graveland (Knooppunt 9), La Place in Laren (Knooppunt 51), Theehuis ’t Bluk (Knooppunt 53). Voor openingstijden: zie internet.

PRINT VAN DE ROUTE
Klik op de link voor een afdruk van de routekaart en de bezienswaardigheden onderweg.

ONDERWEG
1 Het stadhuis van Hilversum
Het meesterwerk van architect Dudok ligt te midden van andere villa’s.

2 Corverslaan
Vanaf de Corverslaan kijk je uit op de lagergelegen gronden van de buitenplaatsen van ’s-Graveland. Dit is de achterzijde van Trompenburg. Het hoogteverschil tussen weg en weiland geeft aan hoeveel zand is weggegraven.

3 Gooilust
Een wandeling tussendoor? Fiets dan de oprijlaan van Gooilust op en maak in een rondwandeling van 3,3 km kennis met een van de fraaiste buitenplaatsen. Bijzonder zijn de rododendrons (kom daarvoor in mei), de vele soorten bomen, en een aparte Aha-ervaring. De wandelroute is te bekijken en binnen te halen op Natuurmonumenten.

4 Trompenburgh
Bijzonder is het landhuis dat scheepsheld admiraal Cornelis Tromp rond 1680 liet bouwen, want in de ronde voorzijde is de vorm van een scheepssteven te herkennen. Niet voor niets dat de gracht tot aan het huis reikt. Vanaf het dak, vormgegeven als een scheepsdek, kon Tromp als een kapitein op het droge in de verte de scheepsmasten op de Zuiderzee zien.

Sprekend Trompenburgh-detail.

Helder en schoon is het grachtwater, en dat geldt ook voor de ’s-Gravelandse Vaart – hier welt kristalhelder water op afkomstig van de hoger gelegen heuvels van het Gooi. Geen wonder dat wasserijen zich hier vestigden, vooral als je bedenkt dat de buitenplaatsen goede klanten waren, maar dat ook Amsterdam via waterwegen uitstekend bereikbaar was. Zo’n 500 meter voorbij Trompenburgh fiets je langs de fraaie gevel van de Stoomwasscherij en Glansstrijkinrichting Gooi- en Eemland.

De achterkant van een van de buitenplaatsen.

5 Wildwissel
Dat de wildwissel een verbinding is over drukke verkeers- en spoorwegen is, merk je nauwelijks.

6 Heide
Schotse Hooglanders spelen een belangrijke rol in het beheer van de heide. Zij vreten overheersende planten en struiken weg en dragen bij aan schrale omstandigheden, ideaal voor kruiden en mossen.

De zandverstuiving bij het Bluk.

7 Zandverstuiving
Vlak naast het fietspad liggen zandverstuivingen; in het verleden waren ze de schrik van boeren, want ontstaan door overbegrazing en overmatig plaggensteken bedreigden ze akkers met overstuiving en krompen ze het areaal van bruikbare woeste gronden. Hoe anders nu. Ze worden weer actief gemaakt door bomen en bedekkende vegetatie te verwijderen, zodat de wind vrij spel heeft en bijzondere zandflora en -fauna meer kansen krijgt.

Oud-Kraggenburg, van leidam tot landart

‘Hee schipper, we zijn er bijna. Ik zie het licht van Kraggenburg’, opgetogen klinkt de stem van de stuurman. De wind neemt toe in kracht, maar de haven van Oud-Kraggenburg is nabij. ‘Ja, mooi zo. Zijn we weer veilig over’, is het opgeluchte antwoord.
Het zou zomaar een dialoog kunnen zijn uit de tijd dat het licht op het puntje van de dam nog in volle zee lag, en de haven naast het lichtwachtershuis beschutting bood. Maar het water verdween en maakte plaats voor het wijde land van de Noordoostpolder. Tot de droogmaking (eind 1940 werd de ringdijk gesloten) was dit het einde van de dam, die vanaf de monding van het Zwarte Water zes kilometer de Zuiderzee instak.

