sane (/mnt/web316/d2/23/58138723/htdocs/wp-content/themes/cwims/header-menu-home.php)
naar huis (/mnt/web316/d2/23/58138723/htdocs/wp-content/themes/cwims/single.php)
(/mnt/web316/d2/23/58138723/htdocs/wp-content/themes/cwims/content-single.php)

Van Heuvelrug tot Waterlint

Wie mooie landschapsovergangen zoekt, vindt er veel op de overgang van de heuvels in Midden-Nederland naar het rivierengebied; in dit geval het contrast tussen de Utrechtse Heuvelrug en het stroomgebied van Kromme Rijn en Lek. Het begint net ten noorden van Doorn met de beboste heuvels van de Utrechtse Heuvelrug, gevolgd door de openheid van de vlakke polder Langbroek en in het zuiden de lome bochten van Kromme Rijn en Lek. Overgangen als deze zijn te danken aan de ‘ontmoeting’ van ijstijdkrachten en breed uitwaaierende rivieren.

Heuvelrug
Lang leve de ijstijd, want deze heuvels – stuwwallen – zijn in de voorlaatste ijstijd omhoog geduwd door het landijs dat zich vanuit Scandinavië tot deze streken had uitgebreid; krachtige ijsstromen, meer dan honderd meter dik schoven de grond opzij. Die ijstijd is alweer 125.000 jaar geëindigd, daarna knabbelden grote rivieren aan de uiteinden van de stuwwallen en raakten de randen van de Heuvelrug met klei bedekt. In dijkloze tijden reikte de invloed van de (Kromme) Rijn tot de voet van de Heuvelrug en bij vele winteroverstromingen werd een laag van fijne rivierklei achtergelaten.

Tussen Heuvelrug en Langbroekerwetering
Tussen Heuvelrug en Langbroekerwetering

Langbroekerwetering
De overgang naar de klei laat zich vatten in vele facetten: besloten bossen worden open weiden, beuken verdwijnen, wilgen en populieren verschijnen, gebogen lijnen krijgen een strak karakter van rechte paden met loodrechte hoeken, en het reliëf is niet meer, het is plat als een pannenkoek met als enige hoogtevariatie het peil in poldersloten dat een fractie lager staat dan de aangrenzende weiden.
Na de afdamming van de Kromme Rijn in 1122 bij Wijk bij Duurstede kwam er een einde aan de jaarlijkse overstromingen en was ontginning mogelijk. Dwars door het zompige kleigebied werd de Langbroekerwetering gegraven, haaks daarop sloten om de overvloed van water af te voeren en dat alles in een geweldige regelmaat: alle kavels even lang (1250 m) als breed (55 m). Bijzonder dat na al die eeuwen deze strakke verkaveling met één hoofdwetering, twee achterweteringen en talloze dwarssloten nog zo herkenbaar is.

Ridderhofstad Walenburg
Ridderhofstad Walenburg

Al gauw zochten ridders zich er een plekje en bouwden versterkte huizen, met grachten en verdedigingstorens, zogenaamde ridderhofsteden. Sandenburg was er eentje, maar werd later herbouwd en kreeg een park in Engelse landschapsstijl dat ingekaderd was in de langgerekte kavels. Dat bood de kans voor verre doorzichten op het landhuis en lange slingerpaden in de lengterichting van het smalle perceel. Tegenover het neogotische Sandenburg staat Walenburg; groot is het contrast: een woontoren, dubbele gracht; de vijand (die nooit kwam) zou er een zware dobber aan hebben gehad.
Waar landschapsparken de strakke lijnen verzachtten versterken agrarische ontwikkelingen juist het strenge karakter, want ‘überstrak’ zijn weilanden vol hoogproductief, maar soortenarm gras. Gelukkig zijn er griendbossen om de eenvormigheid te doorbreken. Al is de afwatering van hoog niveau, ‘natte’ bossen blijven het hier goed doen.

Kromme Rijn

Kromme Rijn
Voorbij de zuidgrens van de Langbroeker ontginning – de Landscheidingsweg – staan er vlakken met vele puntjes op de kaart: boomgaarden, een grondgebruik dat niet los is te zien van het rivierenland. De ooit zo wispelturige rivier liet in de buurt van haar bedding een mengsel van zand en klei achter, een grondsoort waarop appels en peren tot grote bloei komen. Ze grenzen aan de slingerbochten van de Kromme Rijn, die in 1122 werd afgedamd ten oosten van Wijk bij Duurstede. Vanaf toen was de Lek de hoofdstroom.
Heel anders oogt het hier, want weg zijn de rechte lijnen – in het reliëfloze land buigt het land mee met de bochten van de rivier.

Kaart en wandeling
Op de kaart hieronder zie je de landschappen terug. Bij Doorn de beboste stuwwalheuvels, Nederlangbroek ligt te midden van de strakke kleiontginningen en bij Wijk bij Duurstede (aan de Lek) ben je in het rivierenland, onder andere herkenbaar aan de percelen met stipjes: boomgaarden. De kaart is zo’n 100 jaar oud, maar in 2017 is het landschap van toen nog goed herkenbaar. Wie er doorheen wil wandelen kijkt op google maps voor een kaart. Kaart en routebeschrijving staan ook hieronder.


Reageer
(nog geen reacties)
sane (/mnt/web316/d2/23/58138723/htdocs/wp-content/themes/cwims/footer-wims.php)