Rechte lijn, Kromme Rijn

De Laan van Leeuwenburgh is een van de lange, rechte, meestal boomomzoomde lijnen in deze wandelroute over landgoederen aan weerszijden van de Langbroekerwetering. Maar het is niet alleen eindeloos rechtuit, daar zorgen de slingerbochten van de Kromme Rijn voor en: op de landgoederen zelf zijn er verassende ommetjes, waar de strakheid van de rechte lijn overgaat in romantische doorkijkjes op weitjes of een stoer kasteel.

Zicht op Cothen, met molen en katholieke kerk.
Cothen, brug over de Kromme Rijn, net voorbij de Brink.

Cothen
En dan het begin van de route in het centrum van het dorp Cothen: bijzonder, want waar ter wereld stuit je middenin de bebouwing op zo’n grote hoogstamboomgaard. Die ligt er al sinds het begin van de 19e eeuw en is hét kenmerk van het dorp, in combinatie met z’n brink en z’n paadje over de Kromme Rijn langs Rhijnestein, het eerste landgoed (van oorsprong 13e eeuw) van deze route.
Cothen is ontstaan op een stroomrug van de Kromme Rijn, dat is een kleine verhoging in het landschap, ontstaan bij rivieroverstromingen waarbij dichtbij de bedding zand bezonk dat langzaam maar zeker voor wat ophoging zorgde. Dat merk je (een beetje) als je naar de Brink loopt. En daar staat de toffe peer, een bronzen peer, omdat er zoveel ‘toffe peren’ in Cothen wonen, maar ook ter ere van de fruitteelt, want dat rivierzand vermengd met klei geeft optimale omstandigheden voor appels, peren en kersen.

Natuurvriendelijke oevers langs de Kromme Rijn.

Kromme Rijn
Vriendelijk meandert de Kromme Rijn langs Cothen, voorzien van natuurvriendelijke oevers. Het is een getemde rivier, al sinds 1122, toen een dam bij Wijk bij Duurstede het water van de Rijn een andere kant opstuurde (de huidige Lek, die zuidelijker ligt).
Die afdamming maakte ontginning van omliggende gronden mogelijk, want nu overstroomde de rivier niet meer het land, sterker, nu kon water worden afgevoerd, het moeras drooggelegd en veranderd in landbouwgronden. Voor die afwatering werd ten noorden van de Kromme Rijn de kaarsrechte Langbroekerwetering gegraven, dwars daarop strekken zich sloten op regelmatige afstand van elkaar, en op de percelen ertussen kwamen boerderijen. En die groeiden vervolgens voor een deel uit tot kleine kastelen voorzien van verdedigingstorens, omgeven door veel eigen land, gekenmerkt door lange, rechte lanen als de hoofdassen. De eerste woontoren die je passeert is Weerdesteyn, van oorsprong waarschijnlijk uit 1300. Rond de toren wandel je over een graspad, een mooi ommetje dat je even van de rechte lijn doet afdwalen.

De toren van Weerdesteyn.
Weiland op Weerdesteyn.

Woontorens en landgoederen
Het landschap langs de Langbroekerwetering met zijn rechte lijnen van wegen, sloten en paden stamt uit de 12e eeuw; ook de laatste honderd jaar is er niet veel veranderd – dat laten de twee kaarten zien.
Met de topografische kaart van een eeuw geleden zou je de route kunnen lopen, al weet je dan niet dat er over de Kromme Rijn (4) een voetgangersbrug ligt (hoewel die op de nieuwe kaart ook nauwelijks is te zien), met een voetpad langs de oever.

Boven 1920, onder 2020; bron: Kadaster

Hier en daar zijn de veranderingen forser, bijvoorbeeld aan weerszijden van Strijp (1) door schaalvergroting in de landbouw: links en rechts van de weg lagen fruitboompercelen (herkenbaar aan de puntjes) gecombineerd met akkers (wit), weiden (vaalgroen) en bos (donkergroen); alles is veranderd in een groot weiland, zonder de sloten (de zwarte lijntjes in 1920) die vroeger de percelen scheidden.
Verderop is er een drukke verkeersweg (3) bijgekomen en Moersbergen kreeg een waterpartij (2). Voor het overige blijft een oud, goed bewaard cultuurlandschap met veel particulier eigendom, slechts mondjesmaat toegankelijk; voor wandelaars staat de deur op een kier, maar van uitbundige gastvrijheid is geen sprake. Nergens in Nederland lijkt de dichtheid van bordjes Verboden Toegang hoger.

Twee gezichten van Leeuwenburgh, boven de rechte laan, onder een romantisch weitje.

Rechte lanen, lome bochten
Na Moersbergen (uit de 15e eeuw), van een afstandje te zien, kom je op Leeuwenburgh (17e eeuw). Prachtige laan, maar ook hier weer een mooie afwijking van de rechte lijn door een oud loofbos langs verscholen weilandjes. Je komt (voor de tweede keer) uit op de kaarsrechte Langbroekerwetering, om vervolgens weer de loodrechte laan van Hardenbroek (13e eeuw) in te slaan, die na enkele honderden meters nog een fraaie slinger in petto heeft.

Hardenbroek.

Open en bloot en voorzien van lome bochten slingert het pad langs de Kromme Rijn terug naar Cothen. Onderweg nog een keer de blik op een licht oplopende stroomrug, een zandige oeverwal ontstaan in de tijd dat de rivier nog niet door de dam bij Wijk bij Duurstede geblokt werd.

ROUTE-INFORMATIE
START EN FINISH Aan de voet van de molen in Cothen op het Molenplein.
LENGTE
 15,5 km
VERHARD/ONVERHARD Grotendeels onverhard of halverhard (85%).
HORECA
 In Cothen.
PICKNICK Zie de bankjes op de kaart; de mooiste is voorbij Moersbergen.
PARKEREN Bij binnenrijden Cothen na brug RA Kerkweg en direct LA Zuster Wiekarthof.
BUS lijn 41 vanuit Utrecht CS; halte Cothen; Dorpsstraat in en vanaf Molenplein de route volgen.
GPS De route staat op Afstandmeten.nl. Klik daar op ‘Export’ voor het GPS-bestand.
PDF Klik op de afbeelding voor een print van routekaart en – beschrijving.

thumbnail of RECHTE LIJN, KROMME RIJN

ROUTEBESCHRIJVING
RA Rechtsaf; LA Linksaf; RD Rechtdoor; K wandelknooppunt
A Start Molenplein
RA Dorpsstraat, direct links Ambachtspad. Eerste weg RA In de Bogerd. Dan LA (Dorpsstraat) en weer LA (De Brink).
RA en direct LA (Rhijnestein); brug over de Kromme Rijn. LA Beukenlaan (volg de wandelpijlen).
Einde pad weg oversteken en LA over voetpad, over brug Kromme Rijn en RA Kerkweg. Na ruim 300 m (bij de scherpe bocht naar links) RA voetpad op (volg de wandelpijlen) en over Kromme Rijn. LA Graaf van Lynden van Sandenburgweg.

B Bij K50 RA richting K49 via oversteek drukke verkeersweg. Kleidijk in. Na bocht naar links RA onverharde laan in (Weerdensteynselaan).
Na ongeveer 800 meter bij weiland LA naar Weerdensteyn. Volg bij het kasteel het graspad dat schuin links gaat. Na bruggetje direct RA over graspad, achterlangs Weerdensteyn.
Volg het pad via twee plankbruggetjes en een drieplanksbruggetje. Ten slotte via eenplanksbrug LA, de laan in.

C Einde laan LA (Langbroekerwetering). Na ruim 150 m bij K48 RA Strijp (onverharde weg).
RA Gooyerdijk (bij K47). LA Pittesteeg (bij K46).

D Voorbij boerderij en bosje LA langs weide en door bos. Op verharde weg LA.
Direct RA (onverharde weg langs rand akker).
Einde pad (bij K35) verharde weg oversteken en de Leeuwenburgerlaan in.
Na weiland LA en via vlonder bospad in.
Einde pad op T-splitsing RA.
Na weiland rechts aanhouden en op de hoofdlaan LA.
Op verharde weg (Langbroekerwetering) RA en na 350 m LA (bij K14), Hardenbroek in over een halfverharde bomenlaan.

E Verderop via gebogen laan met kastanjes. Voor Kasteel Hardenbroek LA en door poortje. Drukke weg oversteken en RA over parallelweg.
LA brug over Kromme Rijn. Direct LA voetpad langs de rivier (Ossenwaardpad).
Na weer een brug LA, richting K17, voetpad langs de rivier.

 F Op verharde weg LA. Na huisnummer 2D LA (Kersenpaadje).
Einde pad rechts aanhouden over verharde weg (Rijnweide, later Mgr Le Blancstraat).
Voor kerk RA Rozenplantsoen. Op rotonde eerste afslag LA, Zuster Wiekarthof. Einde hof LA naar Molenplein.

Langs de Gooyerdijk; verrassende kronkels in het weiland.
De molen van Cothen, begin- en eindpunt.

Wil je op de hoogte blijven van nieuwe wandel- of fietsroutes? Abonneer je dan op mijn Nieuwsbrief.

Deze website is ontwikkeld door Walter ten Brinke.

OV-Fietsrondje Weesp – Rond het Naardermeer

Deze waterplassen maken deel uit van natuurmonument Het Naardermeer, ze zijn nog vrij nieuw, een aantal jaren geleden aangelegd aan de buitenkant om zo de natuur in het hart van het meer te versterken. In dit OV-fietsrondje fiets je vanaf Weesp om het Naardermeer heen, en op de plek van de foto kun je afstappen en een stukje Nederlands oudste natuurreservaat inwandelen. Maar voor je zover bent zijn er al een vestingstad, een intiem dorpsplein, een stuwwal met schitterend uitzicht, een kasteel en een aquaduct aan je voorbijgegaan.