Het lichtwachtershuis met vuurtoren.

Er waren twee leidammen, waartussen de schepen voeren; ze waren bedoeld om de verlanding van de monding van het Zwarte Water tegen te gaan. En daarmee moest de haven van Zwolle beter bereikbaar worden voor schepen met grotere diepgang – passend bij de ambitie van Zwolle om uit te groeien tot de derde haven van Nederland. Op de kaart uit 1900 zie je de ligging van de dammen – de linker liep onder bij vloed, de rechter alleen bij extra hoog water.

Topografische kaart uit 1900.
Dezelfde uitsnede, maar dan uit 2016 (Bron: J.W. van Aalst, www.opentopo.nl).

Lijn in het landschap
Bij de inrichting van de nieuwe polder is rekening gehouden met de historische betekenis van de dammen; vanaf hier lopen de kavels van de nieuwe akkers het land in, loodrecht aan de ene, schuin aan de andere kant. Op de kaart uit 2016 is het tracé goed te volgen als een kaarsrechte streep tot aan de dijk van de Noordoostpolder. Daarna houdt het op, begint het open water; daar is de leidam verdwenen, want was niet meer nodig. Toch is een piepklein stukje bewaard gebleven.

Pier+Horizon
Maar, sinds 2016 klopt het kaartfragment niet meer, want toen werd hier het zevende landartproject van Flevoland geopend. De spil van dit kunstwerk van Paul de Kort is de pier die precies in het verlengde van de leidam ligt; het brengt het verleden opnieuw tot leven. Pier + Horizon heet het, een verwijzing naar het geometrische schilderij Pier + Oceaan van Mondriaan.
Rondom dobberen rechthoekige plantenbakken, die met een lijn zijn vastgemaakt aan een paal. Binnen de beperking van de lijnlengte kunnen ze zich bewegen en zie: waar de wind waait, daarheen dobberen ze; min of meer in formatie – zo de wind waait, waait zijn kragje. Want kraggen, zo heten deze bakken. In feite zijn het drijvende veeneilandjes, die bestaan uit een mat van riet, waterplanten en plantenresten; je vindt ze in de aangrenzende veengebieden op het vasteland (de Wieden). Daar werden ze rond 1840 losgestoken en verzwaard met keien in matten van 15 bij 2 meter afgezonken als fundament voor de leidammen.

Kraggen in tegenlicht.

Niet alleen de kraggen zijn een mooie verwijzing naar de historie, dat geldt ook voor de palen. Hun opstelling in een strak zeshoekig raster verwijst naar de inrichtingsplannen van de polder. Hier zou de theorie van de Duitse geograaf Christaller tot werkelijkheid worden gemaakt. Met zijn Centrale Plaatsen Theorie had hij een hiërarchie van plaatsen bedacht op basis van een zeshoekig systeem. Rond een centrale plaats – Emmeloord – was ruimte voor een aantal kleine kernen op gelijke afstand van elkaar. In de dorpen zouden alleen voorzieningen voor dagelijkse behoeften zijn, zoals een bakker, slager en supermarkt. In de centrale plaats – op maximaal een uurtje fietsen – konden bewoners terecht voor ‘hogere’ voorzieningen als kleding, meubels, ziekenhuis of bioscoop. Al is het idee door onder andere de opkomst van de auto nooit echt gaan leven, kijk op de plattegrond en je herkent de Centrale Plaats Emmeloord met daaromheen de dorpen.

Een lijn van kunst en historie
Op het einde van de pier ben je alleen met de natuurelementen; de wind waait door de kraggen, een aalscholver droogt zijn verenkleed, het water schittert in tegenlicht. Kunst en natuur verstrengelen zich met elkaar. Aan het andere uiteinde, bij het lichtwachtershuis en het lichtbaken kijk je naar cultureel erfgoed, herinnering aan de Zuiderzeetijd. Het zou mooi als die lijn van kunst en cultuurhistorie een doorgaande zou worden. Dat die lijn, zo zichtbaar op de kaart, wandelbaar wordt en een betere markering in het veld krijgt. En dat op die manier het kunstwerk een verlenging krijgt, een landartwork van horizon aan het water tot lichtbaken in het weidse polderland.