Varen over de A1, in het Vecht-aquaduct.

Aquaduct over de Vecht
Over twaalf rijstroken denderen de auto’s onder je door, en de Vecht stroomt er majestueus overheen. Het Vechtaquaduct 1 is het breedste van Europa – waar de snelweg eerst via een brug over het water ging, is er nu een betonnen bak waarin de rivier ligt, en onder die bak door raast sinds eind 2016 het verkeer. Veel nieuw asfalt is uitgerold, waardoor het verkeer tussen Almere/Amersfoort en Amsterdam/Schiphol beter doorstroomt. Ondanks al dat verkeer is de natuur is erbij gebaat, want het aquaduct is meer dan een bak water: evenwijdig aan de rivier is een ecopassage aangelegd met natte en droge stroken land, waarover dieren als otter, bever en ringslang heen en weer kunnen van het Naardermeer naar het IJmeer en dan verder naar Waterland. Zo kruist het langzame pad van de natuurverbinding met de snelweg van de 24 uurseconomie.

De A1, met twaalf rijstroken onder de Vecht door.
Zicht op het Muiderslot vanaf de Groote Zeesluis.

Muiden en Muiderslot
Muiden 2 – wat monding van een rivier in zee betekent, in dit geval van de Vecht in de Zuiderzee – lag strategisch, vandaar de ombouw tot vestingstad met de Groote Zeesluis als scharnier tussen kust en achterland. Die sluis was onderdeel van de Oude en Nieuwe Hollandse Waterlinie, en kon gebruikt worden om het achterland onder water te zetten. Vanaf de sluis zie je het Muiderslot liggen, onderdeel van de verdedigingslinie en in de Gouden Eeuw het cultureel-intellectuele hart van Nederland, nadat dichter en toneelschrijver P. C. Hooft er was gaan wonen en er alle belangrijke kunstenaars en wetenschappers van zijn tijd ontving.

Grazige weiden, met het Muiderslot op de achtergrond.

Onderlangs de dijk 3 fiets je richting Muiderberg. Tot 1932 was het een zeewerende dijk – de Zuiderzee! – en ook daarna had je vanaf de dijk eindeloos zeezicht, maar wie nu de dijk beklimt ziet de skyline van Almere op nieuw land dat in 1968 droogviel.

Muiderberg
Weinig dorpen hebben zo’n mooie en onverwachte entree als Muiderberg 4, want steeds fietste je door weidse weilanden en dan ineens arriveer je op een groot groen dorpsplein, de Brink; in vroegere tijden, toen het nog een boerendorp was, een gemeenschappelijk weiland met een drinkplaats voor het vee. Nog mooier wordt het als je linksaf de Dorpstraat ingaat en merkt, hee, we gaan omhoog, de heuvel op. Op de ‘top’ kijk je uit over een strand en de skyline van Almere. Deze kleine klim dank je aan de ijstijd, want toen, meer dan tienduizend jaar geleden, schoof landijs de ondergrond samen tot een kleine heuvel, die vervolgens eeuwenlang de stormen van de Zuiderzee weerstond – een aardkundig monument waar je zomaar tegenop kunt fietsen.

Vanaf Muiderberg zicht op de skyline van Almere.
Het raadhuis (1601) van Naarden.

Naarden en de vesting
Vestingstad Naarden 5 is in volle glorie bewaard gebleven, een dubbele verdedigingsgordel van bastions, wallen en grachten. Alsof die uit het firmament is neergedaald, zo ligt de stervormige plattegrond vastgeklonken op het aardoppervlak. Eerst steek je door de buitengracht, dan de binnengracht en op die manier ga je er ook weer uit. Naarden vesting lag aan de noordoostpunt van zowel de Oude als de Nieuwe Hollandse Waterlinie.
Naarden van binnen bekijken? Ga direct na binnenrijden Naarden Vesting linksaf de Nieuwe Haven op en ga rechtsaf de Marktstraat in. Daar staat andere andere het raadhuis (zie foto). Dezelfde weg terug.

Het Naardermeer en omgeving in 1998 (bron: Kadaster)
Hetzelfde kaartfragment van het  Naardermeer in 2019 (bron: Kadaster).

Naardermeer, 1998 en 2019
Na een turbulente geschiedenis van bedijkingen, droogleggingen en opnieuw onder water leek het einde in zicht toen de gemeente Amsterdam het Naardermeer 6 als vuilstort wilde gaan gebruiken. Natuurbeschermers Jac. P.Thijsse en Eli Heimans voorkwamen dat door het vogelrijke gebied aan te kopen. Het werd in 1906 de eerste bezitting van Natuurmonumenten.
In de jaren negentig ging het slecht met de natuur in het Naardermeer, dat als een eilandje te midden van intensief gebruikte weilanden lag (zie de bovenste kaart uit 1998). Daar werd voor een optimale bedrijfsvoering het grondwaterpeil zo laag mogelijk gehouden. Bovendien stroomde door drinkwaterwinning minder kwelwater toe uit het Gooi. Daardoor liep het Naardermeer leeg en moest voedselrijk water uit de Vecht worden ingelaten. Er kwam verbetering na de aankoop van graslanden grenzend aan het meer. In die nieuwe bezittingen ging het waterpeil omhoog – er ontstonden ondiepe plassen –, werd de voedselrijke bovenlaag afgeplagd, waardoor planten die horen bij een vochtig voedselarm milieu terugkwamen. Zonnedauw, kleverige ogentroost, rietorchis en moeraswolfsklauw groeien er. En het Naardermeer zelf kreeg veel minder vervuild water te verstouwen.

Aan de rand van natuurgebied het Naardermeer.
Een ree in een weiland bij het Naardermeer.

Een volgende verbetering was de verbinding die in 2013 is gemaakt met de aangrenzende Ankeveense Plassen. Via twee nieuwe natuurpassages in de N236 is de isolatie opgeheven, want via het water kun je nu ver de Ankeveense Plassen in. Het is een succes, want de otter is naar het Naardermeer teruggekomen – geen dier is zo afhankelijk van een gezond watermilieu.
Zo is het Naardermeer een natuurfort geworden. In de buitenring liggen de weilanden en ondiepe plassen, dan de gordel met het moerasbos, en tenslotte de binnenring van het oorspronkelijke meer. Met elkaar vormen ze een vogelparadijs waar je zo’n 75 (!) soorten kunt observeren. Purperreiger, zilverreiger, lepelaar, blauwborst en aalscholver zijn te spotten. En wie weet scheert een ijsvogel langs.
Je kunt het Naardermeer in bij ‘start wandelpad’ (nummer 6 op de routekaart) en dan kom je na een kilometer uit bij de vogelkijkhut over het Naardermeer.

Vogelkijkhut Naardermeer (in de verte een trein op weg naar Naarden).
De Vecht vlak voor Weesp.

Breed meandert de Vecht 7 naar Weesp, ooit was de rivier hoofdtransportweg van Amsterdam via Weesp naar Utrecht en de Rijn. Dat is lang geleden, want vrachtvaart gaat over het Amsterdam-Rijnkanaal, de Vecht is nu domein van de pleziervaart.

START EN FINISH
OV-fietsen zijn te huur bij de rijwielstalling van station Weesp. Check voor vertrek of er fietsen klaar staan. Op de ns-stationsinformatie van Weesp (onder het kopje ‘Voorzieninge’)  kun je dat live zien.

AFSTAND
26 KM

KNOOPPUNTEN
Ga vanuit de rijwielstalling rechtdoor. Linksaf Herensingel, linksaf Stationsweg en onder viaduct door, richting 16. Bij rotonde rechtsaf en richting 16 – 17 – 18 (Dorpsstraat) – 33 – 34 –37 – 47 –45 – 44 – richting 16, linksaf Herensingel (richting station) en weer rechtsaf naar station.

Fietspad langs het Naardermeer.

GPS
De route is te vinden op de routeplanner van de Fietsersbond, met de mogelijkheid een GPS-bestand te downloaden.

HORECA
De Zeemeeuw in Muiderberg; veel gelegenheden in de Markstraat van Naarden.

AUTO EN FIETS: PARKEREN
Toeristisch overstappunt Weesp-Fort Uitermeer aan de ’s-Gravelandseweg bij Fort Uitermeer, net buiten de route. Vanaf de P rechtsaf en na 200 meter ben je na de brug op de route, ga richting knooppunt 47/45.

PDF MET ROUTE-INFORMATIE (om te printen)

thumbnail of Route-info Weesp-Naardermeer

Strand van Muiderberg met de Zeemeeuw.

Stiewelpaden in Twekkelo

Je kunt de koeien bijna aanraken, zo dicht gaat het smalle paadje langs de goedmoedige beesten, die collectief hun nieuwsgierige koppen naar de wandelaar keren. Hier ben je in het hart van Twekkelo, een kleinschalig landschap van akkers, weiden en boerderijen gescheiden door houtwallen. Inwoners van Twekkelo zagen hoe hun buurtschap steeds meer in de verdrukking kwam door het oprukkende Hengelo en Enschede. Ze vonden dat die stedelingen meer de schoonheid van hun fragiele woongebied moesten kunnen ervaren. Want wie weet wat het waard is, wil eerder moeite doen het te beschermen. Dus stelden verschillende grondeigenaren randen van hun weiden en akkers beschikbaar voor voetpaden; en daar wandel je nu al vele jaren over smalle ‘stiewelpaden’ (stiewel is Twents voor laars), die als fijne aderen tot in de kern van Twekkelo doordingen. Inmiddels zijn de paden opgenomen in het wandelnetwerk Twente.