Zicht op het einde van de leidam.

WANDELEN
De Kraggenburgroute is 10 km lang, ook te zien via Google Maps. Goed te combineren met een route door het Waterloopbos, die globaal staat aangegeven.

Routebeschrijving
LA = linksaf; RA = rechtsaf; RD = rechtdoor; ri = richting
Ga vanaf de parkeerplaats aan de Kadoelerweg RA het fietspad op en volg iets verder de paarse pijl naar rechts, dwars door het bos. Aan de rand van het bos, op het fietspad: RA.
Steek de weg over en vervolgens de brug en ga RD over het fietspad (ri knooppunt 14).
Eind fietspad LA (loop links van de weg en pas op: het is er rustig, maar sommige auto’s rijden hard).
In bocht van de weg RA (ri knooppunt 34). Op de dijk LA. Einde fietspad verkeersweg oversteken (ri knooppunt 23). Volg na 50 m de paarse pijl en via overstap weiland in. Na ongeveer een half uur (ruim 2, 5 km) voor een hek LA. Door een klaphek en loop RD een bomenlaan. Na 30 m RA (bij paaltje met bruine pijl en blauw-geel schildje). Het pad slingert door het bos en komt uit op fietspad. Daar RA. Na ongeveer 300 m ligt links de Parkeerplaats.

Het Waterloopbos
Rijd voor het bijzondere Waterloopbos (het vroegere Waterloopkundig laboratorium, waar vele toekomstige waterstaatkundige werken, zoals de Oosterscheldedam, op schaal werden onderzocht; nu in beheer bij Natuurmonumenten) vanaf de parkeerplaats over de N352 richting Vollenhove en volg de borden naar het Waterloopbos. Vanaf het restaurant/infocentrum zijn er twee bewegwijzerde routes, de witte van 3 km, de gele van 1,1 km. Beide zeer de moeite waard.
Vanaf de bushalte: buslijn 71 vanaf Zwolle; halte: Voorstersluis, Marknesse; de bushalte ligt tussen de twee routes in. Na de brug begint de Kraggenburgroute. Vanaf de bushalte ga je links het Waterloopbos in.

Als in een golf zijn elementen van de Deltagoot (waarin het effect van golfslag werd onderzocht) in verschillende hoeken schuin gezet en getransformeerd tot kunstwerk Deltawerk.
Verroeste golfmachines worden langzaam maar zeker een met de natuur.

FIETSEN
Deze fietsroute is bijna 30 km lang. Je ziet niet alleen Oud-Kraggenburg en Pier+Horizon, maar ervaart ook de weidsheid van de polder, waar langs de rechte wegen nog veel oorspronkelijke boerderijen staan. De route begint en eindigt in het bijzondere Waterloopbos. De route is ook te vinden en als GPS te downloaden op de Fietsplanner van de Fietsersbond.

Londen, de vernieuwde Docklands

Op de foto staan de torens van Canary Wharf, gezien vanaf het Greenland Dock; het is een van de fraaie plekken op een fascinerende fietstocht door de voormalige en grotendeels heringerichte Docklands in het oosten van Londen. De route langs de oevers van Thames laat zien hoe de draaischijf van een wereldrijk – de havenbekkens waren stapelplaats van goederen uit elke uithoek van de Britse koloniën – in de loop van de 20e eeuw vastliep en opnieuw werd ingericht voor een volgende ronde globalisering met wolkenkrabbers van waaruit multinationals als banken en verzekeringsmaatschappijen wereldwijd hun hoogwaardige diensten verlenen.

Fietsen in de Docklands (de cijfers zie je terug in de tekst).

De City
Tot ver in de 20e eeuw voeren zeeschepen ver de Thames op om hun goederen te lossen bij een van de werven of insteekhavens langs de rivier. Gabriel’s Wharf [1] was er zo een, nu kijk je er uit op de skyline van de City. Hier pik je de bewegwijzerde fietsroute 4 op, die je naar de Tower Bridge [2] brengt, aan de rand van de Docklands.
Direct voorbij die iconische brug kun je naar links, even van de route af voor een blik op Butler’s Wharf [3], een serie pakhuizen gebouwd rond 1870, die uitgroeide tot de grootste theestapelplaats in de wereld. Nu, na herontwikkeling, flaneren er toeristen, doen restaurants en winkels er goede zaken en zijn er luxe appartementen. Ook in de omgeving kregen verlaten pakhuizen nieuwe bestemmingen. Zo heb je vanaf de brug op Jamaica Road zicht op de monding van het riviertje Neckinger in de Thames. Bij eb ligt het er vrijwel droog – de Thames is duidelijk een getijdenrivier. De appartementen van St. Saviour’s Docks kijken dan uit over een modderige vlakte – apart, eb en vloed, middenin de stad.

Op King’s Stairs zie je vanaf links: de Shard, Tower Bridge, Walkietalkie, Kaasrasp en Augurk.

King’s Stairs
Vanaf de King’s Stairs [4] zijn er panorama’s over de City. Aan de overkant van de rivier liggen tot woningen verbouwde pakhuizen; een oude, rode hijskraan, vastgeplakt aan de gevel houdt er de herinnering levend aan de verdwenen goederenoverslag. Dan hobbel je ineens over de cobble stones van een oud dorp, langs een begraafplaatsje dat hoort bij de kerk van Saint Mary. Verrassing, ook dit is wereldstad Londen: Rotherhithe, een oud dorpje aan de oever van de Thames, waaromheen de docks, de werven en pakhuizen groeiden.

Surrey Commercial Docks
Verder gaat het door wijken met nieuwe woningen, afgewisseld door ruime parken – wat een rust in wereldstad Londen. Met hun hoekigheid verwijzen de groene ruimtes naar het verleden, toen ze havenbekkens waren met kranen, werven en pakhuizen rondom. Hier opereerden tot 1970 de Surrey Commercial Docks [5], waar goederen uit Noord-Europa en Canada werden verhandeld. Na de sluiting zijn vele bekkens gedempt en heringericht tot woonwijk of park. In het Russia Dock Woodland is het havenbekken nog te herkennen aan de oude kade met afmeerboeien en de rails waarover de havenkranen reden. Dan, een restant: het Greenland Dock [6], nu een jachthaven. Aan de kade is het uitzicht op de andere oever weergaloos, want daar rijst Canary Wharf [9] op met als kroonstuk de kolos van One Canada Square met zijn piramidevormige dak (zie de foto boven).

Een klein kanaal herinnert aan een van de havenbekkens van de Surrey Commercial Docks.
Nederlandse scheepjes in de docks; op de achtergrond Canary Wharf.

Canary Wharf
Naar de noordoever leidt de Greenwich Foot Tunnel [7], in 1902 onder de Thames aangelegd om havenarbeiders een snellere toegang te geven tot  het Isle of Dogs [8]. Daar begon begin 19e eeuw de revolutie in het havenbedrijf. Tot dan losten schepen hun waar bij de talloze werven en aanlegsteigers langs de Thames; het was een warboel van schepen, veel te vol en veel te druk. Nieuwe, van zee afgesloten havenbekkens, met daaraan gekoppeld opslag- en verwerkingsmogelijkheden boden oplossing. In 1802 openden de West Indian Docks, ingericht voor de handel op de West-Indies: suiker en rum kwamen hier aan. De docks maakten deel uit van de vermaledijde driehoekshandel: vanuit Afrika gingen slaventransporten naar de Caraïben en Latijns Amerika, suiker en rum werden vervolgens geladen voor Engeland en vanuit Londen vonden textielproducten en rum hun weg naar Afrika – het was globalisering avant la lettre.