Stiewelpad langs weiderand.

Twekkelo
Hoe dichtbij Enschede ligt, ervaar je bij de start, want via station Enschede Kennispark heb je toegang tot grootschalig stedelijk vermaak met het stadion van FC Twente 1, een ijsbaan, een megabios, een gigaspeeltuin en meer. Maar direct na het Twentekanaal 2 kijk je uit over het kleinschalige landschap van Twekkelo – een mozaïek van weilanden en houtwallen zet de toon, parmantig steekt een oude zoutboortoren boven boomkruinen uit; een roodgedakte boerderij ligt verscholen in het groen. Naar links en hup, je wandelt over de Twekkelose priegelpaadjes langs weilanden, akkers en bosranden.

Harmonie in Twekkelo: kippen, kalkoenen en lammeren op een kluitje.

Het lijkt kleinschalig, haast kneuterig met al dat pluimvee, maar vergis je niet. Hier wandel je ook in een modern landschap, zoals blijkt uit de veeteelt met soms grote stallen, en uit de maisakkers – veevoer voor de koeien; nu de herfst nadert schieten de stengels zo hoog op dat uitzichten beperkt worden. Geen landschapsmuseum dus, maar wel is het verleden goed herkenbaar als je de kaart van nu met die van een eeuw eerder vergelijkt.

De kaart boven: Twekkelo in 1919; onder een eeuw later. Bron: Kadaster.

Een eeuw op de kaart
Op beide kaartfragmenten ligt Twekkelo centraal. Op die van 1919 vind je de boerderijen als rode stipjes. Akkers lagen op de hoger gelegen essen – de schrapjes, kleine streepjes, verbeelden de hogere ligging. Langs beekjes lagen weilanden. Volg de groene weitjes van de School via de Lutje Esch naar Mensinkhoek en je gaat in vogelvlucht langs de bedding van de Schoolbeek. Iets zuidelijker ligt de Elsbeek (1919), honderd jaar later de Strootbeek. Opmerkelijk is het grote aantal groene lijntjes, dat zijn de houtwallen die akkers en weitjes omheinden, zij zijn het raamwerk, waaruit het intieme Twekkelose coulissenlandschap oprijst. Veel van die walletjes zijn door de schaalvergroting in de landbouw gesneuveld, maar genoeg zijn er overgebleven om ook nu nog de beschutting te ervaren van een fijnmazig landschap.
Vroeger waaierde Twekkelo uit over de omringende woeste gronden vol heide en vennetjes (zoals het Twekkelerveld), nu zijn de grenzen scherp getrokken: het Twentekanaal (sinds 1932), bedrijventerreinen van Enschede en Hengelo, de vuilstort en vuilverbranding en de A35, alle zijn het vormen van stedelijk grondgebruik, die Twekkelo insnoeren en de adem dreigen te benemen. Gelukkig zijn er die kleine stiewelpaadjes, nieuwe adertjes, die het hart van dit eeuwenoude landschap verse zuurstof brengen.

Stiewelpad over gras.
Op ’t Oorbeck, al in 1338 beschreven.

Oorbeck en Stroot
Want oud is het, neem Op ’t Oorbeck 3, dat al in 1338 wordt vermeld. Nu is er op zomerse zondagen een aangename theetuin en lopen in de weilanden Lakenvelders van een bioboer uit de omgeving. Dan verandert het karakter, langs de onverharde Zwartevennenweg maakt landbouw plaats voor een gevarieerd bos, met langs de randen ontelbare rododendrons. Dit is landgoed ’t Stroot 4, zicht op het huis blijft beperkt tot een glimp van de achterkant van het huis. Het landgoed, in 1819 gesticht en later door textielfabrikant Gerrit Jan van Heek overgenomen en uitgebreid, is nu eigendom van zijn achterkleinkinderen. In Twente zijn veel landgoederen als ’t Stroot, ontwikkeld door rijke (textiel)fabrikanten uit de Twentse steden.

Landgoed ’t Stroot.
Oude zoutboortoren.

Zout
Voorbij ’t Stroot kun je de stadsrand van Enschede, inclusief enkele grote boerderijen, bijna aanraken, maar al gauw trekt de route zich weer terug in kleinschaligheid, en volgen zandpaden en stiewelpaadjes op de rand van bos en weiland. Bij deze romantische wandelwegen past de oude zwartgeteerde zoutboortoren 5 – vanaf 1918 verschenen ze in het landschap, toen de zoutwinning begon (op zo’n vier- tot vijfhonderd meter diepte liggen dikke zoutlagen, zo’n 260 miljoen jaar oud). De hoge boortorens zijn al lang vervangen door kleine zouthuisjes, steevast voorzien van twee leidingen: door de ene gaat water richting zoutbekken, dat lost het zout op, via de andere komt het opgeloste zoutwater weer naar boven en dan gaat het via pijpleidingen naar de zoutfabriek 6 aan het Twentekanaal (linksboven op de kaart). In het transport van het zout naar afnemers speelt het Twentekanaal een grote rol; de grote zouthal ligt aan het kanaal, te zien vanaf de sluis.

Zouthuisjes verstopt in de bosrand.
De sluis in het Twentekanaal.

Kristalbad
In het laatste stuk kom je langs het Kristalbad 7, waar gezuiverd, maar vrij levenloos Enschedees rioolwater een extra zuurstofshot krijgt; dat gebeurt aan het eind, in de rietvelden, opgepept stroomt het water verder. Tegelijk is het een grote wateropvang om uit Enschede afstromende neerslag tijdelijk op te slaan en zo te voorkomen dat Hengelo bij zware buien onderloopt. Ga zeker de uitkijktoren op voor een fraai zicht over het retentiebekken. Dan zie je ook hoe veel vogels bezit hebben genomen van de plassen, die zijn aangelegd in de bedding van een beek waar in de hoogtijdagen van de Enschedese textielindustrie louter zwart, dood water stroomde, een open riool vol verfrijk afvalwater. Na de teloorgang van de textiel en door de bouw van waterzuiveringen begon een opwaartse lijn eindigend bij de totstandkoming van het Kristalbad. Nu vormen het Kristalbad en Twekkelo – de een nog maar tien jaar jong, de ander eeuwenoud – samen een groene buffer tegen de stedelijke druk van Hengelo en Enschede; mede dankzij de groene adertjes van de stiewelpaden zouden ze die druk nog lange tijd moeten kunnen weerstaan.

De uitkijktoren in het Kristalbad.
Uitzicht over het Kristalbad; aan de horizon het stadion van FC Twente.

ROUTE-INFORMATIE
START- EN EINDPUNT: station Enschede Kennispark
AUTO: parkeerplaats tegenover Johanneskerk, Twekkelerweg 110, Enschede (bij W36).
LENGTE: 15,7 km
HORECA: theetuin Op ’t Oorbeck (op zondagen van april tot oktober; ook Bed&Breakfast; Camping De Zwaaikom (april t/m half sep).
Op de kaart staan bankjes en picknickbanken (zie de B).
VERHARD/ONVERHARD: 75% onverhard.

Wandelknooppunt met richtingpijlen.

DE ROUTE volgt de knooppunten van het wandelnetwerk Twente (op de kaart aangeduid met de letters W en V). Bij elk knooppunt is vermeld welke kleur pijl je in welke richting moet volgen. Waar routepaaltjes wat minder opvallen is voor de zekerheid in de routebeschrijving extra informatie toegevoegd, maar in principe wijzen de routepaaltjes met hun nummer en pijlen de weg.
De route vind je op op de site van het routenetwerk Twente.  Je kunt de route ook zelf maken/aanpassen via de routeplanner.
Voor een print van routekaart en beschrijving:

thumbnail of STIEWELPADEN IN TWEKKELO_ROUTE

ROUTEBESCHRIJVING
RD = rechtdoor; RA = rechtsaf; LA = linksaf.

Ga tegenover het stadion van FC Twente RA over het fietspad langs het spoor. Volg de gele routepijlen. Neem de linkerkant van de fietssnelweg, zodat je fietsers op tijd ziet aankomen.
W01, RD, gele pijl.
W43 LA (geel).
W90 RD (geel) (brug over Twentekanaal).
W24 LA (geel).
W42 RA (over op groene route; via bruggetje door weiland; straat oversteken en paadje langs weide; na ruim 10 minuten kom je bij W31).
W31 LA (groen).
W33 RA (over op geel).
W34 RD (geel) (Hamersweg, LA Gerinkhoekweg, RA Zwartevennenweg).
W38 RD (geel).
W39 LA (geel).
W46 RD (geel).
W63 RD (geel) en dan na 80 meter:
W25 RA (over op blauw).
V47, op verharde weg, LA (groen) (Hellerweg).

Jonge Lakenvelders.

W14 RA (groen) en direct
W36 LA (groen), pad door (maïs)akkers. Na zouthuisje LA bospad in. Na einde pad direct scherp RA, paadje langs weiland.
W37 RD (groen).
W33 RA (groen).
W31 LA (over op geel).
W23 RA (geel) en langs boortoren.
W44 LA (geel) (langs Twentekanaal; op verharde weg RA en langs sluis. RA en dan direct rechts aanhouden voor pad langs watergang.
V42 RA (over op groen).
V56 LA (over op blauw).
V49 RA (blauw).
W43 RD (over op geel) (ga links lopen, zodat je het fietsverkeer ziet aankomen).
W01 RD naar station.

Uitbreiding route met 2,7 km via paarse route: Bij W34 RA en dan via W45, W49 (over de flanken van de heringerichte vuilstort) en W60 naar W38.

Veevoer mais schiet hoog op.

Van Kromme Rijn tot Heuvelrug

Sloom slingert de Kromme Rijn in ruime bochten door het landschap, verleidelijk en vriendelijk – geen wonder dat ridders en jonkvrouwen aan de oevers wilden wonen. Al in de 13e eeuw kwam er een eerste versie van ridderhofstad Rhijnauwen tot stand en vanaf het jaagpad heb je een mooi zicht op het huidige gebouw uit de 18e eeuw. In deze route volg je het oeverpad tot voorbij Bunnik, maar ook waar de rivier zelf niet is te zien, is de invloed op het landschap onmiskenbaar. Soms is het kleiig en zompig, pas op het laatst krijg je droog zand onder je voeten.

Tram in Utrecht Science Park (links Casa Confetti, rechts de bibliotheek).

Het Utrecht Science Park
Voorheen bestond De Uithof (tegenwoordig het Utrecht Science Park 1) uit een verzameling betonnen kolossen, waar ’s avonds en in de weekenden een ijzige stilte heerste. Hoe is dat veranderd. Sinds 1988 kan er gewoond worden, en tegenwoordig hebben zo’n 3000 studenten er een kamer. Sterk wordt de sfeer bepaald door de bijzondere gebouwen die architecten van wereldfaam in opdracht van de Utrechtse universiteit ontwierpen. Kijk bijvoorbeeld op de hoofdader (de Heidelberglaan) waar de oude jaren zestigmammoet – het van Unnik gebouw, verpakt in groene doeken – een contrast vormt met de kleurtjes van de studentenwoningen in Casa Confetti. En dat vrolijke gebouw is weer tegengesteld aan de bibliotheek, die met zijn donkere panelen ernst en wetenschap uitstraalt. Op weg naar buiten blijkt het groene karakter van het wetenschapspark en daar aan de overkant van de weide ligt het tegeltjesfestijn Johanna, studentenhuisvesting vernoemd naar de polder waarin het USP ligt; tegeltjes die samen voorbijvlietende wolken verbeelden – geïnspireerd op het vluchtige verblijf van de bewoners, een paar jaar wonen ze er en dan vertrekken ze weer.

Tegeltjesspektakel Johanna.

Een langere adem heeft boerderij De Uithof 2, achter de kleurige gevel van het kinderdagverblijf is het gebouw met de wit-rode luiken te zien. Hier begon de universiteit aan zijn buitenstadse bestaan, want rond 1960 opende hier de proefboerderij van de faculteit Diergeneeskunde. En verleende de eerste vijftig jaar zijn naam aan het hele universiteitsterrein. Overigens, de naam Uithof ontstond al veel langer geleden – het was een buitenboerderij, gelegen in nieuw ontgonnen gronden, van het klooster Oostbroek.

Amelisweerd op een winterochtend.

Amelisweerd en Rhijnauwen
Met de rug naar de Uithof ben je ineens volledig buiten, aan de rand van de landgoederen Amelisweerd en Rhijnauwen 3, waar parkbossen in verschillende stijlen (romantische kronkelpaadjes in contrast met strakke lanen) afgewisseld worden door weilanden en doorkijkjes op de Kromme Rijn. De drie landhuizen komen alle in beeld, eerst het witte Nieuw-Amelisweerd, net voor je het bos ingaat. Door het slingerende parkbos kom je uit bij Huis Oud-Amelisweerd, nog even is een terugblik mogelijk op De Uithof, maar al gauw komen Kasteel Rhijnauwen en de Kromme Rijn 4 in beeld. In de bossen laat de rivier zich al gelden, want de eiken en beuken groeien er weelderig dankzij de vruchtbare klei die bij overstromingen bezonk. Dat de waterloop buiten zijn oevers trad is iets van voor 1122, toen door een dam bij Wijk bij Duurstede de doorgaande aanvoer vanaf de Rijn werd afgesloten. Daarom vind je geen dijken langs de Kromme Rijn, ze waren niet nodig, want de dam verderop hield hoog water tegen.

Jaagpad langs de Kromme Rijn.

Toch heeft het landschap alle kenmerken van het rivierenlandschap. In vervlogen tijden – denk aan duizenden jaren – ver voor dijken, dammen en gemalen zochten wisselende rivierlopen als veelkoppige slangen steeds nieuwe wegen door dit land en lieten zand, klei en zavel achter en boetseerden een palet van iets hoger gelegen oeverwallen en lagere komgronden. Die afwisseling van grondsoort en hoogte zorgde voor wisselend gebruik, zoals te zien is op de kaartfragmenten. Weilanden (a, groen) waar het laag en kleiig is, fruit (b) op zavel – zeg maar half klei, half zand –, akkers op droge oeverwallen ( c) en bosjes, vaak populieren en wilgen (d) waar het wat moerassig was. Het dorp Bunnik (e) lag op een hoger gelegen oeverwal, pal naast de rivier. En al is er in een eeuw veel veranderd, die afwisseling in grondgebruik is ook op kaart van 2019 nog goed te zien.

Bunnik, boven in 1920 en onder een eeuw later (bron: Kadaster).

Bunnik
De oorsprong van Bunnik, in het begin van de 10e eeuw voor het eerst vermeld, ligt niet ver van de brug over de Kromme Rijn. Daar lag het land wat hoger, opgehoogd bij overstromingen tot een oeverwal, zodat je er droge voeten kon houden. De kerk kwam er al in de 13e eeuw – de romaanse toren stamt uit die tijd, het koor is later vervangen; het wereldlijke bestuur resideerde in het pand ernaast. En wat hoort bij kerk en raadhuis? Precies, een kroeg, ’t Wapen van Bunnik, met in de zomer een ruim terras. Die oude kern heeft de sfeer van een klein, beschut dorp, en je vergeet dat er in de 20e eeuw, vooral na 1960, vele wijken omheen zijn gegroeid – vooral eengezinswoningen gekocht door inwoners van de stad Utrecht.

De oude dorpskern van Bunnik aan de Kromme Rijn.
De oude dorpskern van Bunnik aan de Kromme Rijn.
Blik op Blikkenburg.

Stichtse Lustwarande
Op landgoed Wulpenhorst 5 is de route in natte tijden ronduit zompig, ook hier drukte de rivier zijn stempel, maar naarmate je dichterbij het landhuis komt (nu in verbouwing tot luxe verzorgingshuis, opening voorzien eind 2020) vermindert de kleiigheid en eenmaal op het terrein van landgoed Blikkenburg 6 wandel je door tarweakkers vol veldbloemen met zicht op het witte landhuis. Het is ronduit verrassend hoe onverhard en groen je hier langs de stedelijke rand van Zeist scheert. Wulpenhorst en Blikkenburg zijn onderdeel van de Stichtse Lustwarande, een keten van buitenplaatsen langs de rand van de Utrechtse Heuvelrug, in het overgangsgebied van de hoge, droge zandgrond en het lage, vochtige rivierlandschap. Ontstaan aan het eind van de 18e eeuw toen rijke Hollandse stedelingen er voor weinig geld grond kochten en er landgoederen ontwikkelden, waar ze vaak ’s zomers verbleven.

Slot Zeist
Hoogtepunt van die Lustwarande is het strakke, classicistische Slot Zeist 7 uit de 17e eeuw, werkelijk een lusthof, omgeven door een Engelse landschapstuin en een gracht, waarin vele kunstwerken dobberen, en erlangs staan (onderdeel van de Zeister beeldenroute). Het karakter van de lusthof veranderde toen het in 1745 in handen kwam van de Amsterdamse koopman Schelinger die het voor een deel schonk aan de Hernhutters, een evangelische broedergemeente. De Hernhutters gingen wonen in de tuinen van het slot, en creëerden daar het Broeder- en Zusterplein 8, nog altijd wonen en werken ze daar. Vanaf de hoofdingang van het slot loop je er zo naar toe.

Tussen rivier en Heuvelrug
Voorbij Zeist ga je nog even terug naar de rand van zand en klei over het mooie pad langs de Blikkenburgervaart 9. Dit is een ‘nat’ landschap, met groene weiden, elzen, wilgen en een brede vaart – duidelijk een deel van het rivierenlandschap. Toch is de andere ‘wereld’ dichtbij – je ziet het al vanaf het pad: links liggen de land- en buitenhuizen, daar groeien de beuken en eiken die horen bij de zandgronden van de Utrechtse Heuvelrug.

Onverwachte wildernis.
De Breul.

Eenmaal de N224 overgestoken verdwijnt eventuele modderigheid in stevig zand met daarop landgoed De Breul 10 – buitenplaats in ‘Engelse’ stijl, te herkennen aan de rondingen van het huis als aan de zwierige paden van het park; een mooi slotakkoord van een rivierwandeling die met deze laatste twist op droge zandgrond eindigt.

ROUTE-INFORMATIE
De route volgt vrijwel geheel de routepaaltjes van het knooppuntennetwerk Utrecht/Kromme Rijn. De route staat op afstandmeten.nl. Via de knop ‘Export’ kun je een GPS-bestand downloaden.
Deze route is het vervolg op een eerdere knooppuntenroute van Hollandsche Rading naar de Uithof/Utrecht Science Park.
LENGTE 16 km (zie de gele kilometervlakjes op de kaart).
START- EN EINDPUNT Utrecht CS. Neem op Utrecht CS tramlijn 22 en stap uit op halte Heidelberglaan in het Utrecht Science Park (De Uithof). Neem in het weekend Bus 28 (want dan rijdt de tram niet).
Eindpunt is station Driebergen-Zeist, met vier keer per uur een trein terug naar Utrecht CS.
ZWAARTE Na langdurige regenval zijn sommige paden glibberig en zuigt de klei zich aan je schoenen vast.
VERHARD/ONVERHARD Je zou het zo vlakbij de stad niet verwachten, maar meer dan 80% is onverhard.
HORECA In Amelisweerd/Rhijnauwen De Veldkeuken bij Oud-Amelisweerd, het café van hostel Stay Okay Utrecht-Bunnik en (net buiten de route) Theehuis Rhijnauwen.
In Bunnik ’t Wapen van Bunnik.