In 1980 sloten de laatste docks – door grotere zeeschepen en de opkomst van de container waren ze te klein en te inefficiënt geworden. Verval sloeg toe en pas na jaren kwam herontwikkeling van de grond. Inmiddels is Canary Wharf [9] met zijn kantoorkolossen uitgegroeid tot een tweede City van Londen, en net als vroeger is het opnieuw een brandpunt van globalisering, alleen zijn de goederen vervangen door diensten, die wereldwijd worden verleend.

Uitzicht op de Thames en Canary Wharf.
Kanaalboten in Limehouse Basin; rondom zijn dure appartementen gebouwd.

De noordoever
Op de terugweg zijn er weer veel panorama’s – Canary Wharf blijft een lust voor het oog – en kom je langs oude havenbekkens, zoals het Limehouse Basin [10] met dure appartementen. In het water liggen van die typisch Engels kanaalboten; hier is de toegang tot Regent’s Canal en daarmee tot de kanalen van het achterland, waarover de goederen tot in Birmingham en Manchester werden vervoerd. Verderop ligt het kale door sociale woningbouw omgeven Shadwell Basin [11], dan fiets je kruip-door-sluip-door via Tobacco Dock [12] (hier, vlakbij de City kwamen dure producten aan als tabak en port) naar St. Katherine Docks [13]. Einde van een ontdekkingstocht door een stadsdeel waar diep van binnen nog de geest van de oude havens rondwaart, maar dat in uiterlijk aansluit bij de moderne tijd.

Informatie
De route is 25 km lang en gaat vooral over rustige wegen en fietspaden; de markering is goed, al moet je oppassen geen bordjes te missen. Volg eerst route 4; na de Thamestunnel route 1; route 1 kruist op de Three Colt Street met route 13; ga linksaf om route 13 richting Tower Bridge te vervolgen.
Verbinding route 13 naar route 4: ga voor de Tower Bridge rechtsaf en draai naar links om over de brug te gaan. Na de brug bij de eerste verkeerslichten rechtsaf. Hier ben je weer op route 4, die naar Gabriel’s Wharf gaat.
De route is precies te bekijken op Sustrans, de site van de Engelse langsafstand fietsroutes. Ook staat ie op Google Maps.
Fietshuur is mogelijk bij On Your Bike, nabij London Bridge, en gelegen aan route 4; op de kaart tussen de routepunten 1 en 2; kosten £ 20 per dag. Dit is ook een goede, alternatieve startplek (het eerste stuk vanaf Gabriel’s Wharf sla je dan over). Ook kun je een fiets huren via Santander Cycles.

Uitbreiding: City Airport en Trinity Buoy Wharf
Bij de kruising van route 1 en 13 is via route 13 een heen-en-weer van totaal 12 km mogelijk naar andere Docklandsontwikkelingen: London City Island [14], Royal Victoria Dock [16] met congrescentrum ExCel, en Royal Albert Dock [17] met City Airport – waar eens de schepen aanmeerden landen nu de vliegtuigen uit alle Europese windstreken. Wie een laatste stukje rafelrand wil meemaken slaat af naar de Trinity Buoy Wharf [15], een verzameling oude bedrijfsgebouwen, waar kunstenaars en alternatieve designers werken, met fantastisch zicht op Canary Wharf [9] en concertzaal O2 en de kabelbaan over de Thames [18].

De kabelbaan over de Thames, gezien vanaf Trinity Buoy Wharf.

Meer lezen?
In een eerdere blog lees je meer over de transformatie van de Surrey Docks, inclusief een wandelroute.