’t Wapen van Bunnik.
Langs de Kromme Rijn.

Routebeschrijving
LA = linksaf; RA = rechtsaf; RD = rechtdoor
Vanaf de bus-tramhalte Heidelberglaan ongeveer 150 meter teruglopen en LA (Coïmbrapad) langs de universiteitsbibliotheek.
RD richting Bunnik over fietspad.
Einde fietspad Toulouselaan oversteken en direct daarna bij wandelknooppunt (K) 77 RA richting K76 over onverhard pad. Volg vanaf hier de knooppuntenpaaltjes (blauwe pijl op oranje ondergrond).
76 – 19 – 21 – 93 – 22 – 23 – 74 – 37 – 45.
Bij K45 (aan de rand van Bunnik) verlaat je even de knooppunten:
bij K45 RA, brug over (Dorpsstraat). RA langs ‘Witte Huisjes’ over Kerkpad.
Op Parkeerplaats LA en weer LA richting De Bilt (Dorpsstraat; op de hoek ’t Wapen van Bunnik) en bij K45 RA.
45 – 47 – 48 – 53 – 54 – richting 65
VERLAAT DE KNOOPPUNTEN op de plek waar de route uitkomt op de verharde weg. Ga LA en dan RA Filosofenlaantje.
Einde weg schuin oversteken en LA over voetpad langs water en langs Slot Zeist. 
Na 350 meter RA via voetbrug en verder langs de slotgracht.
(Ommetje: Op het voorplein van het slot LA – 200 meter – voor bezoek aan Broeder- en Zusterplein. Daarna terug.)
Na voorplein Slot Zeist RD over Zinzendorflaan.
Einde weg RA (terug op de knooppunten: van K64 naar K65).
64 – 65 – 66 – 67 – 68 – 21 – richting 69.
Volg de pijlen en neem het zandpad rond de vijver van De Breul. Het pad komt via een klaphek uit op een verharde weg. Daar RA en via verkeerslichten oversteken. Na 100 meter LA en over voetpad langs fietspad naar station.
In de printbare PDF vind je naast deze korte routebeschrijving ook een beschrijving met meer route-aanwijzingen.

thumbnail of 29 Uithof-NSZeist routebeschrijving

Blijf op de hoogte van nieuwe wandel- en fietsroutes en meld je aan voor mijn NIEUWSBRIEF.

Leilinde in Bunnik.

 

 

Ruhrgebied – Fietsen in de groene Kohlenpott

In zacht avondlicht verwarmen zich de muren van Zollverein XII. Gebouwd in 1932 als steenkolenmijn van de toekomst in een strakke Bauhausstijl waren de ‘wielen’ van de schachtliften decennia het epicentrum van de winning van het zwarte goud. Hier verstrengelde de schoonheid van bouwkunst zich met efficiënte en veilige mijnbouw. In 1986 sloot de mijn, en alleen de schoonheid bleef, en die kreeg steeds meer waardering, leidend tot de status van wereldcultuurerfgoed en dat plaatste de Zollverein XII in het hart van de mijn- en industriecultuur van het Ruhrgebied. Is een beter startpunt van een fietsroute denkbaar?

Zollverein XII.

Van spoorlijn naar fietspad
Sinds kort heeft het Ruhrgebied een knooppuntennetwerk naar Nederlands voorbeeld, en vanaf de Zollverein is een ronde van 35 km mogelijk, die vele soorten industrieel erfgoed aandoet. Toen mijnbouw en industrie bloeiden doorsneden talloze spoorwegen het Ruhrgebied, bijvoorbeeld voor het kolentransport van de mijnen naar cokesfabrieken en hoogovens. De lijnen die vanaf de Zollverein liepen zijn veranderd in fietspaden. Rondom klinkt nu een koor van vogels – merels fluiten zich er bovenuit – die zich verborgen houden in de groene omkaderingen van struiken en bomen; het is fietsen over zwart asfalt met groene wanden.

Voormalige spoorlijn werd fietspad.
De hemeltrap op de Rheinelbe.

Steenpuisten
Bij de steenkoolwinning kwamen massa’s waardeloze stenen mee omhoog. Die werden op een hoop gegooid, overal lagen die afvalbergen – Haldes – als zwarte puisten in een geschonden landschap met dampende schoorstenen en vervuilde rivieren. De Kohlenpott, de trotse bijnaam, leverde de brandstof en was met zijn industrie tegelijk de motor van het naoorlogse Wirtschaftswunder. En waar de welvaart steeds meer glans kreeg, versterkte de vervuiling het gitzwarte uiterlijk van Duitslands grootste industriegebied. Op de Halde van de Rheinelbe (voorbij knooppunt 49) herinnert de kale, zwarte top aan hoe het was, maar kijk je vanaf de Himmelstreppe – op vele Halden staat op de top een monumentaal kunstwerk – in het rond, dan zie je hoe het is: een zee van groen omspoelt de top. Hier zie je hoe het zwarte imago – dat nog altijd rondwaart – door de werkelijkheid is ingehaald. Tot die realiteit hoort dat de steenkoolwinning waaraan het Ruhrgebied zijn bestaan ontleende, met de sluiting van de laatste mijn in december 2018 definitief voltooid verleden tijd is.

Uitzicht vanaf Halde Rheinelbe.
Halde Rheinelbe, alleen bovenop nog een beetje zwart.

Wat verder, voorbij Knooppunt 45, ligt nog zo’n puist, de Pluto, en vanaf daar kijk je uit op de Halde Hoheward, een soort van superafvalstenenberg, afkomstig van meerdere mijnen. Op de top tekenen zich de bogen af van het Horizonobservatorium, waarmee de overgangen van de jaargetijden zijn te ervaren.

Tussendoor is de route van spoorbaan gewisseld, naar de Erzbahn, waarover vanaf het Rhein-Hernekanaal ertsen werden vervoerd naar de hoogovens in Gelsenkirchen en Bochum. Op de spoorsplitsing ligt de Erzbahnbude, een voor het Ruhrgebied kenmerkende kiosk, waar je drank, snoep, kranten en tabak kunt kopen. Vaak lijkt het hier een hangplek voor pensionado’s – bier of koffie drinkend naast hun elektrische fietsen.

De Erzbahnbude.
De Emscher met Der Ball, een gashouder als kunstwerk.

Emscher en Nordstern
Bij knooppunt 44 schakelt de route naar het pad langs een andere transportweg door het Ruhrgebied: het Rhein-Hernekanaal, gegraven in het dal van het riviertje de Emscher, dat er vlak naast stroomt. Als je die passeert ruik en zie je dat de vergroening z’n grenzen kent. Veel is er verbeterd in de zuivering van afvalwater, maar hier is de associatie met een open riool niet ver. In contrast daarmee staat de Graf Bismarckhaven, die van vervallen werkhaven van een steenkolenmijn veranderde in een mooie woonhaven met ruime terrassen en moderne nieuwbouw. En ook voormalige mijn de Nordstern is een voorbeeld van de geslaagde transformatie, want de zwarte velden van weleer werden bloemenakkers dankzij de Bundesgartenschau van 1997. Boven op het mijngebouw staat Hercules; hij heeft zijn ondergrondse werken volbracht en staat op het punt nieuwe uitdagingen tegemoet te gaan. Zal de oppergod hem laten vliegen?

De Nordstern.
Hercules op de Nordstern.

Opnieuw is er een verbouwde spoorlijn, met onderweg nog een blik op arbeiderskolonie Hegemannshof – tienduizenden trokken vanaf eind 19e eeuw naar het Ruhrgebied, er was een enorme behoefte aan woningen. Los van de steden werden overal en nergens, maar dichtbij mijn of fabriek ‘kolonies’ gebouwd; door dat ontbreken van stadsplanning zit er nog steeds een zekere rommeligheid in de ruimtelijke structuur van de Kohlenpott.

De Kokerei
Volg, terug op Zollverein de in Bauhausstijl omhulde transportbanden, die zich vanaf de mijngebouwen als de tentakels van een stramme spin vertakken. Hierover rolden de steenkolen rechtstreeks van de mijn naar de Kokerei, waar ze onder hoge druk en temperatuur ontgast werden tot cokes, brandstof voor de hoogovens. Geen betere plek om de route te beëindigen dan op het terras van Café Die Kokerei met uitzicht op de ovenpanelen, waaruit vroeger de snikhete cokes in een koelwagen tuimelden die ze naar de naar de blustoren reed, want zonder snelle koeling verteerden de cokes tot as. Nu ligt er in (weliswaar zeldzame) wintertijden een schaatsbaan, en in de zomer heb je vanaf het terras een unieke inkijk in een bijzonder stukje herbestemd industrieel erfgoed.

De Kokerei van Zollverien XII.

DE ROUTE

START EN FINISH Knooppunt 59 op Zollverein XII.
NAAR HET EERSTE KNOOPPUNT
Ga op Zollverein na de ingang links langs het schachtgebouw; op het plein van het Ruhrmuseum rechts langs het museum. Ga voor de onderdoorgang RA (bij blokken met groene vierkanten) en volg dit spoor naar Knooppunt 59.
Volg de knooppunten 59–60–49–48–46–45–44–63–90–61–60–59.
Zie ook:
thumbnail of 28 DE ROUTE
UITSTAPJES
Maak op een paar plekken een bijzonder uitstapje.
– Na knooppunt 49 kun je omhoog (en weer omlaag) naar de Himmelstreppe op de Halde Rheinelbe met uitzicht over het groene Ruhrgebied.
– Na knooppunt 45 kun je heen en weer naar Halde Pluto met zicht op Halde Hoheward.
– Ga bij knooppunt 90 naar de Nordstern en bekijk daar gebouwen en park. Fiets terug naar knooppunt 90.
– Rijd bij terugkomst door richting knooppunt 57 tot aan de Kokerei (400 meter) met café Die Kokerei.
HORECA
Zollverein XII (bij het Ruhrmuseum en bij de Kokerei), Erzbahnbude, Nordstern.
FIETSHUUR
Op Zollverein is een Revier-Rad-station. Fietshuur (ook elektrisch) vanaf €9 per dag.

MEER ZIEN?
Op het terrein van Zollverein kun je rondleidingen boeken, het Ruhrmuseum (geschiedenis mijnbouw en industrie) en het Designmuseum bezoeken.
Nabij: Landschaftspark Duisburg-Nord, dwalen over het terrein van een stilgelegde hoogoven. Aanrader!
Zie ook de site van het Ruhrgebied.
HOE KOM JE ER?
Met de auto: navigeer naar Fritz-Schupp-Allee, Essen. Vanaf Utrecht is het een kleine twee uur rijden (175 km)
Met openbaar vervoer: in Oberhausen overstappen op RegionalBahn 32 naar station Essen Zollverein Nord.
OVERNACHTEN
Hotel Friends Zeche Zollverein Essen, in strakmoderne mijnbouwstijl, op het terrein van Zollverein.

De liftschacht van Pluto, steeds meer in het groen.
De Bauhaus-architectuur van Zollverein XII

Racen en boemelen, treinen in Spanje

In tijden van vliegschaamte groeit treinreizen in populariteit. Maar hoe pakt dat uit? Bijvoorbeeld als je een rondreis met de hogesnelheidstrein naar en door Spanje wilt maken.

Hoge snelheid
Via de Treinreiswinkel kocht ik een Interrailkaart en maakte de bijbehorende reserveringen – klaar om te gaan, maar toen spoelde bij een hevige regenstorm de spoorlijn voorbij Montpellier weg; geen treinverkeer naar Spanje, reserveringen niets meer waard en op zoek naar een alternatief. Dat vond ik, alleen van het Hogesnelheidsidee bleef minder dan de helft over. Het begin bleef ongewijzigd, eerst met de Thalys naar Paris Nord, vervolgens wandelend door het hart van Parijs en verder vanaf Paris Montparnasse; met vaak 320 km per uur flitste de TGV zonder tussenstop naar Bordeaux (600 km in twee uur), vervolgens over ‘gewoon’ spoor door naar Toulouse en Carcassonne, de eerste stop.

Carcassonne, wijngaarden tot aan de stadsmuren.

Middeleeuwse panorama’s
Carcassonne promoot zich vooral met haar buitenkant, overal zie je de plaatjes met het zicht op de talloze torens en stadsmuren vanuit de wijngaarden. Uniek dat het zicht zo vrij is gebleven, niks geen verdringing door stadsuitbreidingen. Maar de miljoenen bezoekers gaan voor de binnenkant, om hutjemutje te slenteren door de straatjes van de middeleeuwse vestingstad. Zelfs begin november zijn er veel, terwijl ik als eenzame wandelaar de stad vanaf de buitenkant bekijk, vanuit de wijngaarden, steeds vanuit een ander perspectief, steeds met een ander panorama.

Voor de poort van Carcassonne.
De Spaanse R3 naar Barcelona.

Slow train
Na Carcassonne begon de aangepaste route, van fast naar slow train, dwars door de Pyreneeën. Eerst langs graansilo’s en bruine akkers die plaatsmaken voor weiden als de trein omhoogslingert; openheid gaat over in de beslotenheid van loofbossen, hoger en hoger, en ja, daar de eerste sneeuw, vanochtend vers gevallen. Dan, op bijna 1500 meter hoogte, duikt de trein de tunnel in onder de Col de Puymorens, en gaat dwars door de klimaatscheiding, want aan de andere kant is de regen verdwenen, breekt de zon door en ziet de vegetatie er vergeelder en dorrer uit, weg is die weelderige natuur van de Franse kant.
In Latour de Carol eindigt de trein en stap ik over op het Spaanse breedspoor, de R3, die tot in het centrum van Barcelona rijdt. Maar eerst door de bergen – over een richeltje in een nauw dal daalt de trein geplakt tegen de wand, langs bossen spetterend in de zon, langs weitjes met koeien. Eindeloos duurt de fantastische ravijnenafdaling, ja, dit zijn de Spaanse Pyreneeën, met hun grillige uitgestrekte canyons, waar geen wandelpad is te zien, waar niemand lijkt te wonen. In Vic stap ik uit, zo’n 300 km verder na een reis van ruim zeven uur.

Muurschildering in Vic.
‘Wij willen je naar huis’, op het Plaza Mayor van Vic.

Slow city vol onrust
Vic prijst zichzelf aan als slow city, en ja het ligt aan een langzame spoorlijn, maar de stad zelf toont veel onrust, want overal hangen de portretten van veroordeelde Catalaanse politici – ‘wij willen je naar huis’ –, de gele lintjes als symbool voor de onafhankelijkheid, en nergens een tegengeluid. Maar toen was er dat sprankelende café aan het Plaza Mayor, met op de tv Real Madrid-Galatasaray op volle sterkte, de grote vijand zou je zeggen, maar als Madrid scoort klinkt ingetogen gejuich, handgeklap. Ha, dat relativeert.

De kathedraal van Zaragoza.

AVE naar Zaragoza
In Barcelona ga ik verder met de AVE, met 300 km per uur door het kurkdroge land rond de Ebro, schaars begroeide heuvels flitsen voorbij, een irrigatiekanaal verraadt waarom toch akkerbouw mogelijk is. Hoofdstad van dit droge Aragon is Zaragoza, stad aan de Ebro, een naam van Moorse oorsprong, met een kanjer van een kathedraal aan een langgerekt plein en een charmante binnenstad met keus uit honderden tapasbarretjes. Een ontspannen stad, met prachtige pasteleria’s, op en top Spaans.

Een pasteleria in Zaragoza.

In Zaragoza woont de helft van de bevolking van Aragon. Die andere helft vind je niet terug in de uitgestrekte velden, roodkleurige akkers, herfstige wijngaarden, kale bergtopjes en verweerde rode zandsteenhellingen waar de trein de volgende dag doorheen tuft. Zo leeg, zo weerbarstig, in St Eulalia del Campo (ooit van gehoord?), stappen twee jonge vrouwen uit – bijzonder om verbonden te zijn met zo’n plek aan de rand van nergens.
Op zeker moment komen mediterrane invloeden in beeld, eerst de amandelen en olijven dan de citroenen en sinaasappels, Valencia komt steeds dichterbij. Na vijf uur treinen, tegen zo’n 60 km per uur, zijn we er.

Valencia, Plaça de l’Ajuntament.
Valencia, octopus en levende paling in de markthal.

Valencia
Sjonge, was Zaragoza vrij van enige toeristische druk, in Valencia zit je midden in de wereld van het globale toerisme, geen betere bevestiging dan de drie Amerikaanse meiden die haast zonder tussenstop de Oh my Gods over tafel tetteren. Maar dat er hier duizenden komen is zo logisch, want neem alleen al die vroeg 20e-eeuwse eclectische bebouwing rond de Plaça de l’Ajuntament, wat een uitbundigheid. En dan is er die geweldige City of Arts en Science, met onder andere een gebouw in de vorm van een witte walvis, inclusief balijnen, gestrand in het Turiapark, dat ooit een rivierbedding was, nu een park, als een groene huid rond de binnenstad van Valencia. Bijkomen aan het strand of in El Carmen, waar je wat meer tussen de Valencianen zit. Of nog beter: de Eixample, gebouwd na 1900 met veel elegantie, vooral die straathoeken waar palmen tot de hoogste verdiepingen meegroeien.

De walvis van Valencia.
In het Turiapark.

Cuenca
Verder, nu met de AVE die in minder dan een uur de 200 kilometer naar Cuenca overbrugt. In versneld tempo schieten de landschappen van twee dagen daarvoor voorbij, maar met een twist, dankzij eindeloze sinaasappelplantages en druivenvelden, en tot slot de overgang naar dennenbossen in het hogere land. De oude binnenstad van Cuenca ligt majestueus boven twee rivierravijnen, huizen hangen erboven. Hier wandel je met steeds wisselend perspectief op de oude stad, naar beneden vanaf de Cerro de San Cristóbal – een hooggelegen  uitzichtpunt – of  vanuit het ravijn omhoog naar de gelige zandsteenrotsen waaruit de historische huizen van Cuenca omhoog lijken te groeien.

De hangende huizen van Cuenca.
Het ravijn van Cuenca.

De reis eindigt met hoge snelheid, eerst met de AVE over de lege hoogvlakte, vlakken bruine aarde wisselen met kleine bossen, en zoef daar schiet de trein alweer door een tunnel, op weg naar Madrid.

Je kunt kiezen voor de trein wegens vliegschaamte, maar het spoorreizen zelf is net zo’n goede reden. Wat is nou prettiger dan reizen als onderdeel van het landschap dat voorbijschiet als een versnelde film, of juist in slow motion. Natuurlijk, meestal is het vliegtuig sneller, maar zijn die extra uren vervelend, als je comfortabel zit, wandelt naar de bar, het landschap observeert, een boekje leest?  En zie de snelheidsmeter: hij tikt de 320 km aan.