Domzicht

Van verre verheft zich de ruim 112 meter hoge Domtoren – een beeld dat al sinds 1382, het opleveringsjaar, is te zien. De Utrechtse Dom is een constante in een skyline die door de eeuwen veel wisselingen heeft ondergaan.
Eeuwenlang was Utrecht de religieuze hoofdstad van Nederland; hier zetelde de bisschop, hier woonden geestelijken in kloosters bij elkaar. Het panorama van Joost Cornelisz. Droochsloot, geschilderd rond 1660, benadrukt dat religieuze karakter, want aan de horizon verdringen zich de spitsen van vele kerktorens, gedomineerd door de Dom, als een pater familias, soeverein wakend over zijn kleintjes.

Gezicht op de stad Utrecht van Joost Cornelisz. Droochsloot (Centraal Museum, Utrecht).

Het Centraal Museum, waar het schilderij van Droochsloot hangt, vertelt er het volgende over: “Hier is Utrecht vanaf het westen te zien. … Op de voorgrond kronkelt de Oude Rijn, kort voor de kanalisatie tot Leidsche Rijn. … Achter de stadsmuur van noord naar zuid (van links naar rechts) de Jacobikerk, de Janskerk, de stadhuistoren, de Pieterskerk, de Dom, de Buurkerk, de Bisschopshof, de Hiëronymuskapel, de Paulusabdij, de Mariakerk, de Catharinakerk, de kapel van het Ursulaklooster, de Weeskerk (voormalig Regulierenklooster), de Geertekerk, de Nicolaïkerk en het Nicolaïklooster.” Bijzonder is dat Domtoren en –kerk een geheel vormen. Slechts enkele jaren vielen schilderij en werkelijkheid samen, want een tornado verwoestte in 1674 het schip van de Domkerk; sindsdien staan kerk en toren ver uit elkaar.

Nieuwe skyline
Voor een vrije blik op de skyline van 1660 hoefde je maar iets voorbij de middeleeuwse singels te gaan. Na 1870 breidde Utrecht zich snel uit en vanuit de nieuwe woonwijken stuit je blik steeds op de wanden van woningen en andere gebouwen. Er blijven genoeg plekken, waar de hoogste kerktoren van Nederland in een zichtlijn verschijnt, maar voor een volledig panorama moet je verder naar buiten.
Ten noorden van de stad is er vanuit de weilanden vrij zicht, want na de laatste flats van woonwijk Overvecht eindigt de stedelijke bebouwing abrupt. En dat blijft zo; het Noorderpark, gelegen tussen Utrecht en Hilversum, is een mooi voorbeeld van een goede ruimtelijke planning. Het inzicht dat een stad groene ruimten nodig heeft, is hier vertaald in een ban op woningbouw en voorrang voor landbouw, natuur en recreatie. Met behulp van een landinrichting is de positie van landbouw en natuur versterkt, en is er ruimte gemaakt voor recreatie. Resultaat: de garantie van openheid en daarmee vrij zicht op de skyline van de stad.
Dicht tegen de stad liggen intensief te gebruiken voorzieningen (bmx-baan, voetbalveld, klimtoestellen), verderop zijn fiets-, ruiter- en wandelpaden aangelegd. Vanaf die nieuwe paden komt de 21e-eeuwse skyline van Utrecht helder in het vizier, en die ziet er heel anders uit dan op het schilderij. Van de religie is bijna niets over. Al hebben bijna alle torens uit de schilderijen nog steeds vaste voet in de stad, ze zijn – verborgen achter woonwijken – niet hoog genoeg om in de huidige stadshorizon een rol te spelen.

Vanaf het Groenedijkse Pad, van links naar rechts: de Domtoren, hoogbouw aan Park Nieuwenoord, de Neudeflat, Hoofdgebouw 4 van de NS, de ronde torens van de Rabobank en het witte stadskantoor. Voor het nieuwe stadskantoor zie je de flats van woonwijk Overvecht.