De AVE, Alta Velocidad Española, Spaanse hoge snelheid.
In de Eixample van Valencia.

Informatie
De Treinreiswinkel biedt alle informatie, van georganiseerde treinreizen tot losse treinkaartjes. Ook biedt de site een internationale treinreisplanner.
Mijn reis duurde negen dagen, met overnachtingen in Carcassonne, Vic, Zaragoza, Valencia en Cuenca. Vanuit Madrid nam ik het vliegtuig terug vanwege de verstoringen in Zuid-Frankrijk.

Maasland en Waterweg

In 2019 ging de nieuwe metro tussen Rotterdam en Hoek van Holland open na de ombouw van de Hoekse Lijn, die hier al sinds 1893 lag. Op veel stations zijn er aansluitingen op het wandelnetwerk van Zuid-Holland, en kun je snel vanuit de stad de polders van de Delflandse veenweiden in. Deze routebegin en eindigt in Maassluis Centrum. Onderweg is de variatie groot: historische stadjes, weidse vergezichten en zeeschepen op de Waterweg. Grote delen van de route zijn onverhard: over het jaagpad langs een voormalige trekvaart, over zompige dijkjes en smalle, eeuwenoude kerkpaadjes. En wat prettig is: altijd en overal is de route goed bewegwijzerd.

De Furie van Maassluis.

De Furie van Maassluis
In de haven van Maassluis a zijn negen oude zeesleepboten afgemeerd, een nostalgisch beeld waarboven de Groote Kerk uitsteekt, die op een eiland ligt en bereikbaar is via een imposante ophaalbrug. Opvallend is de Furie, een stoomsleper met een ruig verleden in Zweden – daar sleepte het schip vlotten van samengebonden boomstammen over de Oostzee naar papierfabrieken. Terug in Nederland kreeg het schip een hoofdrol in de tv-serie Hollands Glorie.
Niet alles ademt hier de gouden glorie van het verleden, want verderop in de haven is er bedrijvigheid: een kraan schept grote happen zand uit binnenvaartschip Sperenza. Toch krijgt de toon van toen een vervolg als je de oude veenweidegebieden van Midden-Delfland betreedt langs de lijnen van vroegere trekvaartverbindingen.

Bij Maassluis, met zicht op de trekvaart in de richting van Delft.
Molen bij Maassluis.

Trekvaart
Strak snijdt de vaart door het open land, sinds 1645 maakte dit water deel uit van het systeem van trekvaarten b, waar volgens dienstregeling zes keer per dag een door paarden getrokken schuit tussen Delft en Maassluis voer. De intercity van nu was toen een trekschuit– goede verbindingen waren voor een handelsstad als Delft van veel belang. Verse vis uit Maassluis kwam met de schuiten sneller aan op de markten van Delft en Den Haag.
Het kanaal zelf is al veel ouder, al in de 14e eeuw gegraven voor een verbetering van de afwatering van Delfland, want dat was na de ontginning van het veengebied nodig. Langzaam zakte de bodem in doordat de plantenresten waaruit het veen bestaat, vergingen door de blootstelling aan de lucht. Mooi zijn de gevolgen van de oxidatie te zien langs de trekvaart, want die ligt een stuk hoger dan het omringende, ingeklonken weideland.

Lage veenweiden grenzen aan de hoger gelegen vaart.
Het Doelpad, in een strakke lijn naar Maasland, al sinds 1611 op de kaart.

Kerkpaden
Eeuwenoud voelt het hier, alsof elke stap je verder terugbrengt in de tijd. Misschien komt het door het drassige, smalle pad langs de Middenvliet – verkreukelde wilgen langs het lage weideland, in de verte de torens van Maasland. Als volledig verleden tijd voelt het Doelpad c, een kerkpad dat al sinds 1611 op de kaart staat en bedoeld was voor kinderen en kerkgangers die uit de omringende polders naar Maasland moesten. Haaks staat het op de vliet, in een strakke lijn richting Maasland – de kerkpaden vormden de kortste verbindingen tussen de dorpen en de buitengebieden. Voorbij het oude Maasland volgt het Dijkpolderpad d, kronkelend over een smal, modderig pad door de veenweiden.

De Nieuwe Waterweg.

De Waterweg
Een grote tegenstelling is het, die minuscule paadjes in open weideland, terwijl de wereld van snel- en vaarwegen, van buitenwijken, haventerreinen en Westlandse tuinbouwkassen zo dichtbij ligt. Daar is het einde van het kerkpad, een asfaltweg leidt onder de A20 door, je stuit op de steile Maaslandddijk e, wandelt langs woonwijk Steendijkpolder en dan sta je op de Delflandse Dijk f met zicht op de Nieuwe Waterweg – in 1872 dwars door de duinen gegraven voor een betere haventoegang van Rotterdam.

Langs de Nieuwe Waterweg.

De kaarten zijn uit 1924 en 2018; veel is er veranderd. Oorspronkelijk was de Steenendijk A de eerste waterkering, wel lag er in 1924 een lage Buitendijk B in de Steenen Dijk polder. Na de Watersnoodramp in 1953 is de Delflandse Dijk C aangelegd, de Steenendijk is sindsdien een slaperdijk – is pas nodig als de Delflandse dijk breekt. Opmerkelijk zijn de veranderingen, zoals woningbouw D, tuinbouwkassen E en waterplassen F (voor zandwinning), maar rond De Hoeve/Hoefwoning G is het open weideland I , met kerkpad H, bewaard gebleven, doorsneden door snelweg A20 J. Op de kaart staan de knooppunten 31, 38 en 59 ter oriëntatie. Bron kaarten: www.topotijdreis.nl.

Grote kranen in de verte, een zeeschip komt aangevaren, binnenvaartschepen zorgen dat ze op tijd uitwijken. Dit is een andere wereld dan die van jaag- en kerkpad, maar met zicht op scheepvaart, haven en de nieuwe stadsflats langs de waterkant net zo de moeite waard. In Maasluis staan alle bruggen open, en daar komt de Speranza, leeg, van haar zandvracht ontdaan manoeuvreert het schip door de smalle brugdoorgang en gaat met een ruime bocht de Waterweg op, begeleid door het laatste zonlicht van de dag – in de haven schitteren de schepen in het laatste, warme zonlicht.

De Speranza vaart weg uit Maassluis.

ROUTE-INFORMATIE
START en FINISH Station Maassluis Centrum.
LENGTE 17,3 km; inkorting tot 15 km: ga bij knooppunt 84 linksaf richting 75, naar station Maassluis West (aan dezelfde metrolijn B).
ONVERHARD/VERHARD De paden door de veenweiden (globaal van knooppunt 78 tot 59) en het Waterwegpad tussen 38 en 84 zijn onverhard en kunnen behoorlijk modderig zijn.
HORECA In Maassluis, ter hoogte van de Markt (iets voorbij knoppunt 47).
METRO Overdag elke 10 minuten, voor Rotterdam Centraal overstappen in Schiedam Centrum op de NS.
AUTO/PARKEREN Oude Veiling in Maasland. Dit is ruim 100 meter van knooppunt 68, waar je de Zuidvliet oversteekt en dan rechtsaf de Trekkade op (je komt er door in noordelijke richting te lopen, richting Maasland).
ROUTE Volg de knooppunten 22 – 44 – 47 – 68 – 78 – 42 – 67 – 88 – 37 – 66 – 15 – 59 – 31 – 82 – 16 – 38 – 84 – 27 – 44 – 22.
ZELF PLANNEN? Zie de routemaker op wandelnet.
PRINT VAN DE ROUTE

thumbnail of MAASLAND EN WATERWEG_ROUTE

Routeknooppunt.
Wegwijzers naar het volgende routeknooppunt.

 

OV-fietsrondje – Utrecht: tussen Dom en groene stadsrand

Met z’n 112 meter torent die hoog boven de stad uit, de Domtoren 2, gereedgekomen in 1321. Toen was Utrecht als religieus centrum de belangrijkste stad van Nederland. Binnen de singels, al in 1122 aangelegd, lagen talloze kloosters. Na de Reformatie zijn die voor een groot deel ontmanteld en daarna voor een groot deel bebouwd. Mede dankzij die extra ruimte hield Utrecht het tot ver in de 19e eeuw Utrecht uit binnen de singels. Bovendien raakte Utrecht zijn centrale positie kwijt aan de Hollandse handelssteden. De stad stagneerde en dat heeft eraan bijgedragen dat Utrecht nu de best bewaarde middeleeuwse binnenstad van Nederland heeft, gedragen door de dubbele lijn van Oude- en Nieuwegracht.

In de pandhof bij de Domkerk (bereikbaar vanaf het Domplein).
De Nieuwegracht en de Domtoren.

Spoor
Na de komst van de spoorwegen (1843) kwam Utrecht weer tot leven. Voor fabrieken was de centrale ligging in het nationale spoornet ideaal. In snel tempo kwamen er woonwijken bij om tienduizenden arbeidsmigranten een dak boven het hoofd te bieden.
In ruimtelijk opzicht vond in de loop van de 20e eeuw de grote omkering plaats: eeuwen domineerde de middeleeuwse stad het kaartbeeld, nu is zij niet meer dan een servetje op een tafellaken van steen. Vooral na 1950 is de stad enorm uitgebouwd met uitgestrekte wijken als Kanaleneiland, Overvecht en Lunetten.
Sinds de laatste uitbreiding, Leidsche Rijn, is het inwonertal van Utrecht explosief gegroeid; 343.000 inwoners telt de stad nu, en dat aantal zal rond 2028 gestegen zijn tot 400.000.
De stad is deel van een aaneengesloten stedelijke zee, een agglomeratie, waarbij Nieuwegein en Houten na 1970 duizenden inwoners van Utrecht een betere en betaalbare woning boden.

Amsterdam-Rijnkanaal en daarachter Kanaleneiland.

Nieuw stadscentrum
Toen Utrecht in 1843 zijn eerste station kreeg lag dat aan de stadsrand, buiten de omwalling; al snel kwam de verbinding met de binnenstad door de bouw van de Stationswijk, die rond 1970 plaatsmaakte voor Hoog Catharijne, gebouwd over de gedempte Catharijnesingel – water werd weg, en wat voor een: de kortste autosnelweg van Nederland. Winkelcentrum Hoog Catharijne raakte verouderd, het station was te klein en de verbinding de tussen historische binnenstad en stationsgebied verbroken. Redenen genoeg voor ingrijpende vernieuwingen 1; na jaren van bouwen laten de resultaten zich steeds meer zien: de immense stationshal, het bollendak dat het nieuwe stationsplein overkapt, een vernieuwd winkelcentrum, stadskantoor, muziekcentrum, en water in de singel: de Stadskamer (het gebouw met de rechthoekjes in pastelkleuren) overbrugt nu de Catharijnesingel en is een van de nieuwe verbindingen tussen binnenstad en station.

Op TivoliVredenburg staat de verzekeringsengel die ooit De Utrecht sierde, het gracieuze Jugendstilpand dat voor Hoog Catharijne moest wijken.

Door alle centrumvernieuwingen draait de stad straks rond het station, als de naaf van een fietswiel. Het stadskantoor is het bewijs van deze centrumverschuiving, want wat tot ver in de 20e eeuw thuishoorde in de middeleeuwse binnenstad in de bocht van de Oudegracht, is over het station heen getild. Als alle gebouwen klaar zijn (rond 2023) wordt de westwaartse verschuiving van het zwaartepunt nog nadrukkelijker. En dat sluit aan op het eveneens westelijk gelegen Leidsche Rijn, de laatste grote stadsuitbreiding. Ook de eerstvolgende, de toekomstige woningbouw langs het Merwedekanaal, grenst aan het nieuwe stadscentrum.

De stad rukt op, maar niet helemaal

De oude kaart is uit 1920, de nieuwe uit 2018. Bron: http://www.topotijdreis.nl

Niet alles werd volgebouwd, en deze fietsroute is daar het bewijs van, want doorkruist het rivierenlandschap van de Kromme Rijn met Amelisweerd en Rhijnauwen 4, gaat langs Fort Vechten en de groene oase rond Laagraven 6.
Op de kaartfragmenten uit 1920 en 2018 is Laagraven te zien. Opmerkelijk hoe dit gebiedje bewaard bleef – enkele fruitteeltbedrijven houden het agrarische karakter vast, maar de stedelijke recreatie rukt op: rechtsboven is na zandwinning een grote recreatieplas ontstaan en rechtsonder ligt een golfterrein. Die nieuwe functies zijn een garantie voor het behoud van het open karakter.
Het frame van het landschap is vastgelegd in een eeuwenoude verkaveling en wegenstructuur. Rechtsonder loopt de Heemsteedseweg, een verbindingsweg uit het eind van de 11e eeuw, aangelegd als de oostelijke grens van de veenontginningen van Jutphaas. Naar het noorden werd de weg verlengd met de Koppeldijk, die leidde tot een verbinding met het Utrechtse Tolsteeg. Die oostgrens van de veenontginning zie je terug in de verkaveling, want aan de Jutphase kant zijn de percelen langgerekt en smal, zuid-noord gericht; aan de Houtense kant zijn ze wat blokkeriger en oost-west gericht.
Het kaartbeeld veranderde door de aanleg van het Amsterdam-Rijnkanaal 7, maar nog meer door de nieuwe stad Nieuwegein, ‘opgericht’ in 1971 om de woningbehoefte van Utrecht op te vangen. Toch mooi hoe in die nieuwe stad oude elementen als het fort bij Jutphaas en het Merwedekanaal goed herkenbaar zijn gebleven.

START en FINISH
OV-fiets te huur bij Utrecht Centraal Stationsplein of Utrecht Centraal Jaarbeursplein; ook mogelijk: de rijwielstalling 50 meter voorbij TivoliVredenburg. Op ovfietsbeschikbaar.nl kun je live zien hoeveel fietsen beschikbaar zijn.

AFSTAND
29 km, verkorte route 21 km.

ROUTE EN KNOOPPUNTEN
Vanaf het Stationsplein: uitgang Smakkelaarsveld, rechtsaf richting centrum/TivoliVredenburg en dan: 31–Ledig Erf: na de brug schuin oversteken en Gansstraat in–38–41–40–39–98–35–36–33–32–27–68–6–bij bushalte Noordenveld scherp rechts–70–71–72–74–73–51–23–52– richting 26, op Westplein oversteken (richting LF4a en LF7b volgen; knooppunt 26 ontbreekt) en via Van Sijpesteijnkade onder spoor door (fietstunnel) en rechtsaf naar stalling Utrecht Centraal Stationsplein.

Vanaf het Jaarbeursplein: fietspad naar rechts volgen en dan rechtsaf onder spoor door richting centrum/TivoliVredenburg en dan 31 en verder.
Vanaf rijwielstalling Vredenburg: rechtsaf naar 31 en verder.
De route is ook te vinden op de routeplanner van de Fietsersbond.

Inkorting tot 21 km: ga bij 32 rechtsaf richting 30–19–52 (terug op hoofdroute).

TREIN
Kijk op ns.nl voor treintijden.

AUTO
Parkeerplaats bij Laagraven (gratis; tussen knooppunt 32 en 33) of Waterliniemuseum/Fort Vechten (betaald; zie Onderweg nr 5).

HORECA
Ledig Erf (voor knooppunt 38), Theehuis Rhijnauwen (41), Stayokay café (ook 41), Restaurant Vroeg (39), Down Under (na 33), Landhuis in de stad (52).

PRINT VAN DE ROUTE
Klik op de link voor een afdruk van de routekaart en de bezienswaardigheden onderweg. thumbnail of Utrecht Zuidoost Onderweg

ONDERWEG
1 Het nieuwe stationsgebied
Nergens is Utrecht zo veranderd als in het stationsgebied: je komt vanuit de nieuwe stationshal langs het bollendak, de Stadskamer, de hergraven Catharijnesingel, Tivoli-Vredenburg en de appartementen bij het Vredenburg.

TivoliVredenburg, muziekpaleis met zes concertzalen.

2 Domtoren en kerk
Toren en kerk zijn in 1674 door een tornado van elkaar gescheiden. Op het Domplein zijn de contouren van eerdere kerken zichtbaar in de bestrating. De gele stenen verwijzen naar het Castellum, een Romeins legerkamp. Ga in de Lange Nieuwstraat op de kruising met de Hamburgerstraat even naar rechts voor een blik op de Oudegracht en daarna even naar links voor de Nieuwegracht, in beide gevallen met de karakteristieke werfkelders.

3 Wilhelminapark
De villa’s rond het Wilhelminpark waren bedoeld om de gegoede burgerij die rond 1900 steeds meer ‘buiten’ ging wonen, in de stad te houden. Net voor het viaduct onder de Waterlinieweg  passeer je werelderfgoed Rietveld-Schröderhuis.

In het Wilhelminapark.

4 Amelisweerd, Rhijnauwen en Uithof
Op de landgoederen Nieuw- en Oud-Amelisweerd en Rhijnauwen zijn de bossen bijzonder, want zeldzaam is een loofbos met beuken en eiken dat groeit op rivierklei. Bij Huis Rhijnauwen steek je de ‘leverancier’ van de klei, de Kromme Rijn, over.

Landhuis Rhijnauwen (Stay Okay-hostel) aan de Kromme Rijn.

5 Fort Vechten
Rond Utrecht vind je veel forten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het terrein was er te hoog om goed onder water te zetten; daarom waren verdedigingsforten nodig. De route kwam al voorbij het Fort bij Rhijnauwen, verderop volgt Fort Jutphaas en hier ligt Fort Vechten, met het Waterliniemuseum.

6 Oase aan de stadsrand
Bijzonder hoe deze enclave vol fruitteelt en weilanden – ingesloten tussen bebouwing, kanaal en snelwegen – stand weet te houden. Zie de kaarten voor een toelichting.

Nijlgans in de stadsoase tussen steden en snelwegen.

7 Plofsluis
Een grote bak beton gevuld met zand, die – door de bodem op te blazen – met een reuzenplof het toen nog smalle Amsterdam-Rijnkanaal in een klap kon afdammen, zodat overstromingswater aangevoerd vanaf de Rijn en bedoeld voor de Nieuwe Hollandse Waterlinie, niet weg zou lekken. Later is het verbrede kanaal om de Plofsluis gegraven.

Tussen de bomen door zicht op het grijze beton van de Plofsluis.

8 Amsterdam-Rijnkanaal en Kanaleneiland
Na 1955 werd flatwijk Kanaleneiland gebouwd (eiland, want omsloten door het Merwedekanaal aan de noordkant en het Amsterdam-Rijnkanaal in het zuiden). Er is grootscheepse renovatie bezig, onder andere de bouw van nieuwe woningen aan de overkant van de Prins Clausbrug.

9 Cereolfabriek
Deze voormalige veevoederfabriek kreeg een nieuwe bestemming; er kwamen woningen, horeca en wijkvoorzieningen. (Ga net voor de brug over het Merwedekanaal even linksaf).

Amelisweerd.