Tot 1961 was de Domtoren aan de horizon een alleenheerser. In dat jaar kwam de Neudeflat erbij; daarna volgde woonwijk Overvecht. Steeds sneller verandert de skyline. Passend in de wereld van nu hebben torens van het grote geld en een sterke overheid een plek naast de Dom verworven: de ronde hoofdgebouwen van de Rabobank (de ‘Verrekijker’, 2011) en het witte, hoekige stadskantoor (2014). De horizon blijft veranderen – rond Utrecht CS zijn bouwkranen voorbodes van nieuwe hoogbouw, aansluitend op de sterke groei van de stad.
Toch blijft de eeuwenoude constante onaangetast: wie de stad Utrecht nadert, ziet ‘m van verre – richtpunt voor de laatste kilometers; al is ie z’n alleenheerschappij kwijt, nooit zal nieuwbouw uitsteken boven de Domtoren.

De Domtoren vanaf het wandelpad, tussen de knooppunten 49 en 54.

WANDELEN
De route hieronder is gemaakt met de wandelplanner  van Recreatie Midden Nederland. De lengte is 9,2 km en gaat voor een deel over onverharde paden (de rode stippellijn onder de blauwe lijn). Vertrekpunt is de parkeerplaats bij routepunt 21 (ook te bereiken met bus 55 vanaf Utrecht CS, halte zwembad Blauwkapel). De route volgt de wijzers van de klok (dus 21–41–43 etc.). Na routepunt 51, net voorbij de hoogspanningsleiding, is er een breed panorama op de skyline van Utrecht (zie de foto vanaf het Groenedijkse Pad). Daarna loop je recht op de Dom af.

FIETSEN
Deze route van 32 km gaat via de Oude Gracht, Vecht, Oud-Zuilen, Maarsseveense Plassen naar de Tienhovense Plassen. Daar komt de Domtoren in beeld. En hoe! Boven dit serene natuurlandschap van uitgebaggerde petgaten (waar vroeger veen werd gewonnen, dat na droging tot turf als brandstof diende) steekt in de verte de Dom. Je ziet de toren links in beeld; rechts prijkt de schoorsteen van de elektriciteitscentrale bij Lage Weide. Nu is die niet meer gebruik, maar als industrieel monument bewaard. Die schoorsteen is nog een stuk hoger: 148 om 112 meter. Eigenlijk mag dat niet, maar hij staat ver genoeg van de Dom vandaan om een concurrent te zijn.

Goed kijken: links van het midden steekt de Domtoren boven de horizon; rechts van het midden de schoorsteen van de centrale. Uitzicht vanaf de Tienhovense Plassen.

Verderop wordt het panorama steeds mooier, vooral als je na knooppunt 20 in een rechte lijn de Dom nadert. Steeds zichtbaarder tekenen de gebouwen van de skyline zich af, helemaal als je over het Groenedijkse Pad recht op de Dom affietst. Daarna is het met de pret gedaan en duikt de Domtoren alleen nog in enkele doorkijkjes op.

Routebeschrijving
Vanaf fietsenstalling Stationsplein (oostzijde) richting Smakkelaarsveld. Daar rechtsaf en langs TivoliVredenburg naar de kruising met de Oude Gracht. Hier linksaf en langs de gracht richting knooppunt 28. Volg daarna 53–45–47–48–49–29–20–93. Na 93 in de richting van 92, maar bij eerste fietspad rechtsaf (Groenedijkse Pad). Einde pad bij verkeerslichten drukke weg (Koningin Wilhelminaweg) oversteken en richting knooppunt 91. Spoor over, onder A27 door en bij knooppunt 91 rechtsaf. Daarna 90–28–31. Bij 31 rechtsaf, bij fietsverkeerslicht (kruising met Sint Jacobsstraat) schuin oversteken en naar fietsenstalling Stationsplein.
Deze route staat ook op de routeplanner van de Fietsersbond en is als GPX-bestand binnen te halen.

Geplaatst op 7 september 2017